Maandelijkse archieven: december, 2015

Jaaroverzicht 2015

De laatste dagen van het jaar staan voor de deur, tijd om (net als vorig jaar) terug te blikken op het vogeljaar. Het jaar 2015 was qua jaarsoorten een matig jaar: aan het eind van het jaar stonden ‘slechts’ 271 soorten op de jaarlijst. Mijn slechtste jaar sinds 2010 en 9 soorten minder dan vorig jaar. De meest opvallende ontbrekende soorten op de jaarlijst zijn Parelduiker, Grauwe Kiekendief, Strandplevier, Bokje, Oeverpieper, Goudvink, IJs- en Sneeuwgors. Desondanks heb ik dit jaar weinig extreme dwaalgasten gemist, dus een jaar waarin de kwaliteit het won van de kwantiteit. Verder bracht 2015 mij 9 nieuwe soorten (waardoor de levenslijst op 386 werd gebracht) en 2 nieuwe regiosoorten (Pestvogel en Vale Gier). Maar naast deze soorten was 2015 toch weer een erg goed jaar, met tal van hoogtepunten. Hieronder worden de verhalen achter de nieuwe soorten toegelicht.

Grafiek jaarlijst 2015

Aantal soorten per jaar in de periode 2008-2015. Het aantal van 2015 is exclusief Roze Pelikaan, dat van 2014 inclusief Roze Pelikaan en exclusief Oostelijke Blonde Tapuit

Geheel in lijn met de afgelopen winters viel er ook in de eerste maanden van het jaar genoeg te beleven. Eind januari was het al tijd voor mijn eerste nieuwe soort van het jaar. Na jarenlang online foto’s van winterse Oeverlopers gecontroleerd te hebben, viel het oog van Rob Halff op een waarneming van een oeverloper bij Medemblik, gedaan door Pieter van Franeker. De foto’s waren matig, maar toch wezen enkele kenmerken eerder op een Amerikaanse Oeverloper dan zijn Europese equivalent. Enkele vogelaars gingen zoeken en vonden de vogel terug. Rob had het goed gezien, het was inderdaad een Amerikaanse Oeverloper! Pas de 4e voor Nederland en de tweede twitchbare. Op 25 januari waren wij in de gelegenheid de vogel te bezoeken en was de eerste nieuwe soort van het jaar een feit. Door zijn lange verblijf (tot in mei) kon de ontwikkeling richting zomerkleed mooi worden gevolgd: vanaf maart kreeg de vogel steeds meer zwarte stippen op de onderzijde, eerst op de onderstaartveren en benedenflank, maar vanaf midden april ging het hard en waren de gehele flanken ‘bestipt’ geraakt. Zelf zag ik de vogel 3x, voor het laatst op 27 april, in zomerkleed (zie onderstaande foto). Zie hier voor uitgebreider verhaal door Rob.

Amerikaanse Oeverloper – Spotted Sandpiper

Voor de volgende knaller hoefde ik maar een dikke week te wachten. Op 1 februari hoorde Jacob Bosma in Beijnum (een Groningse wijk) een overvliegende gorsachtige tikken. Hij kon de vogel helaas niet terugvinden, maar de volgende dag waagde hij nog een poging, nu met meer succes. Na een tijdje vond hij de vogel terug en toen hij de vogel in de kijker kreeg, schrok hij zich een hoedje: geen Dwerg- of Bosgors (wat hij verwachtte), maar een Grijze Junco! Een dwaalgast uit Noord-Amerika en pas het tweede geval voor Nederland (na een gevangen vogel in 1962, dus voor alle Nederlandse vogelaars een nieuwe soort). Op 3 februari reisden Maurice Coevoet, Frank en ondergetekende af naar het verre noorden om de vogel te twitchen. In de kou (sneeuw…) was de vogel fraai te zien. Uiteindelijk werd de vogel voor het laatst op 10 april gezien, dus de vogel heeft het ruim 2 maanden uitgehouden in het mooie maar verre Groningen.

