Maandelijkse archieven: december, 2014

Jaaroverzicht 2014

De kerstdagen zijn alweer voorbij en de laatste uren van 2014 staan alweer voor de deur. Tijd om eens terug te blikken op dit vogeljaar. Wat heb ik eigenlijk allemaal gezien en wat waren de hoogtepunten?

Zonder serieus een jaarlijst bij te houden (mis dit jaar niet al te lastige soorten als Wilde Zwaan, Grote Zaagbek, Bokje, Grote Barmsijs en Zeearend) heb ik dit jaar toch 281 soorten bij elkaar gesprokkeld, een mooi aantal. Dit is één soort meer dan vorig jaar en mijn op twee na beste jaar ooit. 2014 bracht mij maar liefst 10 nieuwe soorten (13 als je Oostelijke Blonde Tapuit, Roze Pelikaan en Witkruintapuit meetelt). Dit brengt mijn levenslijst op 378 soorten, al is het natuurlijk even kijken of alles aanvaard wordt. Als laatste kon ik dit jaar 5 nieuwe soorten aan de regiolijst toevoegen (in chronologische volgorde: Kleine Barmsijs, Buidelmees, Klein Waterhoen, Koereiger en Velduil), waardoor ik in totaal 226 soorten heb gezien in de regio.

Jaarlijst

Grafiekje met het aantal jaarsoorten uit de periode 2008-2014, de periode waarin ik het aantal een beetje bij houdt. Het aantal voor 2014 is inclusief Roze Pelikaan, maar exclusief Witkruintapuit en Oostelijke Blonde Tapuit.

2014 begon zoals vorig jaar eindigde: met veel klappers. Al gelijk op 1 januari zag ik mijn eerste nieuwe soort van het jaar: een mannetje Witbandkruisbek zat, samen met een groepje Kruisbekken, enkele seconden in een top van een lariks op de Utrechtse Heuvelrug. Erg bevredigend was deze korte waarneming niet, maar gelukkig werd dit later in de maand ruimschoots goedgemaakt toen twee exemplaren zich wel langere tijd fraai aan ons lieten zien. De laatste jaren werden geregeld Witbandkruisbekken gezien in Nederland, maar dit was altijd in het hoge noorden (Friesland, Groningen). Wij hadden nooit de moeite genomen om zo ver te reizen voor deze niet extreem zeldzame soort en dus waren we erg blij toen onderstaande exemplaren op minder dan een uur rijden opdoken.

Witbandkruisbek – Two-barred Crossbill

Witbandkruisbek – Two-barred Crossbill

Ik had niet verwacht dat tweeënhalve week later de volgende nieuwe soort zich al aan zou dienen: bij Netterden, tegen de Duitse grens aan, werd een Bruine Klauwier gevonden. Het opduiken van deze nieuwe soort voor Nederland was niet geheel onverwacht (in de landen om ons heen neemt het aantal waarnemingen van deze soort toe), maar het tijdstip én de locatie waren des te opvallender. Net als enkele andere knallers bleef deze zeldzaamheid maandenlang aanwezig; deze klauwier is zelfs tot in mei nog gezien.

Bruine Klauwier – Brown Shrike

Daarna duurde het ruim twee maanden voordat ik mijn derde nieuwe soort van het jaar zag, maar in de laatste dagen van maart was het zover. Bij Zaandam bevond zich een Witstuitbarmsijs in een groepje barmsijzen. Met enige moeite liet dit exemplaar zich prima zien. Wel jammer van het takje voor de vogel… 😦

Witstuitbarmsijs – Arctic Redpoll

In de ochtend van 27 april deed Lonnie Bregman de ontdekking van zijn leven: in de duinen ten noorden van IJmuiden vond hij namelijk een Roodborstlijster. Even later werd het nieuws bekendgemaakt. Dit was alweer de tweede nieuwe soort voor Nederland in vier maanden tijd! Vele honderden vogelaars zagen op deze dag, in de stromende regen, deze Noord-Amerikaanse lijster; de volgende dag kon hij niet meer worden teruggevonden.

