Zwart dagje in de regio

Zaterdag 19 juni 2021

Aan het begin van de middag rijden Frank en ik naar Haarzuilens. Hier is eerder op de dag namelijk een Zwarte Ooievaar gevonden en zo dicht bij huis is het wel leuk om er even langs te gaan. Eenmaal ter plaatse hebben we de ooievaar snel in beeld. De vogel is redelijk vliegerig, maar laat zich (zeker in zit) erg fraai bewonderen. Het is druk met vogelaars die (net als wij) de ooievaar een bezoekje brengen, zo maken we een praatje met o.a. Maria van Antwerpen, Paul van de Werken, Jan Marra, Daan van Braak, Cees Struijk, Guus Peterse, Arie Dorsman en Frank Coenjaerts.

Zwarte Ooievaar – Black Stork
Zwarte (links) en gewone Ooievaar (rechts) – Black and White Stork

Inmiddels komen berichten door van een rondvliegende Monniksgier tussen Abcoude en Nigtevecht, net buiten onze regio. We kiezen er aanvankelijk voor om de vogel te negeren. Als we net thuis zijn, wordt de gier echter aan de grond gemeld in een weiland bij Nieuwer-ter-Aa, ongeveer tussen Utrecht en Amsterdam in. Extra bijkomstigheid is dat dit beest net binnen de regiogrenzen zit, dus dat vormt een extra reden om er gauw heen te gaan.

Binnen 20 minuten zijn we op de bestemming en kunnen we de Monniksgier op een metertje of 600-700 bewonderen. Echt dichtbij is het niet, maar door de telescoop is deze dwaalgast prima te bewonderen. Scholeksters en Kieviten duiken er geregeld op, maar de gier is er niet van onder de indruk. Deze vogel is in 2020 geringd in Zuid-Frankrijk (in de Baronnies) als nestjong en indien aanvaard zou dit het 5e geval voor Nederland betekenen. Frank en ik hebben in een ver verleden ooit Carmen de Monniksgier gezien in de Oostvaardersplassen, maar aangezien dat een projectvogel was, is die vogel nooit aanvaard.

Monniksgier – Cinereous Vulture

Reeuwijkse Plassen is de place to be

Dinsdag 18 mei 2021

Als ik aan het eind van de ochtend wakker word en zie dat er een Witwangstern en zingende Kwartelkoning gemeld zijn in de Reeuwijkse Plassen, hoef ik niet lang na te denken over een plan voor de rest van de dag. Voor het werk in de avond kan ik prima even naar Reeuwijk toe fietsen. Zo gezegd, zo gedaan.

Rond half 4 ’s middags arriveer ik bij het vlondertje langs de surfplas te Reeuwijk en sluit ik aan bij een jonge vogelaar. Al gauw is de eerste leuke soort van de dag binnen, want de Witwangstern foerageert samen met wat Visdieven, Kokmeeuwen en een enkele Zwarte Stern in de oosthoek van de plas. De zeldzame stern komt geregeld op een mooie afstand langs, leuk! Een mooie bijkomstigheid is de jonge Dwergmeeuw die tussen de meeuwen en sterns vliegt.

Witwangstern – Whiskered Tern
Witwangstern – Whiskered Tern
Witwangstern – Whiskered Tern

Na een halfuurtje laat ik de stern voor wat ie is en fiets ik naar de andere kant van de plas. Ondanks dat het midden op de dag is, laat de Kwartelkoning regelmatig van zich horen. De ral zit helemaal vooraan, aan de rand van een kruidenrijk grasland (vooral fluitenkruid) en laat zich fantastisch horen! Zoals wel vaker, is het zien van deze soort andere koek en het lukt ons dan ook niet om de vogel te zien te krijgen. Dit is alweer mijn derde Kwartelkoning in de regio, na een exemplaar in 2007 in de Nieuwkoopse Plassen en een zingend beest bij nieuwbouwwijk De Wetering (Utrecht) in 2016, dat zich zo nu en dan ook liet zien (aan mij helaas alleen in vlucht).

Na dit daverende succes besluit ik terug te fietsen naar de vlonder voor de stern. Onderweg stop ik even bij een wat aarzelende en a-typisch zingende Spotvogel, voor ik de vlonder weer oploop.

Spotvogel – Icterine Warbler

Op het steigertje krijg ik de Witwangstern al weer snel in beeld. De vogel vliegt nog steeds met meeuwen en sterns op middelgrote afstand, fraai! Aan de rechterkant van het scherm op de steiger valt mijn oog al snel op een donker, behoorlijk contrasterend moerassterntje, dat kan maar 1 ding betekenen: een Witvleugelstern! Gauw de kenmerken controleren (o.a. gitzwarte ondervleugeldekveren, witte staart, opvallend lichte bovenvleugels; check) en dan wordt het tijd om wat bewijsplaatjes te maken van deze zeldzame stern. De vogel moet haast wel net zijn aangekomen, want een dik anderhalf uur eerder vloog ‘ie er echt nog niet. Erg gaaf, alle drie de moerassterns bij elkaar op 1 plas, en beide zeldzame sterns soms in 1 beeld! Een vrouw Krooneend komt vlak langs gezwommen.