Grijze Junco – Dark-eyed Junco

In april deed Leon Edelaar een ontdekking die niemand anders hem na zou kunnen doen. Tussen de 1000-en meeuwen op de zandsuppletie bij Egmond aan Zee vond hij een jonge Thayers Meeuw, een nieuwe vogelsoort voor Nederland. De meeuw werd vanaf de ontdekking (11 april) de hele maand onregelmatig gezien, de eerste dagen rondom Egmond aan Zee, later verschoof de suppletie (en dus de meeuwen) richting Bergen aan Zee. Zelf zagen Frank, Pascal Wink en ik de vogel op 12 april. Gezien de lastige determinatie is dit waarschijnlijk een van de knapste vondsten van de eeuw. Op de Dutch Birding-site staat een leuk stukje over de Leons ontdekking.

Thayers Meeuw – Thayers Gull (photo: Paul van de Werken)

Voor de volgende nieuwe soort moest ik een paar maanden wachten, maar in augustus was het zover. En hoe! In de avond van 4 augustus bezochten Sander Haak en ik een eerder door Marc Gottenbos gevonden Grijze Wouw. Op een metertje of 200 liet deze kleine roofvogel zich prima zien, vooral zittend op een paaltje maar later ook (een stuk dichterbij) even jagend. Alsof dat nog niet genoeg was, vond Reinier de Vries twee weken later een ander exemplaar tijdens ons JNM-kamp in het Lauwersmeer. Zo heb je er geen en zo twee in een nog geen maand tijd. 2015 was een zeer goed jaar voor Grijze Wouwen in Nederland, met naast deze twee gevallen nog vier andere vogels (in Friesland, Vianen, Veluwe en Zeeuw-Vlaanderen). De twee vogels van augustus waren pas de 10e en 11e voor Nederland.

Grijze Wouw – Black-shouldered Kite

Een rustig najaar werd opgevrolijkt door de 9e (8e geval) Siberische Strandloper in De Putten, bij Camperduin. Deze adulte vogel werd op 6 september gevonden door Pierre van der Wielen en trok die dag nog vele 10-tallen vogelaars. Een erg fraaie en fijne vogel, die op korte afstand fantastisch te zien was.

Siberische Strandloper – Sharp-tailed Sandpiper

November werd gekenmerkt door perioden met harde wind (uit westelijke richting). Prima weer voor zeevogels. Op 14 november besloten Sander Haak en ik naar telpost Savoy (Katwijk) te gaan voor zeevogels en dat was geen slechte keuze, want het leverde maar liefst twee nieuwe soorten op. Eindelijk vloog daar mijn grootste schaamsoort en laatste ‘niet-rode’ soort (soorten die op waarneming.nl de status algemeen en vrij algemeen hebben): het Vaal Stormvogeltje. Er vlogen die dag 11 exemplaren langs, waarvan ik de helft zag. Rond 10 uur kwam de soort van de dag langs Savoy: een Stormvogeltje. Twee nieuwe soorten op één dag, de laatste keer dat dat gebeurde was op 17 mei 2012 (Terekruiter, Grote Franjepoot). De volgende dag voegden Edwin Schuller, Hans Peterse, Frank en ik daar de extreem tamme Woestijngrasmus van Terschelling aan toe. Een zeer goed weekend dus, met drie nieuwe soorten in ongeveer 24 uur tijd.