Roodborstlijster – American Robin

Twitchers bij de Roodborstlijster

Twitchers bij de Roodborstlijster

Ook de maand mei bracht mij een nieuwe soort. Op het bekende opslagterrein in Westkapelle vond Tobi Koppejan een vrouwtje blonde tapuit. De determinatie van blonde tapuiten is erg lastig en sommige vrouwtjes zijn zelfs niet te herkennen buiten de broedgebieden. Desondanks heeft dit exemplaar m.i. goede papieren om de boeken in te gaan als Oostelijke Blonde Tapuit; een soort die ik al wel gezien had in het buitenland (2008; op Lesbos, Griekenland), maar het is natuurlijk veel leuker om zo’n soort in ons eigen land te mogen aanschouwen.

Op 7 juni zag ik (eindelijk) mijn eerste Vale Gieren, een soort die al jaren hoog op mijn verlanglijstje stond om eens in Nederland te mogen zien. Minstens 4 tot maximaal 6 exemplaren lieten zich zowel in zit als in vlucht erg leuk bekijken.

Vale Gier – Griffon Vulture

Vale Gier – Griffon Vulture

Op mijn verjaardag was het opslagterreintje van Westkapelle weer aan de beurt: hier werd namelijk een fraaie Bruinkopgors gevonden. De vogel werd pas ’s avonds laat teruggevonden, maar de volgende dag was hij nog aanwezig en zag ik de vogel korte tijd zeer fraai boven in een braam. De onderstaande foto is van medewaarnemer Paul van de Werken.

Bruinkopgors – Red-headed Bunting (photo: Paul vd Werken)

Terwijl ik met de JNM aan het bikkelen was op Vlieland, vond Nils van Duivendijk deze vrouw Koningseider op het fijnste Waddeneiland van ons land. Slechts 30 kilometer van ons vandaan, maar tegelijkertijd zo ver weg… In tegenstelling tot de vorige Koningseider die Nils vond, was deze wel twitchbaar, dit tot tevredenheid van vele 10-tallen twitchers (de laatste goed twitchbare was alweer in 2003). Zelf zag ik dit vrouwtje driemaal, alle keren liet de vogel zich fantastisch bekijken op minder dan 30 meter.

Koningseider – King Eider

Tja, ruim een maand hebben we de Roze Pelikaan van Hengelo kunnen negeren, maar toen ‘ie onverwachts opdook tijdens de laatste dag van het Dutch Birding-weekend op Texel, moesten ook wij eraan geloven… Daar zagen we hem zoals je verdachte soorten hoort te zien: op afstand (+/- 100 meter afstand) en net de poten goed kunnen zien om de (on)geringdheid vast te kunnen stellen. Een dag later vertrok deze pelikaan weer van Texel om in een stadsvijvertje bij Callantsoog te landen…

Roze Pelikaan – Great White Pelican

De laatste twee weken van oktober stonden in het teken van de Maasvlakte. Op 19 oktober zag ik verreweg mijn mooiste Blonde Ruiter die op minder dan 5 meter van ons foerageerde. Dit was weliswaar geen nieuwe soort voor me, maar zo voelde het wel. Een week later gingen we wederom naar dit havengebied, deze keer voor een door Garry Bakker ontdekte Spaanse Mus.

Spaanse Mus – Spanish Sparrow

Spaanse Mus – Spanish Sparrow

Intussen is het november geworden en is de koek nog niet op. Op 10 november ontdekte Adri de Groot bij Zoeterwoude een afwijkende tapuit die een Bonte Tapuit bleek te zijn. Twee dagen later zag ik deze fantastische vogel, die vaak zo dichtbij zat dat ‘ie niet meer helemaal in de scoop paste.

Bonte Tapuit – 1cy male Pied Wheatear

Bonte Tapuit – Pied Wheatear

Twee weken later stond Adri opnieuw in de schijnwerpers. Een rattenvanger vond een vreemd licht zangvogeltje in de slootkant van een akker bij Alphen aan den Rijn. Hij determineerde de vogel als Afrikaanse Woestijngrasmus en belde Adri met dit nieuws. Samen zagen zij later in de week deze nieuwe soort voor Nederland opnieuw en besloten (tot spijt van vele 100-en vogelaars) het geheim te houden. Toen het nieuws weken later alsnog bekend werd gemaakt, waren er toch nog enkele vogelaars die gingen zoeken en bleek de vogel nog aanwezig te zijn! Deze grasmus trok vele 100-en vogelaars, waaronder zelfs enkele uit Italië, Frankrijk en Engeland.