Witvleugelstern – White-winged Tern
Witvleugelstern – White-winged Tern
Witvleugelstern – White-winged Tern
Krooneend – Red-crested Pochard

Extra vrolijk begin ik aan de terugreis, zeker met de gedachte dat ik nu de wind in de rug heb. Onderweg hoor ik nog 3 Spotvogels en merk ik een goed meewerkende Grauwe Vliegenvanger op. Rond het avondeten ben ik weer thuis, wat een enerverend middagje in de eigen regio!

Grauwe Vliegenvanger – Spotted Flycatcher
Grauwe Vliegenvanger – Spotted Flycatcher

Wisselend gevoel over de Regio Big Day

Zaterdag 8 mei 2021

Na weken van voorbereiden is het zo ver: vandaag is de Regio Big Day. Verschillende groepjes vogelaars gaan 24 uur lang fanatiek op zoek naar zo veel mogelijk soorten in de regio Groot-Woerden. Samen met Daan van Braak, Jorian Eijkelboom en Evert Florijn vorm ik het team ‘De Uilskuikens‘. De afgelopen weken hebben we alle vier fanatiek in de regio gevogeld, leuke soorten en lastige Big Day-soorten onthouden voor de dag zelf en potentieel leuke gebiedjes gecontroleerd op soorten. Van tevoren maakten we een lijstje van ‘must-haves’ en van lastige soorten waar we in de planning rekening moesten houden. Het plan is om ’s ochtends veel te gaan fietsen in de omgeving tussen Woerden en Gouda en dan ’s middags de auto te pakken en moerasgebieden af te rijden voor steltlopers en andere specialiteiten. Vlak voor de start moet Evert vanwege omstandigheden helaas afhaken.

De dag zelf
Helemaal volgens planning arriveer ik op vrijdagavond om precies 23:59 uur op onze eerste locatie: de Natuurplas Breeveld in Woerden. Daan en Jorian zijn iets ruimer in plannen en staan er al. De eerste soort van de Big Day is een luid zingende Sprinkhaanzanger, je kunt ‘m maar beter hebben! Vanuit het riet klinken enkele voorzichtig zingende Kleine Karekieten en Rietzangers en een erg fanatiek zingende Snor. Een Waterral is een leuke bonus, zo makkelijk is die niet in dit deel van de regio. Daan en Jorian zien kort een Bosuil vliegen, ik mis ‘m maar 2 van de 3 hebben hem, dus hij telt voor de Big Day-lijst. De Roerdomp en Nachtegaal die hier laatst zongen, ontbreken helaas; waarschijnlijk weer verder getrokken. Rond 1 uur vertrekken we met de eerste 15 soorten op zak.

De rest van de nacht proberen we uilen waar te nemen, met succes! Tussen 1 en 3 uur stuiten we op 3 Ransuilen, minstens 3 roepende Bosuilen en gelukkig ook een Kerkuil. Een Ransuil zit zeer dichtbij op een paaltje en laat zich fantastisch bewonderen! Alleen de Steenuil ontbreekt, maar daar hadden we ook niet op gerekend. Naast de uilen is het nog erg stil, alleen zingende Cetti’s Zangers zijn het noemen waard. Doordat het met de uilen zo mee zit, weten we van gekkigheid eigenlijk niet wat we moeten doen. Aangezien het nog uren duurt voordat het licht wordt, gaan we aan de rand van de Reeuwijkse Plassen staan, onder het genot van meerdere zingende Bosuilen, een zingende Veldleeuwerik, roepende Brandganzen en Smienten, en wat alarmerende weidevogels. Tegen 5 uur zitten we op 29 soorten.

Met het eerste licht willen we in het Goudse Hout zijn voor de nodige bos- en parksoorten. We horen, naast algemene soorten als Zanglijster, Merel, Roodborst en Zwartkop, ook Tuinfluiter en Boomkruiper; niet de meest schrikbarende soorten, maar je kunt ze maar beter hebben. We zijn ook blij met een zingende Heggenmus. Een Grote Zilver- en Purperreiger vliegen over en een klein zangvogeltje in een meidoorn blijkt een stille Braamsluiper te zijn, fijn! Bovendien zien we de 4e Ransuil van de ochtend. Daan kent hier een plek voor Groene Specht, maar uiteraard houdt deze vogel precies vandaag zijn mond dicht, jammer.

Om kwart over 6 fietsen we terug naar de Reeuwijkse Plassen, naar telpost de Twaalfmorgen. Onderweg kunnen we 3 soorten bijschrijven: Grote Bonte Specht, Vink en als hoogtepunt maar liefst 3 Grauwe Vliegenvangers (soort #54-56 voor onze Big Day-lijst) die veel van zich laten horen en zich ook prima laten bewonderen. Deze laatste soort is voor mij nog een nieuwe jaarsoort. Op de telpost blijkt het koud, bewolkt en windstil, niet echt ideaal voor landtrek. Er vliegt dan ook amper wat (understatement). Slechts 1 Graspieper, 1 Gele Kwikstaart, een enkel zwaluwtje, 2 Wulpen en 1 Bosruiter komen over; wat een deceptie. We hadden toch wel gehoopt op minstens een Boompieper, wat roofvogels of lijsters. Qua tp-beesten is het gelukkig leuker: er zwemmen 2 mannen Zomertalingen, er een late Kolgans en foerageert een Kemphaan. Een overvliegende adulte Pontische Meeuw (#79) vormt wellicht het hoogtepunt. Rond half 9 zetten we er een punt achter en fietsen we naar de volgende locatie.

