Camera uittesten

Vrijdag 19 t/m 21 februari 2021

Dit weekend brengen we weer eens door op Texel. Uiteraard om te vogelen, maar zeker ook om mijn nieuwe camera op te halen en uit te testen (Canon EOS 7D Mark II met een vaste 400 mm lens). Jarenlang kwamen mijn foto’s via digiscoping (fotograferen door de telescoop) tot stand, maar vanaf nu komen daar dus foto’s via een spiegelreflex bij. Het mooie weer van dit weekend biedt genoeg gelegenheid om de camera eens flink uit te proberen, met een prima resultaat.

Nieuwe cameraset – new body and lens

De al wekenlang aanwezige 2kj Zwarte Zeekoet in de haven van Oudeschild moet natuurlijk met een bezoekje vereerd worden. Verder maken we een lange wandeltocht door de Slufter en de Muy (o.a. drie soorten leeuweriken) en enkele ritjes vanuit de mobiele schuilhut over het hele eiland. Genoeg leuke soorten en verrassenderwijs ook enkele die leuk willen meewerken. 😉

https://waarneming.nl/media/photo/033/480/33480931.jpg
Zwarte Zeekoet – Black Guillemot
Paarse Strandloper – Purple Sandpiper
Drieteenstrandloper – Sanderling
Roodkeelduiker – Red-throated Loon
Buizerd – Common Buzzard
Witbuikrotgans – Pale-bellied Brent Goose
Sneeuwgors – Snow Bunting
Gekleurringde Grote Zilverreiger uit Litouwen – color-ringed Great Egret (from Lithuania)
Smient met ietwat afwijkend koppatroon – Eurasian Wigeon with aberrant head pattern
Kleine Zwaan – Bewick’s Swan

De vogel die misschien wel het beste meewerkte, zat in de tuin van onze bungalow. Een man Sijs foerageert minutenlang op de elzenpropjes en laat zich fenomenaal bekijken en fotograferen.

Sijs – Eurasian Siskin

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Jaarverslag 2020

In alles was 2020 een raar jaar. Gelukkig is 1 ding vertrouwd: een jaarverslag.

2020 in een notendop
In 2020 werden 3 nieuwe soorten voor Nederland waargenomen: Bergkalanderleeuwerik, Steppeplevier en Zwartkopzanger. Verder waren de veel bediscussieerde Amoerkwikstaart en Balkanvliegenvanger ook nog niet eerder in ons land gezien. Andere hoogtepunten waren de 2e Groene Fitis en Westelijke Orpheusgrasmus, 2e en 3e Bruine Gent (indien aanvaard), 3e Huisgierzwaluw, Balkankwikstaart en Rosse Waaierstaart, 4e Havikarend en Lachmeeuw, 5e Amerikaanse Oeverloper, 5e en 6e Steppearend, 7e Vale Lijster & Rotszwaluw en 8e Dunbekmeeuw.

Verder vielen de recordaantallen Struikrietzangers (in het voorjaar), Blauwstaarten (najaar) en Bruine Boszangers (najaar) op. Ook Pallas Boszanger en Grauwe Fitis waren goed vertegenwoordigd in het najaar, terwijl in het voorjaar veel zeldzame arenden gemeld werden. Vanaf mei werden ook opmerkelijk veel Roze Spreeuwen gezien. In het najaar was er verder de 2e twitchbare Goudlijster.


Mijn nieuwe soorten
Ondanks de vele goede soorten zag ik dit jaar ‘slechts’ 2 nieuwe soorten. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo voelde ik er weinig voor om in het voor- en najaar Texel te verlaten voor een goede soort. Sommige soorten (bv Groene Fitis, Steppeplevier) waren slechts kort aanwezig. Bovenal voelde ik er weinig voor om met de coronaperikelen de drukte en stress van twitches op te zoeken. Zonder de moraalridder uit te willen hangen (in sommige gevallen maakte ik er ook onderdeel van uit), maar soms verbaasde het gedrag van vogelaars mij wel dit jaar; ondanks de lockdowns en alle maatregelen kwamen de vogelaars toch van heinde en verre in grote groepen en vaak zonder mondkapje bijeen. Iedereen weet dat tijdens zulke momenten de regels niet altijd even goed opgevolgd kunnen worden. Vandaar dat ik dit jaar wat minder zeldzame soorten bezocht.

