Maandelijkse archieven: augustus, 2014

Vlie III

Vrijdag 22 tot zaterdag 30 augustus 2014

Vlie III is de naam van een vogelkamp dat jaarlijks in augustus wordt georganiseerd door de JNM. Dit jaar vindt het plaats van 22-30 augustus. Eigenlijk wilde ik vorig jaar al mee met dit kamp, maar iets in me besloot toch om thuis te blijven. Dat werd gigantisch afgestraft: het werd een legendarisch kamp met in een week tijd een Citroenkwikstaart, Zwarte Zeekoet, Roodkopklauwier, 10-tallen Draaihalzen en enkele Sperwergrasmussen. Gelukkig ben ik dit jaar wel van de partij.

Het kamp begint vrijdag als we om kwart over twee de boot naar Vlieland pakken. De rest van de dag doen we niet veel meer: tenten opzetten, eten, kennismakingsrondje, etc. De volgende dag begint voor Lonnie Bregman en mij bij het Westerse Veld, waar we een dode jonge Havik vinden. Over de Waddenzee vliegt een Kleine Zilverreiger. Later op de dag blijkt de vogel op een van de piertjes langs het wad te lopen, leuk! De Noordoosthoek blijkt vrij leeg te zijn en in de Oostervallei wordt door enkele JNM’ers een Draaihals gezien, maar ik mis de vogel net. Als laatste checken we het wad bij de Kroonspolders, waar tussen de 1000-en Bonte Strandlopers helaas geen Breedbek te vinden is. Wel zien we de eerste Kleine en Krombekstrandloper en Kanoet van de week en binnendijks zwemmen 3 Grauwe Franjepoten.

Dode juveniele Havik – dead Northern Goshawk

Zondag begint voor mij aan zee. Het vliegt aardig, met als hoogtepunten 1 Grote en minstens 2 Kleine Jagers. De rest van de dag brengen we door op de Vliehors, een immense zandplaat met duintjes en kweldertjes aan de uiterste westpunt van Vlieland. Het absolute hoogtepunt is een zeer fraaie Morinelplevier, gevonden door Wouter Monster. De vogel, een adult, laat zich op zo’n twintig meter prachtig bekijken (sommige fotografen onder ons kunnen zelfs op enkele meters afstand komen, ben benieuwd naar die foto’s!). Verder zit er eigenlijk niet bijster veel: een Tapuit, Rietzanger, Bontbekplevieren, Zilverplevier en een Distelvlinder zijn nog wel het noemen waard.

adulte (man?) Morinelplevier – ad (male?) Dotterel

De volgende dag wordt de noordoosthoek weer goed uitgeplozen, maar op een paar Tapuiten en een Paapje na zien we hier niets. Rond 10-en word ik gebeld: Lonnie heeft een Sperwergrasmus gevonden in de Oostervallei, slechts een halve kilometer verderop! Gauw fietsen we hiernaartoe. De vogel is, zoals het de soort betaamt, erg lastig. Het lukt me eenmaal om de vogel op te pikken als ‘ie van het ene bosjescomplex naar het andere vliegt. Daarna slaagt de vogel erin om uit beeld te blijven. De rest van de dag fietsen we wat over het eiland: t.h.v. het Westerse Veld zit een Zwarte Zee-eend tussen Eiders op het wad, de Kroonspolders blijken weer goed voor Grauwe Franjepoten (5 exemplaren deze keer), een Koekoek en een Dwergmeeuw en buitendijks lopen vele Bonte en Kleine Strandlopers. Van de laatste vind ik zowaar twee geringde vogels: eentje met alleen metaal rechts, eentje linksonder metaal en linksboven rode (maar tot geel verbleekte) ring en rechtsboven een gele ring met inscriptie. De vogel zit net te ver om de tekens af te kunnen lezen, maar misschien doen de foto’s die ik gemaakt heb nog wonderen?

