Onverwacht rondje Delta

Zondag 5 januari 2020

Een week na de ontdekking moet het er eindelijk maar eens van komen: een bezoekje brengen aan de Grote Trap bij Brielle (onder de rook van Rotterdam). Deze vogel werd daar tussen Kerst en Oud & Nieuw ontdekt en is individueel herkenbaar aan de groene kleurring en zender (met antenne). Dit beest is in gevangenschap grootgebracht en vervolgens in Oost-Duitsland losgelaten om de kwetsbare populatie te versterken. Daardoor is de vogel volgens de CDNA-regels niet telbaar, maar dat weerhoudt ons er niet van om deze imposante trap te bezoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal ter plekke hebben we de Grote Trap gelijk in beeld; zij foerageert op geruime afstand op een weiland en trekt zich niets aan van de paar aanwezige vogelaars en fotografen.

Duitse Grote Trap – marked Great Bustard (from Germany)

Nu we toch al in het Deltagebied zijn, besluiten we stukje bij beetje dieper de Delta in te rijden. We stoppen eerst bij de buitenhaven van Stellendam, waar een Roodkeelduiker en een Middelste Zaagbek de leukste soorten vormen. Binnendijks pikken we een paar mannetjes Pijlstaarten en een jonge Topper uit een grote groep duikeenden.

De volgende stop is de Brouwersdam. In het ‘haventje’ aan de noordkant van de dam zwemt een van de hoogtepunten van de dag: een Zwarte Zeekoet. Deze vogel zit relatief dichtbij en laat zich zowaar zelfs digiscopen.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Ook langs de rest van de Brouwersdam is het goed toeven. Zo zien we onder meer een Roodhalsfuut (zien we er erg weinig van in ons land), enkele Kuifduikers en Geoorde Futen, 2 rustende Slechtvalken op een baken in zee, een Paarse Strandloper, veel Middelste Zaagbekken en Brilduikers, en tot slot een fraaie man IJseend. Veel van deze soorten zitten lekker dicht langs de dam en laten zich dus goed bewonderen.

IJseend – Long-tailed Duck (c Peter van der Meer)

Omdat we nog tijd over hebben, besluiten we nog dieper Zeeland in te gaan en werkeiland Neeltje Jans met een bezoekje te vereren. Op weg daar naartoe merken we op Schouwen-Duiveland een derde Slechtvalk (op een paaltje vlak langs de weg, helaas geen parkeermogelijkheid) en een Kleine Zilverreiger op. Eenmaal op Neeltje Jans rijden we natuurlijk eerst langs de IJs- en Parelduiker, die op flinke afstand zwemmen (maar vooral duiken) in een van de havens. Bovendien zien we af en toe een vin van een Bruinvis langskomen, leuk! Minder geluk hebben we met de Kuifaalscholver(s) die vaak gezien worden rondom dit eiland. We rijden langs alle havens, checken alle dammen en pontons, maar deze zeldzame soort is ons niet gegeven.

Tot slot, het is al over drieën, besteden we het laatste daglicht op Schouwen-Duiveland, in de weilanden ten zuiden van Burgh-Haamstede. Veel zien we hier niet, maar de 2 Lepelaars en enkele Kleine en Grote Zilverreigers mogen natuurlijk niet onbenoemd blijven. En zo sluiten we een verrassend leuk dagje in de Delta af, met als absolute hoogtepunten natuurlijk de Grote Trap en Zwarte Zeekoet.

Jaaroverzicht 2019

Ook dit jaar kan een jaaroverzicht niet ontbreken.

2019 in een notendop
Het jaar 2019 was een bijzonder jaar. Er werden maar liefst 8 nieuwe soorten voor ons land vastgesteld: Schildraaf, Indische Kievit, Groene Fitis, Grijskopkievit, Sakervalk, Alaskastrandloper, Grote Vale Spotvogel en Kleine Regenwulp. Daarnaast hebben we ook nog de ‘Schierzwaluw‘, wat mogelijkerwijs zelfs een nieuwe soort voor geheel Europa is, en de Grijskoppurperkoet. Ook qua knallers was dit jaar goed bedeeld: o.a. de 2e Mirtezanger, 3e Audouins Meeuw en Monniksgier, 4e Bruine Lijster, 3e en 4e Bruine Klauwier, 4e Turkestaanse Klauwier, 5e Steltstrandloper, 8e Dwergaalscholver en de 1e twitchbare Kalanderleeuwerik en Witkeelgors (beide 6e voor NL).