Mijn eerste nieuwe soort kwam pas op 26 september, tijdens mijn maandenlange vakantie op Texel. In de Texelse Whatsappgroep kwam op 26 september het bericht door dat een Poelsnip was opgedoken midden in Den Burg. Dat was niet aan dovemansoren besteed. Samen met Bram de Vries en Jonathan Janse, die een weekend langs kwamen, fietsten we naar dit dorpje toe om deze zeldzame vogel te twitchen. De vogel liet zich fenomenaal zien op korte afstand en op een absurde plek: midden in een woonwijk, in de lage begroeiing van een smalle slootkant. In Nederland wordt de soort vooral opvliegend uit hogere vegetatie gezien, dus dan is een bovenstaande waarneming redelijk uniek. De rest van het weekend was ook niet verkeerd trouwens, zo ontdekte Bram de eerste adulte Blauwstaart voor Nederland in de Tuintjes!

https://waarneming.nl/media/photo/031/064/31064579.jpg
Poelsnip – Great Snipe

Mijn tweede en laatste nieuwe soort was een nieuwe voor Nederland en tevens mijn persoonlijke hoogtepunt van het jaar. Op 25 oktober lagen Frank en ik rond het middaguur rustig op de bank op Texel, toen 1 appje met foto en onderschift “Begraafplaats De Cocksdorp NU!!” ons deed opveren. We zijn het huis nog nooit zo snel uit geweest als toen. Tien minuten later waren we op de betreffende locatie en hadden we de vogel, een BLACKPOLL WARBLER, in beeld. Deze Amerikaanse zanger (Nederlandse naam is Zwartkopzanger, maar bij Amerikaanse zangvogels is vooral de Engelse naam bekend onder Nederlandse vogelaars) was ontdekt door Han Zevenhuizen en liet zich in het eerste uur na de ontdekking prachtig bekijken. Daarna werd het lastiger de vogel te lokaliseren. De vogel verbleef uiteindelijk 3 dagen en is volop getwitcht, soms tot ongenoegen van de Texelse inwoners. Dit was alweer de 2e Amerikaanse zangvogel op Texel binnen korte tijd, want in 2018 zat binnen 500 meter van de begraafplaats een Roodoogvireo.

Locatie van de Blackpoll Warbler (Zwartkopzanger; foto: Frank vd Meer)

Door het afvoeren van Grote Canadese Gans van de Nederlandse lijst en het niet aanvaarden van de Sporenkievit zorgde dit voor de rare situatie dat ik dit jaar, ondanks 2 nieuwe soorten, hetzelfde aantal soorten heb als aan het begin van het jaar.


Andere hoogtepunten
Het jaar begon met de Buffelkopeend van Den Oever die we tijdens de terugweg van Texel bezochten. Verder zagen we tijdens een rondje Delta een fraaie, maar niet telbare Grote Trap en ook een Zwarte Zeekoet.

Vanwege corona zijn we tot en met april de regio niet uit geweest om te vogelen. Het leverde, op een Hop bij Reeuwijk na, geen echte zeldzaamheden op. Vanaf mei mochten we weer naar Texel en daar hoorden / zagen we o.a. een man Koningseider, een zingende Orpheusspotvogel in het park en twee zingende Struikrietzangers. Mijn hoogtepunt van het voorjaar was echter zonder twijfel de Kwartelkoning die dagenlang open en bloot langs het Renvogelveld liep. Geweldig om deze normaal zo verborgen levende soort zo goed en lang te kunnen bewonderen.

De Breedbekstrandloper van de Hoogekampseplas (Utrecht) op 29 mei betekende een nieuwe voor de provincielijst. In juni vormden de Aziatische Goudplevier en Dougalls Stern bij Camperduin een leuke combi. De Roodbuikwaterspreeuw in Zuid-Limburg was nog een nieuwe ondersoort voor me in Nederland. Eind augustus twitchen Frank en ik het Klein Waterhoen bij Budel en de Roze Pelikaan bij Staphorst. Qua dagvlinders en andere insecten waren er genoeg hoogtepunten: Dambordje, Scheefbloemwitje (beiden nieuw voor mij in Nederland), Staart-, Klaver– en Geraniumblauwtje, Spiegeldikkopje en Vliegend Hert. Ook de Dassen die we in Zuid-Limburg tegenkwamen, mogen niet vergeten worden.

Het najaar begon met de Bonapartes Strandloper van Medemblik. Verder bracht Texel veel hoogtepunten. Naast de Poelsnip en Blackpoll Warbler bracht het Waddeneiland mij in september en oktober o.a. een fraaie Grauwe Fitis op de zuidpunt, een slecht meewerkende jonge Roodkopklauwier, minstens 3 Bruine Boszangers, een 2e Blauwstaart (in het Krimbos), een verre vrouw Woestijntapuit, een twitchbare Siberische Boompieper in Dorpzicht en maar liefst 4 Vale Gierzwaluwen op de noordpunt op 1 dag. De Izabeltapuit was nog een nieuwe Texelsoort voor mij, terwijl een Grote Aalscholver in de haven van Oudeschild nog een nieuw taxon voor me was in heel Nederland.