Het is zo rustig op de telpost dat zelfs langsvliegende Knobbelzwanen interessant worden… – Mute Swan

Op een recreatieterrein aan de rand van de Reeuwijkse Plassen kunnen we een zingende Koekoek (#80), Aalscholver (#81) en Gierzwaluw (#82) bijschrijven. Een Blauwborst wil helaas niet meewerken; alleen Daan ziet de vogel en dat is niet genoeg om hem op de daglijst bij te kunnen schrijven. Drie kilometer verderop meldt Eric Kleyheeg een vrouwkleed Grauwe Kiekendief, waardoor we snel naar de rand van het recreatierrein lopen. Het lukt ons om de Grauwe Kiekendief (#83) op flinke afstand op te pikken, de vogel wordt flink lastiggevallen door de lokale Kieviten en vliegt ongeveer recht over de telpost waar we eerder stonden… Het betekent wel een hele fijne Big Day-soort en zelfs nog een nieuwe regiosoort voor me!

De aangekondigde middagbuien blijken flink naar voren geschoven (en langer te duren en intenser te zijn dan voorspeld…) en dus gaan we eerder dan gedacht over op het plan om met de auto rond te gaan rijden. Samen met de vriendin van Daan (wij hebben alle drie geen rijbewijs…) rijden eerst naar ’t Weegje voor de pleisterende Nachtegaal. Helaas is deze lijsterachtige stil, wel kunnen we 5 soorten bijschrijven (Groenling, Dodaars, Staartmees, Oeverloper en Slechtvalk) waardoor we op 88 soorten uitkomen. Rond 11 uur twitchen we een Roerdomp (#89) achter Gouda (precies op de grens van de regio…), de vogel zit zeer dichtbij in een rietkraag en staat zelfs te dichtbij om ‘m helemaal op de foto te krijgen… Voor het aantikken van het middaguur, groeit de daglijst in het Doove Gat nog met drie soorten naar 92: Kluut, Kleine Plevier en als hoogtepunt een gisteren ontdekte zomerkleed Kanoet.

Roerdomp – Eurasian Bittern

De regen wordt intenser en intenser, de motivatie bij ons wordt minder en minder. Op de Surfplas kunnen we Zwarte Stern en Krooneend (#93 en #94) bijschrijven, maar zien we niet een gehoopte Dwergmeeuw, Grote Mantelmeeuw, Geoorde Fuut of een Kuifduiker / Roodhalsfuut die hier laatst nog aanwezig waren. Evert Florijn meldt een Beflijster op de plek waar we eerder de Grauwe Kiekendief op konden pikken. Omdat we nog in de buurt zijn, rijden we terug en zien we in de motregen inderdaad een fraaie man Beflijster (#95) foerageren in een laantje. Daan laat zich voor de verandering eens van zijn scherpe kant zien en hoort een Spotvogel (#96), Jorian en ik krijgen de vogel zelfs in de kijker.

Het is inmiddels bijna 1 uur als we besluiten de regio Gouda / Reeuwijk te verlaten. In Woerden gaan we langs onze ‘geheime missie’. In het Brediusbos duurt ’t even, maar vinden we na ongeveer een halfuurtje de Boomklever (#97) die ik gisteren succesvol had gescout. Een erg lastige soort in onze regio die maar op een enkele plek broedt. Vlakbij in Woerden rijden we langs een Roekenkolonie en via Zegveld (Ooievaar) rijden we dan naar de Nieuwkoopse Plassen. Het hoost inmiddels en daar lijkt voorlopig geen verandering in te komen. Jorian, Daan + vriendin trotseren de bui, ik blijf lekker warm en droog in de auto schuilen. Een overvliegende Zwartkopmeeuw (eindelijk…) wordt door iedereen opgepikt en is de 100e soort van de dag (om 15:16). De regen zorgt er wel voor dat we niet doorlopen naar de uitkijktoren en dat we Roodborsttapuit missen. Ook bijvoorbeeld Paapje, Regenwulp of Sperwer / Havik hadden hier mooie bonussen kunnen zijn, maar die hadden (net als ik) geen zin om de regen te trotseren.

De motivatie is vandaag nog nooit zo laag geweest als we de Groene Jonker bereiken. Het is kwart voor 4 en er lijkt ein-de-lijk een einde te komen aan de buien. Het waait inmiddels wel hard (wat betreft het klagen over het weer ben ik een typische Nederlander)… In de Jonker slaan we een goede slag: Groenpootruiter, Regenwulp, Grote Mantel- en Stormmeeuw, Blauwborst en Huiszwaluw waren must-haves die nog misten, een 19-tal (!!) Steltkluten is leuk, er zwemmen nog de nodige Pijlstaarten rond en langs de dijk vinden we de broedende Ringmussen. De zachtjes zingende Sprinkhaanzanger hadden we al op de daglijst; dat geldt niet voor de roepende Baardmannetjes. Langs de dijk was vanochtend een zingende Gekraagde Roodstaart waargenomen, maar op dit tijdstip is geen enkel teken van dit beest te bekennen. Dat geldt helaas ook voor de Siberische Taling, Kleine Strandloper en Geoorde Futen (hoe kunnen we die nou missen!) die hier de laatste tijd rond hingen.