Ondanks dit hoge aantal klappers is er toch genoeg aan te merken op dit jaar. Een aantal van bovengenoemde soorten was zeer moeizaam of helemaal niet twitchbaar (o.a. Sakervalk, Audouins Meeuw, Witkeelgors); aan anderen hing een verdacht luchtje aan de herkenning (Groene Fitis, Schierzwaluw) of status van de vogel (Schildraaf, Indische Kievit).

Mijn nieuwe soorten
Op donderdag 27 juni is het tijd voor mijn eerste van de 8 nieuwe soorten dit jaar. Op deze dag wordt namelijk een Grijskopkievit bij Workum (Friesland) gevonden. Dat sloeg in als een bom: niet alleen is deze soort nog nooit eerder in ons land vastgesteld, ook in Europa zijn er maar enkele gevallen van deze soort. In Workum is het de hele dag dan ook een drukte van belang. Wij (Robert van Tiel, Julian & Nathaniël Bosch, mijn broer Frank en ik) twitchen de vogel in de loop van de avond. Gelukkig werkt de kievit erg goed mee en laat zich de hele dag aan vele 100-en belangstellenden zien. Uiteindelijk heeft de kievit (afkomstig uit Oost-Azië) het twee dagen uitgehouden in Friesland.

Grijskopkievit – Grey-headed Lapwing

Waarschijnlijk mijn meest dubieuze nieuwe soort van dit jaar is de Schildraaf. Deze vogel werd voor het eerst op 22 mei gezien, in Den Oever, en zwierf later door Friesland en Groningen. Vanaf half juli heeft de kraai een vaste stek gevonden in Leeuwarden, op het moment van schrijven zit de vogel daar nog steeds. Zelf zag ik de vogel op 5 (weekendje in het noorden) en 18 augustus (twitch Alaskastrandloper). Over de determinatie is geen twijfel, over de status des te meer: de grote vraag is of deze Afrikaanse soort hier op eigen kracht is gekomen of de mens (lees: boot) een handje geholpen heeft.

Schildraaf – Pied Crow

Half augustus was een leuke periode voor Amerikaanse steltlopers in de regio. Na een Amerikaanse Goudplevier in Willeskop op 11 augustus (zie onder) was het in de avond van 14 augustus raak: Pim Rijk vond een Steltstrandloper in Waverhoek. Helaas te laat voor mij, want vanaf Wageningen is het niet meer te halen. Na een spannend nachtje wordt de vogel de volgende ochtend gelukkig al weer vroeg teruggevonden, en dus zien mijn vader, Bram de Vries en ik nog diezelfde middag de vogel. Ook op 17 augustus zie ik deze dwaalgast. Leuk is dat dezelfde vogel een paar dagen eerder in Noord-Ierland gezien is. Het gaat hier om het 5e geval voor ons land.

De 18e van augustus was een opmerkelijke dag met 2 nieuwe soorten met een verhaal. Samen met Gert Vonk en Frank maak ik een rondje door Friesland. Het hoofddoel is uiteraard de 1e Alaskastrandloper voor Nederland die Wim van Zwieten op 15 augustus vond bij Westhoek, Friesland. Urenlang kijken we met tientallen vogelaars de tienduizenden strandlopers af op deze hoogwatervluchtplaats, veelal in de stromende regen. Omdat de juiste vogel maar niet in beeld wilde komen, besluiten we uit armoede maar naar de isabelklauwier bij het Lauwersmeer te rijden. Op dat moment zijn we er niet op bedacht dat we hoogstwaarschijnlijk niet naar een Daurische, maar naar onze 1e Turkestaanse Klauwier kijken. Net op het moment dat we willen terugkeren naar Westhoek wordt de Alaskastrandloper daar weer teruggevonden. Een zenuwslopend ritje volgt. Als we een uurtje later de Waddendijk bij Westhoek oplopen, zien Gert en ik de Alaskastrandloper nog net een tel door iemand anders telescoop voordat de hele groep opvliegt. In dat korte tijdbestek zie ik uiteraard amper iets aan de vogel, mede door de grote afstand. Frank kan de vogel niet eens vinden. Met afstand mijn slechtste waarneming van een nieuwe soort ooit en als de soort niet zo zeldzaam was, zou ik hem nooit geteld hebben.

