Maandelijkse archieven: juni, 2014

Rustig dagje met toch een leuke soort

Zondag 15 juni 2014

Afgelopen dinsdag ontdekte Aat Schaftenaar een Orpheusspotvogel op de Maarnse Berg op de Utrechtse Heuvelrug. Deze Zuidwest-Europese equivalent van ‘onze’ spotvogel is niet extreem zeldzaam meer in Nederland. Vooral in Zuid-Limburg is de soort tegenwoordig jaarlijks te vinden, maar buiten ZO-Nederland is de soort toch erg zeldzaam. Zo gaat het hier pas om het tweede geval ooit voor de provincie Utrecht (na een discutabele vogel bij Amerongen in 2010). Zelf heb ik pas twee waarnemingen van de soort. Mijn eerste Orpheus hoorde ik in juni 2011 (in de Kampina, Noord-Brabant), maar dit exemplaar wilde zich niet laten zien en zong bovendien erg onregelmatig (erg bevredigend was het dus niet). Mijn tweede en tot nu toe laatste waarneming van deze soort betrof een (stille) najaarsvogel op de camping de Robbenjager op Texel, eveneens in (september) 2011. Het wordt dus wel wel weer eens tijd voor een nieuwe waarneming van deze soort en dit is een uitgelezen kans, zeker na de leuke foto’s die op het net verschijnen van onder meer Luuk Punt.

Aan het eind van de ochtend rijden we de parkeerplaats aan de Bergweg in Maarn op. Het vinden van de vogel is niet erg moeilijk. Als we aankomen op de plek (rand van een open veld waar enkele kleine naaldbomen en berken opkomen), zien we al enkele andere vogelaars staan. Enkele minuten later zien we de vogel vanuit een berkje zingen. Het fotograferen van de vogel is een lastiger verhaal, zeker omdat de vogel vaak half verscholen tussen de bladeren of half achter andere dennetjes zat, maar met onderstaande foto’s ben ik toch wel tevreden ­čÖé Ook lukt het me een opname van de zang te maken, zie hier.

Orpheusspotvogel – Melodious Warbler

Orpheusspotvogel – Melodious Warbler

Orpheusspotvogel – Melodious Warbler

De Orpheusspovogel is niet de enige soort die we in dit gebiedje zien. Zo zingen twee Boompiepers en zien we overvliegende Buizerds, een Sperwer en een Havik. Ook andere soortgroepen zijn aanwezig, zo zien we een Groot Dikkopje, Atalanta’s (beide dagvlinders), een Grote Keizerlibel en enkele Gewone Oeverlibellen.

Gewone Oeverlibel met zeer beschadigde rechter achtervleugel – Black-tailed Skimmer with damaged right wing

Insecten zijn de bom

Zondag 8 en maandag 9 juni 2014

Zondag
Gezien de goede weersvoorspellingen die voor vandaag afgegeven worden, hebben we met Marianne W├╝stenhoff, Maria van Antwerpen en Anne Hueber afgesproken om naar libellen te gaan kijken in de Weerribben. We stoppen eerst bij een nieuwe uitkijktoren aan de westkant van het Woldlakebos. Deze toren kijkt uit over een nieuw natuurontwikkelingsgebied. Hier zien we een adult zomer Roodhalsfuut, 2 Zomertalingen en een bewoonde broedwand voor Oeverzwaluwen.

In het Woldlakebos (onze volgende stop) blijkt het aanvankelijk nogal tegen te zitten, met geregeld fikse buien en enorme aantallen muggen die het massaal op ons voorzien lijken te hebben. We laten ons echter niet uit het veld slaan door deze tegenvallers en dat is goed ook, want na regen komt zonneschijn (in dit geval letterlijk). Rond 14.00 uur klaart het gelukkig op en direct neemt het aantal libellen in dit bos explosief toe: overal vliegen Viervlekken en Bruine Korenbouten en met iets meer moeite vinden we enkele Smaragdlibellen, Vroege Glazenmakers, Grote Keizerlibellen, Gevlekte Witsnuitlibellen, een Glassnijder en wat Grote Roodoogjuffers. Een vriendelijke libellenman wijst ons op het hoogtepunt van hier, namelijk op een mannetje Sierlijke Witsnuitlibel. Deze zeer zeldzame libel, die in Nederland alleen in de Weerribben te vinden is, zit op redelijke afstand op een plompeblad (zeer typisch voor deze soort), maar m.b.v digiscopen lukt het me nog om leuke plaatjes te maken.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Nogmaals de Sierlijke Witsnuit. Waar zou de naam ‘Witsnuitlibel’ nou vandaan komen…? – Lilypad Whiteface