De Afrikaanse Woestijngrasmus zag ik tweemaal. De tweede keer combineerden we hem met een andere Noord-Afrikaanse broedvogel: de Witkruintapuit. De vogel zag er niet goed uit: enkele nagels ontbraken, veel veren zaten samengeklonterd, etc. Ik ben benieuwd wat het besluit van de CDNA over deze vogel is, al denk ik dat het een lastig verhaal zal worden.

Witkruintapuit – White-crowned Wheatear

2014 was zonder twijfel een zeer goed vogeljaar. Zo zag ik, naast de bovenstaande nieuwe soorten, nog vele andere prachtige en zeldzame soorten. Vanwege de lengte die dit blog nu al heeft, zal ik alleen de zeer zeldzame soorten even opsommen: mannetjes Amerikaanse Smient, Amerikaanse Wintertaling, Ringsnaveleend en Kleine Topper, twee Buffelkopeenden, een zelfontdekte man Steppekiekendief, Arendbuizerd, een prachtig adult mannetje Klein Waterhoen, Witstaartkievit, Kaspische Plevier, Blonde Ruiter, een Grote Franjepoot, Steppevorkstaartplevier, Baltische Mantelmeeuw, Sperweruil, Dwerguil, Steppeklapekster, Struikrietzanger e.v.a. Het bleef maar doorgaan met nieuwe vondsten van zeldzaamheden. Aan het eind van de winter had ik al een lijstje dwaalgasten gezien waar je normaal gesproken tevreden bent als je die in een heel jaar ziet. Ook in de zomer (normaal toch een erg saaie vogelperiode) viel er dit jaar genoeg te beleven. Het najaar was relatief rustig (zeker september), maar dit werd ruimschoots goedgemaakt door een spetterende novembermaand, met o.a. een zeer onverwachte nieuwe soort voor Nederland. Ook de laatste maand van het jaar bood genoeg leuke vogelmomenten.

Naast vogels was het afgelopen jaar ook goed voor nieuwe dagvlinder- en libellensoorten, van beide soortgroepen zag ik drie nieuwe soorten. Zo zag ik dit jaar mijn allereerste Sierlijke Witsnuitlibellen, Zuidelijke Keizerlibel en Zuidelijke Heidelibel ooit. Qua dagvlinders kon ik de Oostelijke Vos, Veldparelmoervlinder en Aardbeivlinder aan mijn lijstje toevoegen.

Als laatste wens ik iedereen een goed, gezond en vogelrijk 2015!

Advertenties

Kerst op Texel

Donderdag 25 tot maandag 29 december 2014

Gedurende de kerstdagen verblijven wij voor de laatste keer dit jaar op Texel. Donderdagmiddag rijden we rond het middaguur de boot in Den Helder op. Leuk is de groep van 10 Paarse Strandlopers in de haven van Den Helder en de twee adulte Jan-van-Genten die over het Marsdiep vliegen. Als we van de boot afkomen, rijden we direct naar ons huisje in vakantiepark De Krim. Na een korte pauze gaan we richting het strand bij de vuurtoren, hopend op leuke meeuwen. Helaas is het strand vrijwel leeg: het enige wat we zien, is een overvliegende Slechtvalk. Daarna rijden we wat rond over de noordkop. Zo zien we twee Waterrallen langs de rand van het Renvogelveldje scharrelen en vinden we in De Volharding een dode Eider en een (levende) man Zwarte Zee-eend. Bij het monument op de Waddendijk ter hoogte van Dorpzicht geven de Sneeuwgorzen zich niet thuis, wel zitten er zeker twee Witbuikrotganzen in een groep rotganzen onder aan de dijk. We sluiten de dag af in Waalenburg, waar we onze eerste (77) Kleine Zwanen van deze winter zien. Op de weg terug naar ons huisje ligt er nog een dode Grote Mantelmeeuw langs de weg en in onze voortuin doen een groep Putters en 2 Sijsjes zich tegoed aan de elzenpropjes.