De volgende twitches verlopen gelukkig een stukje soepeler. Op 28 september bezoeken we een rommelhoek bij Noordwijkerhout, waar al enkele dagen een Bosgors bivakkeert. Deze gors wordt weliswaar jaarlijks in ons land vastgesteld, maar veelal betreft het vogels aan de grond op moeilijk bereikbare Waddeneilanden of overvliegende exemplaren waar je ook weinig aan hebt. Dit exemplaar is dan ook erg welkom. Leuk is ook dat een tamme Dwerggors in hetzelfde groenstrookje verblijft.

De 7e is misschien wel de beste van allemaal. Op 12 oktober wordt namelijk bekend dat er een gekke, grijze spotvogel zit in een tuin in Wormer (net ten noorden van Amsterdam). De identiteit is dan nog niet gelijk duidelijk, al ziet ‘ie er wel erg spannend uit. Twee dagen later, op maandag 14 oktober, maken Frank en ik samen met Arend Wassink vanaf Texel de oversteek naar het vasteland om de vogel met een bezoekje te vereren. De eerste dagen is er veel discussie over de determinatie: een bleke gewone Spotvogel, Oostelijke Vale of misschien zelfs Grote Vale Spotvogel? Uiteindelijk blijkt het de zeldzaamste optie, de eerste Grote Vale Spotvogel voor West-Europa is een feit. Al weet ik eigenlijk niet wat bijzonderder is: een Grote Vale Spotvogel in Nederland of Arend die een vogel op het vasteland twitcht.

Grote Vale Spotvogel – Upcher’s Warbler

Tot slot hebben we misschien wel het beste kerstcadeau voor vogelaars ooit. Op 23 december vond Sytze Algera bij Schagen namelijk Nederlands eerste Kleine Regenwulp. Het duurde tot Eerste kerstdag tot Frank, mijn vader, Tim Langerak en ik vrij konden maken voor deze gigantische knaller. Leuk is dat een paar honderd meter verderop een Kleine Trap zit.

https://waarneming.nl/media/photo/024/402/24402916.jpg

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Verder
Buiten de bovenstaande nieuwe soorten was het een rustig jaar qua zeldzaamheden. De Oosterse Tortel van Limmen liet zich op 26 januari maar moeizaam zien. Dat was mijn derde Oosterse Tortel in Nederland: twee Meena’s en een niet op ondersoort aanvaarde vogel. Een andere winterse zeldzaamheid was de Wageningse Notenkraker. Op 1 februari liet de vogel zich nog wel zien, daarna heb ik nog geregeld gezocht maar was de vogel voor mij onvindbaar. Het voorjaar kenmerkte zich (voor mij) met weinig leuke soorten. Het hoogtepunt werd gevormd door 2 Orpheusspotvogels, eentje op 18 mei op Texel en eentje op 15 juni in Haarzuilens, Utrecht.

Qua zeldzame vogels was de zomer rustig, maar qua zeldzame insecten was de zomer erg aardig. Op 16 juni zag ik mijn 1e Iepenpages bij Winterswijk. In het uiterste zuiden van Limburg zag ik o.a. Bruin Dikkopje, Veldparelmoervlinder en Dwergblauwtje, terwijl we ook meerdere Kleine Tanglibellen, Gaffelwaterjuffers (beide nieuw) en een (helaas dood) Vliegend Hert vonden.

Een zeer leuke regiosoort was de Amerikaanse Goudplevier die op 11 augustus in Willeskop liep. Dit was de allereerste voor de provincie Utrecht en mijn 2e in Nederland. Twee Texelse hoogtepunten in het najaar waren de Blauwvleugeltaling van het Grote Vlak en de erg late Struikrietzanger van Den Burg. Niet alles was succesvol, want veel dwaalgasten in het najaar waren helaas niet weggelegd voor mij: o.a. de Mirtezanger (Schiermonnikoog) en Witkeelgors (Maasvlakte) lieten zich na urenlang zoeken niet zien. De Kuifleeuwerik van Apeldoorn mag natuurlijk niet onbenoemd blijven. Dat was de vierde locatie alweer in ons land waar ik deze (inmiddels voormalige broed)vogel zag. Tot slot vormde een Kleine Trap bij Schagen een fijne bonus bij de Kleine Regenwulp. Mijn 3e alweer in Nederland na een man op de Veluwe en een vrouw in Arkemheen.