Steltkluut – Black-winged Stilt

We rijden andere plasdrasgebieden af. In Waverhoek zien we geen nieuwe dagsoorten, wel 2 Steltkluten en roepende Baardmannen. Ook het plasdras-stuk langs de Proostdijerdwarsweg levert ons geen nieuwe stelten op. Een Tapuit (#112) die we onderweg zien, wordt met luid gejuich ontvangen. In Marickenland is het spannend vogelen: tientallen Bosruiters en Bontbekplevieren en genoeg Groenpootruiters. Ook hier weer Steltkluten en 1 nieuwe dagsoort: Temmincks Strandloper (#113). De Watersnippen die hier bij vorige bezoeken altijd aanwezig waren, ontbreken. Ook andere strandlopers (Kleine, Krombek), een leuke kustgebonden steltloper (bijv Rosse Grutto, Zilverplevier) of zeldzame soort (Poelruiter, Gestreepte Strandloper) zit er helaas niet. Het is inmiddels 7 uur en we hebben nog 2 uur voor het donker wordt.

Eerst tijd om te eten. In IJsselstein rijden we langs de McDonalds en het eten nemen we mee naar de Bossenwaard, wat tot verbaasde blikken leidt bij een ander Big Day-groepje. Hier brengen een zomerkleed Bonte Strandloper en man Noordse Kwikstaart (nieuw in de regio voor mij) de eindstand op 115 soorten. Een bekende Steenuil is niet zichtbaar en een vanaf Lekkerkerk aangekondigde Visarend wil niet doorkomen. Ik sta in mijn eentje als er aan de overkant van de Lek een valk aankomt en kort achter zwaluwen aan zit. De waarnemingstijd is kort en het is eigenlijk al te donker om door de scoop veel details te kunnen zien, maar het moet wel een man Roodpootvalk zijn. Jammer dat ik hem net niet zeker kan krijgen en dat de rest van de groep buiten bereik staat.

Conclusie
Het weer gooide roet in het eten. Zonder de lange buien in de middag hadden we meer tijd gehad om te vogelen, waren we gemotiveerder geweest en hadden we meer landtrek en roofvogels. Tot een uur of 7 ’s ochtends verliep alles uitermate soepel, daarna hadden we veel tegenvallers. Grootste missers waren Sperwer (!), Havik, Geoorde Fuut, Watersnip, Boomvalk, Groene Specht, Zwarte Roodstaart, Paapje en Roodborsttapuit. Ook Witgat, Zwarte Ruiter (beide lastig in mei), Siberische Taling (tot 1 dag voor de Big Day ingevoerd), Gekraagde Roodstaart (broedt niet in de regio), Nachtegaal, Bosrietzanger (laat dit jaar vanwege het koude weer) en Dwergmeeuw waren goed mogelijk geweest. Met 115 soorten eindigde ons groepje op de 2e plaats, alleen de groep van Mark van Leeuwen, Daniel Benders en de mannen De Heer eindigde hoger dan wij (122 soorten).

Camera uittesten

Vrijdag 19 t/m 21 februari 2021

Dit weekend brengen we weer eens door op Texel. Uiteraard om te vogelen, maar zeker ook om mijn nieuwe camera op te halen en uit te testen (Canon EOS 7D Mark II met een vaste 400 mm lens). Jarenlang kwamen mijn foto’s via digiscoping (fotograferen door de telescoop) tot stand, maar vanaf nu komen daar dus foto’s via een spiegelreflex bij. Het mooie weer van dit weekend biedt genoeg gelegenheid om de camera eens flink uit te proberen, met een prima resultaat.

Nieuwe cameraset – new body and lens

De al wekenlang aanwezige 2kj Zwarte Zeekoet in de haven van Oudeschild moet natuurlijk met een bezoekje vereerd worden. Verder maken we een lange wandeltocht door de Slufter en de Muy (o.a. drie soorten leeuweriken) en enkele ritjes vanuit de mobiele schuilhut over het hele eiland. Genoeg leuke soorten en verrassenderwijs ook enkele die leuk willen meewerken. 😉

https://waarneming.nl/media/photo/033/480/33480931.jpg
Zwarte Zeekoet – Black Guillemot
Paarse Strandloper – Purple Sandpiper
Drieteenstrandloper – Sanderling
Roodkeelduiker – Red-throated Loon
Buizerd – Common Buzzard
Witbuikrotgans – Pale-bellied Brent Goose
Sneeuwgors – Snow Bunting
Gekleurringde Grote Zilverreiger uit Litouwen – color-ringed Great Egret (from Lithuania)
Smient met ietwat afwijkend koppatroon – Eurasian Wigeon with aberrant head pattern
Kleine Zwaan – Bewick’s Swan

De vogel die misschien wel het beste meewerkte, zat in de tuin van onze bungalow. Een man Sijs foerageert minutenlang op de elzenpropjes en laat zich fenomenaal bekijken en fotograferen.

Sijs – Eurasian Siskin

Jaarverslag 2020

In alles was 2020 een raar jaar. Gelukkig is 1 ding vertrouwd: een jaarverslag.

2020 in een notendop
In 2020 werden 3 nieuwe soorten voor Nederland waargenomen: Bergkalanderleeuwerik, Steppeplevier en Zwartkopzanger. Verder waren de veel bediscussieerde Amoerkwikstaart en Balkanvliegenvanger ook nog niet eerder in ons land gezien. Andere hoogtepunten waren de 2e Groene Fitis en Westelijke Orpheusgrasmus, 2e en 3e Bruine Gent (indien aanvaard), 3e Huisgierzwaluw, Balkankwikstaart en Rosse Waaierstaart, 4e Havikarend en Lachmeeuw, 5e Amerikaanse Oeverloper, 5e en 6e Steppearend, 7e Vale Lijster & Rotszwaluw en 8e Dunbekmeeuw.

