Dagje in het verre oosten

Zondag 16 juni 2019

De weersvoorspellingen voor vandaag zijn goed en dus staat een dagje in de omgeving van Winterswijk op de planning. Hier moet een van onze laatste nieuwe dagvlindersoorten in ons land te vinden zijn, de zeldzame Iepenpage. Tot voor kort was deze soort alleen van één plek in Zuid-Limburg bekend, maar door intensief zoeken op geschikte locaties zijn recent meer vliegplekken elders in Limburg en de rest van het land ontdekt.

Bij het buurtschap Ratum speuren we goed de hoge iepen af op deze zeldzame dagvlinder, helaas tevergeefs. Dit is niet de enige tegenvaller, want blijkbaar stikt het hier van de teken: ik sla hier zeker 20 van deze lastpakken van mijn broek en helaas ook van mijn benen. Een kilometertje verderop zien we de eerste leuke soort van de dag: een vogel dit keer. In de steengroeve bij Winterswijk zien we 2 pasgeboren Oehoes. Van de ouders ontbreekt ieder spoor. In het aangrenzende bos patrouilleren minstens 10 territoriale Kleine IJsvogelvlinders langs het wandelpad en zingt een Vuurgoudhaan.

baby Oehoes – Eurasian Eagle Owl chicks

We proberen een 2e locatie voor het hoofdoel (Iepenpage), maar ook hier lukt het niet. Een 3e plek moet uitkomst bieden. Aanvankelijk komen we niet verder dan 1 Kleine IJsvogelvlinder, maar na een tijdje zien we dan toch een Iepenpage rond de top van een iep rondvliegen. Door de scoop is deze kleine vlinder prima te zien wanneer deze een paar minuten in de top van een nabij gelegen boom zit.

Iepenpage blog

Iepenpage – White-letter Hairstreak

Gelukkig vindt mijn vader 50 meter verderop maar liefst 4 exemplaren die profiteren van een bloeiende braamstruik en dus een stuk beter te zien zijn. Erg fijn om deze lastige soort zo goed te kunnen bekijken!

Iepenpage – White-letter Hairstreak

Iepenpage – White-letter Hairstreak

Tot slot doen we bij het Korenburgerveen een poging voor Kraanvogels, maar veel verder dan 2 Gekraagde Roodstaarten, een Grauwe Vliegenvanger en een roepende Kleine Bonte Specht komen we niet. Jammer, maar niet meer dan dat.

Advertenties

Korte middagtwitch naar nieuwe regiosoort

Zaterdag 15 juni 2019

In de vroege ochtend van vrijdag 14 juni vindt Bas Verhoeven een zingende Orpheusspotvogel tijdens zijn werkronde door het Wielrevelt bij Haarzuilens (Vleuten). De laatste weken duiken behoorlijk wat exemplaren van deze soort op in ons land (wij zagen er bijvoorbeeld eerder dit jaar al eentje bij het reddingboothuisje op Texel), maar voor eentje in de regio willen wij natuurlijk nog wel uitrukken. Bovendien is dit beest pas de eerste die in onze regio opduikt, dus voor iedereen is het een nieuwe regiosoort.

Op vrijdag lukt het me niet meer om de vogel te bezoeken, maar op zaterdag rond het middaguur wordt de Orpheusspotvogel weer gemeld door Maria van Antwerpen. En dus staan mijn vader en ik binnen een halfuurtje naast Maria. Deze mediterrane vogel zit vaak geheel open in wat opschietende struikjes en elzen op redelijke afstand (zeker 100 meter) en laat zich dus prima bekijken en (iets minder goed) horen. Bovendien is het leuk om even bij te praten met Marianne Wüstenhoff, Dirk Dijkhof en Maria.

Na drie kwartier vinden we het wel weer goed en keren we weer huiswaarts.

Orpheusspotvogel – Melodious Warbler

Orpheusspotvogel – Melodious Warbler

Leuke soort in Woerden

Zondag 7 april 2019

Om iets na 11’en meldt Diederik Kok via de Whatsapp een Buidelmees net buiten Woerden. Een mooie timing, want wij staan net op het punt om de schoenen aan te doen en naar buiten te gaan. Een dik halfuur later stappen we aan de rand van Woerden de auto uit en lopen we naar de eilandjes aan de oostkant van de recreatieplas Cattenbroek, waar deze fraaie vogel moet zitten. Vanwege het mooie weer is het erg druk met wandelaars en fietsers.

Na 10 minuutjes posten horen we een hoog zoemend geluid uit het riet komen. Onzichtbaar roept de Buidelmees uit de strook met lisdodden, riet en opschietende struikjes. Het duurt even voordat we deze schaarse soort ook zien, maar uiteindelijk zien we met enkele andere vogelaars deze kleine vogel in de lisdodden hangen, op zoek naar voedsel. Hier blijft de vogel langere tijd in beeld, af en toe roepend en meestal erg leuk te zien.

Erg leuk natuurlijk om deze fraaie soort op circa 4 km van ons huis te kunnen bewonderen!

Buidelmees – Penduline Tit

Dubieuze zwemvliezen in de regio

Zaterdag 22 en dinsdag 25 december 2018

Het is zaterdag iets na enen als er drie korte berichtjes in de regio-whatsappgroep binnenkomen: het is Bertus de Lange die in de polder tussen Aarlanderveen en Nieuwkoop een Ross’ Gans heeft gevonden. We hadden geen plannen voor vandaag, dus maken we de keuze om deze zeldzame gans te gaan bezoeken. De Ross’ Gans die vorige winter in de regio zat, miste ik helaas op een dagje dus dit zou een mooie inhaler voor mijn regiolijst zijn (mits de vogel ongeringd is natuurlijk).

Een dik uur later zijn we ter plaatse en na even zoeken zien we de Ross’ Gans lopen tussen 100-en ganzen, voornamelijk Kol- en Grauwe Ganzen. Samen met ontdekker Bertus bekijken we de Nearctische gans op een acceptabele afstand (kleine 100m). Een voorwaarde voor het aanvaarden van Ross’ Ganzen door de CDNA is het fotografisch vastleggen van de ongeringde poten, zodat een geringde kwekersvogel met zekerheid kan worden uitgesloten. In het hoge gras zijn de poten echter niet te zien, dus hopen wij van harte dat de gans een modderpaadje opzoekt om te drinken. Al snel zien we enkele Grauwe en Kolganzen naar een poeltje op dat paadje lopen. Vol verwachting blijven we de Ross’ Gans volgen en binnen een paar minuten doet de gans waar wij op hoopten: hij loopt linea recta naar het poeltje. De poten zijn hier goed te zien, met zekerheid ongeringd! Gauw maak ik een paar foto’s van de poten, zo die is ‘binnen’.

Ross’ Gans – Ross’ Goose

Ross’ Gans, ongeringde pootjes! – Ross’ Goose, unringed!