Gekleurringde Kleine Strandloper – colour-ringed Little Stint

Dinsdag speelt de harde wind ons parten. Bij de Nieuwe Eendenkooi zien we nog wel mijn eerste Bonte Vlieg en Boomvalk van het kamp en ook bij Bomenland zien we Bonte Vliegenvangers. Bij gebrek aan vogels houden we maar een dennenappelgevecht 🙂 Als laatste fietsen we naar het Posthuiswad (wad buitendijks bij de Kroonspolders), waar Lonnie op de tweede Draaihals van het kamp stuit. Zelf zie ik de vogel wel als ie van de kwelder richting de Kroonspolders vliegt, maar bevredigend is het zeker niet. Daarom tel ik de vogel ook maar niet.
Woensdag belooft de mooiste dag van het kamp te worden, met een zeer zwakke oosterwind en goed weer. Helaas blijven echte klappers uit, maar wel zien we een Kleine Karekiet, Sprinkhaanzanger, Gierzwaluwen en de gebruikelijke Sylvia’s (Noordoosthoek). Bij Bomenland zien we wederom een Draaihals, en nu lukt het me wél om hem fatsoenlijk te zien 🙂 De vogel zit in een behoorlijke flock met Bonte en Grauwe Vliegenvangers en Gekraagde Roodstaarten. In de lucht vliegen vele Gierzwaluwen, we tellen er zeker 25.

De een-na-laatste dag van het kamp beginnen we rondom de Kazerne op de westpunt van het eiland. De bosjes zijn nogal leeg, met slechts één Gekraagde Roodstaart en Zwartkop. Wel leuk zijn mijn eerste Blauwborst en Tuinfluiter van het kamp. Net op het moment dat we richting de Kroonspolders willen fietsen, ontdekt Reinier de Vries de 4e Draaihals van het kamp. Met hoogwater zijn we bij de Kroonspolders, die goed zijn voor 5 Grauwe Franjepoten, een rustende 2e winter Dwergmeeuw en verder enorme aantallen steltlopers. Buitendijks zien Olmo en ik nog een Slechtvalk en miljoenen steltlopers, helaas wel te ver weg om ze op leuke soorten te kunnen controleren. Er is even paniek als Reinier een Grijze Snip spec. meent te zien, maar helaas kunnen we de vogel niet meer terugvinden. Later besluiten we om terug te gaan richting de Draaihals, en dat blijkt een goede keuze: de vogel laat zich nu op korte afstand prachtig zien, in de top van de struikjes. We sluiten de dag af met een Zwarte Roodstaart, die tussen de tanks rondfladdert.

Draaihals – Wryneck

Grote Groene Sabelsprinkhaan – Great Green Bush Cricket

Vrijdag (de laatste hele dag) houden we een sabbatical day. Zaterdag nemen we om 12 uur de boot terug naar het vasteland en eindigt voor bijna iedereen dit mooie kamp. Voor Lonnie, Jules van Engelen, mijn vader en broer (die mij in Harlingen komen ophalen) en mij echter nog niet: wij reizen namelijk met z’n 5-en af naar Texel. Hier verblijft namelijk al een enkele dagen een adult vrouwtje Koningseider in de NIOZ-haven, voor ons allen nog een nieuwe soort. De eend is gauw gevonden en laat zich fenomenaal zien, vaak op circa 20 meter afstand en met mooi licht. Een enkele keer laat de vogel haar compleet verragde vleugels zien (zie hier voor een foto).

vrouw Koningseider – female King Eider

Omdat we nog wat tijd hebben voordat de boot terug gaat, rijden we nog naar de Koereiger langs de Watermolenweg. De reiger blijkt, zo mogelijk, nog makkelijker te vinden te zijn dan de eider: vanuit de rijdende auto zien we de vogel al tussen de koeien staan. In de scoop is de vogel op een metertje of 50 prachtig te zien. Tussen de koeien jaagt hij op insecten en eenmaal vangt ‘ie een kikker.