Verder vielen de recordaantallen Struikrietzangers (in het voorjaar), Blauwstaarten (najaar) en Bruine Boszangers (najaar) op. Ook Pallas Boszanger en Grauwe Fitis waren goed vertegenwoordigd in het najaar, terwijl in het voorjaar veel zeldzame arenden gemeld werden. Vanaf mei werden ook opmerkelijk veel Roze Spreeuwen gezien. In het najaar was er verder de 2e twitchbare Goudlijster.


Mijn nieuwe soorten
Ondanks de vele goede soorten zag ik dit jaar ‘slechts’ 2 nieuwe soorten. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo voelde ik er weinig voor om in het voor- en najaar Texel te verlaten voor een goede soort. Sommige soorten (bv Groene Fitis, Steppeplevier) waren slechts kort aanwezig. Bovenal voelde ik er weinig voor om met de coronaperikelen de drukte en stress van twitches op te zoeken. Zonder de moraalridder uit te willen hangen (in sommige gevallen maakte ik er ook onderdeel van uit), maar soms verbaasde het gedrag van vogelaars mij wel dit jaar; ondanks de lockdowns en alle maatregelen kwamen de vogelaars toch van heinde en verre in grote groepen en vaak zonder mondkapje bijeen. Iedereen weet dat tijdens zulke momenten de regels niet altijd even goed opgevolgd kunnen worden. Vandaar dat ik dit jaar wat minder zeldzame soorten bezocht.

Mijn eerste nieuwe soort kwam pas op 26 september, tijdens mijn maandenlange vakantie op Texel. In de Texelse Whatsappgroep kwam op 26 september het bericht door dat een Poelsnip was opgedoken midden in Den Burg. Dat was niet aan dovemansoren besteed. Samen met Bram de Vries en Jonathan Janse, die een weekend langs kwamen, fietsten we naar dit dorpje toe om deze zeldzame vogel te twitchen. De vogel liet zich fenomenaal zien op korte afstand en op een absurde plek: midden in een woonwijk, in de lage begroeiing van een smalle slootkant. In Nederland wordt de soort vooral opvliegend uit hogere vegetatie gezien, dus dan is een bovenstaande waarneming redelijk uniek. De rest van het weekend was ook niet verkeerd trouwens, zo ontdekte Bram de eerste adulte Blauwstaart voor Nederland in de Tuintjes!

https://waarneming.nl/media/photo/031/064/31064579.jpg
Poelsnip – Great Snipe

Mijn tweede en laatste nieuwe soort was een nieuwe voor Nederland en tevens mijn persoonlijke hoogtepunt van het jaar. Op 25 oktober lagen Frank en ik rond het middaguur rustig op de bank op Texel, toen 1 appje met foto en onderschift “Begraafplaats De Cocksdorp NU!!” ons deed opveren. We zijn het huis nog nooit zo snel uit geweest als toen. Tien minuten later waren we op de betreffende locatie en hadden we de vogel, een BLACKPOLL WARBLER, in beeld. Deze Amerikaanse zanger (Nederlandse naam is Zwartkopzanger, maar bij Amerikaanse zangvogels is vooral de Engelse naam bekend onder Nederlandse vogelaars) was ontdekt door Han Zevenhuizen en liet zich in het eerste uur na de ontdekking prachtig bekijken. Daarna werd het lastiger de vogel te lokaliseren. De vogel verbleef uiteindelijk 3 dagen en is volop getwitcht, soms tot ongenoegen van de Texelse inwoners. Dit was alweer de 2e Amerikaanse zangvogel op Texel binnen korte tijd, want in 2018 zat binnen 500 meter van de begraafplaats een Roodoogvireo.

Locatie van de Blackpoll Warbler (Zwartkopzanger; foto: Frank vd Meer)

Door het afvoeren van Grote Canadese Gans van de Nederlandse lijst en het niet aanvaarden van de Sporenkievit zorgde dit voor de rare situatie dat ik dit jaar, ondanks 2 nieuwe soorten, hetzelfde aantal soorten heb als aan het begin van het jaar.


Andere hoogtepunten
Het jaar begon met de Buffelkopeend van Den Oever die we tijdens de terugweg van Texel bezochten. Verder zagen we tijdens een rondje Delta een fraaie, maar niet telbare Grote Trap en ook een Zwarte Zeekoet.

Vanwege corona zijn we tot en met april de regio niet uit geweest om te vogelen. Het leverde, op een Hop bij Reeuwijk na, geen echte zeldzaamheden op. Vanaf mei mochten we weer naar Texel en daar hoorden / zagen we o.a. een man Koningseider, een zingende Orpheusspotvogel in het park en twee zingende Struikrietzangers. Mijn hoogtepunt van het voorjaar was echter zonder twijfel de Kwartelkoning die dagenlang open en bloot langs het Renvogelveld liep. Geweldig om deze normaal zo verborgen levende soort zo goed en lang te kunnen bewonderen.