dode man Eider – dead male Common Eider (photo: Frank van der Meer)

Op Tweede kerstdag (vrijdag) beginnen we op het strand bij paal 12 (Jan Ayeslag). De hoogtepunten worden gevormd door een fraaie 1e winter Pontische Meeuw en door enkele gekleurringde meeuwen (2 Zilvermeeuwen en 1 Grote Mantelmeeuw). Tegen de duinenrij aan vliegt een groepje van 10 Sneeuwgorzen over; eentje is zo vriendelijk om even aan de grond te komen om te foerageren. Het leukste zit echter niet op het strand, maar vliegt over zee: terwijl ik Frank bij aankomst op het strand op een groepje overvliegende duikers wijs, pikt hij een Velduil op boven zee. De uil vliegt rustig richting het strand om achter de duinen te verdwijnen. Daarna houden we de zee nog wel in de gaten, maar verder dan wat Zwarte Zee-eenden, Eiders en Roodkeelduikers komen we niet meer. Een grote, over het strand vliegende duiker (eerste indruk was Aalscholver…) wordt helaas pas opgepikt als de vogel al boven ons vliegt…

2kj Pontische Meeuw – 2cy Caspian Gull (photo: Frank van der Meer)

2kj Pontische Meeuw – 2cy Caspian Gull (photo: Frank van der Meer)

2kj Pontische Meeuw met Steenloper – 2cy Caspian Gull with a Turnstone (photo: Frank van der Meer)

Zilvermeeuw F.ATR – Herring Gull with code F.ATR (photo: Frank van der Meer)

Geringde Grote Mantelmeeuw JL0E – colour-ringed Great Black-backed Gull (blue ring with code JL0E; photo: Frank van der Meer)

Later op de middag rijden we naar het Grote Vlak, waar af en toe een Wilde Zwaan wordt gezien. Deze zwaan (die nog op onze jaarlijst ontbreekt) zien we niet, maar dit wordt ruimschoots vergoed door een rondvliegende Ruigpootbuizerd en een Blauwe Kiekendief. Daarna rijden we via de oostkant van Den Burg (waar we een Bonte Kraai zien) richting Dijkmanshuizen. Hier rust een mooie groep van maar liefst 89 Kleine Zwanen. Ze laten ook veel van zich horen, wat is dat toch een mooi geluid. Samen met Marc Plomp eindigen we de dag bij Nieuw Buitenheim, waar we een grote groep rotganzen (1000+) afkijken. Het lukt ons om 2 Zwarte en 3 Witbuikrotganzen (2 ad, 1 juv) eruit te pikken, leuk!

Zwarte Rotgans – Black Brent (photo: Frank van der Meer)

In verband met de harde oostenwind doen we het zaterdag rustig aan. ’s Middags gaan we wederom richting de Waddenkant. Op de plek waar we gisteren meerdere Zwarte en Witbuikrotganzen zagen, zien we wederom een groep rotganzen. Nu halen we er slechts 1 Witbuikrotgans uit. Iets verderop langs de IJsdijk zit gelukkig nog een groep rotganzen. Al gauw pikken we hier 2 Zwarte en 1 Witbuikrotgans uit. Daarna rijden nog wat vogelplekjes af: in De Bol zien we twee Kleine Zwanen en zeker 50 Kluten en langs de Laagwaalderweg zien we op een akker maar liefst 104 Kleine Zwanen. De Bonte Kraai van gisteren is vandaag helaas niet thuis.

Op zondag beginnen we, net als vrijdag, op een strand (deze keer bij Westerslag) voor meeuwen, maar hier is het opvallend rustig (behalve qua mensen en honden…). Ook de zee is vrijwel leeg, we zien slechts een zwemmende Roodkeelduiker en enkele zeehonden. Na deze deceptie rijden we wat rond op de zuidpunt, maar ook hier is het erg rustig. Het leukste betreft een Groenpootruiter in de Mokbaai, in de trekperioden een algemene soort, maar ’s winters nogal schaars. Dit was voor mij mijn eerste in december. Ook mijn eerste Lepelaar in december vliegt hier over. We sluiten de dag af in het zuiden van De Cocksdorp, waar we op twee verschillende Witbuikrotganzen stuiten: eentje in een klein groepje rotganzen bij Dorpzicht en eentje in een grotere groep bij het monument op de dijk tegenover Dorpzicht. De Sneeuwgorzen zien we, net als donderdag, helaas niet.