Koereiger – Cattle Egret

Na dit korte verblijf op Texel nemen we de boot weer terug naar Den Helder. Hier zetten we Lonnie en Jules op de trein zetten. Op de terugweg komen we bijna letterlijk langs de Waterberging van Twisk, waar een Steppevorkstaartplevier verblijft. Daar kan je natuurlijk niet zomaar voorbijrijden… Bij aankomst is de vogel al even uit beeld. Na een halfuur gaan alle vogels in het gebiedje (voor de tweede keer) op voor een Sperwer of Havik (te kort gezien) en dan blijkt de Steppevorkstaartplevier gewoon in de groep te vliegen! De vogel vliegt de weg over, keert weer om en landt tussen de Kieviten op het plasje. Hier laat de vogel zich fraai zien. Tweemaal vliegt ‘ie nog een stukje en dan zijn mooi de donkere ondervleugels en het ontbreken van de lichte vleugelachterrand te zien. Een prachtige afsluiter van een mooie week (en stiekem misschien wel leuker dan de Koningseider…).

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Uiteindelijk eindigen we het kamp zonder echte knaller à la Citroenkwikstaart (zoals vorig jaar), maar met een Sperwergrasmus, Morinelplevier, 4 Draaihalzen en 6 Grauwe Franjepoten en bovendien heel veel gezelligheid is het natuurlijk een heel geslaagd kamp geweest! De soortenlijst is geëindigd op 123 soorten, geen slechte score.

Kampfoto

Groepsfoto van het kamp. Er ontbreken wel enkele mensen (c. 5) die niet het hele kamp bleven.

Leuk dagje in Noord-Holland-Noord

Zaterdag 9 augustus 2014

Na veel vlinder- en libellentochtjes de afgelopen maanden wordt het vandaag weer eens tijd voor een dagje vogelen, en waar kan dit in deze periode van het jaar beter dan in de Kop van Noord-Holland? Daar worden veel bollenvelden in de nazomer onder water gezet om ongedierte op een milieuvriendelijkere manier te bestrijden. Deze waterpartijen zijn een ware magneet voor steltlopers, waaronder geregeld zeldzame soorten zoals Grauwe Franjepoten, Poelruiters, Gestreepte Strandlopers en nog zeldzamere soorten. Het is bovendien de beste plek in Nederland om Lachsterns te zien.

Op de heenweg maken we een korte stop aan de noordkant van Alkmaar, waar in een nieuw natuurontwikkelingsgebiedje 3 Zwarte Ibissen moeten rondlopen. Voor Zwarte Ibissen hoeven we weliswaar niet helemaal naar Alkmaar te rijden (zitten ook in de Groene Jonker), maar we willen we een poging doen om ze aan de Noord-Hollandlijst toe te kunnen voegen 🙂 . We zijn de auto nog niet uit of we zien ze al lopen. Het blijken niet 3, maar zelfs 4 exemplaren te zijn. Ondanks dat wij (net als zij trouwens) veel last hebben van de harde wind, zijn ze op niet al te grote afstand prachtig te bekijken. Zie hier voor een amateuristisch filmpje. In hetzelfde leuke gebiedje vliegt ook nog een Kleine Zilverreiger rond, ook leuk.

Zwarte Ibis – Glossy Ibis

Daarna rijden we via de Belkmerweg (wat ons de eerste 2 Temmincks Strandlopers van het jaar oplevert) richting de bollenveldjes rondom het dorp ’t Zand, waar we hopen op de Lachsterns. Hoe goed we ook zoeken, van deze zeldzame soort ontbreekt elk spoor. Sterker nog, de plasjes zijn vrijwel leeg, op wat meeuwen en eenden na. Enigszins teleurgesteld rijden we naar de Nollen van Abbestede, een natuurgebiedje waar afgelopen week zowel een Grauwe Franjepoot als een (adulte!) Vorkstaartmeeuw waargenomen zijn. Het zou natuurlijk zomaar kunnen dat deze soorten nog in de ruime omgeving van dit gebied rondvliegen. Hier stuiten we zowaar op een jonge Strandplevier, wat buiten de bekende broedgebieden in het Deltagebied toch gewoon als een zeldzaamheid kan worden beschouwd. Ook hier lopen weer enkele Temmincks Strandlopers rond.