De Breedbekstrandloper van de Hoogekampseplas (Utrecht) op 29 mei betekende een nieuwe voor de provincielijst. In juni vormden de Aziatische Goudplevier en Dougalls Stern bij Camperduin een leuke combi. De Roodbuikwaterspreeuw in Zuid-Limburg was nog een nieuwe ondersoort voor me in Nederland. Eind augustus twitchen Frank en ik het Klein Waterhoen bij Budel en de Roze Pelikaan bij Staphorst. Qua dagvlinders en andere insecten waren er genoeg hoogtepunten: Dambordje, Scheefbloemwitje (beiden nieuw voor mij in Nederland), Staart-, Klaver– en Geraniumblauwtje, Spiegeldikkopje en Vliegend Hert. Ook de Dassen die we in Zuid-Limburg tegenkwamen, mogen niet vergeten worden.

Het najaar begon met de Bonapartes Strandloper van Medemblik. Verder bracht Texel veel hoogtepunten. Naast de Poelsnip en Blackpoll Warbler bracht het Waddeneiland mij in september en oktober o.a. een fraaie Grauwe Fitis op de zuidpunt, een slecht meewerkende jonge Roodkopklauwier, minstens 3 Bruine Boszangers, een 2e Blauwstaart (in het Krimbos), een verre vrouw Woestijntapuit, een twitchbare Siberische Boompieper in Dorpzicht en maar liefst 4 Vale Gierzwaluwen op de noordpunt op 1 dag. De Izabeltapuit was nog een nieuwe Texelsoort voor mij, terwijl een Grote Aalscholver in de haven van Oudeschild nog een nieuw taxon voor me was in heel Nederland.

De winter bracht een tweede Grote Aalscholver, nu in de haven van Stellendam. Tot slot gold dat driemaal scheepsrecht is voor de Utrechtse Zwartkeellijster, nadat we haar in april misten en een onbevredigende poging in december, liet het vrouwtje zich bij de derde poging wel goed bewonderen.


Net als in mijn andere jaarverslagen eindig ik dit jaar met een wens:

De Delta is altijd weer verrassend

Zondag 6 december 2020

Voor vandaag staat een rondje door de Delta op de planning. Tegen 9 uur verlaten Frank, Peter en ik Woerden voor de eerste bestemming. In Rhoon zit al enkele dagen een Roodkeelpieper. Aangekomen aan de rand van Rhoon kunnen we geen paden naar de juiste locatie vinden. Een tijdje lopen we langs het fietspad tevergeefs op zoek naar een opstapje over het hek. Aangezien er meer op het schema staat, blijven we hier niet langer en gaan we door met de route.

In Stellendam zien we wel leuke soorten. Een Zeekoet dobbert in de buitenhaven. Hier zien we ook een Aalscholver met weinig geel in de keelzak. Thuis wordt het vermoeden bevestigd: een Grote Aalscholver. Het enige betrouwbare kenmerk is de hoek die de gele keelzak maakt: kleiner dan 66 graden is Grote Aalscholver, van 66-72 graden kan het beide ondersoorten zijn en groter dan 72 graden is onze ondersoort van de Aalscholver. Onderstaande vogel heeft een hoek van 57 graden, dus ruim in de range van Grote Aalscholver.

Zeekoet – Common Guillemot (c Peter van der Meer)
https://waarneming.nl/media/photo/032/497/32497886.jpg
Grote Aalscholver – Atlantic Great Cormorant (ssp. carbo)

Tegenover de haven, op het Zuiderdiep, zwemt een vrouwtje Topper tussen de duikeenden. Iets verderop (ongeveer tussen Goedereede en de Kwade Hoek) zien we waarschijnlijk het hoogtepunt van de dag, want hier kunnen we uitgebreid een Grote Pieper bewonderen. Deze zeldzaamheid foerageert redelijk dichtbij in een weiland en laat zich minutenlang fraai zien. Dit betreft waarschijnlijk mijn beste waarneming van deze soort.

https://waarneming.nl/media/photo/032/498/32498697.jpg
Grote Pieper – Richard’s Pipit

De volgende stop is de Brouwersdam. Nog voordat we de auto uit zijn, pikt Frank een reusachtige vogel op boven zee: een Zeearend! Het blijken er zelfs 2 te zijn. Minutenlang vliegen ze boven de blokkendam van het ‘haventje’ en laten zich fantastisch bekijken. De vogels (een volwassen en een jong beest) zitten veel achter elkaar aan en spelen af en toe met elkaar, gaaf! Uiteindelijk verdwijnt het jonge beest ver de zee op, terwijl de adult recht over ons heen vliegt richting het Haringvliet. De Brouwersdam is verder goed voor de bekende specialiteiten: o.a. 2 IJseenden, Zeekoet, Paarse Strandlopers en een late groep van 18 Grote Sterns. Een Pontische Meeuw van dit jaar staat bovendien tussen de meeuwen op de spuisluis.

Zeearend – White-tailed Eagle (c Peter van der Meer)
1kj Pontische Meeuw – 1cy Caspian Gull (c Peter van der Meer)

Vervolgens gaan we door naar onze verste bestemming: op Neeltje Jans rijden we alle havens af op zoek naar leuke soorten. De hoogtepunten zijn fijn: behalve veel Middelste Zaagbekken en Futen zien we ook een Kuifduiker, 2 Dwergmeeuwen en een zwemmende adulte Kuifaalscholver.