De rest van de dag besteden we in de ruime omgeving. Zo zien we twee groepen van 7 en 8 Wilde Zwanen, waarvan een vlak langs de weg. Opnieuw met dank aan Bertus zien we bovendien een aardige groep Kleine Rietganzen, ook geen allerdaagse soort in deze contreien. In totaal tel ik 20 exemplaren, waarvan eentje met een witte halsband (met inscriptie KL9, geringd op Spitsbergen!).

Vandaag, op Eerste kerstdag, lopen we met z’n vieren een rondje langs de Reeuwijkse Plassen. Zoals gebruikelijk stikt het van de eenden op de surfplas: naast de duizenden Smienten ook groepjes Kuif- en Tafeleenden en hier en daar een Brilduiker. In de eerste groep duikeenden die vlak langs de kade dobbert, valt mijn oog op een gek eendje: een vrouwtje Kokardezaagbek! Ook bij deze soort dienen de poten gefotografeerd te worden voordat ze in aanmerking komen voor aanvaarding. We volgen de Noord-Amerikaanse eendensoort een klein halfuurtje, maar in tegenstelling tot de Ross’ Gans krijgen we de poten niet goed te zien, laat staan op de foto.

Kokardezaagbek – Hooded Merganser

Verder is het een alleraardigst rondje met naast het zonnige weer ook genoeg leuke vogels: 6 Geoorde Futen, 1 Kuifduiker, 6 Pontische Meeuwen waaronder een Poolse, een Vuurgoudhaantje en een late Tjiftjaf. Het leukste bewaren we echter tot vlak bij de parkeerplaas. Een mannetje Goudvink sloopt namelijk vakkundig alle berkenpropjes. Een prachtige soort die wij veel te weinig zien (de laatste is ca. 1,5 jaar geleden!).

Goudvink – Bullfinch

Goudvink – Bullfinch

 

Jaaroverzicht 2018

Dit jaar heb ik minder geblogd dan de jaren hiervoor, maar natuurlijk mag een jaaroverzicht van 2018 niet ontbreken.

2018 in een notendop
Op het gebied van zeldzaamheden was 2018 een prima jaar met 2 nieuwe soorten voor Nederland: Grijswangdwerglijster en Sporenkievit, al was de eerste niet twitchbaar en zal de laatste voor hoofdbrekens zorgen bij de CDNA. Hetzelfde geldt voor de Oostelijke Gele Kwikstaart die in december gezien werd onder de rook van Rotterdam. Andere hoogtepunten waren de 2e Balkankwikstaart, 3e Grote Kanoet, 5e Balkanbergfluiter en de 7e en 8e Cirlgors. Verder gaven twitchbare gevallen van o.a. Ross’ Meeuw, meerdere Bastaardarenden, Kuhls Pijlstormvogel, Roodoogvireo, Zwartkeellijster, Kleine Zwartkop en Witkeelkwikstaart (territorium in Groningen) het jaar kleur op de wangen.

2018 was ook het jaar waarin ik de grens van 300 soorten op Texel passeerde: een Noordse Pijlstormvogel die op 22 september langs Paal 28 vloog, was mijn 300e soort. Inmiddels staat de teller op 304 (met dit jaar een toevoeging van 13 soorten). In heel Nederland zag ik dit jaar 10 nieuwe soorten (nu 414 soorten in NL), die hieronder beschreven worden.

Nieuwe soorten
Woensdag 24 januari was een opmerkelijke opleving in een verder relatief rustige winter. In Vlissingen werd een 1e winter Ross’ Meeuw gevonden (laten schieten, want ver weg en geen nieuwe soort voor ons), terwijl in Scheemda de aanwezigheid van een man Zwartkeellijster wereldkundig werd gemaakt. De lijster was maandenlang te bewonderen in een tuin, wij zagen de vogel in totaal 2x. Vooral bij het tweede bezoek liet de vogel zich uitermate fraai bekijken op de voedertafels in de tuin. Deze fraaie lijster betekende de eerste nieuwe soort van het jaar.

Zwartkeellijster – Black-throated Thrush (c Peter van der Meer)

Zwartkeellijster – Black-throated Thrush (c Peter van der Meer)

Drie weken later was de volgende nieuwe soort aan de beurt. Met veel pijn en moeite twitchten we de Bastaardarend net buiten de regio, bij Berkenwoude. De vogel vloog toen de zon al lang onder was een rondje boven zijn slaapplaats, dit tot vreugde van de vele twitchers. Een snel weerzien met deze soort volgde op 26 mei, toen een (ander) exemplaar enige tijd op Texel te bewonderen was. De vogel zat korte tijd op de grond en was daarna fraai vliegend te bewonderen.

Bastaardarend Texel – Greater Spotted Eagle at Texel (c Peter van der Meer)

Vanaf grofweg eind maart tot en met oktober verbleef ik op Texel, voor vakantie en in de zomer mijn stage. De eerste week was gelijk een geweldige week. De man Koningseider langs de Noordzeekust trok vele vogelaars van de vaste wal naar het eiland. Op 27 maart was het Rik Wever die tevergeefs naar de eend zocht maar wel op een ter plaatse Papegaaiduiker stuitte. De alkachtige was de hele dag te bewonderen tussen Paal 17 en 21, op een vlakke zee en was dus een zeer welkome nieuwe soort voor ons drieën. Ik had nooit gedacht dat mijn eerste Papegaaiduiker in Nederland een twitchbare zou zijn…

Papegaaiduiker – Atlantic Puffin

Op 12 april, een van de spaarzame momentjes dat ik in Woerden ben dit voorjaar, zijn we net de spullen aan het inpakken om naar Texel te gaan, als Bram ter Keurs een Blonde Tapuit vindt op vakantiepark de Sluftervallei op Texel (circa 1 km van ons huisje op de Krim…). De volgende dag is het eerste dat we doen op het eiland natuurlijk de Oostelijke Blonde Tapuit (want het bleek een Oostelijke te zijn) vereren met een bezoekje. Na de Westelijke Blonde Tapuit van vorige oktober is dit onze tweede Blonde Tapuit op Texel in een half jaar tijd, niet verkeerd!
In december 2018 is er ook eindelijk nieuws over een vrouwtje Blonde Tapuit dat ik in 2014 bij Westkapelle zag: DNA wijst uit dat dit een Oostelijke Blonde Tapuit was. Dus technisch gezien was de vogel van 2018 geen nieuwe soort…

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Mijn vijfde nieuwe soort van dit jaar zagen Koen Stork, Tim Langerak, mijn vader en ik op 21 april: bij Budel twitchten we de lang verblijvende man Cirlgors. De vogel was behoorlijk mobiel en een echt goede zichtwaarneming bleef helaas uit (vogel liet wel veel van zich horen). Broer Frank had in juni meer geluk (zie foto).