De winter bracht een tweede Grote Aalscholver, nu in de haven van Stellendam. Tot slot gold dat driemaal scheepsrecht is voor de Utrechtse Zwartkeellijster, nadat we haar in april misten en een onbevredigende poging in december, liet het vrouwtje zich bij de derde poging wel goed bewonderen.


Net als in mijn andere jaarverslagen eindig ik dit jaar met een wens:

De Delta is altijd weer verrassend

Zondag 6 december 2020

Voor vandaag staat een rondje door de Delta op de planning. Tegen 9 uur verlaten Frank, Peter en ik Woerden voor de eerste bestemming. In Rhoon zit al enkele dagen een Roodkeelpieper. Aangekomen aan de rand van Rhoon kunnen we geen paden naar de juiste locatie vinden. Een tijdje lopen we langs het fietspad tevergeefs op zoek naar een opstapje over het hek. Aangezien er meer op het schema staat, blijven we hier niet langer en gaan we door met de route.

In Stellendam zien we wel leuke soorten. Een Zeekoet dobbert in de buitenhaven. Hier zien we ook een Aalscholver met weinig geel in de keelzak. Thuis wordt het vermoeden bevestigd: een Grote Aalscholver. Het enige betrouwbare kenmerk is de hoek die de gele keelzak maakt: kleiner dan 66 graden is Grote Aalscholver, van 66-72 graden kan het beide ondersoorten zijn en groter dan 72 graden is onze ondersoort van de Aalscholver. Onderstaande vogel heeft een hoek van 57 graden, dus ruim in de range van Grote Aalscholver.

Zeekoet – Common Guillemot (c Peter van der Meer)
https://waarneming.nl/media/photo/032/497/32497886.jpg
Grote Aalscholver – Atlantic Great Cormorant (ssp. carbo)

Tegenover de haven, op het Zuiderdiep, zwemt een vrouwtje Topper tussen de duikeenden. Iets verderop (ongeveer tussen Goedereede en de Kwade Hoek) zien we waarschijnlijk het hoogtepunt van de dag, want hier kunnen we uitgebreid een Grote Pieper bewonderen. Deze zeldzaamheid foerageert redelijk dichtbij in een weiland en laat zich minutenlang fraai zien. Dit betreft waarschijnlijk mijn beste waarneming van deze soort.

https://waarneming.nl/media/photo/032/498/32498697.jpg
Grote Pieper – Richard’s Pipit

De volgende stop is de Brouwersdam. Nog voordat we de auto uit zijn, pikt Frank een reusachtige vogel op boven zee: een Zeearend! Het blijken er zelfs 2 te zijn. Minutenlang vliegen ze boven de blokkendam van het ‘haventje’ en laten zich fantastisch bekijken. De vogels (een volwassen en een jong beest) zitten veel achter elkaar aan en spelen af en toe met elkaar, gaaf! Uiteindelijk verdwijnt het jonge beest ver de zee op, terwijl de adult recht over ons heen vliegt richting het Haringvliet. De Brouwersdam is verder goed voor de bekende specialiteiten: o.a. 2 IJseenden, Zeekoet, Paarse Strandlopers en een late groep van 18 Grote Sterns. Een Pontische Meeuw van dit jaar staat bovendien tussen de meeuwen op de spuisluis.

Zeearend – White-tailed Eagle (c Peter van der Meer)
1kj Pontische Meeuw – 1cy Caspian Gull (c Peter van der Meer)

Vervolgens gaan we door naar onze verste bestemming: op Neeltje Jans rijden we alle havens af op zoek naar leuke soorten. De hoogtepunten zijn fijn: behalve veel Middelste Zaagbekken en Futen zien we ook een Kuifduiker, 2 Dwergmeeuwen en een zwemmende adulte Kuifaalscholver.

Voordat we wederom de Brouwersdam bezoeken voor een tweede en laatste blik vogelen we in de ruime omgeving van de Plompetoren. Erg vrolijk worden we van een groepje van 4 Patrijzen, een soort die we veel te weinig zien. Boven de Oosterschelde vliegen een jonge Drieteenmeeuw en Grote Stern een stuk met ons mee. Net voor de afslag naar de Brouwersdam zien we ook nog 3 Kleine Rietganzen in een gemengde groep ganzen.

1kj Drieteenmeeuw – 1cy Black-legged Kittiwake (c Peter van der Meer)

Het tweede bezoek aan de Brouwersdam is meer van hetzelfde, al zwemt achter de blokkendam bij het bekende ‘haventje’ een Parelduiker op grote afstand. Het licht neemt inmiddels snel af en met zo’n waslijst aan mooie soorten wordt het tijd om een punt achter deze vogeldag te zetten.