Tot slot stonden de laatste weken van het jaar in het teken van de Witkopgors. Eerst vond Mariet Verbeek een mannetje nabij Arcen (Noord-Limburg). Deze vogel was echter erg lastig en maar weinig vogelaars slaagden erin om deze vogel te zien. Gelukkig vond Marcel Klootwijk halverwege december een vrouwtje bij Wilhelminadorp, in Zeeland. Drie dagen later bezochten Pascal Wink en ik de vogel, die zich op korte afstand fraai liet zien (al was het vrijwel onmogelijk om de vogel enigszins op de foto te zetten). Ondanks dat ik niet eens een poging gedaan heb de Limburgse vogel te zien, was de blijdschap toen ik de vogel zag er niet minder om.

vrouw Witkopgors – female Pine Bunting

Naast bovenstaande nieuwe soorten waren er natuurlijk nog veel meer hoogtepunten in 2015. De winter was onderhoudend met op 4 januari de Kleine Topper van het Veluwemeer. Later die maand twitchten we succesvol een vrouwtje Kleine Trap in de Polder Arkemheen (Amersfoort). Na een eerdere mislukte poging slaagden we er op 1 februari wel in om de Oosterse Tortel op de jaarlijst te krijgen. Mijn tweede Oosterse Tortel na de vogel van Wergea in 2010. Een maand later konden we een Kleine Geelpootruiter op de Utrechtlijst bijschrijven en wel in de Everdinger Uiterwaarden. De laatste leuke winterse soort waren twee Groenlandse Kolganzen bij Den Oever, ontdekt door Fred Visscher (blog). Een nieuw taxon voor mij. Deze ganzen combineerden we met de Roze Pelikaan in het stadsvijvertje van Callantsoog (tja…). Het voorjaar begon eind maart met de laatste Kuifleeuwerik van Nederland (blog). Ik ben benieuwd hoe lang die vogel het uithoudt, zal de vogel er volgend jaar ook nog zitten? Een fraaie man Ringsnaveleend bij Medemblik was op 27 april prima te combineren met de Amerikaanse Oeverloper. Het hoogtepunt van een periode Texel was een 2kj man Citroenkwikstaart op het Renvogelveld, gevonden door Michel Veldt. Andere leuke soorten waren o.a. een Breedbekstrandloper in Ottersaat en een Roodstuitzwaluw bij de Vuurtoren. Een zingende Iberische Tjiftjaf aan de andere kant van het Marsdiep kon natuurlijk niet overgeslagen worden. Na een leuke excursie voor mijn studie in het Haaksbergerveen (mijn eerste Bont Dikkopje!), twitchten Martijn van der Neut en ik een 2kj man Roodkopklauwier in het Binnenveld (Wageningen). Mijn achtste in NL en tweede voor de provincie Utrecht.

(Klik op de foto’s voor een slideshow)

Naast leuke vlinder- en libellensoorten (Veenhooibeestje, Veenbesparelmoervlinder, Spiegeldikkopje, Zuidelijke Keizerlibel) werd er in de zomerperiode sporadisch ook nog een leuke vogelsoort gemeld. Op een doordeweekse avond in juni twitchte ik vanuit Wageningen met enkele medestudenten een zingende Bergfluiter bij Doorwerth. De vogel liet uiteindelijk een enkele maal van zich horen. Mijn tweede Bergfluiter (een bergfluiter spec. op Texel niet meegerekend). Een van mijn hoogtepunten van het jaar was de Vale Gier die Frank op 7 augustus oppikte boven onze tuin in Woerden. De vogel was eerder die dag al gezien boven Eemnes en Harmelen en na onze waarneming nog in Driebruggen. Op 13 en 15 augustus foerageerde een juveniel Klein Waterhoen in de Ruygeborg. De vogel werd gevonden door Kees Janmaat (wie anders?) en werd slechts door zo’n 15 man gezien. Het najaar was erg rustig met, naast de Siberische Strandloper, slechts een paar hoogtepunten. Op 12 september zat een Kleine Spotvogel langs de Lange Dam (Slufter, Texel). De vogel werd gevonden door Wouter van der Ham en Pieter van Veelen en was erg lastig, maar uiteindelijk kwam het voor de meeste vogelaars wel goed. Op 27 september zat een Roodkopklauwier op iemands erf bij Julianadorp. Twee Siberische Boompiepers zaten eind oktober in het Krimbos op Texel. Een van de twee vogels liet zich fantastisch bekijken, foeragerend op enkele meters afstand. De laatste twee maanden werd er weinig gevogeld, maar toch werden enkele leuke soorten meegepikt. Zo zagen we op 29 november een blauwe fase Ross’ Gans bij Hilversum. Dit betrof de vogel die eerder al rondom Nijmegen, Oss en Cuijk gezien was. Achteraf werd duidelijk dat het waarschijnlijk een niet zuivere vogel is, met invloeden van Sneeuwgansgenen. Op 19 december zag ik de laatste zeer zeldzame soort van het jaar: de Kleine Topper van Den Oever, mijn tweede van het jaar en vijfde ooit.