Ik sluit af met de bekende woorden:

Kerstkaart

Geweldig kerstcadeau

Woensdag 25 december 2019

Twee dagen terug, op 23 december, vond Sytze Algera een vreemde wulp tussen de vele Wulpen in een polder bij Schagen. Samen met Fred Visscher kwamen ze uit op een Kleine Regenwulp, een soort die nog nooit in ons land gezien is en ook in de rest van Europa extreem zeldzaam is (maar 8 gevallen). Diezelfde dag werd de vogel teruggevonden en de determinatie bevestigd. Ook gisteren werd de vogel veelvuldig getwitcht, al was deze dwaalgast vliegerig. Mooie bonus is dat zoekers een Kleine Trap vonden. Daarom maken mijn vader, broer en ik het plan om vandaag die kant op te gaan. Tim Langerak is onze metgezel.

Rond 9 uur staan we bij het station van Woerden om Tim op te pikken en reizen we af naar het noorden. Vlak voor we de bestemming bereiken, volgt al het geruststellende bericht dat de vogel teruggevonden is. Rond tien uur stappen we gauw de auto uit en kunnen we dankzij andere vogelaars (waaronder genoeg bekenden) gelijk een blik werpen op de Kleine Regenwulp, die op grote afstand tussen de vele Wulpen loopt.

Al snel besluiten we om te rijden, omdat de vogel vanaf de andere kant veel dichterbij te zien zou moeten zijn. Een goede keuze, want een paar minuten later kunnen we deze dwaalgast (broedvogel van Oost-Siberië, die normaal overwintert in Australië) van veel dichterbij zien. De vogel zit nu op circa 200 meter, is door de telescoop prachtig te zien maar voor goede foto’s nog net iets te ver weg. Een opmerkelijk beestje: een flinke slag kleiner dan de Wulpen, met een veel lichtere kop en opvallender koppatroon. Ook de snavel is een stuk minder ‘overdreven’ dan die van de Wulp.

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Dat ging veel makkelijker dan gedacht, zeker de verhalen van gisteren in het achterhoofd houdend. Daarom bezoeken we later de Kleine Trap die een paar honderd meter verderop zit. Ook bij deze zeldzaamheid is het aanschuiven geblazen, want de trap is constant in beeld. Erg leuke bijvangst! Dit betekende mijn derde Kleine Trap, na een mannetje op de Hoge Veluwe (september 2011) en een vogel bij Nijkerk (januari 2015).

Kleine Trap – Little Bustard

Aan het eind van de ochtend rijden we weer naar huis en na een voorspoedige rit zijn we mooi op tijd weer thuis, met 2 geweldige soorten op zak.

Twee ritjes naar Gelderland

Zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019

Dit weekend wordt er voor het eerst sinds tijden weer eens serieus gevogeld. Gisteren hebben we met het hele gezin gezellig een stuk over de Veluwe gestruind. In Planken Wambuis bij Ede is het koud, met zelfs vorst aan de grond. Qua vogels is het een leuk tochtje. De hoogtepunten worden gevormd door een druk hakkende man Kleine Bonte Specht en een uit de verte roepende Zwarte Specht, terwijl een Klapekster de boomtoppen van de heide bewoont.

Planken Wambuis 1

Planken Wambuis (foto: Frank vd Meer)

Vandaag staat een tochtje langs de Randmeren op het programma, leuk om weer eens grote groepen van duizenden eenden af te kijken op zeldzame soorten. Dat is de afgelopen dagen ook het idee geweest van andere vogelaars, gezien de 2 Kleine Toppers en de Ringsnaveleend die afgelopen week gevonden zijn. Het weer gooit echter roet in het eten, want als we het water bij Harderwijk naderen, trekt een dicht misthaag zich op. Aangezien het zicht minder dan enkele meters is, heeft doorgaan geen enkel nut.

