Jaaroverzicht 2015

De laatste dagen van het jaar staan voor de deur, tijd om (net als vorig jaar) terug te blikken op het vogeljaar. Het jaar 2015 was qua jaarsoorten een matig jaar: aan het eind van het jaar stonden ‘slechts’ 271 soorten op de jaarlijst. Mijn slechtste jaar sinds 2010 en 9 soorten minder dan vorig jaar. De meest opvallende ontbrekende soorten op de jaarlijst zijn Parelduiker, Grauwe Kiekendief, Strandplevier, Bokje, Oeverpieper, Goudvink, IJs- en Sneeuwgors. Desondanks heb ik dit jaar weinig extreme dwaalgasten gemist, dus een jaar waarin de kwaliteit het won van de kwantiteit. Verder bracht 2015 mij 9 nieuwe soorten (waardoor de levenslijst op 386 werd gebracht) en 2 nieuwe regiosoorten (Pestvogel en Vale Gier). Maar naast deze soorten was 2015 toch weer een erg goed jaar, met tal van hoogtepunten. Hieronder worden de verhalen achter de nieuwe soorten toegelicht.

Grafiek jaarlijst 2015

Aantal soorten per jaar in de periode 2008-2015. Het aantal van 2015 is exclusief Roze Pelikaan, dat van 2014 inclusief Roze Pelikaan en exclusief Oostelijke Blonde Tapuit

Geheel in lijn met de afgelopen winters viel er ook in de eerste maanden van het jaar genoeg te beleven. Eind januari was het al tijd voor mijn eerste nieuwe soort van het jaar. Na jarenlang online foto’s van winterse Oeverlopers gecontroleerd te hebben, viel het oog van Rob Halff op een waarneming van een oeverloper bij Medemblik, gedaan door Pieter van Franeker. De foto’s waren matig, maar toch wezen enkele kenmerken eerder op een Amerikaanse Oeverloper dan zijn Europese equivalent. Enkele vogelaars gingen zoeken en vonden de vogel terug. Rob had het goed gezien, het was inderdaad een Amerikaanse Oeverloper! Pas de 4e voor Nederland en de tweede twitchbare. Op 25 januari waren wij in de gelegenheid de vogel te bezoeken en was de eerste nieuwe soort van het jaar een feit. Door zijn lange verblijf (tot in mei) kon de ontwikkeling richting zomerkleed mooi worden gevolgd: vanaf maart kreeg de vogel steeds meer zwarte stippen op de onderzijde, eerst op de onderstaartveren en benedenflank, maar vanaf midden april ging het hard en waren de gehele flanken ‘bestipt’ geraakt. Zelf zag ik de vogel 3x, voor het laatst op 27 april, in zomerkleed (zie onderstaande foto). Zie hier voor uitgebreider verhaal door Rob.

Amerikaanse Oeverloper – Spotted Sandpiper

Voor de volgende knaller hoefde ik maar een dikke week te wachten. Op 1 februari hoorde Jacob Bosma in Beijnum (een Groningse wijk) een overvliegende gorsachtige tikken. Hij kon de vogel helaas niet terugvinden, maar de volgende dag waagde hij nog een poging, nu met meer succes. Na een tijdje vond hij de vogel terug en toen hij de vogel in de kijker kreeg, schrok hij zich een hoedje: geen Dwerg- of Bosgors (wat hij verwachtte), maar een Grijze Junco! Een dwaalgast uit Noord-Amerika en pas het tweede geval voor Nederland (na een gevangen vogel in 1962, dus voor alle Nederlandse vogelaars een nieuwe soort). Op 3 februari reisden Maurice Coevoet, Frank en ondergetekende af naar het verre noorden om de vogel te twitchen. In de kou (sneeuw…) was de vogel fraai te zien. Uiteindelijk werd de vogel voor het laatst op 10 april gezien, dus de vogel heeft het ruim 2 maanden uitgehouden in het mooie maar verre Groningen.

Grijze Junco – Dark-eyed Junco

In april deed Leon Edelaar een ontdekking die niemand anders hem na zou kunnen doen. Tussen de 1000-en meeuwen op de zandsuppletie bij Egmond aan Zee vond hij een jonge Thayers Meeuw, een nieuwe vogelsoort voor Nederland. De meeuw werd vanaf de ontdekking (11 april) de hele maand onregelmatig gezien, de eerste dagen rondom Egmond aan Zee, later verschoof de suppletie (en dus de meeuwen) richting Bergen aan Zee. Zelf zagen Frank, Pascal Wink en ik de vogel op 12 april. Gezien de lastige determinatie is dit waarschijnlijk een van de knapste vondsten van de eeuw. Op de Dutch Birding-site staat een leuk stukje over de Leons ontdekking.