Tot slot wil ik iedereen bedanken die de moeite heeft genomen om mijn weblog te bezoeken, lezen en reacties te plaatsen op een verhaaltje. Bij deze alvast de beste wensen voor 2016! Wensen

Rustige week op Texel tijdens kerst

Zaterdag 19 tot zondag 27 december 2015

Net als vorig jaar staat ook dit jaar een verblijf op Texel tijdens de Kerstperiode voor de boeg. Leuk! Op de heenweg maken we uiteraard een korte stop bij de Zuiderhaven van Den Oever. De al een week aanwezige Kleine Topper is snel gevonden tussen een paar honderd Kuif- en Tafeleenden. Mijn vijfde Kleine Topper alweer. In dezelfde groep zitten ook minstens 15 Toppers en iets verderop zwemt een man Grote Zaagbek.
Na een korte pauze in onze uitvalsbasis in vakantiepark De Krim (met een Sijs in de tuin) krijgen we een bericht dat er langs de Zwinweg (bij de Bol) een Roodhalsgans zit. Als we gaan kijken, kunnen we met o.a. Jeroen de Bruijn, Arend Wassink en Ruud van Beusekom vaststellen dat het niet één exemplaar, maar 4 Roodhalsganzen zijn! In dezelfde groep rotganzen blijken bovendien 2 Zwarte Rotganzen te zitten. Ondanks de afnemende lichtomstandigheden zijn de ganzen mooi te zien, op zo’n 150-200 meter.

Kleine Topper – Lesser Scaup

3 van de 4 Roodhalsganzen – 3 of the 4 Red-breasted Geese

Roodhalsgans – Red-breasted Goose

Op zondag staat een rondje langs de bekende plekken langs de Waddenkust op het programma. Bij De Bol zien we wederom de Roodhalsganzen van gisteren (2 deze keer), alleen nu een stuk verder weg. Verder zit hier een Kleine Canadese Gans tussen de vele Brandganzen en zwemt op zee een Geoorde Fuut. Andere gebieden aan de oostkant zijn nogal rustig, al valt er nog wel een aantal leuke soorten te noteren: Kleine Zwanen (in totaal 87 in 3 verschillende groepen), een Smelleken (Spangerweg), een groep van 20 Ringmussen (Nesweg), een adulte Kleine Mantelmeeuw (Wagejot) en verder wat Koperwieken en Kramsvogels. Aan het eind van de dag bezoeken we nogmaals de Roodhalsganzen, nu zitten de vogels weer op dezelfde plek als gisteren, en zelfs nog iets dichter langs de weg. Ook zien we hier weer een Zwarte Rotgans. Als afsluiter foerageert iets verderop een Kleine Zilverreiger langs een sloot.