Cirlgors – Cirl Bunting (c Frank van der Meer)

Het duurde ruim twee maanden, maar op 25 juni was de volgende nieuwe soort een feit. Na vier uur (!) wachten konden Frank en ik de Dougalls Stern van De Putten (bij Petten) erg fraai bewonderen.

Dougalls Stern (phonescoopje, c Frank van der Meer)

Dougalls Stern (phonescoopje)

De 7e nieuwe soort is er eentje met een vraagteken. Eind juli bevond zich namelijk een Sporenkievit in de Kop van Noord-Holland. Lekker dicht bij mijn stageplek in Den Helder en dus heb ik deze vogel tweemaal met een bezoekje vereerd. De kievit had zich aangesloten bij een groepje Kieviten. De determinatie van de vogel is duidelijk, de status daarentegen allesbehalve: de soort wordt veel gehouden en als gevolg daarvan zijn eerdere gevallen in ons land niet aanvaard. Aan het kleed van deze vogel was weinig aan te merken, maar of het genoeg is om dit exemplaar te aanvaarden als 1e voor Nederland…?

Het najaar was, zeker met vergeleken met het voorjaar, relatief rustig met weinig klappers. Zaterdag 27 oktober leek een dag als alle andere te worden, totdat Arend Wassink, mijn broer en ondergetekende ’s middags in het Krimbos op Texel tegen een Roodoogvireo aanblunderden. Gelukkig konden ook andere vogelaars die middag en de volgende dagen volop genieten van deze zeer zeldzame Amerikaanse zangvogel.

Op vrijdag 9 november reden we rond 16.50 uur de boot naar Texel af voor een weekendje Texel, toen Rodny Stolk een spannende gierzwaluwachtige ontdekte t.h.v. de Koog. Een spannende rit als gevolg (de zon ging voor vijven onder!), waarbij het feit dat we als laatste de boot afreden ook niet hielp, maar om 17.20 (!) zagen we de vogel toch nog zeer laag rond een erf vliegen. ’s Avonds bleken de foto’s (door anderen) net niet genoeg om de determinatie als Vale Gierzwaluw rond te krijgen, maar het verhaal zou nog een staartje krijgen. Op zondag vlogen er bij de vuurtoren namelijk 2 Vale Gierzwaluwen rond die hier dagenlang bleven rondhangen. Een van de twee vogels had een kleine vleugelbeschadiging waardoor duidelijk werd dat het dezelfde vogel was als die van vrijdag in het laatste licht.

Vale Gierzwaluw – Pallid Swift (c Peter van der Meer)

Mijn 10e en laatste nieuwe soort van het jaar was een soort die al jarenlang hoog op mijn verlanglijstje stond. In de middag van 10 december werd namelijk bekend dat een Notenkraker gezien was in Wageningen. Ik zat dat moment toevallig net in de trein naar Wageningen toe, dus dat kwam mooi uit. Het liep allemaal net even anders dan gehoopt, want de vogel werd slechts een kwartiertje gezien en verdween daarna uit beeld. De volgende ochtend werkte de kraaiachtige ook niet mee, maar gelukkig werd de vogel later weer teruggevonden. Poging nummer 3 was wel raak. Op het moment van publiceren zit de Notenkraker er nog steeds en is de vogel zo ongeveer de meest gefotografeerde vogel van Nederland van dit jaar. Frank maakte een leuk filmpje van de vogel.

Notenkraker – Spotted Nutcracker (c Frank van der Meer)

Verder
De eerste leuke soort waren de overwinterende Grote Kruisbekken op Heidestein op 20 januari. De winter werd verder opgeleukt door een witte vorm Ross’ Gans bij Houten en een fraaie Witstuitbarmsijs op een industrieterrein in Arnhem, beide long-stayers.

Het voorjaar op Texel bracht, naast de nieuwe soorten, genoeg andere zeldzaamheden. Het populaire adulte mannetje Koningseider was geen nieuwe soort, maar voelde wel zo. Naast langs de Noordzeekust zagen we op 19 mei ook een (hetzelfde?) beest op de Waddenzee t.h.v. Oost. Roodstuitzwaluwen vlogen bij de Robbenjager en Paal 12. In de Staatsbossen vond Diederik Kok vond zingende Iberische Tjiftjaf, die lang aanwezig bleef. Op 8 mei vloog een Steppekiekendief over de noordkop, terwijl diezelfde dag een Kleine Geelpootruiter in Dijkmanshuizen zat. Tot slot zijn 2 klauwieren het noemen waard: een Roodkopklauwier op 10 mei in de Nederlanden was erg leuk, maar het hoogtepunt was een Kleine Klapekster op de noordkop op 26 mei.

De zomer bracht weinig tot niets. Een fraaie Scharrelaar op 24 & 25 september in de Nederlanden was de eerste leuke soort van het najaar. Ook alle andere leuke soorten zaten op Texel. Op 27 september had ik de eer om een Bergfluiter spec. te vinden in het Krimbos, helaas was de vogel voor niemand anders weggelegd. Het was Diederik Kok die op 5 oktober een Struikrietzanger vond, mijn 4e alweer op de noordpunt. Tot slot werd net voor het DB-najaarsweekend een Blonde Ruiter gevonden, deze vogel vormde zo’n beetje het enige hoogtepuntje tijdens het weekend. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het najaar een stuk minder opwindend was dan het voorjaar, en misschien zelfs wel een klein beetje tegenviel. Tot slot was de eigen regio goed voor twee discutabele zwemvliezen: een ongeringde Ross’ Gans op 22 december bij Nieuwkoop en een ongeringde Kokardezaagbek op Eerste kerstdag op de Reeuwijkse Plassen.

Qua vlinders en libellen was het niet heel veel, mede door mijn lange zomerse verblijf op Texel (stage). In het voorjaar blunderden mijn vader, Frank en ik tegen maar liefst 2 verschillende Grote Vossen op het eiland aan, voor ons zelfs nog een nieuwe soort. Op 4 augustus bezochten we de Resedawitjes op de Planken Wambuis (Veluwe). Naast de Zadellibel tijdens het DB-najaarsweekend mogen de fraaie Zuidelijke Oeverlibellen bij Renkum deze zomer niet ontbreken.

Tot slot wil ik iedereen het volgende wensen:

Regenachtige zaterdag maakt het hele najaar goed

Zaterdag 27 oktober 2018

Net als vorig jaar zitten we ook dit najaar vele weken op Texel. Qua leuke soorten valt het echter ietwat tegen. Dit weekend kiezen we er daarom voor om toch maar weer eens een weekendje naar Texel te gaan. Gisteren begon al aardig met een groepje Pestvogels in de Koog en een nieuwe Texelsoort in de vorm van 2 Grote Zee-eenden. Vanochtend (zaterdag) lopen we in de Mandenvallei als er een tikkende gors laag langs komt vliegen en landt in het helmgras vlakbij: een Dwerggors. Tegen de tijd dat de eerste vogelaars aankomen, is de gors dieper in de vegetatie verdwenen en deze wordt daarna slechts nog vliegend gezien.