Na 5 jaar weer een Klein Waterhoen

Zondag 23 augustus 2020

Vandaag rijden Frank en ik naar het Brabantse Budel. Reden voor ons bezoekje aan Brabant is een juveniel Klein Waterhoen dat Frank Neijts op 20 augustus vond in een klein vijvertje op een industrieterreintje. Nou zijn rallen toch al een van mijn favoriete vogelfamilies: met hun mysterieuze gedrag en hun teruggetrokken levensstijl is het zien van de meeste soorten rallen bepaald geen gemakkelijke opgave. Van het Brabantse waterhoen verschijnen vanaf de eerste dag al geweldige foto’s en valt te lezen dat de vogel behoorlijk tam is en zich niets van de vogelaars aantrekt.

Tijdens ons verblijf duurt het even voordat de vogel in beeld komt. Aanvankelijk loopt de vogel in een begroeide greppel langs de rand van het industrieterrein. Hier laat de vogel zich al bij tijd en wijlen fantastisch bekijken op enkele meters afstand. Eenmaal loopt de vogel zelfs tussen iemands benen door. Na een tijdje verplaatst de ral zich naar de rand van het kleine vijvertje, waar de vogel minutenlang open en bloot langs de oever foerageert, op minder dan 2 meter. Wat een prachtig beestje! Onderstaande foto’s zijn gemaakt met een compactcamera (dus zonder digiscoping), om maar even aan te geven hoe dichtbij de ral zat.

Plek van de vogel (greppel)
Plek van de vogel (vijver)
Klein Waterhoen – Little Crake
Klein Waterhoen – Little Crake

Het gaat hier om een mijn 5e Klein Waterhoen in Nederland, na zichtwaarnemingen in de Lepelaarsplassen, Groene Jonker & Ruygeborg en een roepende vogel in de Weerribben.

Een succesvol weekendje in het Heuvelland

Donderdag 9 t/m zondag 12 juli 2020

Dit weekend was het tijd voor ons (bijna) jaarlijkse weekendje Zuid-Limburg. Een zeer geslaagd weekend durf ik wel te zeggen. We hadden 3 doelsoorten gesteld voor de 4 dagen: Braamparelmoervlinder, Dambordje en (Roodbuik)waterspreeuw. Alleen eerstgenoemde lukte helaas niet, de laatste twee waren nieuw in Nederland voor ons.

Dagvlinders waren het hoofddoel van dit weekend. In totaal zagen we 30 soorten, waarvan vele zeldzame. In onze bezoeken aan de Peelregio (heen- en terugweg), het Geuldal, Sint Pietersberg en de Piepert zagen we o.a. Bruin en Kaasjeskruiddikkopje, Boswitje, Klaver– en Staartblauwtje, Koninginnenpage, Spiegeldikkopje en Kleine IJsvogelvlinder. De twee Scheefbloemwitjes betekenden nog een nieuwe soort voor ons. Het hoogtepunt was natuurlijk het Dambordje dat we op de Sint Pietersberg zagen: een soort die we al langere tijd graag in Nederland wilden zien!

Ook vogels waren goed vertegenwoordigd tijdens het weekendje. In de Peelregio (Groote Peel, Weerterbos) merken we in totaal 4 Zwarte Ooievaars op, leuk! Hier horen we de zang van meerdere Wielewalen, we zien er zelfs eentje vliegen boven een open plek in het bos. In het Heuvelland horen of zien we o.a. Grauwe Klauwieren, een Grote Gele Kwikstaart, Vuurgoudhaantjes, Wespendief en een Rode Wouw. Een schitterende adulte Roodbuikwaterspreeuw betekende een nieuwe ondersoort voor ons in Nederland; over de grens hebben we deze ondersoort al wel gezien (o.a. in België en Duitsland), maar in ons eigen land moesten we het tot nu toe doen met de zwartbuikige variant. Sowieso is het altijd een feest om deze geweldige soort te kunnen aanschouwen.

Tot slot waren er ook andere hoogtepunten. Misschien wel het hoogtepunt van het weekend was een drietal Dassen waar we bij toeval tegenaan liepen. De marters liepen in de schemering op de rand van bos en weiland, waarschijnlijk bij hun burcht. Ook een man Zuidelijke Oeverlibel op de Sint Pietersberg is het noemen waard.

Twee goede soorten op 900 m van elkaar vandaan

Zaterdag 27 juni 2020

In de zomermaanden (circa vanaf half juni) is er op vogelgebied weinig te beleven. Steltlopers vormen hier wellicht een uitzondering op. Er wordt geregeld een leuke steltlopersoort gevonden in deze periode. Exact een jaar geleden keken Frank en ik bijvoorbeeld in Friesland naar de 1e Grijskopkievit van Nederland. Vandaag kunnen we langere tijd een fraaie Aziatische Goudplevier bewonderen. Deze soort is zeldzaam in ons land, maar wordt tegenwoordig wel jaarlijks waargenomen. Deze vogel, aanwezig in de weilanden achter natuurgebied De Putten tussen Camperduin en Petten, is alweer mijn 3e in Nederland (na 1 op Texel en 1 in de regio), maar pas de 1e in volledig zomerkleed. Samen met o.a. Sven Valkenburg, Erik-Jan Barten, Pieter Doorn, Bertus de Lange en Hans Tetteroo horen we de vogel zelfs meermaals roepen.

Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover
Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover

Vervolgens rijden we naar natuurgebied De Putten. In 2018 zag ik hier mijn 1e Dougalls Stern, de soort waarvoor we vandaag opnieuw dit gebied bezoeken. Al enkele dagen bezoekt deze dwaalgast de grote Grote Sternkolonie in dit gebied. Bij aankomst worden we al gelijk op de Dougalls Stern gewezen. De vogel zit voornamelijk aan de achterkant van de kolonie. Vaak zit het beest half verscholen achter een schelpenstrandje en dan is alleen een kruin, vleugelpunt of snavel zichtbaar. Eenmaal vliegt de vogel een rondje boven het gebied, waarbij hij een vis van een Visdief afhandig maakt. Naast deze zeldzame soort merken we o.a. meerdere Dwergsterns, een Visdief met een zwarte snavel en een Dwergmeeuw op, geen verkeerde score.

Dougalls Stern – Roseate Tern
Visdieven, Grote Sterns en Dwergstern – Common, Sandwich and Little Tern

Na dit geslaagde tripje rijden we nog langs Bergen aan Zee om naar Bruine Eikenpages te zoeken, maar aangezien het begonnen is met regenen, besluiten we niet uit te stappen en maar weer naar Woerden te rijden.

Onverwacht rondje Delta

Zondag 5 januari 2020

Een week na de ontdekking moet het er eindelijk maar eens van komen: een bezoekje brengen aan de Grote Trap bij Brielle (onder de rook van Rotterdam). Deze vogel werd daar tussen Kerst en Oud & Nieuw ontdekt en is individueel herkenbaar aan de groene kleurring en zender (met antenne). Dit beest is in gevangenschap grootgebracht en vervolgens in Oost-Duitsland losgelaten om de kwetsbare populatie te versterken. Daardoor is de vogel volgens de CDNA-regels niet telbaar, maar dat weerhoudt ons er niet van om deze imposante trap te bezoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal ter plekke hebben we de Grote Trap gelijk in beeld; zij foerageert op geruime afstand op een weiland en trekt zich niets aan van de paar aanwezige vogelaars en fotografen.

Duitse Grote Trap – marked Great Bustard (from Germany)

Nu we toch al in het Deltagebied zijn, besluiten we stukje bij beetje dieper de Delta in te rijden. We stoppen eerst bij de buitenhaven van Stellendam, waar een Roodkeelduiker en een Middelste Zaagbek de leukste soorten vormen. Binnendijks pikken we een paar mannetjes Pijlstaarten en een jonge Topper uit een grote groep duikeenden.

De volgende stop is de Brouwersdam. In het ‘haventje’ aan de noordkant van de dam zwemt een van de hoogtepunten van de dag: een Zwarte Zeekoet. Deze vogel zit relatief dichtbij en laat zich zowaar zelfs digiscopen.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Ook langs de rest van de Brouwersdam is het goed toeven. Zo zien we onder meer een Roodhalsfuut (zien we er erg weinig van in ons land), enkele Kuifduikers en Geoorde Futen, 2 rustende Slechtvalken op een baken in zee, een Paarse Strandloper, veel Middelste Zaagbekken en Brilduikers, en tot slot een fraaie man IJseend. Veel van deze soorten zitten lekker dicht langs de dam en laten zich dus goed bewonderen.

IJseend – Long-tailed Duck (c Peter van der Meer)

Omdat we nog tijd over hebben, besluiten we nog dieper Zeeland in te gaan en werkeiland Neeltje Jans met een bezoekje te vereren. Op weg daar naartoe merken we op Schouwen-Duiveland een derde Slechtvalk (op een paaltje vlak langs de weg, helaas geen parkeermogelijkheid) en een Kleine Zilverreiger op. Eenmaal op Neeltje Jans rijden we natuurlijk eerst langs de IJs- en Parelduiker, die op flinke afstand zwemmen (maar vooral duiken) in een van de havens. Bovendien zien we af en toe een vin van een Bruinvis langskomen, leuk! Minder geluk hebben we met de Kuifaalscholver(s) die vaak gezien worden rondom dit eiland. We rijden langs alle havens, checken alle dammen en pontons, maar deze zeldzame soort is ons niet gegeven.

Tot slot, het is al over drieën, besteden we het laatste daglicht op Schouwen-Duiveland, in de weilanden ten zuiden van Burgh-Haamstede. Veel zien we hier niet, maar de 2 Lepelaars en enkele Kleine en Grote Zilverreigers mogen natuurlijk niet onbenoemd blijven. En zo sluiten we een verrassend leuk dagje in de Delta af, met als absolute hoogtepunten natuurlijk de Grote Trap en Zwarte Zeekoet.