Kleine Zwaan – Bewick’s Swan

De volgende dag doen we het door de harde wind wat rustiger aan. ’s Middags bezoeken we enkele gebieden aan de zuidkant van het eiland. Misschien wel het leukste van de dag zit in de tuin: 2 Vuurgoudhanen foerageren in de haag en zijn erg goed te zien. Langs de Oudeweg zit een IJsvogeltje boven de slootkant en aan het eind van de Hoornderslag (Paal 9) kijken we even over zee (met als resultaat wat Alk/Zeekoeten, 1 Roodkeelduiker, 10 Drieteenmeeuw en 1 ad Jan-van-Gent). In de Mokbaai is het hoog water en dus zit het barstensvol met eenden (Pijlstaarten, Smienten), Wulpen, meeuwen en Kluten. De laatste stop is De Petten, waar zowaar een Groenpootruiter en 2 Zwarte Ruiters zitten. Toch niet de algemeenste soorten in december.

Ook dinsdag doen we het rustig aan, want naast een keiharde wind (7-8 bf) valt er ook wat regen. ’s Middags wordt het (volgens de voorspellingen) wat droger, dus gaan we wederom richting de oostkant van het eiland om vanuit de auto te gaan vogelen. De leukste soort zien we in het Wagejot: op een van de eilandjes vlak langs de weg zit een jonge Drieteenmeeuw. Naast dat het fraaie vogels zijn, is Wagejot ook niet de eerste plek die je met Drieteenmeeuwen associeert. Rondom De Bol stikt het weer van de ganzen: zo zien we in een grote groep Rotganzen 2 Witbuikrotganzen en iets verderop zit een Zwarte Rotgans in een klein, uitgewaaierd groepje Rot- en Kolganzen. In Utopia foerageert bovendien een Kleine Zilverreiger. Bij de Volharding zoeken we nog even naar de gister gemelde Grote Zee-eend (nieuwe Texelsoort voor ons), maar helaas kunnen we de eend niet vinden. Wel vliegt een klein valkje achter een kotter op de Waddenzee dat we al snel kunnen determineren als het tweede Smelleken van de week. De vogel vliegt vlak later vlak langs de auto en verdwijnt helaas weer snel uit beeld richting De Cocksdorp. Het laatste wapenfeit van vandaag is een Witgat in de brede sloot die langs Dorpzicht loopt.

juv Drieteenmeeuw – juv Black-legged Kittiwake

Woensdag is het, met een waterig zonnetje en iets minder harde wind, iets beter uit te houden en dus kiezen we vandaag ervoor om een stukje de Slufter in te lopen. Het is hier echter erg rustig, zoals eigenlijk de hele week al. We treffen dan ook alleen het gebruikelijke spul (meeuwen, Bonte en Drieteenstrandlopers, Eiders). Een tijdje over zee kijken aan het eind van de Slufter levert nog wel een adulte Jan-van-Gent, een constante stroom van Drieteenmeeuwen en enkele ‘A/Z-jes‘ (Alken of Zeekoeten) op. Rond drieën zijn we klaar en besluiten we nog even te gaan zoeken naar de Roodhalsganzen. Op de plek waar we de ‘Roodhalsjes’ afgelopen week fraai zagen, zitten nu wederom veel rotganzen. Van de Roodhalsganzen ontbreekt echter ieder spoor, zullen ze het eiland verlaten hebben? Wel zien we een Witbuik- en twee Zwarte Rotganzen. Op zee zwemt een Geoorde Fuut en langs de vaart die langs Dorpzicht loopt, foerageren een Witgat (ongetwijfeld dezelfde als gisteren) en een Zwarte Ruiter.

Net als gisteren gaan we ook op donderdag een stukje lopen, ditmaal op het strand bij de Vuurtoren. De eerste vogel die we zien, is een Zeekoet. De vogel zit op het strand en oogt niet erg gezond (vast een olieslachtoffer). Wanneer er andere mensen langskomen, blijkt de vogel nog prima te kunnen vliegen. Een klein stukje verderop, op de Eierlandse Dam, zitten enkele Paarse Strandlopers en een Oeverpieper (jaarsoortje, eindelijk…). Een gekleurringde Zilvermeeuw zit helaas net niet goed om te kunnen aflezen. Over zee vliegt bovendien een fraaie volwassen Jan-van-Gent, iets later gevolgd door een jonge vogel. De rest van de dag besteden we langs de Westerslag en de Hoornderslag. Langs laatstgenoemde zit helemaal niets, maar langs de Westerslag zien we gelukkig wel wat leuks. Hier speelt namelijk een Klapekster verstoppertje met ons. Ik dacht de vogel al met het blote oog te zien, maar net als ik mijn verrekijker pak, vliegt zij op en verdwijnt uit beeld. Een klein half uur later zien we de vogel pas weer, op grotere afstand en tegen het licht in.