Om 11.30 uur zijn we terug in het huisje en vanwege een naderende bui kijken we eerst op ons gemak een film. Als het weer droog is, besluiten we naar het Krimbos te gaan, voor de zoveelste keer dit najaar. Na een tijdje komen we Arend Wassink tegen en bekijken we samen een flock Goudhanen en mezen. Er zit ook een Tjiftjaf tussen, schaars deze dagen. Om 14:44 alarmeert Arend dat hij iets anders in beeld heeft. De vogel zit hoog en is dus moeilijk te zien. Als wij bijsluiten, zien Frank en Arend de vogel wat verspringen en roept Frank de onvergetelijke woorden: “Het is een vireo!”. De volgende vijf minuten laat de Roodoogvireo zich prachtig zien aan drie verbouwereerde waarnemers. Hij beweegt heel rustig en is daardoor lastig terug te vinden. Wij drieën hebben echter geen camera bij ons, dus bewijsplaatjes van de Yank blijven uit.

De vogel wordt niet zonder slag of stoot doorgegeven in de Bird Alerts Texel en niet lang daarna zijn Eric Menkveld, Klaas de Jong en Diederik Kok als eerste ter plaatse. Zij zien de vogel nog net. Tegen de tijd dat de volgende tientallen vogelaars arriveren, verdwijnt de vireo uit beeld. Een minutenlange plensbui helpt ook niet bepaald mee. Pas een klein uur later (om 15.53) vindt Vincent Stork de Roodoogvireo weer terug, precies op de plek waar de vogel voor het laatst gezien is. Mogelijk hing hij de hele tijd gewoon in dit deel van het bos rond zonder te zijn opgemerkt door de tientallen langslopende vogelaars.

Vireo 1 plek

plek Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Vanaf dat moment wordt de Roodoogvireo bijna constant gezien. Nog steeds verblijft deze Amerikaanse zangvogel hoog in de kruinen, maar bij tijd en wijle laat hij zich prachtig bekijken en fotograferen. Het gaat hier pas om het 9e exemplaar voor Nederland, waarvan de 3e veldwaarneming. Het is bovendien de eerste Amerikaanse zangvogelsoort die op Texel wordt gezien. Tot in de schemering zien toegesnelde vogelaars de vireo. Dat maken wij echter niet meer mee, want samen met enkele andere Texelse vogelaars zoeken wij eetcafé De Rog op om te proosten op deze geweldige vogel die het magere najaar 2018 in een klap goed maakt.

Vireo 3 twitchers

twitchers Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Vireo 2 twitchers

twitchers Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Vlinderen op de Veluwe

Zaterdag 4 augustus 2018

Samen met Frank en mijn vader besteed ik aan het eind van de ochtend enkele uren in de Planken Wambuis op de Veluwe. In de akkerranden van Oud Reemst stikt het van de vlinders die op de schaarse nectarplanten afkomen.

Hooibeestje – Small Heath

Gehakkelde Aurelia – Comma Butterfly

Naast algemene soorten als Hooibeestje, Kleine Vuurvlinder, Icarusblauwtje en Gehakkelde Aurelia zien we ook enkele schaarse soorten. Bruine Vuurvlinders zijn met enkele 10-tallen aanwezig en ook erg leuk zijn circa 5 Kommavlinders.

Bruine Vuurvlinder – Sooty Copper

Kommavlinder – Silver-spotted Skipper (photo: Peter van der Meer)

Kommavlinder – Silver-spotted Skipper (photo: Frank van der Meer)

We komen hier echter voor één soort: sinds afgelopen maandag is bekend geworden dat hier enkele Resedawitjes rondvliegen. Deze soort komt normaal gesproken niet in Nederland voor en dwaalt slechts zeer sporadisch af naar onze streken. In Nederland zijn twee verschillende soorten Resedawitjes te verwachten (Resedawitje en Oostelijk Resedawitje) die op basis van hun uiterlijk niet te onderscheiden zijn.

Wij slagen erin om minstens 3 van deze vlinders tussen de 10-tallen witjes op te pikken. Ze zijn erg vliegerig en als ze gaan zitten, is dat meestal op afstand. Daardoor zijn ze lastig te fotograferen, maar met wat geduld kunnen we de Resedawitjes prima zien.

Resedawitje – Bath White / Eastern Bath White

Planning verpest door een Dougalls Stern

Maandag 25 juni 2018

Afgelopen zondag vond Maarten Hotting maar liefst 2 Dougalls Sterns in de kolonie Grote Sterns van De Putten, langs de Hondbossche Zeewering tussen Camperduin en Petten. Deze zeldzame soort wordt, voor een dwaalgast althans, redelijk vaak in Nederland gezien (35 gevallen, sinds 2000 gemiddeld eens in de 2-3 jaar). Desondanks slaagde ik er niet eerder in deze soort te zien in ons land. Vanaf Den Helder / Texel is Petten redelijk dichtbij en goed te bereiken en dus ondernam ik een plan om maandagmiddag naar deze soort af te reizen, uiteraard als de vogel(s) de volgende dag nog gezien worden.

De volgende dag worden beide vogels al vroeg teruggevonden en dus reis ik volgens plan ’s middags af richting Petten. Met toestemming van mijn begeleider Mardik Leopold vertrek ik een uurtje vroeger dan gepland en app ik heen en weer met broer Frank, die blijkbaar tot half 5 moet werken en daarna dus ook in de gelegenheid is om te komen. Leuk! De reis met het OV verloopt soepel en dus stap ik rond 4’en uit bij de bushalte Petten-Leihoek. Vanaf daar is het een dik kwartiertje lopen naar De Putten.

De zoektocht naar de vogel(s) gaat een stuk minder soepel: vanaf kwart over 4 / half 5 speur ik, samen met de plusminus 20 medewaarnemers, intensief de vele 100-en sterns af. Af en toe is er een leuke verrassing: naast Grote Stern en Visdief broeden er (blijkbaar) ook Dwergsterns in het gebied en een adulte Zwarte Stern is korte tijd aanwezig in de kolonie Grote Sterns. Daarnaast zorgen verschillende gekleurringde Grote Sterns en een dito Kokmeeuw voor een prima tijdbesteding.

Tussen half 7 en 7 uur komt Frank aanlopen. Na 2,5 uur zoeken is er nog steeds geen spoor van de vogel. Volgens de reisplanning moet ik maximaal de bus van 19:35 uur pakken om de laatste boot naar Texel te halen. Echter, er knaagt toch wat aan me: ik wil natuurlijk niet dat ik net de bus ingestapt ben en dat de vogel dan gezien wordt. Bovendien wordt het steeds drukker met vogelaars, wat de kans op de Dougalls Stern vergroot. In overleg met Frank besluit ik daarom om de laatste boot naar Texel te laten schieten en ‘gewoon’ naar Woerden te gaan om de nacht door te brengen, dan maar morgenvroeg heel vroeg op en de trein naar Den Helder nemen.