Jaaroverzicht 2019

Ook dit jaar kan een jaaroverzicht niet ontbreken.

2019 in een notendop
Het jaar 2019 was een bijzonder jaar. Er werden maar liefst 8 nieuwe soorten voor ons land vastgesteld: Schildraaf, Indische Kievit, Groene Fitis, Grijskopkievit, Sakervalk, Alaskastrandloper, Grote Vale Spotvogel en Kleine Regenwulp. Daarnaast hebben we ook nog de ‘Schierzwaluw‘, wat mogelijkerwijs zelfs een nieuwe soort voor geheel Europa is, en de Grijskoppurperkoet. Ook qua knallers was dit jaar goed bedeeld: o.a. de 2e Mirtezanger, 3e Audouins Meeuw en Monniksgier, 4e Bruine Lijster, 3e en 4e Bruine Klauwier, 4e Turkestaanse Klauwier, 5e Steltstrandloper, 8e Dwergaalscholver en de 1e twitchbare Kalanderleeuwerik en Witkeelgors (beide 6e voor NL).

Ondanks dit hoge aantal klappers is er toch genoeg aan te merken op dit jaar. Een aantal van bovengenoemde soorten was zeer moeizaam of helemaal niet twitchbaar (o.a. Sakervalk, Audouins Meeuw, Witkeelgors); aan anderen hing een verdacht luchtje aan de herkenning (Groene Fitis, Schierzwaluw) of status van de vogel (Schildraaf, Indische Kievit).

Mijn nieuwe soorten
Op donderdag 27 juni is het tijd voor mijn eerste van de 8 nieuwe soorten dit jaar. Op deze dag wordt namelijk een Grijskopkievit bij Workum (Friesland) gevonden. Dat sloeg in als een bom: niet alleen is deze soort nog nooit eerder in ons land vastgesteld, ook in Europa zijn er maar enkele gevallen van deze soort. In Workum is het de hele dag dan ook een drukte van belang. Wij (Robert van Tiel, Julian & Nathaniël Bosch, mijn broer Frank en ik) twitchen de vogel in de loop van de avond. Gelukkig werkt de kievit erg goed mee en laat zich de hele dag aan vele 100-en belangstellenden zien. Uiteindelijk heeft de kievit (afkomstig uit Oost-Azië) het twee dagen uitgehouden in Friesland.

Grijskopkievit – Grey-headed Lapwing

Waarschijnlijk mijn meest dubieuze nieuwe soort van dit jaar is de Schildraaf. Deze vogel werd voor het eerst op 22 mei gezien, in Den Oever, en zwierf later door Friesland en Groningen. Vanaf half juli heeft de kraai een vaste stek gevonden in Leeuwarden, op het moment van schrijven zit de vogel daar nog steeds. Zelf zag ik de vogel op 5 (weekendje in het noorden) en 18 augustus (twitch Alaskastrandloper). Over de determinatie is geen twijfel, over de status des te meer: de grote vraag is of deze Afrikaanse soort hier op eigen kracht is gekomen of de mens (lees: boot) een handje geholpen heeft.

Schildraaf – Pied Crow

Half augustus was een leuke periode voor Amerikaanse steltlopers in de regio. Na een Amerikaanse Goudplevier in Willeskop op 11 augustus (zie onder) was het in de avond van 14 augustus raak: Pim Rijk vond een Steltstrandloper in Waverhoek. Helaas te laat voor mij, want vanaf Wageningen is het niet meer te halen. Na een spannend nachtje wordt de vogel de volgende ochtend gelukkig al weer vroeg teruggevonden, en dus zien mijn vader, Bram de Vries en ik nog diezelfde middag de vogel. Ook op 17 augustus zie ik deze dwaalgast. Leuk is dat dezelfde vogel een paar dagen eerder in Noord-Ierland gezien is. Het gaat hier om het 5e geval voor ons land.