Zeekoet – Common Guillemot

Beide kerstdagen (vrijdag en zaterdag) zijn helemaal rustig qua soorten, zelfs het hele eiland over rijden helpt hierbij niet. De hoogtepunten zijn dan ook op twee handen te tellen. Voor de Eerste kerstdag zijn de hoogtepunten een Middelste Zaagbek (net ten noorden van de Oudschilder haven), een gemengde groep Kramsvogels en Koperwieken bij waterzuivering (dacht hier ook even een mogelijke IJslandse Koperwiek te zien, maar die vogel liet zich helaas niet meer terugvinden), 6 Kleine Zwanen in Dijkmanshuizen en twee Lepelaars in Nieuw Buitenheim. Op de laatste vogeldag (zaterdag) beginnen we langs de Westerslag, waar een groep Sneeuwgorzen gezien was. Deze zien we niet, maar wel vliegen hier twee vrouw(typ)en Blauwe Kiekendieven rond. Langs de Redoute zien we de tweede IJsvogel van de week. In de velden rondom Minkewaal zien we eindelijk Grote Canadese Ganzen (zijn erg schaars op Texel; een Texeljaarsoortje) en hier vliegt ook een Slechtvalk over. We eindigen langs de Zwinweg, waar een Kleine Zilverreiger in de sloot naast ons foerageert en een groep Kneuen, Groenlingen en Veldleeuweriken zich te goed doen aan de zaden in een stoppelakker.

Witkopgors; laatste nieuwe soort van het jaar?

Vrijdag 18 december 2015

In het begin van de maand ontdekte Mariet Verbeek een mannetje Witkopgors bij Arcen in Limburg. De dagen daarna bleek deze Aziatische gorzensoort erg lastig twitchbaar te zijn; de vogel liet zich (áls ie zich al liet zien) vaak maar enkele minuten zien en sommige vogelaars stonden na meerdere pogingen nog steeds met lege handen. Vandaar dat wij besloten om niet naar Noord-Limburg af te reizen, maar op een volgende te wachten. En deze zou snel volgen… Op 15 december fotografeerde Marcel Klootwijk namelijk een erg koude Geelgors zonder gele tinten op een schor bij Wilhelminadorp, Zeeland. Hij zette de foto’s online en wat bleek, het was een vrouwtje / juveniele Witkopgors! De afgelopen twee dagen werd de vogel door velen gezien en goed gefotografeerd. Deze vogel betreft pas 36e Witkopgors voor Nederland, maar pas de 5e deze eeuw.

Vandaag had ik een dag vrij en dus stap ik rond 10’en bij Pascal Wink in de auto. Na een voorspoedige reis parkeren we rond kwart voor 12 bij het schorretje langs de Oosterschelde. Als we de groep vogelaars tegemoet lopen, worden we al gelijk op de Witkopgors gewezen. De vogel foerageert op zaden in het gras tegen het dijktalut aan. Hierdoor is de vogel erg lastig te volgen; geregeld zit de vogel geheel achter graspollen. Na ongeveer 10 minuten vliegt de vogel onverwachts op en verdwijnt al roepend richting een akker ten zuiden van ons. Zoals verwacht kunnen we de vogel hier niet terugvinden. Wel zie ik hier een Kleine Zilverreiger en wat foeragerende Toendrarietganzen.