Jonge Strandplevier – Kentish Plover

Temmincks Strandlopers – Temminck’s Stint

Vervolgens rijden we door naar Den Helder, waar een Grauwe Franjepoot zou moeten zitten. Op het perceel waar deze zeldzame steltloper zou moeten zitten, miegelt het van de steltlopers: Kleine Strandlopers, Krombekstrandloper, Bonte Strandlopers, een Kanoet, Kemphanen, Bontbekplevieren, Witgat, Bosruiter e.v.a. Er zitten zelfs 2 Casarca’s op. Het duurt even voordat we de Grauwe Franjepoot vinden, maar uiteindelijk zien we op afstand hoe de vogel op karakteristieke wijze zijn voedsel verzamelt.

Omdat het inmiddels al laat in de middag is, besluiten we naar huis te rijden. Als we echter op de terugweg ’t Zand weer passeren, besluiten we nog eenmaal een poging te wagen om de Lachstern aan de jaarlijst toe te kunnen voegen. Als we het bekende perceel in de weinig inspirerend genaamde polder (Polder E) bereiken, zien we al gelijk hoe 3 vriendelijke vogelaars driftig in het bollenveld wijzen. Het zou toch niet…? Even later heb ik echter niet de veronderstelde Lachstern in beeld, maar de tweede Grauwe Franjepoot van de dag! De vogel foerageert op een kleine 100 meter en laat zich prima zien, fotograferen én filmen (zie hier voor het resultaat van het laatstgenoemde). Daarachter zien we toch nog een Lachstern. Als we daarna de franjepoot weer wat aandacht schenken en daarna proberen de stern weer in beeld proberen te krijgen, blijkt hij er sneaky tussenuit te zijn geknepen.

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Hiermee sluiten we deze leuke dag af, met als hoogtepunt 4 Zwarte Ibissen, 2 Grauwe Franjepoten, een Lachstern en een Strandplevier. Bovendien weer drie nieuwe jaarsoorten en twee nieuwe Noord-Hollandsoorten 🙂 .

De Groene Jonker strikes again!

Donderdag 10 juli 2014

De excursie in Kwintelooyen krijgt nog een prachtig vervolg. Aan het eind van de middag belt Marianne Wüstenhoff ons namelijk met groot nieuws: Kees Janmaat heeft net een adult mannetje Klein Waterhoen gevonden in de Groene Jonker en zij staan nu beiden naar de vogel te kijken! Wat een fantastisch nieuws, zeker omdat we de juveniele vogel in 2009 in ditzelfde gebied op pijnlijke wijze gemist hebben. Dat exemplaar – eveneens ontdekt door Kees – werd destijds geheimgehouden omdat Kees ontevreden was over de gang van zaken m.b.t. de broedende Kleinst Waterhoenders (die óók ontdekt zijn door Kees) eerder dat jaar.

Gauw rijden we van Veenendaal terug naar Woerden, waar we onze moeder afzetten, en daarna gelijk door richting Noorden. Eenmaal aangekomen in de Groene Jonker schuiven we aan bij Kees, Marianne, Maria van Antwerpen en Huib de Rooij, die ons al op staan te wachten. Het duurt even voordat de vogel tevoorschijn komt, maar na enige tijd komt het Klein Waterhoen (slechts ter grootte van een spreeuw) op circa 60 meter afstand uit het riet lopen. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is bij rallen, laat de vogel zich bijna constant zien, vaak helemaal open langs het riet foeragerend. Zeker twee uur lang kunnen we het ralletje fantastisch (mede door de zeer goede lichtomstandigheden) bekijken. Goed zijn de kenmerken te zien: naast de grootte valt de korte groene snavel met smalle rode basis, de egaal blauwgrijze flanken (zwart-witte bandering begint pas achter de poten), nauwelijks wit gestippelde bovenzijde en de lange handpenprojectie op. Leuk is dat de vogel eenmaal samen in één beeld loopt met een Zwarte Ibis en eenmaal met een vrouwtje Steltkluut.

Klein Waterhoen – Little Crake

Klein Waterhoen – Little Crake

Na enige tijd schuiven ook Paul van de Werken, Hans Russer en Sander Haak aan bij de vogel, die zich nog steeds zeer fraai laat zien. Rick Schonewille blijkt helaas in het buitenland te zitten. Na enig overleg besluiten we het nieuws slechts regionaal bekend te maken, vandaar ook dit verlate verslag. De vogel zal namelijk vele tientallen, zo niet honderden vogelaars en fotografen naar de Groene Jonker trekken. Het verleden (Kleinst Waterhoen in 2009 en 2012) heeft uitgewezen dat massatwitches in dit gebied niet goed gingen, overal ontstonden nieuwe paden doordat (voornamelijk) fotografen van de paden af gingen, de vogels werden geregeld verstoord, etc.