Dus rijden we maar door naar Apeldoorn, waar al enige tijd een Kuifleeuwerik zit. Sinds 2015, toen de laatste vogel uit Den Bosch verdween, is deze voormalige broedvogel een dwaalgast in ons land. En dus trekt deze nieuwe vogel veel bezoekers, zeker onder de jongere vogelaars. De vogel is snel gevonden, is erg tam en laat zich fantastisch zien op enkele meters. Een geweldige vogel. Hij zit zelfs zachtjes (binnensmonds) te zingen. Hopelijk houdt het beest het nog even uit op deze plek.

Kuifleeuwerik – Crested Lark

Ritje naar Noordwijkerhout

Zaterdag 28 september 2019

Al een paar dagen reizen hordes vogelaars af naar het Sint Bavo-terrein in Noordwijkerhout. Reden hiervoor is een Bosgors. Deze soort duikt vrijwel jaarlijks in Nederland op, maar meestal gaat het om overvliegende en daarbij roepende exemplaren (dankzij geluidsrecorders kunnen deze sinds kort gedetermineerd worden zonder goed in beeld te komen) of ter plaatse beesten op slecht bereikbare Waddeneilanden. Het is alweer een paar jaar geleden dat een exemplaar goed twitchbaar was. Dat is dan ook de reden dat veel vogelaars zich naar Noordwijk togen. Een leuke bonus is een (tamme) Dwerggors die in hetzelfde gebied rondscharrelt.

Zaterdagmiddag kiezen Frank, mijn vader en ik dan ook maar voor om naar Noordwijkerhout te gaan om een van onze grootste schaamsoorten weg te werken. Bij onze aankomst staat al een groep van 20-30 vogelaars om een klein stukje groen (met hoog gras, veel kruiden en opschietende boompjes) waar de vogel in zou moeten zijn geland. Na een paar minuten de zooi te hebben afgekeken, zie ik vanuit het niets een gorzenkopje in mijn kijkerbeeld opdoemen: het is de Bosgors.

In het daaropvolgende uur, waarin er geregeld een (flinke) bui over trekt, blijft de Bosgors lastig meewerken. We zien de vogel nog een keer of 5 kort maar fraai tussen de vegetatie door sluipen als een muis. Een enkele maal vliegt de vogel (al tikkend) op en landt een paar tientallen meters verderop, waar het hele tafereel weer opnieuw begint. Eenmaal duikt de vogel op in een stukje met lage boompjes, en hier zien we de vogel kort maar wat meer open zitten op wat vrijstaande takjes.

Wat dat betreft werkt de Dwerggors beter mee. Die sluipt namelijk op zeer korte afstand voor de voeten van de aanwezige vogelaars en fotografen langs, en komt daarbij op enkele tientallen centimeters afstand van de aanwezigen. De onderstaande 2 foto’s zijn uit de losse pols gemaakt met een compactcamera, om aan te geven hoe dichtbij de gors soms zit.

Dwerggors – Little Bunting

Dwerggors – Little Bunting

 

Er zit weer eens wat leuks in de regio

Zondag 11 augustus 2019

Het is rond 1 uur ’s middags als een whatsappje ons in beweging doet brengen: Arjan Boele meldt in een Utrechtse vogelappgroep dat een waarschijnlijke Amerikaanse Goudplevier zich in Willeskop (Polsbroekerdam) ophoudt. Bij het bericht zijn 2 foto’s gevoegd, waar duidelijk een spannende goudplevier op staat. Voor mijn vader en mij (Frank moet helaas werken) is Willeskop slechts 20 minuutjes rijden en dus stappen we rond half 2 de auto in.

Tegen 2’en zijn we in het gebied en parkeren we op de overvolle parkeerplaats. Al gauw voegen we ons, enigszins verbaasd dat er nog niet meer vogelaars zijn (van wie zijn al die auto’s op de parkeerplaats dan), bij Arjan en de ontdekker Kees de Leeuw (ontdekker van o.a. deze Bastaardarend). De zeldzame goudplevier loopt vlak voor ons op het slik te foerageren (100+ meter).

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

In dit kleed is de determinatie niet echt makkelijk, zelfs niet op zulke korte afstand, want aan het eind van de zomer kunnen de Amerikaanse en Aziatische Goudplevier erg op elkaar lijken. De lengte van de poten, de lange handpenprojectie en de algehele kleur en bouw lijken echter allemaal prima voor een Amerikaanse Goudplevier en minder goed voor een Aziaat. Het gaat hier om de 1e voor de provincie Utrecht en ongeveer de 55e voor Nederland.