Binnen een halfuurtje horen we de vogel echter weer roepen en zien we haar weer terug naar het schor vliegen. Hier landt de vogel op een paal, waar alle aanwezigen de vogel korte tijd zeer goed kunnen bekijken. Al snel vliegt zij echter weer op, blijft enkele minuten boven ons vliegen en valt weer in in het hoge gras tegen het dijktalut. Hier kunnen we de vogel aanvankelijk niet terugvinden, maar als ik naar de andere kant van de dijk loop om het stukje vanaf de andere kant te bekijken, krijg ik de vogel vrijwel direct in de telescoop. De volgende anderhalf uur laat de vogel zich bij tijd en wijlen prima bekijken, al zit de vogel nooit helemaal vrij. Vaak is alleen maar de kop en rug te zien. Onderstaand plaatje laat mooi zien hoe lastig te zien de gors was.

_WKG

Witkopgors – Pine Bunting

Omdat we de vogel goed gezien hebben en het pas 2 uur is, bezoeken we andere vogelplekken in de Delta. We beginnen bij het Veerse Meer, waar de aanwezige IJsduikers zich helaas niet laten zien. Wel zien we de nodige Geoorde Futen en zit in het riet een IJsvogel. Vervolgens bezoeken we Neeltje Jans, dat goed is voor 5 Kuifaalscholvers en een Zeekoet. Onze laatste bestemming is de Brouwersdam. Op zee is opmerkelijk rustig, al zien we toch 2 Zeekoeten, 1 Roodhalsfuut en de nodige Kuifduikers, Middelste Zaagbekken, Brilduikers en Eiders. Net ten noorden van de spuisluis zwemt bovendien een mannetje IJseend. Net als ik deze schaarse eendensoort in beeld krijg, duikt hij onder om nooit meer boven te komen…

Tot slot bezoeken we de Grevelingenkant van de dam, waar meerdere Parelduikers gezien zijn. Het duurt even, maar na een kwartiertje zien we op grote afstand (enkele 100en meters) dan toch een duiker zwemmen. De grote afstand en het afnemende licht maken de determinatie (te) lastig (doet toch best wel IJsduikerig aan…), en net als we wat dichterbij zijn gaan zitten, vliegt de vogel op. Tsja…

Hierna rijden we weer teug naar Woerden, en rond 6’en ben ik weer thuis, met een soort rijker.

Velduilen

Zondag 13 december 2015

Na een succesvolle dag (gisteren) gaan we vandaag wederom even naar buiten. Ons oog is gevallen op een niet nader te noemen locatie (locatie staat op Waarneming.nl niet voor niets op embargo) waar al enige weken meerdere Velduilen bivakkeren. Een soort die we in februari al erg fraai gezien hebben bij IJsselstein, maar waar een vogelaar natuurlijk nooit genoeg van kan krijgen. Bovendien zijn er van deze vogels al prachtige foto’s op het web verschenen, een teken dat de vogels erg fraai te zien zouden zijn. Dus zitten we vanmiddag in de auto naar deze fantastische soort.

In het gebied zien we nu al snel de eerste Velduil, rustend op een akker. In de anderhalf uur dat we deze fijne soort bekijken, zien we zeker 5 exemplaren druk jagen, af en toe rusten op een kluit in de akkers en zelfs met elkaar en met een Torenvalk ruziën. Erg fraai!

Velduil – Short-eared Owl

Velduil – Short-eared Owl

Rond drieën vinden we het wel weer welletjes geweest en gaan we met een zeer tevreden gevoel terug naar Woerden.