Naarmate de avond vordert, neemt het geloof onder de vogelaars af dat de stern nog terugkeert. Om iets over half 9 pakken Frank en ik de telescoop in en ruimen we alles op. We willen net naar de bushalte lopen als Wouter Teunissen de Dougalls Stern even denkt te zien. Wanneer een andere vogelaar door zijn scoop kijkt, blijkt de stern net te zijn opgevlogen. Gauw de telescoop weer opzetten en met z’n allen kijken we de sterns weer af. Met de kijker kijk ik de vliegende sterns af en vrijwel direct zie ik een heel lichte, kleinere stern met lange staart en donkere snavel rondvliegen en in de kolonie landen – duidelijk de Dougalls Stern! Gauw geef ik het door waardoor de andere vogelaars de vogel ook zien. Het duurt vervolgens enkele minuten voordat de stern teruggevonden wordt, maar het is de ontdekker Maarten Hotting die hem terugvindt op de grote stenen aan de rand van de schelpeneilandjes.

Hier laat de zeldzame stern zich minutenlang erg fraai zien, op niet al te grote afstand en in prachtig licht. Een last valt van mijn schouders af; hier heb ik ruim vier uur op moeten wachten… De blijdschap en opluchting is ook op de gezichten om ons heen duidelijk te zien, wat een mooie vogel. De vogel is aan beide poten geringd (geringd op Cocquet Island, N-Engeland), wat betekent dat dit de tweede vogel moet zijn (het andere exemplaar is aan maar 1 poot geringd). De onderstaande foto’s, gemaakt met de telefoon door de telescoop, geven een beeld van hoe goed de vogel te zien was.

Dougalls Stern – Roseate Tern

Dougalls Stern – Roseate Tern (photo: Frank van der Meer)

Rond kwart over 9 pakken Frank en ik opnieuw alles in en gaan we met een goed gevoel richting de bushalte – nu halen we de bushalte echter weer niet, want onderweg worden we aangesproken door Wouter Teunissen en Frank van Duivenvoorde of we mee willen rijden (waarvoor dank!). Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen en zo rijden we met z’n vieren naar Leiden Centraal, waardoor we rond half 12 het station van Woerden bereiken. En kwartiertje later ben ik thuis en zoek, na een lange dag, gelijk mijn bed op. Wat ben ik blij dat ik gebleven ben en niet (zoals mijn planning was) de laatste boot naar Texel gepakt heb!

Geweldig voorjaar op Texel

Vrijdag 27 april t/m zondag 10 juni 2018

Vanwege mijn stage bij Imares (Den Helder) woon ik van koningsdag t/m eind augustus op het prachtige Waddeneiland Texel. De eerste tweeënhalve week stonden in het teken van fanatiek vogelen, daarna begon de stage en werd het vogelen beperkt tot de avonduurtjes en weekenden.

Het was een geweldige eerste anderhalve maand, met talloze krenten in de pap. De periode leverde mij 5 nieuwe Texelsoorten (#294-298) op: Krooneend, Zee- en Bastaardarend, Kleine Klapekster en Grauwe Gors. Buiten deze 5 soorten waren er genoeg hoogtepunten, zie het uitgebreide verhaal hieronder.

—–

Op 5 en 6 mei zat een (ongeringd) paartje Casarca’s in het ganzenreservaat Zeeburg; weliswaar een discutabele soort maar wel behoorlijk schaars op Texel. Een man Krooneend dat op 7 mei op het Grote Vlak zwom, vormde een zeer welkome nieuwe Texelsoort. Door de afstand konden we de poten niet checken op ringen. Een man Koningseider bevond zich op 19 mei in een grote groep Eiders op de Waddenzee t.h.v. het Wagejot; het is onduidelijk of het om het exemplaar betrof dat eerder langs de Texelse Noordzeekust zat, of wellicht de Vlielandse vogel (of een derde exemplaar). De man Topper op de Robbenjagerplas bleef daar tot 1 mei. Net als de afgelopen jaren bivakkeerde eind mei een zomerkleed Roodhalsfuut op de Horsmeertjes.

Topper – Greater Scaup (photo: Frank van der Meer)

Roofvogels waren goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met vooral in de tweede helft van mei hoge aantallen. We zagen in totaal 5 Visarenden (5, 8, 21 & 25 mei en 9 juni, waaronder eentje over de tuin!) en 4 Wespendieven (25 & 26 mei en 9 juni, waaronder eentje fraai tp in een meidoorn in de Vijver van Jochems). Een van de blikvangers van dit voorjaar was onze 2e Bastaardarend in Nederland. De vogel zat op 26 mei een uurtje aan de grond in polder Eierland en verkoos vervolgens het luchtruim. Ook de volgende dag werd de vogel gezien (maar niet door ons). Het lukte Frank en mij om op 11 mei een Zeearend boven de tuin op te pikken; een nieuwe Texelsoort voor ons. Naast de nodige Bruine en Blauwe Kiekendieven zagen we ook een trekkende Grauwe (21 mei over de Krimweg) en Steppekiekendief (8 mei, vuurtoren). Tijdens de Big Day vlogen beide wouwen over de noordpunt; de Rode en Zwarte Wouw waren soms zelfs samen in één beeld te zien! De volgende dag vloog bovendien een Rode Wouw laag over de Big Day-teams bij het maken van de groepsfoto. Op 25 mei liet mijn eerste Roodpootvalk (2kj man) in 5 jaar tijd zich, zowel in vlucht als in zit, fraai bekijken bij de Vijver van Jochems.

Bastaardarend – Greater Spotted Eagle (photo: Peter van der Meer)

Steppekiekendief – Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een Kwartel zong op 6 juni onregelmatig in de Prins Hendrikpolder. Vanaf half mei was, net als 2 jaar geleden, het geluid van een Porseleinhoen vaak en luid te horen uit de Roggesloot, zelfs vanaf ons huisje op de Krim. Boven datzelfde huis vlogen op 2 mei 2 Kraanvogels, een erg leuke tuinsoort. Het luchtruim boven het Krimbos was op 21 mei goed voor mijn 4e Texelse Zwarte Ooievaar.

Kraanvogel – Common Crane (photo: Peter van der Meer)

Naast groepjes Morinelplevieren in Polder Eierland zat op 2 mei een vrouwtje in een groepje Goudplevieren langs de Vuurtorenweg (t.h.v. het Krimbos). Net als in april zat een Gestreepte Strandloper enkele dagen in Waalenburg (misschien wel hetzelfde exemplaar?). De nieuw ingerichte Hanenplas was dit voorjaar een goede plek voor strandlopers: Temmincks Strandlopers foerageerden hier regelmatig, terwijl we hier ook eenmaal een Kleine en Krombekstrandloper zagen. Het kan haast niet anders of dit plasje gaat dit jaar nog een leuke soort opleveren… Ook elders op het eiland kwamen we deze soorten zo af en toe tegen. De leukste steltloper zat in Dijkmanshuizen: op 8 mei vond Klaas de Jong hier een Kleine Geelpootruiter, de 6e voor het eiland en de 2e voor dit gebied.