KW

Klein Waterhoen – Little Crake

Uiteindelijk heeft de zeer zeldzame ral (58 aanvaarde vogels en slechts 1 bewezen broedgeval) het tot zeker 12 juli uitgehouden in de Groene Jonker. Na deze datum is er nog wel dagelijks gezocht, maar zijn er geen gedocumenteerde waarnemingen meer. Zelf heb ik de vogel ook nog op zaterdagmiddag (12 juli) gezien, toen waren de omstandigheden echter een stuk slechter (veel luchttrilling, tegenlicht). Ook op zondagavond hebben we nog geprobeerd de vogel in beeld te krijgen, maar met zeker 5 andere vogelaars konden we de vogel niet meer vinden. Inmiddels is de waarneming aanvaard door de CDNA.

De afgelopen week

Maandag 28 juli 2014
In de avond rijden we nog even naar de Groene Jonker. Vlakbij de ingang zien we de zowaar onze tweede Oranje Luzernevlinder vliegen. Zo heb je er geen dit jaar, en zo in twee dagen op twee verschillende plekken een exemplaar! In het gebied treffen we Rick Schonewille, die net terug is uit Italië en ons vertelt over prachtige vlinderervaringen die hij daar (en in Zwitserland) heeft opgedaan. Samen speuren we de rietkragen en slikrandjes af, maar veel verder dan roepende Regenwulpen, Waterrallen (gezinnetje met 2 jongen) en Steltkluten komen we niet. Ik heb net de Steltkluten in beeld als Frank luid roept: “Kwak… KWAK!!”. Gauw draaien we ons om en zien we hoe een (sub)adulte Kwak vrij hoog langs ons heen vliegt, daalt en vlakbij de parkeerplaats landt. Daar is het even zoeken, maar gelukkig vinden we de Kwak hier aan de grond. Ondanks dat we veel last hebben van de rietstengels, kunnen we zeker een kwartiertje zien hoe de vogel stoïcijns voor zich uit kijkt. Later begint hij ook te jagen, en verdwijnt hierbij achter het riet. Hierna wordt de vogel wat mobieler en uiteindelijk verlaat de vogel het gebied (richting de Nieuwkoopse Plassen). Naast deze leuke verrassing zien we nog zeer fraai een Snor helemaal open zittend op enkele meters afstand en vliegt er nog een Zwarte Ibis langs ons.

Kwak – Black-crowned Night Heron

Vrijdag 1 augustus 2014
Vanmiddag rijden we, met z’n drietjes, naar het Laarder Wasmeer bij Hilversum, waar de afgelopen dagen twee zeldzame libellen gezien zijn (te weten Zuidelijke Heidelibel en Zuidelijke Glazenmaker). Beide soorten zouden voor mij nog nieuw zijn. In de paar uur dat we in het gebied doorbrengen, krijgen we de glazenmaker helaas niet in beeld. Gelukkig vinden we één mannetje Zuidelijke Heidelibel, maar dat gaat wel met de nodige moeite. Verder zijn de Grote Keizerlibellen die boven de vennen vliegen, erg leuk. Deze soort is zeker geen zeldzaamheid te noemen in Nederland (een erg algemene soort zelfs), maar aan de grond zien we ze niet vaak. Hier hangen ze wel geregeld in de vegetatie, en ook nog eens op zeer korte afstand. Met behulp van digiscopie lukt het me om hele leuke plaatjes te maken (al zeg ik het zelf), zie hieronder.

Vrouw Steenrode Heidelibel – Vagrant Darter

Man Zuidelijke Heidelibel –  male Southern Darter

Grote Keizerlibel – Blue Emperor

Grote Keizerlibel – Blue Emperor

Grote Keizerlibel – Blue Emperor

Grote Keizerlibel – Blue Emperor