De 18e van augustus was een opmerkelijke dag met 2 nieuwe soorten met een verhaal. Samen met Gert Vonk en Frank maak ik een rondje door Friesland. Het hoofddoel is uiteraard de 1e Alaskastrandloper voor Nederland die Wim van Zwieten op 15 augustus vond bij Westhoek, Friesland. Urenlang kijken we met tientallen vogelaars de tienduizenden strandlopers af op deze hoogwatervluchtplaats, veelal in de stromende regen. Omdat de juiste vogel maar niet in beeld wilde komen, besluiten we uit armoede maar naar de isabelklauwier bij het Lauwersmeer te rijden. Op dat moment zijn we er niet op bedacht dat we hoogstwaarschijnlijk niet naar een Daurische, maar naar onze 1e Turkestaanse Klauwier kijken. Net op het moment dat we willen terugkeren naar Westhoek wordt de Alaskastrandloper daar weer teruggevonden. Een zenuwslopend ritje volgt. Als we een uurtje later de Waddendijk bij Westhoek oplopen, zien Gert en ik de Alaskastrandloper nog net een tel door iemand anders telescoop voordat de hele groep opvliegt. In dat korte tijdbestek zie ik uiteraard amper iets aan de vogel, mede door de grote afstand. Frank kan de vogel niet eens vinden. Met afstand mijn slechtste waarneming van een nieuwe soort ooit en als de soort niet zo zeldzaam was, zou ik hem nooit geteld hebben.

De volgende twitches verlopen gelukkig een stukje soepeler. Op 28 september bezoeken we een rommelhoek bij Noordwijkerhout, waar al enkele dagen een Bosgors bivakkeert. Deze gors wordt weliswaar jaarlijks in ons land vastgesteld, maar veelal betreft het vogels aan de grond op moeilijk bereikbare Waddeneilanden of overvliegende exemplaren waar je ook weinig aan hebt. Dit exemplaar is dan ook erg welkom. Leuk is ook dat een tamme Dwerggors in hetzelfde groenstrookje verblijft.

De 7e is misschien wel de beste van allemaal. Op 12 oktober wordt namelijk bekend dat er een gekke, grijze spotvogel zit in een tuin in Wormer (net ten noorden van Amsterdam). De identiteit is dan nog niet gelijk duidelijk, al ziet ‘ie er wel erg spannend uit. Twee dagen later, op maandag 14 oktober, maken Frank en ik samen met Arend Wassink vanaf Texel de oversteek naar het vasteland om de vogel met een bezoekje te vereren. De eerste dagen is er veel discussie over de determinatie: een bleke gewone Spotvogel, Oostelijke Vale of misschien zelfs Grote Vale Spotvogel? Uiteindelijk blijkt het de zeldzaamste optie, de eerste Grote Vale Spotvogel voor West-Europa is een feit. Al weet ik eigenlijk niet wat bijzonderder is: een Grote Vale Spotvogel in Nederland of Arend die een vogel op het vasteland twitcht.

Grote Vale Spotvogel – Upcher’s Warbler

Tot slot hebben we misschien wel het beste kerstcadeau voor vogelaars ooit. Op 23 december vond Sytze Algera bij Schagen namelijk Nederlands eerste Kleine Regenwulp. Het duurde tot Eerste kerstdag tot Frank, mijn vader, Tim Langerak en ik vrij konden maken voor deze gigantische knaller. Leuk is dat een paar honderd meter verderop een Kleine Trap zit.

https://waarneming.nl/media/photo/024/402/24402916.jpg
Kleine Regenwulp – Little Curlew

Verder
Buiten de bovenstaande nieuwe soorten was het een rustig jaar qua zeldzaamheden. De Oosterse Tortel van Limmen liet zich op 26 januari maar moeizaam zien. Dat was mijn derde Oosterse Tortel in Nederland: twee Meena’s en een niet op ondersoort aanvaarde vogel. Een andere winterse zeldzaamheid was de Wageningse Notenkraker. Op 1 februari liet de vogel zich nog wel zien, daarna heb ik nog geregeld gezocht maar was de vogel voor mij onvindbaar. Het voorjaar kenmerkte zich (voor mij) met weinig leuke soorten. Het hoogtepunt werd gevormd door 2 Orpheusspotvogels, eentje op 18 mei op Texel en eentje op 15 juni in Haarzuilens, Utrecht.

Qua zeldzame vogels was de zomer rustig, maar qua zeldzame insecten was de zomer erg aardig. Op 16 juni zag ik mijn 1e Iepenpages bij Winterswijk. In het uiterste zuiden van Limburg zag ik o.a. Bruin Dikkopje, Veldparelmoervlinder en Dwergblauwtje, terwijl we ook meerdere Kleine Tanglibellen, Gaffelwaterjuffers (beide nieuw) en een (helaas dood) Vliegend Hert vonden.

Een zeer leuke regiosoort was de Amerikaanse Goudplevier die op 11 augustus in Willeskop liep. Dit was de allereerste voor de provincie Utrecht en mijn 2e in Nederland. Twee Texelse hoogtepunten in het najaar waren de Blauwvleugeltaling van het Grote Vlak en de erg late Struikrietzanger van Den Burg. Niet alles was succesvol, want veel dwaalgasten in het najaar waren helaas niet weggelegd voor mij: o.a. de Mirtezanger (Schiermonnikoog) en Witkeelgors (Maasvlakte) lieten zich na urenlang zoeken niet zien. De Kuifleeuwerik van Apeldoorn mag natuurlijk niet onbenoemd blijven. Dat was de vierde locatie alweer in ons land waar ik deze (inmiddels voormalige broed)vogel zag. Tot slot vormde een Kleine Trap bij Schagen een fijne bonus bij de Kleine Regenwulp. Mijn 3e alweer in Nederland na een man op de Veluwe en een vrouw in Arkemheen.