Morinelplevier – Dotterel (photo: Peter van der Meer)

Gestreepte Strandloper – Pectoral Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/0/16713440.jpg

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs

Een late, adulte Drieteenmeeuw vloog op 10 mei langs Paal 20 (De Koog). Op de Big Day vloog tweemaal een Kleine Jager over het strand bij de vuurtoren. Een verzwakte Zeekoet zat op 19 mei op het strand bij de vuurtoren. We moesten er even op wachten, maar vanaf 7 mei zongen er weer Zomertortels in ons vakantiepark. Een ander (broedverdacht) paartje bevond zich bij de Sluftervallei. Naast een doortrekkende Velduil op de Big Day zag ik in de periode eind mei / begin juni 3 exemplaren in potentieel broedbiotoop. Op 5 en 12 mei vlogen solitaire Bijeneters over de Tuintjes. De vogel op de laatstgenoemde datum zat bovendien enige tijd aan de grond.

Zomertortel – European Turtle Dove

Velduil – Short-eared Owl

Naast de roofvogels waren, tot onze vreugde, ook de klauwieren goed vertegenwoordigd dit voorjaar. Het begon met 2 Grauwe Klauwieren; op 6 mei een man in Dorpzicht en op 12 mei een vrouw in de Tuintjes. Er zat echter nog meer in het vat, want op 10 mei zat een fraaie man Roodkopklauwier in de Nederlanden. Het was alweer 4 jaar geleden dat deze voor het laatst op dit Waddeneiland gezien was. Het hoogtepunt was echter een schitterende man Kleine Klapekster die op 26 mei over de noordkop zwierf. Het kostte mijn vader en mij wel wat bloed, zweet en tranen om de vogel terug te vinden (was een uur uit beeld), maar het resultaat mocht er zijn… Ook leuk waren twee Wielewalen. Het eerste exemplaar liet zich bij tijd en wijle fraai bekijken in het Krimbos (en niet horen!), het tweede exemplaar vloog op 3 juni over Polder Wassenaar richting de Cocksdorp.

Roodkopklauwier – Woodchat Shrike (photo: Frank van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/4/16936234.jpg

Kleine Klapekster – Lesser Grey Shrike

Op 5 mei vond Diederik Kok een Iberische Tjiftjaf in de Staatsbossen bij de Koog. Naast de volgende dag zagen en hoorden we de phylloscopus ook nog op 9 juni; een echte longstayer dus. In het Krimbos zaten in begin mei 2 Fluiters; helaas bleken ze net voor de Big Day te zijn vertrokken. In hetzelfde bos zong op 2 mei ook een Vuurgoudhaan, toch pas mijn eerste zingende op het eiland. Ook Texel deelde mee in de grote influx van Roze Spreeuwen in NW-Europa: mijn eerste adulte vogel zat op 3 juni een minuutje in de top van een meidoorntje bij het Reddingboothuisje.

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Op 28 april en 4 mei bevonden zich 5 resp. 1 Beflijster in de Eierlandse Duinen; een andere erg schaarse lijstersoort (op Texel althans), de Grote Lijster, foerageerde langs de Pelikaanweg. Een fraaie noordelijke man Bonte Vliegenvanger liet zich op 4 mei fraai zien in het Krimbos. Paapjes waren schaars met slechts 2 exemplaren: op 4 mei in de Eierlandse Duinen (foto) en 20 mei bij het Reddingboothuisje.

Bonte Vliegenvanger – Pied Flycatcher (photo: Peter van der Meer)

Paapje – Whinchat

Op de dag voor de Big Day liep op een prima afstand een volwassen Roodkeelpieper op het Renvogelveld; pas mijn tweede op het eiland en eerste aan de grond. In de periode 28 april – 3 mei zaten maximaal 3 Kleine Barmsijzen en 1 fraaie Keep in zomerkleed in onze tuin; het kan slechter. De enige Appelvink buiten de Big Day was een roepende vogel op een boerenerf bij ’t Horntje (24 mei). Hier vlakbij, over de Mokbaai, vloog een dag eerder een Europese Kanarie over. Last but not least, op 5 mei zat een hele goede Texelsoort bij de Robbenjager: een Grauwe Gors vloog de hele dag rond het Renvogelveld. Hij was erg lastig, uiteindelijk heb ik de vogel helaas maar een tel door de scoop gezien. Niet echt een mooie waarneming, maar wel een erg zeldzame soort op de Wadden en nieuw voor ons op Texel!

Keep – Bramling (photo: Peter van der Meer)

Op vogelgebied was er genoeg te beleven (understatement), maar een van de (zo niet hét) hoogtepunten was een vlinder. Op 3 mei liepen we aan het eind van de ochtend Dorpzicht in. Qua vogels viel het wat tegen. Langs het pad stuitten Frank en mijn vader op een grote oranje vlinder. De eerste gedachte was een Gehakkelde Aurelia, maar het een en ander klopte niet voor deze soort. Toen de vlinder naar de voet van een populier vloog (en ik hem eindelijk ook zag) bleek het inderdaad te zijn wat we stiekem al dachten: een Grote Vos!

Enigszins verbouwereerd meldde ik het nieuws toch maar in de BAT (weliswaar geen vogel, maar er was gelukkig genoeg animo voor) en in het volgende uur liet de vlinder zich aan circa 10 medewaarnemers fraai zien en fotograferen. Het bleek een voorbode voor meer waarnemingen; de volgende dagen werden in de omgeving van het Krimbos nog meer exemplaren gevonden, waaronder een exemplaar op 5 mei waar Frank en ik tegenaan blunderden. Dit zijn op Waarneming.nl de allereerste waarnemingen van deze soort op het eiland, om maar even aan te geven hoe zeldzaam de soort hier is. Voor ons betrof het bovendien een nieuwe soort, erg leuk om er dan zelf tegenaan te lopen!

https://waarneming.nl/fotonew/8/16626368.jpg

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Weinig kilometers maar veel soorten tijdens de Texel Big Day 2018

Zaterdag 12 mei 2018

Vandaag (zaterdag 12 mei 2018) is het dan zover: de Texel Big Day. Mijn vader Peter, broer Frank en ik vormen het team Meer Waarneming.nl. In totaal proberen 15 verschillende teams per e-bike ieder zoveel mogelijk soorten te zien in 24 uur tijd (of sommigen iets korter…). De afgelopen 2 weken zaten we ook al op het eiland en toen hebben niet echt iets voorbereid, al werden plekjes voor lastige soorten (bv een lang verblijvende Smient / Pijlstaart, territoria van Fluiters, goede locaties voor Zomertortels) extra goed onthouden als we ze toevallig tegen kwamen.