Gevlekte Witsnuitlibel – Yellow-spotted Whiteface

Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Laatste van de Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Glassnijder – Hairy Hawker

man Bruine Korenbout – male Blue Chaser

Bruine Korenbout – Blue Chaser

Ook qua vogels is het zeer goed vertoeven in het Woldlakebos, met een Roerdomp die zo vriendelijk is een rondje te vliegen, een Wespendief, vele Purperreigers, roepende Zwartkopmeeuwen, zingende Geelgors, Koekoek etc. Leuk is een jagende Boomvalk, die geregeld achter libellen aanjaagt. Op verschillende plekken in het bos ligt de grond bezaaid met libellenvleugeltjes (en eenmaal vinden we zelfs ogen). Eigenlijk laten alleen de Zilveren Manen (een zeldzame dagvlinder) het afweten.

Na deze mooie excursie rijden we nog even een paar kilometer verder naar een recent geopende libellenvlonder, speciaal gemaakt om waarnemers een kans te bieden om Sierlijke Witsnuitlibellen in Nederland te bewonderen. Het duurt niet lang voordat we ze in beeld hebben, in totaal zien we zeker 4 mannen. Verder zien we hoofdzakelijk dezelfde soorten als eerder in het Woldlakebos, al kunnen nog wel de Blauwe Breedscheenjuffer aan de daglijst toevoegen. Zelfs tijdens het avondeten in een nabijgelegen dorpje worden we van ons eten afgehouden door een fanatiek zingende Spotvogel en een libel die na enige discussie toch een Glassnijder blijkt te zijn.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Blauwe Breedscheenjuffer – Blue Featherleg

Maandag
Aangezien de Zilveren Manen gisteren niet wilden meewerken, kiezen Frank, mijn vader en ik er vandaag voor om naar een bekende plek voor deze soort in Gelderland te rijden. Bij aankomst in het gebied stuiten we al gauw op enkele Weidebeekjuffers. Als we naar de plek toelopen waar de zeldzame dagvlinder zou moeten vliegen, begint het weer opeens om te slaan en even later schuilen we onder de bomen voor een flinke (onweers)bui. Dit was niet voorspeld! Gelukkig breekt na een klein uurtje de zon weer door en lopen we weer vrolijk over een paadje door de moerasachtige velden. Het is mijn vader die de eerste Zilveren Maan ziet vliegen. Het blijken nogal zenuwachtige, kleine beestjes die maar niet willen gaan zitten (langs het pad althans). Gelukkig werkt een exemplaar wat beter mee, zie de foto hieronder. Leuk is een zingende Zomertortel, die langs de bosrand zit te koeren. We krijgen hem ook even te zien. Op de terugweg komt nog een Vuurjuffer op mijn t-shirt zitten en laat een vrouwtje Weidebeekjuffer zich aardig fotograferen

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Vuurjuffer op mijn schouder! – Large Red Damsel on my shoulder!

Weidebeekjuffer – Banded Demoiselle

Het was een mooi weekend met voor mijn vader en broer drie nieuwe soorten, verdeeld over 3 verschillende soortgroepen (Vale Gier, Sierlijke Witsnuitlibel en Zilveren Maan; de laatste had ik al enkele jaren geleden in de Weerribben gezien).

Vale Gieren!

Zaterdag 7 juni 2014

Gisteravond werden zes Vale Gieren gevonden op de Korendijkse Slikken, ten zuiden van Rotterdam. Ze werden tot laat gezien en bleken te overnachten in bomen aan de rand van dit natuurgebied. Vanochtend werden de vogels alweer vroeg teruggevonden en er werden zelfs enkele nieuwe groepjes gevonden. In totaal zou het om maar liefst 14 exemplaren gaan. De Vale Gier is voor mij (en Frank en mijn vader) nog een nieuwe soort en staat hoog op mijn verlanglijstje van soorten die ik nog graag een keertje wil zien en dus rijden we later op de ochtend die kant op. Het is alleen te hopen dat ze niet allemaal het luchtruim verkiezen voordat wij gearriveerd zijn (zoals sommige groepjes al gedaan hebben) …

Als we de A29 bij Numansdorp verlaten, zien we langs de eerste de beste N-weg een vogelaar op een parkeerhaven staan. Wanneer we de lucht afkijken, valt ons oog al gauw op twee grote roofvogels die laag boven een boerderij cirkelen. Dit moeten haast wel gieren zijn! We keren gauw om en parkeren de auto langs de weg. Het blijken inderdaad onze eerste Vale Gieren van vandaag (en ooit) te zijn. Ze cirkelen laag en een exemplaar landt zelfs enkele seconden in een boom. Met enige moeite kunnen we deze reusachtige vogels in vlucht bijhouden. Wanneer de gieren de A29 overvliegen, raken we ze helaas kwijt. Het ging snel, maar de vogels waren erg goed te zien. Wat een bakbeesten, zeg!