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Het gebied ligt er sowieso leuk bij, met veel slik en daardoor veel steltlopers. Zo lopen er onder meer een Bonte Strandloper, Bosruiter, veel Watersnippen en Kemphanen en zijn verder een vrij late Gierzwaluw en verschillende Zomertalingen van de partij. Hopelijk is het niet de laatste keer dit jaar dat we dit gebied moeten bezoeken…

Leuke soorten ondanks grijs weer

Zondag 14 juli 2019

Bij de Utrechtse Orpheusspotvogel ontstonden de eerste ideeën, en vandaag is het dan zover: we gaan met Marianne Wustenhoff en Maria van Antwerpen vlinders kijken in het zuiden van het land. Ondanks de matige weersvoorspellingen valt de keuze op de Sint Pietersberg.

Eenmaal in Limburg blijkt het weer inderdaad verre van ideaal (onderweg zien we zelfs wat regendruppels op de autoruiten). Daarom kiezen we er eerst voor om aan de andere kant van de ‘berg’ te gaan zoeken naar de Oehoes. Uiteindelijk zien we 1 (jong) exemplaar op de groevewand zitten. De uil is zelfs even vliegend te zien.

Oehoe – Eurasian Eagle Owl

Aan het begin van de middag rijden we tegen beter weten in toch maar naar de zuidkant van de Sint Pietersberg. Het blijft helaas erg grijs weer; de zon slaagt er maar niet in om door de wolken heen te komen. Veel vlinders zien we dan ook niet, enkel wat Bruin Zandoogjes, een Distelvlinder en een Kleine Vuurvlinder.

Rond twee uur komt de zon dan eindelijk even door en dat is te zien aan de vlinderactiviteit: plots vliegen overal Bruin Zandoogjes en witjes rond en het lukt ons nu eindelijk om enkele zeldzame dagvlinders te zien: in totaal zien we 3 Bruin Dikkopjes en 2 Kaasjeskruiddikkopjes. Erg leuk is een zonnend Koninginnenpage die zich erg fraai laat bewonderen en fotograferen. Ook een Bruin Blauwtje is aanwezig.

Bruin Dikkopje – Dingy Skipper

Bruin Dikkopje – Dingy Skipper

Kaasjeskruiddikkopje – Mallow Skipper (photo: Peter van der Meer)

Kongininnenpage – Swallowtail

Tot slot mogen, qua libellen, een man Vuurlibel en een jonge man Zwervende Heidelibel niet onbenoemd blijven.

Zwervende Heidelibel – Red-veined Darter

Vuurlibel – Broad Scarlet (photo: Peter van der Meer)

Weekendje Zuid-Limburg: dag 3

Zondag 30 juni 2019

Zondag is alweer de laatste dag van ons weekendje weg. We beginnen de dag in het Geuldal bij Epen (net als vrijdag). We zien veel vergelijkbare soorten als toen (o.a. beide beekjuffers en Frank & mijn vader kort een Kleine Tanglibel). Het leukste is een mannetje Keizersmantel die enige tijd boven de bramen langs de bosrand vliegt.

Voordat we weer koers richting Woerden zetten, bezoeken we het beekje de Worm bij Kerkrade. Ook hier zien we Kleine Tanglibellen, en nu werken ze wat beter mee dan vrijdag en eerder vandaag. In totaal zien we 5-6 exemplaren op de kiezelstrandjes langs het beekje.

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Een van de opmerkelijkste vondsten van het weekend doen we bij de spoorbrug in het gebied. Mijn oog valt op een groot donker gevaarte op de grond. Het blijkt een dood Vliegend Hert te zien. Vooral in de hand is pas goed te zien hoe groot het beest is. Wel jammer dat mijn eerste Vliegend Hert een dode is; aan de andere kant is het wel een perfecte gelegenheid om deze kever eens goed en van dichtbij te bekijken.