Voordat we wederom de Brouwersdam bezoeken voor een tweede en laatste blik vogelen we in de ruime omgeving van de Plompetoren. Erg vrolijk worden we van een groepje van 4 Patrijzen, een soort die we veel te weinig zien. Boven de Oosterschelde vliegen een jonge Drieteenmeeuw en Grote Stern een stuk met ons mee. Net voor de afslag naar de Brouwersdam zien we ook nog 3 Kleine Rietganzen in een gemengde groep ganzen.

1kj Drieteenmeeuw – 1cy Black-legged Kittiwake (c Peter van der Meer)

Het tweede bezoek aan de Brouwersdam is meer van hetzelfde, al zwemt achter de blokkendam bij het bekende ‘haventje’ een Parelduiker op grote afstand. Het licht neemt inmiddels snel af en met zo’n waslijst aan mooie soorten wordt het tijd om een punt achter deze vogeldag te zetten.

Na 5 jaar weer een Klein Waterhoen

Zondag 23 augustus 2020

Vandaag rijden Frank en ik naar het Brabantse Budel. Reden voor ons bezoekje aan Brabant is een juveniel Klein Waterhoen dat Frank Neijts op 20 augustus vond in een klein vijvertje op een industrieterreintje. Nou zijn rallen toch al een van mijn favoriete vogelfamilies: met hun mysterieuze gedrag en hun teruggetrokken levensstijl is het zien van de meeste soorten rallen bepaald geen gemakkelijke opgave. Van het Brabantse waterhoen verschijnen vanaf de eerste dag al geweldige foto’s en valt te lezen dat de vogel behoorlijk tam is en zich niets van de vogelaars aantrekt.

Tijdens ons verblijf duurt het even voordat de vogel in beeld komt. Aanvankelijk loopt de vogel in een begroeide greppel langs de rand van het industrieterrein. Hier laat de vogel zich al bij tijd en wijlen fantastisch bekijken op enkele meters afstand. Eenmaal loopt de vogel zelfs tussen iemands benen door. Na een tijdje verplaatst de ral zich naar de rand van het kleine vijvertje, waar de vogel minutenlang open en bloot langs de oever foerageert, op minder dan 2 meter. Wat een prachtig beestje! Onderstaande foto’s zijn gemaakt met een compactcamera (dus zonder digiscoping), om maar even aan te geven hoe dichtbij de ral zat.

Plek van de vogel (greppel)
Plek van de vogel (vijver)
Klein Waterhoen – Little Crake
Klein Waterhoen – Little Crake

Het gaat hier om een mijn 5e Klein Waterhoen in Nederland, na zichtwaarnemingen in de Lepelaarsplassen, Groene Jonker & Ruygeborg en een roepende vogel in de Weerribben.

Een succesvol weekendje in het Heuvelland

Donderdag 9 t/m zondag 12 juli 2020

Dit weekend was het tijd voor ons (bijna) jaarlijkse weekendje Zuid-Limburg. Een zeer geslaagd weekend durf ik wel te zeggen. We hadden 3 doelsoorten gesteld voor de 4 dagen: Braamparelmoervlinder, Dambordje en (Roodbuik)waterspreeuw. Alleen eerstgenoemde lukte helaas niet, de laatste twee waren nieuw in Nederland voor ons.

Dagvlinders waren het hoofddoel van dit weekend. In totaal zagen we 30 soorten, waarvan vele zeldzame. In onze bezoeken aan de Peelregio (heen- en terugweg), het Geuldal, Sint Pietersberg en de Piepert zagen we o.a. Bruin en Kaasjeskruiddikkopje, Boswitje, Klaver– en Staartblauwtje, Koninginnenpage, Spiegeldikkopje en Kleine IJsvogelvlinder. De twee Scheefbloemwitjes betekenden nog een nieuwe soort voor ons. Het hoogtepunt was natuurlijk het Dambordje dat we op de Sint Pietersberg zagen: een soort die we al langere tijd graag in Nederland wilden zien!

Ook vogels waren goed vertegenwoordigd tijdens het weekendje. In de Peelregio (Groote Peel, Weerterbos) merken we in totaal 4 Zwarte Ooievaars op, leuk! Hier horen we de zang van meerdere Wielewalen, we zien er zelfs eentje vliegen boven een open plek in het bos. In het Heuvelland horen of zien we o.a. Grauwe Klauwieren, een Grote Gele Kwikstaart, Vuurgoudhaantjes, Wespendief en een Rode Wouw. Een schitterende adulte Roodbuikwaterspreeuw betekende een nieuwe ondersoort voor ons in Nederland; over de grens hebben we deze ondersoort al wel gezien (o.a. in België en Duitsland), maar in ons eigen land moesten we het tot nu toe doen met de zwartbuikige variant. Sowieso is het altijd een feest om deze geweldige soort te kunnen aanschouwen.

Tot slot waren er ook andere hoogtepunten. Misschien wel het hoogtepunt van het weekend was een drietal Dassen waar we bij toeval tegenaan liepen. De marters liepen in de schemering op de rand van bos en weiland, waarschijnlijk bij hun burcht. Ook een man Zuidelijke Oeverlibel op de Sint Pietersberg is het noemen waard.