We rijden andere gierenwaarnemingen in de omgeving af, maar telkens blijken de gieren ons te snel af te zijn. Op een gegeven moment rijden een zoveelste waarneming achterna. We stoppen bij een bosje en verdomd, binnen een minuut komt er wederom rustig een Vale Gier aanzeilen! De vogel flapt richting een bosje en verdwijnt hierachter om nooit meer tevoorschijn te komen. Jammer! We rijden nog enkele meldingen af, maar wederom weinig resultaat. Gelukkig komt rond 13.15 uur een waarneming door van twee rustende Vale Gieren op de Korendijkse Slikken. We gassen gauw hiernaartoe. Als we aankomen op de plaats van bestemming, worden we gelijk op deze roofvogels gewezen. Ze zitten op ongeveer een kilometer afstand bovenop een meidoorn en zijn (ondanks de afstand) leuk te zien. In de twee uur dat we de vogels bekijken, vliegen meerdere leuke soorten rond de gieren: een Kleine Zilverreiger, vele Lepelaars, een Zwartkopmeeuw en een Witgatje.

Vale Gier die strekoefeningen aan het doen is – Griffon Vulture

Na anderhalf uur waarin de gieren amper bewegen, komt rond 15.15 de zon door en dat is aan de vogels te zien. Ze worden gelijk een stuk actiever, schudden geregeld hun verenkleed en gaan in de zon hun vleugels opwarmen (zie bovenstaande foto), wat een mooi gezicht! Dit zijn allemaal tekenen voor een aanstaand vertrek, aangezien gieren thermiek nodig hebben om grotere afstanden te kunnen afleggen. Rond 15.45 uur is het moment eindelijk daar, de vogels springen op en gaan op de wieken, wat een grote paniek teweegbrengt onder de aanwezige ganzen (en zelfs reigers en Lepelaars). De gieren (afkomstig uit het zuiden van Europa – vooral Spanje staat bekend om zijn ‘hoge’ aantallen gieren) gebruiken de thermiek om hoogte te winnen en dat lukt erg goed: binnen een tijdbestek van ongeveer een kwartiertje vliegen de gieren al zo hoog en ver weg, dat ze bijna niet meer te zien zijn. In deze periode lukt het me wel om aardige foto’s te maken, zie hieronder. Nu de gieren uit beeld zijn, keren we weer huiswaarts.

Vale Gier – Griffon Vulture

Vale Gier – Griffon Vulture

Het verhaal is echter nog niet klaar. We staan bij Zuid-Beijerland op een kruising als ik vanuit de auto een enorme roofvogel zie vliegen. We zetten de auto een klein stukje verder op een smal parallelweggetje en zetten gauw de telescoop op de roofvogel, die (zoals ik al verwachtte) onze 6e Vale Gier van de dag blijkt te zijn. De vogel vliegt erg laag (op boomtophoogte) en laat zich echt fenomenaal bekijken. Ook hier probeert de vogel hoogte te winnen en net als eerder op de dag vliegt de vogel binnen mum van tijd zo hoog en ver, dat ie niet meer te zien is. Maar gelukkig hebben we de (onderstaande) foto’s nog… ­čÖé

Vale Gier – Griffon Vulture

Vale Gier, nr. 6 van vandaag! – 6th Griffon Vulture of the day!

Wat een dag, met maar liefst 6 Vale Gieren, verdeeld over 4 verschillende locaties! Het is pas (circa) de 45e keer dat deze gierensoort Nederland aandoet (in totaal 232 exemplaren). Voor mij betreft dit mijn 374e vogelsoort in Nederland.

Gekke Tjiftjaf

Vrijdag 6 juni 2014

Vanavond een afwijkend zingende Tjiftjaf in Woerden bezocht om geluidsopnames te maken. De vogel zit bij de Harmonie ‘De Vriendschap’ langs de Waardsedijk en werd gisteren gevonden door Kees de Leeuw, die even aan een zingende Siberische Tjiftjaf dacht. Voor een Siberische Tjiftjaf kloppen echter bepaalde stukken van de zang niet goed. Het lukt me om enkele opnames te maken van de vogel, zie hier en hier. In het kwartiertje dat ik naar de vogel sta te luisteren, krijg ik de vogel niet te zien. Op de eerste opname is goed te horen dat de vogel soms normaal zingt (de eerste strofes zijn niet afwijkend), maar geregeld ook wat ‘haperingen’ in de zang vertoont.