Vliegend Hert – Stag Beetle

Vliegend Hert – Stag Beetle

Weekendje Zuid-Limburg: dag 2 (Hoge Venen)

Zaterdag 29 juni 2019

Vandaag staat een dagje in de Hoge Venen (België) op het schema. Door de extreme hitte die voorspeld is (30+ graden), zijn we al relatief vroeg in België. We bezoeken hetzelfde hoogveengebied bij Monschau als twee jaar geleden. Het stikt hier van de dagvlinders: (in Nederland) zeldzame soorten zoals Geelsprietdikkopje, Zilveren Maan en Veenbesparelmoervlinder behoren hier tot de algemeenste soorten. Met iets meer moeite vinden we enkele Rode Vuurvlinders en een enkel Klaverblauwtje. De vuurvlinder is een soort die in Nederland afwezig is, maar zich op een steenworp afstand van de grens wel voortplant. In tegenstelling tot 2 jaar terug zien we helaas geen Grote Weerschijnvlinders of Dambordje. Qua vogels zijn zingende (!) Kleine Barmsijzen, Sprinkhaanzanger en een Orpheusspotvogel het noemen waard.

Hoge Venen.JPG

Hoge Venen

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Zilveren Maan & Geelsprietdikkopje – Small Pearl-bordered Fritillary & Small Skipper (photo: Peter van der Meer)

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper (photo: Peter van der Meer)

Klaverblauwtje – Mazarine Blue (photo: Peter van der Meer)

Na het middaguur wordt de extreme hitte ons te veel en kiezen we ervoor om weer naar huis te gaan. We zijn mooi op tijd thuis voor het vrouwenvoetbal. ’s Avonds, na het eten, maken we een kort rondje door de omgeving. Een man Grauwe Klauwier laat zich prachtig bekijken in het avondzonnetje.

Grauwe Klauwier – Red-backed Shrike

Weekendje Zuid-Limburg: dag 1

Vrijdag 28 juni 2019

Van vrijdag 28 tot en met zondag 30 juni verblijven we een weekendje in Epen, Zuid-Limburg, vooral voor dagvlinders (maar ook vogels en libellen natuurlijk). Voordat we naar het zuiden afreizen, moet er eerst iets anders gebeuren. Op donderdagochtend komen namelijk berichten door over een Grijskopkievit bij Workum, Friesland. Wanneer aanvaard een nieuwe soort voor Nederland (en 2e voor de WP) en door het weekendje dat voor de deur staat, is snel handelen vereist. Wat heen-en-weer geapp met Julian Bosch biedt uitkomst: we gaan donderdagavond nog die kant op. Op station Bunnik ontmoeten Frank en ik Robert van Tiel en even later stappen we met z’n drieën bij Julian en zijn broertje Nathaniël in de auto. Eenmaal in Friesland werkt de Grijskopkievit goed mee en laat zich tussen 8 en 9 uur leuk zien op een gemaaid grasveld, samen met veel Kieviten, Grutto’s en Kemphanen. Bovendien is de dwaalgast ook even in een beeld te zien met een Ree.

Grijskopkievit – Grey-headed Lapwing

Vrijdag maken we onderweg naar Epen enkele tussenstops. Bij Nederweert is de zingende Cirlgors helaas niet voor ons weggelegd. In het Heuvelland stoppen we vervolgens bij groeve Blom bij Berg en Terblijt. Hier zien we veel leuke vlindersoorten: een behoorlijk gesleten Veldparelmoervlinder, een Dwergblauwtje, Geelsprietdikkopje en ook een Vuurlibel laat zich kort zien.

Veldparelmoervlinder – Glanville Fritillary

Veldparelmoervlinder – Glanville Fritillary

Dwergblauwtje – Little Blue

Rond half 3 zijn we in Epen en brengen we korte tijd door in het appartementje. Een Rode Wouw vliegt laag over het huisje en cirkelt zelfs even boven onze hoofden, een erg leuk welkomstgeschenk!

Rode Wouw – Red Kite (photo: Peter van der Meer)

uitzicht

Uitzicht vanuit het appartementje

Tot slot lopen we een dikke 2 uur in het Geuldal bij Epen. Hier stelen vooral de libellen de show: veel Weide- en Bosbeekjuffers, 2 Gaffelwaterjuffers en de leukste verrassing is een Kleine Tanglibel, die meermaals op een kiezelstrandje in de Geul zit. Ook Geelsprietdikkopjes zijn in groten getale aanwezig. Helaas ontbreekt onze doelsoort.

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Gaffelwaterjuffer – Dainty Damselfly / Dainty Bluet

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle (photo: Peter van der Meer)