VOORWAARDE & PLANNING
Al gelijk bij de benadering door Hisko de Vries (van Waarneming.nl) om deze site te representeren op de Big Day, hadden we één voorwaarde: we gaan niet het hele eiland over, zelfs al hebben we de beschikking over een e-bike. Daarvoor is onze conditie niet goed genoeg en hebben we de ‘benen’ niet. Ons plan is dan ook om alleen de noordelijke helft van het eiland te bevogelen. Gedurende de twee weken werden de grenzen van onze Big Day vastgesteld: we zouden globaal niet zuidelijker gaan dan de lijn De Koog / Waalenburg / Utopia. De afgelopen twee weken werd duidelijk dat alsnog een groot aantal soorten mogelijk moest zijn boven deze lijn. Op goede dagen kan de noordpunt erg goed zijn voor doortrekkers, terwijl ook bos (Krimbos) en wad / moeras (Volharding & Zeeburg / Waalenburg / de nieuw ingerichte Hanenplas) binnen handbereik is. Uiteraard wisten we dat we door deze beperking soorten zouden missen die niet of zeer moeilijk zijn in het noorden; dat namen we voor lief. Ons doel is dan ook om de grens van 100 soorten te passeren, een soort of 110-120 leek toch goed mogelijk.

Door onverwachte avondtochtjes en door uitstellen werd geen uitgekiende route gemaakt. Een gebrek aan nachtsoorten op Texel en zeker het noorden (bijna geen uilen en rallen) maakte het voor ons (en genoeg andere teams) niet nodig om al om 0:00 uur te beginnen. Een paar uur voor het begin besluiten we zelfs helemaal geen poging te doen voor nachtvogels en zodoende pas aan het eind van de nacht te beginnen. Met het eerste licht zouden we in de Tuintjes staan voor landtrek, zingende zangvogels en voor zeevogels. Vervolgens zouden we via het Krimbos (voor bossoorten) richting onze uitvalsbasis vakantiepark De Krim gaan. De rest van de route ligt open, we kijken wel hoe het allemaal verloopt en welke soorten we missen. Bovendien kunnen we dan anticiperen op leuke meldingen in de Big Day-Whatsappgroep, zeker met de goede weersomstandigheden in het achterhoofd (ZO 4-6, zonnig weer).

DE BIG DAY
Zoals gepland gaat de wekker om 4:45, een half uur later zijn we klaar om te beginnen. Een Merel, Zwarte Kraai, Roodborst en Koolmees vormen samen de eerste soorten deze dag. Intuïtief besluiten we eerst een poging te doen voor Kwartel in de Hanenplas, dan kunnen we gelijk een kijkje nemen op de nieuw ingerichte plas. De Kwartel is helaas stil; de plas brengt ons op een stand van 37 soorten, met Nachtegaal, Koekoek, Groenpootruiter, Wintertaling, Kleine Plevier, Tapuit en Grote Canadese Gans (lastig op Texel) als meest aansprekende soorten.

Big Day

Groepsfoto bij begin van de dag; vlnr: Frank, Peter en Robert

We fietsen met korte tussenstops richting de Tuintjes. In het Krimbos kunnen we de Fluiter die hier dagenlang zit niet vinden. Bonus hier is een territoriale Appelvink (#38) die luid roepend rondvliegt; die hadden we de afgelopen 2 weken niet! In de Eierlandse Duinen kunnen we onder meer 2 Sprinkhaanzangers, Rietzanger en Havik bijschrijven, je kunt ze maar beter hebben!

Rond 6:30 uur en met een soortenlijst van 59 soorten bereiken we de zuidelijke ingang van de Tuintjes. Samen met Jorrit Vlot en Michaël Dagnelie lopen we naar het uitkijkpunt aan het eind van de Tuintjes. Tot ongeveer 9:00 zitten we (met naast Jorrit en Michaël ook tijdelijk Timo Roeke en team Rock around the Clock) op de telpost en dat is bepaald geen straf. In de duinen zingt een Blauwborst, de Noordzee en Eierlandse Dam zijn goed voor Jan-van-Gent, Zwarte Zee-eend, Dwergstern, Kleine Jager (boven strand jagend achter stern), Paarse Strandloper en Kanoet. Over de telpost vliegen o.a. Boompiepers, een Sperwer en een (roepende) Grote Gele Kwikstaart, da’s een goede op een Big Day! Een door Arjan van Egmond ontdekte vrouw Grauwe Klauwier is erg leuk, maar het hoogtepunt is een BIJENETER! Door een melding halverwege het eiland zijn we extra alert op deze soort, en warempel: rond half 8 hoor ik de vogel enkele malen roepen, vijf minuten later vliegt de vogel laag boven onze hoofden boven de telpost en landt zelfs een klein halfuur in een struikencomplex. Geweldig (al slagen hierdoor helaas ook twee andere teams erin deze soort te twitchen). 😉

Een Bijeneter – European Bee-eater (photo: Frank van der Meer)

Via het Renvogelveldje (#86-89: man Zomertaling, vrouw Pijlstaart, Noordse & Engelse Kwikstaart) en de zuidkant van de Tuintjes (geen Paapje, wel nogmaals dezelfde Grauwe Klauwier en nieuw: Braamsluiper en Putter) fietsen we naar de Vijver van Jochems. Zeer welkome nieuwe dagsoorten zijn een zingende Grauwe Vliegenvanger, Spotvogel en Vink (#92-94), bovendien vliegt er opnieuw een Grote Gele Kwikstaart en Appelvink over en horen we eenmaal een (dezelfde?) Bijeneter. Een zigzagbeweging op de kaart volgt: we spoeden ons tevergeefs terug naar het Renvogelveld voor Paapje, maar noteren hier wel een Rietgors (#95).

Het wordt tijd om iets naar het zuiden te zakken. In het Krimbos proberen we een tweede Fluiter (weer niks), al kunnen we wel weer enkele soorten bijschrijven: Waterhoen, Tuinfluiter, Gaai en Pimpelmees. Een voorbij vliegende Grote Bonte Specht gaat later fanatiek zitten roepen: dit is onze 100e soort, en dat al om 11.17 uur! Vanwege een melding van een Zwarte Wouw ten zuiden van de Koog fietsen we snel naar een hoog duintje langs de Krimweg en hier zien we een half uur later de wouw recht over komen, gaaf! Tot slot fietsen we na een tip van André Strootman een klein stukje naar het noorden voor een nestelende Zomertortel, die zich erg fraai laat bekijken.