Leuk rondje Randmeren

Zaterdag 12 december 2015

Voor vandaag staat een dagje eenden afkijken op het schema. De vele Kleine Toppers van afgelopen winter en recente melding van 3 Witoogeenden lijken er namelijk op te wijzen dat er op de Randmeren nog genoeg leuks te ontdekken valt. Als we nog tijd over hebben, kunnen we de dag afsluiten in Polder Arkemheen (ganzen) of Delta Schuitenbeek (meeuwen). We beginnen bij een klein plasje tegenover Harderbroek. Op deze plas waren de afgelopen dagen meerdere Witoogeenden gezien (maximaal 3). Helaas is deze soort vandaag in geen velden of wegen te bekennen. Verder zit er ook weinig op de plas: naast een paar Kuif- en Tafeleenden is alleen een Nonnetje het noemen waard. In de Harderbroek laat de gehoopte Zeearend zich ook niet zien, al zien we wel een vrouwtje Blauwe Kiekendief in een boom rusten. Dit is niet het begin waar we op hoopten.

De eerste stop langs het Veluwemeer levert gelukkig wat meer op: een tweetal Geoorde Futen, 1 man Grote Zaagbek, ongeveer 5 Brilduikers en 10 Nonnetjes (ook enkele fraaie volwassen mannen). Langs het riet schiet een IJsvogel weg. Een kwartiertje later staan we uit te kijken over het Broekbos, waar ruim 40 Krooneenden zwemmen. Vooral mannetjes, maar ook enkele vrouwtjes (waaronder een opvallend licht (‘diluted’) vrouwtje); wat een prachtvogels! Ook hier zwemt een man Nonnetje.

Krooneenden – Red-crested Pochards

We vervolgen onze weg en kijken even later uit over de hoek van het Veluwemeer waar vorig jaar de Kleine Topper zat. Ook nu zit het barstensvol met duikeenden: vooral Kuifeenden, maar ook vele 100-en Tafeleenden. We zien er helaas geen zeldzame soorten tussen, maar wel halen we twee Hybrides Kuifeend x Tafeleend uit de groep.

Hybride Kuifeend x Tafeleend – Hybrid Tufted Duck x Common Pochard

Ondanks dat we nog geen enkele doelsoort (Witoogeend, Zeearend) hebben gezien, besluiten we niet om ergens anders te gaan vogelen maar om te blijven vogelen langs de Randmeren. In de Harderhaven (waar ik in november 2009 mijn eerste IJsduiker zag) blijkt een grote meeuw geen Geelpootmeeuw te zijn maar een geelpotige Zilvermeeuw. Buiten de haven zit bovendien een Kuifduiker. Geen verkeerde soort voor deze omgeving.

Omdat we in deze hoek alle gebieden wel gehad hebben, rijden we richting Delta Schuitenbeek. Onderweg stoppen we wel even bij Zeewolde, aan de noordkant van de Pluuthaven. Hier liggen in een beschutte baai namelijk wederom duizenden duikeenden. Het duurt niet lang voordat we een man Krooneend en 3 Geoorde Futen vinden. Het is Frank die een Roodhalsfuut vindt die vlak langs de kant zwemt. Leuk en onverwacht! Iets verderop bevinden zich bovendien minstens 5 Toppers (2 ad vrouw en 1 ad man, 1w man en 1w vrouw) tussen de Kuifeenden. Ook vliegen minstens 2 IJsvogeltjes geregeld langs.

1kj Roodhalsfuut – 1cy Red-necked Grebe

Na deze hoogtepunten verlaten we de Flevopolder en bezoeken we Delta Schuitenbeek. Inmiddels is het zachtjes gaan regenen, waardoor we niet lang buiten blijven kijken. In de korte tijd haalt Frank nog wel 2 Pontische Meeuwen uit een groep zwemmende meeuwen. Aangezien het er niet uit ziet dat het snel opklaart, kiezen we ervoor om niet langer door te gaan met vogelen, maar om terug te rijden naar huis. Ondanks dat we al onze doelsoorten gemist hebben, kunnen we niet anders concluderen dat het een leuke dag was die zeker voor herhaling vatbaar is. Bovendien leuk en onverwacht dat we alle futensoorten op een dag zagen.