Witbuikrotgans – White-bellied Brent Goose

Witbuikrotgans (andere vogel) – White-bellied Brent Goose (second bird)

Maandag (de laatste dag) is niet echt gepland als vogeldag. Mijn ouders hebben namelijk wat afspraken staan voor vandaag. Intussen vogelen wij wat rond op het park. Leuk is een groep van 9 roestende Ransuilen, maar nog leuker zijn de drie Appelvinken. Deze forse vinken foerageren veel op de grond in de houtwallen van de camping, maar laten zich af en toe fraai zien als ze wat hoger gaan zitten om zaden te kraken. Aanvankelijk zien we twee exemplaren, maar als ze wat vliegeriger worden, blijken het er drie te zijn. Voor Frank betekende deze waarneming zelfs een nieuwe Texelsoort. Uit een van de vele houtwalletjes vliegt ook nog een Houtsnip op. Na deze leuke ochtend zoeken we in Dorpzicht en omgeving nog even naar de hier gisteren gemelde Roodhalsgans, maar verder dan 7 Kleine Rietganzen en enkele Toendrarietganzen komen we helaas niet. Als laatste rijden we de Volharding, waar een groot grijs voorwerp een dode zeehond blijkt te zijn. Even later rijdt een auto het strand op om het lijk op te ruimen, daar gaat onze hoop op een Ivoormeeuw… Hierna rijden we naar Den Burg voor de laatste afspraak en na een dik kwartiertje gaan we weer huiswaarts.

Appelvink – Hawfinch

Appelvink – Hawfinch

Appelvink – Hawfinch

Vogelen in de Lopikerwaard

Zondag 14 december 2014

Na twee weken waarin we de verrekijkers niet hebben aangeraakt, staat vandaag weer eens een middagje vogelen in de planning. We kiezen ervoor om wat leuke soorten in de regio te bezoeken. Daarom rijden Frank, mijn vader en ondergetekende eerst naar Schoonhoven, waar sinds gisteren een jonge Kwak verblijft. Het vinden van deze zeldzame reiger is geen probleem: als we langsrijden, zien we hem al in de sloot staan. Hij is totaal niet schuw en laat zich op een metertje of 20 fantastisch bekijken. Van bewoners horen we dat deze fotogenieke reiger al enkele weken aanwezig is. Bovendien een leuke decembersoort, want zo algemeen zijn Kwakken ’s winters niet.

Kwak – Black-crowned Night Heron

Kwak – Black-crowned Night Heron

Kwak – Black-crowned Night Heron

Na een dik half uur laten we de vogel met rust en gaan we naar de volgende bestemming. Op een niet nader te noemen industrieterrein stuiten we op een groep Ransuilen. Hoe langer we kijken, hoe meer uilen we te zien krijgen. Uiteindelijk tellen we zeker 21 exemplaren.

Ransuil – Long-eared Owl

Als laatste rijden we naar Willeskop. Hier hopen we de al enige weken aanwezige Ruigpootbuizerd te zien. Bij aankomst zien we al gelijk enkele Blauwe Kiekendieven boven het grasland jagen. Het moet wel erg muisrijk zijn, want naast de kiekendieven zien we vele Blauwe en Grote Zilverreigers, Buizerds en Torenvalken. Even later zien we een biddende roofvogel hangen. Het blijkt, zoals we al verwachtten, inderdaad de Ruigpootbuizerd te zijn. In tegenstelling tot drie weken geleden laat deze zeldzame roofvogel zich nu wel leuk zien, zowel in vlucht als zittend op de grond. Voor een acceptabele foto is het echter te ver.

Ruigpootbuizerd

juveniele Ruigpootbuizerd – juvenile Rough-legged Buzzard

De koude wind doet ons besluiten om niet door te lopen, maar om weer lekker terug naar de warme auto te gaan en een punt achter deze vogeldag te zetten.