Tussen half 1 en 2 uur nemen we een korte eet- en rustpauze in ons huisje en maken we de balans op van makkelijke soorten die we nog moeten. We besluiten ze één voor één langs te gaan. In het park is de eerste tortel die we tegenkomen niet de gewenste Turkse Tortel, maar een van de grond opvliegende Zomertortel! Gelukkig vinden we al snel de Turkse Tortel (#103). In de Cocksdorp (tegenover de Plus) is een Bosrietzanger (#104) zachtjes aan het zingen, terwijl op de Roggesloot meerdere Futen (#105) zwemmen. De bekende 3 Knobbelzwanen zitten helaas niet in het zichtbare deel van de geul. Een kort rondje door Dorpzicht levert alleen een Landkaartje op (nieuwe Texelsoort voor ons).

Landkaartje – Map Butterfly (photo: Frank van der Meer)

In de weilanden en het recent herstelde krekenstelsel direct ten oosten van Dorpzicht slaan we een goede slag: door Brandgans, Smient, Temmincks Strandloper, Goudplevier (Zeeburg), Witbuikrotgans en een 2kj Zwartkopmeeuw (beiden mooi dichtbij voor het nieuwe scherm) groeit de soortenlijst naar 111. Inmiddels is het al half 4 en is het tijd om plan de campagne te maken voor de rest van de middag en avond. Gaan we toch nog naar Waalenburg voor steltlopers en Kolgans?

Witbuikrotgans – Pale-bellied Brent Goose (photo: Frank van der Meer, phonescoping)

Het antwoord op deze vraag is nee. We fietsen door naar het ganzenreservaat Zeeburg, omdat we hier een enorme groep Rotganzen zien. Bij de boerderij onderaan de Waddendijk roept een Ringmus en zien we onze eerste Regenwulpen (#112 & #113). Zeker die eerste is een soort waar we helemaal niet op gerekend hadden op deze Big Day. Het geluk is nog meer aan onze zijde, want op het wad ter hoogte van het ‘Sneeuwuilplasje’ pikt Frank een Zwarte Rotgans uit de rotjes (#114) en doe ik nog een duit in het zakje met een Kleine Strandloper tussen de 10-tallen Bontbekplevieren (helaas geen Breedbekje 😉 ). In het plasje zelf zwemmen meerdere Pijlstaarten en Smienten, terwijl langs de begroeide oever tweemaal een Watersnip (#116) rondvliegt.

Berichten over 2 overvliegende Ooievaars en beide wouwen bij de Slufter doen ons besluiten om toch maar weer richting de Robbenjager te gaan. Met topsnelheden van 40 km/u racen we langs de Cocksdorp en door de Volharding. Aan de zuidkant van de Robbenjager sluiten we ons aan bij team de Peregrines en kunnen we gezamenlijk de wouwen én Ooievaars oppikken. Een Rode en Zwarte Wouw vliegen geregeld zelfs in één beeld, oef wat gaaf! We trappen door naar het Renvogelveldje waar ons nog meer verrassingen te wachten staan. Met dank aan Sjaak Schilperoort zien we een Gierzwaluw (#119, tot nu toe belachelijk schaars op Texel dit jaar), dankzij Michel Veldt en Eric Menkveld een man Rouwkwikstaart (#120) en er vliegt zelfs tweemaal een Velduil (#121) over!

Om 6 uur nemen we een culinaire pauze in de snackbar van de Sluftervallei (aanrader!) en tegen 7’en kunnen we weer een nieuwe dagsoort toevoegen: aan de zuidkant van de Hollandseweg zwemmen eindelijk de felbegeerde 3 Knobbelzwanen (#122) en zie ik (als enige) 2 Zomertalingen. Langs de Stengweg twitchen we de Morinelplevieren van team Local Patchers (#123, dank!) en hier zingt dan ook eindelijk onze eerste Veldleeuwerik van de dag. Hoe heeft het in vredesnaam zolang kunnen duren voor we die hadden?!

Een tochtje langs het wad bij de Cocksdorp en een ultieme poging voor Fluiter in het Krimbos leveren niets op, dus sluiten we de avond af bij de Hanenplas. We hopen op een Kemphaan of Krombekstrandloper, maar zien wel een Bosruiter (#125) en 5 Temmincks Strandlopers. Net als vanochtend wil de Kwartel niet z’n snavel opentrekken, waardoor we rond 21.45 uur thuis zijn. We pakken nog een stukje Songfestival mee (YES!) voordat we naar het Eierlandse Huis gaan om er een punt achter de dag te zetten. Een korte zoektocht naar een Kerkuil loopt op niets uit, maar om het Porseleinhoen van de Roggesloot kunnen we natuurlijk niet heen. Deze soort zorgt ervoor dat we op 126 soorten eindigen. We komen rond 11’en het eindpunt binnen, als één van de laatste groepjes, alleen de Jonge Hondjes houden het nog langer vol.

CONCLUSIE
In totaal zijn we dus geëindigd op 126 soorten. Grootste missers zijn Tafeleend, Blauwe Kiekendief, Waterral, Kemphaan, Krombekstrandloper, Kerkuil, Boomleeuwerik en Fluiter. Tafeleend is in de zomermaanden opmerkelijk zeldzaam op de noordpunt en ook Boomleeuwerik broedt niet rondom de Cocksdorp, waardoor je afhankelijk bent van doortrekkers. Blauwe Kiekendief had goed gekund, zeker omdat we de avond voor de Big Day nog een mannetje hadden in de Hanenplas (evenals een Krombekstrandloper). Kleine Barmsijs heeft een week voor de Big Day dagelijks in de tuin gezeten, terwijl 2 Fluiters meerdere dagen in het Krimbos zaten. Als je kijkt wat er allemaal op de Big Day gezien is, hadden we met een beetje geluk ook bv een Visarend, Grauwe Kiekendief of Wespendief kunnen zien. Daartegenover staan natuurlijk de vele onverwachte bonussoorten en soorten die we veel makkelijker vonden dan verwacht.

Hoewel veel groepjes meer soorten hadden dan wij, zijn we zeer tevreden met het resultaat. Zeker als je ons werkgebied in het achterhoofd houdt, plus het feit dat we geen serieuze poging gedaan hebben voor nachtvogels, hebben we op de noordpunt zo’n beetje alles uit de kan gehaald. Een veel hogere score op dit deel van het eiland is denk ik niet mogelijk, daarvoor moet je de route echt uitbreiden naar het zuiden van het eiland. Oorspronkelijk was ons plan om ook Waalenburg, Utopia en bv de Muy / Nederlanden te bezoeken, maar door de perfecte weersomstandigheden durfden we eigenlijk niet de noordkop te verlaten.

Route Texel Big Day 2018, totaal 48.14 km

Afgelegde route tijdens de Big Day. De Hollandseweg vormt het zuidelijkste punt waar we vandaag geweest zijn! In totaal hebben we 48 km gefietst en gelopen.

Dank aan alle organisatoren en alle vogelaars die leuke soorten doorgaven en speciaal die de moeite namen om ons een handje te helpen! Doneren kan nog steeds, de Huiszwaluw kan uw hulp hard gebruiken. Via deze site is onze volledige soortenlijst te zien, inclusief een interactieve weergave van onze fietsroute (leuk!).