Twee goede soorten op 900 m van elkaar vandaan

Zaterdag 27 juni 2020

In de zomermaanden (circa vanaf half juni) is er op vogelgebied weinig te beleven. Steltlopers vormen hier wellicht een uitzondering op. Er wordt geregeld een leuke steltlopersoort gevonden in deze periode. Exact een jaar geleden keken Frank en ik bijvoorbeeld in Friesland naar de 1e Grijskopkievit van Nederland. Vandaag kunnen we langere tijd een fraaie Aziatische Goudplevier bewonderen. Deze soort is zeldzaam in ons land, maar wordt tegenwoordig wel jaarlijks waargenomen. Deze vogel, aanwezig in de weilanden achter natuurgebied De Putten tussen Camperduin en Petten, is alweer mijn 3e in Nederland (na 1 op Texel en 1 in de regio), maar pas de 1e in volledig zomerkleed. Samen met o.a. Sven Valkenburg, Erik-Jan Barten, Pieter Doorn, Bertus de Lange en Hans Tetteroo horen we de vogel zelfs meermaals roepen.

Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover
Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover

Vervolgens rijden we naar natuurgebied De Putten. In 2018 zag ik hier mijn 1e Dougalls Stern, de soort waarvoor we vandaag opnieuw dit gebied bezoeken. Al enkele dagen bezoekt deze dwaalgast de grote Grote Sternkolonie in dit gebied. Bij aankomst worden we al gelijk op de Dougalls Stern gewezen. De vogel zit voornamelijk aan de achterkant van de kolonie. Vaak zit het beest half verscholen achter een schelpenstrandje en dan is alleen een kruin, vleugelpunt of snavel zichtbaar. Eenmaal vliegt de vogel een rondje boven het gebied, waarbij hij een vis van een Visdief afhandig maakt. Naast deze zeldzame soort merken we o.a. meerdere Dwergsterns, een Visdief met een zwarte snavel en een Dwergmeeuw op, geen verkeerde score.

Dougalls Stern – Roseate Tern
Visdieven, Grote Sterns en Dwergstern – Common, Sandwich and Little Tern

Na dit geslaagde tripje rijden we nog langs Bergen aan Zee om naar Bruine Eikenpages te zoeken, maar aangezien het begonnen is met regenen, besluiten we niet uit te stappen en maar weer naar Woerden te rijden.

Onverwacht rondje Delta

Zondag 5 januari 2020

Een week na de ontdekking moet het er eindelijk maar eens van komen: een bezoekje brengen aan de Grote Trap bij Brielle (onder de rook van Rotterdam). Deze vogel werd daar tussen Kerst en Oud & Nieuw ontdekt en is individueel herkenbaar aan de groene kleurring en zender (met antenne). Dit beest is in gevangenschap grootgebracht en vervolgens in Oost-Duitsland losgelaten om de kwetsbare populatie te versterken. Daardoor is de vogel volgens de CDNA-regels niet telbaar, maar dat weerhoudt ons er niet van om deze imposante trap te bezoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal ter plekke hebben we de Grote Trap gelijk in beeld; zij foerageert op geruime afstand op een weiland en trekt zich niets aan van de paar aanwezige vogelaars en fotografen.

Duitse Grote Trap – marked Great Bustard (from Germany)

Nu we toch al in het Deltagebied zijn, besluiten we stukje bij beetje dieper de Delta in te rijden. We stoppen eerst bij de buitenhaven van Stellendam, waar een Roodkeelduiker en een Middelste Zaagbek de leukste soorten vormen. Binnendijks pikken we een paar mannetjes Pijlstaarten en een jonge Topper uit een grote groep duikeenden.

De volgende stop is de Brouwersdam. In het ‘haventje’ aan de noordkant van de dam zwemt een van de hoogtepunten van de dag: een Zwarte Zeekoet. Deze vogel zit relatief dichtbij en laat zich zowaar zelfs digiscopen.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Ook langs de rest van de Brouwersdam is het goed toeven. Zo zien we onder meer een Roodhalsfuut (zien we er erg weinig van in ons land), enkele Kuifduikers en Geoorde Futen, 2 rustende Slechtvalken op een baken in zee, een Paarse Strandloper, veel Middelste Zaagbekken en Brilduikers, en tot slot een fraaie man IJseend. Veel van deze soorten zitten lekker dicht langs de dam en laten zich dus goed bewonderen.

IJseend – Long-tailed Duck (c Peter van der Meer)

Omdat we nog tijd over hebben, besluiten we nog dieper Zeeland in te gaan en werkeiland Neeltje Jans met een bezoekje te vereren. Op weg daar naartoe merken we op Schouwen-Duiveland een derde Slechtvalk (op een paaltje vlak langs de weg, helaas geen parkeermogelijkheid) en een Kleine Zilverreiger op. Eenmaal op Neeltje Jans rijden we natuurlijk eerst langs de IJs- en Parelduiker, die op flinke afstand zwemmen (maar vooral duiken) in een van de havens. Bovendien zien we af en toe een vin van een Bruinvis langskomen, leuk! Minder geluk hebben we met de Kuifaalscholver(s) die vaak gezien worden rondom dit eiland. We rijden langs alle havens, checken alle dammen en pontons, maar deze zeldzame soort is ons niet gegeven.

Tot slot, het is al over drieën, besteden we het laatste daglicht op Schouwen-Duiveland, in de weilanden ten zuiden van Burgh-Haamstede. Veel zien we hier niet, maar de 2 Lepelaars en enkele Kleine en Grote Zilverreigers mogen natuurlijk niet onbenoemd blijven. En zo sluiten we een verrassend leuk dagje in de Delta af, met als absolute hoogtepunten natuurlijk de Grote Trap en Zwarte Zeekoet.