Ik sluit af met de bekende woorden:

Kerstkaart

Geweldig kerstcadeau

Woensdag 25 december 2019

Twee dagen terug, op 23 december, vond Sytze Algera een vreemde wulp tussen de vele Wulpen in een polder bij Schagen. Samen met Fred Visscher kwamen ze uit op een Kleine Regenwulp, een soort die nog nooit in ons land gezien is en ook in de rest van Europa extreem zeldzaam is (maar 8 gevallen). Diezelfde dag werd de vogel teruggevonden en de determinatie bevestigd. Ook gisteren werd de vogel veelvuldig getwitcht, al was deze dwaalgast vliegerig. Mooie bonus is dat zoekers een Kleine Trap vonden. Daarom maken mijn vader, broer en ik het plan om vandaag die kant op te gaan. Tim Langerak is onze metgezel.

Rond 9 uur staan we bij het station van Woerden om Tim op te pikken en reizen we af naar het noorden. Vlak voor we de bestemming bereiken, volgt al het geruststellende bericht dat de vogel teruggevonden is. Rond tien uur stappen we gauw de auto uit en kunnen we dankzij andere vogelaars (waaronder genoeg bekenden) gelijk een blik werpen op de Kleine Regenwulp, die op grote afstand tussen de vele Wulpen loopt.

Al snel besluiten we om te rijden, omdat de vogel vanaf de andere kant veel dichterbij te zien zou moeten zijn. Een goede keuze, want een paar minuten later kunnen we deze dwaalgast (broedvogel van Oost-Siberië, die normaal overwintert in Australië) van veel dichterbij zien. De vogel zit nu op circa 200 meter, is door de telescoop prachtig te zien maar voor goede foto’s nog net iets te ver weg. Een opmerkelijk beestje: een flinke slag kleiner dan de Wulpen, met een veel lichtere kop en opvallender koppatroon. Ook de snavel is een stuk minder ‘overdreven’ dan die van de Wulp.

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Dat ging veel makkelijker dan gedacht, zeker de verhalen van gisteren in het achterhoofd houdend. Daarom bezoeken we later de Kleine Trap die een paar honderd meter verderop zit. Ook bij deze zeldzaamheid is het aanschuiven geblazen, want de trap is constant in beeld. Erg leuke bijvangst! Dit betekende mijn derde Kleine Trap, na een mannetje op de Hoge Veluwe (september 2011) en een vogel bij Nijkerk (januari 2015).

Kleine Trap – Little Bustard

Aan het eind van de ochtend rijden we weer naar huis en na een voorspoedige rit zijn we mooi op tijd weer thuis, met 2 geweldige soorten op zak.

Twee ritjes naar Gelderland

Zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019

Dit weekend wordt er voor het eerst sinds tijden weer eens serieus gevogeld. Gisteren hebben we met het hele gezin gezellig een stuk over de Veluwe gestruind. In Planken Wambuis bij Ede is het koud, met zelfs vorst aan de grond. Qua vogels is het een leuk tochtje. De hoogtepunten worden gevormd door een druk hakkende man Kleine Bonte Specht en een uit de verte roepende Zwarte Specht, terwijl een Klapekster de boomtoppen van de heide bewoont.

Planken Wambuis 1
Planken Wambuis (foto: Frank vd Meer)

Vandaag staat een tochtje langs de Randmeren op het programma, leuk om weer eens grote groepen van duizenden eenden af te kijken op zeldzame soorten. Dat is de afgelopen dagen ook het idee geweest van andere vogelaars, gezien de 2 Kleine Toppers en de Ringsnaveleend die afgelopen week gevonden zijn. Het weer gooit echter roet in het eten, want als we het water bij Harderwijk naderen, trekt een dicht misthaag zich op. Aangezien het zicht minder dan enkele meters is, heeft doorgaan geen enkel nut.

Dus rijden we maar door naar Apeldoorn, waar al enige tijd een Kuifleeuwerik zit. Sinds 2015, toen de laatste vogel uit Den Bosch verdween, is deze voormalige broedvogel een dwaalgast in ons land. En dus trekt deze nieuwe vogel veel bezoekers, zeker onder de jongere vogelaars. De vogel is snel gevonden, is erg tam en laat zich fantastisch zien op enkele meters. Een geweldige vogel. Hij zit zelfs zachtjes (binnensmonds) te zingen. Hopelijk houdt het beest het nog even uit op deze plek.

Kuifleeuwerik – Crested Lark