Thayers Meeuw – Thayers Gull (photo: Paul van de Werken)

Voor de volgende nieuwe soort moest ik een paar maanden wachten, maar in augustus was het zover. En hoe! In de avond van 4 augustus bezochten Sander Haak en ik een eerder door Marc Gottenbos gevonden Grijze Wouw. Op een metertje of 200 liet deze kleine roofvogel zich prima zien, vooral zittend op een paaltje maar later ook (een stuk dichterbij) even jagend. Alsof dat nog niet genoeg was, vond Reinier de Vries twee weken later een ander exemplaar tijdens ons JNM-kamp in het Lauwersmeer. Zo heb je er geen en zo twee in een nog geen maand tijd. 2015 was een zeer goed jaar voor Grijze Wouwen in Nederland, met naast deze twee gevallen nog vier andere vogels (in Friesland, Vianen, Veluwe en Zeeuw-Vlaanderen). De twee vogels van augustus waren pas de 10e en 11e voor Nederland.

Grijze Wouw – Black-shouldered Kite

Een rustig najaar werd opgevrolijkt door de 9e (8e geval) Siberische Strandloper in De Putten, bij Camperduin. Deze adulte vogel werd op 6 september gevonden door Pierre van der Wielen en trok die dag nog vele 10-tallen vogelaars. Een erg fraaie en fijne vogel, die op korte afstand fantastisch te zien was.

Siberische Strandloper – Sharp-tailed Sandpiper

November werd gekenmerkt door perioden met harde wind (uit westelijke richting). Prima weer voor zeevogels. Op 14 november besloten Sander Haak en ik naar telpost Savoy (Katwijk) te gaan voor zeevogels en dat was geen slechte keuze, want het leverde maar liefst twee nieuwe soorten op. Eindelijk vloog daar mijn grootste schaamsoort en laatste ‘niet-rode’ soort (soorten die op waarneming.nl de status algemeen en vrij algemeen hebben): het Vaal Stormvogeltje. Er vlogen die dag 11 exemplaren langs, waarvan ik de helft zag. Rond 10 uur kwam de soort van de dag langs Savoy: een Stormvogeltje. Twee nieuwe soorten op één dag, de laatste keer dat dat gebeurde was op 17 mei 2012 (Terekruiter, Grote Franjepoot). De volgende dag voegden Edwin Schuller, Hans Peterse, Frank en ik daar de extreem tamme Woestijngrasmus van Terschelling aan toe. Een zeer goed weekend dus, met drie nieuwe soorten in ongeveer 24 uur tijd.

Tot slot stonden de laatste weken van het jaar in het teken van de Witkopgors. Eerst vond Mariet Verbeek een mannetje nabij Arcen (Noord-Limburg). Deze vogel was echter erg lastig en maar weinig vogelaars slaagden erin om deze vogel te zien. Gelukkig vond Marcel Klootwijk halverwege december een vrouwtje bij Wilhelminadorp, in Zeeland. Drie dagen later bezochten Pascal Wink en ik de vogel, die zich op korte afstand fraai liet zien (al was het vrijwel onmogelijk om de vogel enigszins op de foto te zetten). Ondanks dat ik niet eens een poging gedaan heb de Limburgse vogel te zien, was de blijdschap toen ik de vogel zag er niet minder om.

vrouw Witkopgors – female Pine Bunting

Naast bovenstaande nieuwe soorten waren er natuurlijk nog veel meer hoogtepunten in 2015. De winter was onderhoudend met op 4 januari de Kleine Topper van het Veluwemeer. Later die maand twitchten we succesvol een vrouwtje Kleine Trap in de Polder Arkemheen (Amersfoort). Na een eerdere mislukte poging slaagden we er op 1 februari wel in om de Oosterse Tortel op de jaarlijst te krijgen. Mijn tweede Oosterse Tortel na de vogel van Wergea in 2010. Een maand later konden we een Kleine Geelpootruiter op de Utrechtlijst bijschrijven en wel in de Everdinger Uiterwaarden. De laatste leuke winterse soort waren twee Groenlandse Kolganzen bij Den Oever, ontdekt door Fred Visscher (blog). Een nieuw taxon voor mij. Deze ganzen combineerden we met de Roze Pelikaan in het stadsvijvertje van Callantsoog (tja…). Het voorjaar begon eind maart met de laatste Kuifleeuwerik van Nederland (blog). Ik ben benieuwd hoe lang die vogel het uithoudt, zal de vogel er volgend jaar ook nog zitten? Een fraaie man Ringsnaveleend bij Medemblik was op 27 april prima te combineren met de Amerikaanse Oeverloper. Het hoogtepunt van een periode Texel was een 2kj man Citroenkwikstaart op het Renvogelveld, gevonden door Michel Veldt. Andere leuke soorten waren o.a. een Breedbekstrandloper in Ottersaat en een Roodstuitzwaluw bij de Vuurtoren. Een zingende Iberische Tjiftjaf aan de andere kant van het Marsdiep kon natuurlijk niet overgeslagen worden. Na een leuke excursie voor mijn studie in het Haaksbergerveen (mijn eerste Bont Dikkopje!), twitchten Martijn van der Neut en ik een 2kj man Roodkopklauwier in het Binnenveld (Wageningen). Mijn achtste in NL en tweede voor de provincie Utrecht.

(Klik op de foto’s voor een slideshow)

Naast leuke vlinder- en libellensoorten (Veenhooibeestje, Veenbesparelmoervlinder, Spiegeldikkopje, Zuidelijke Keizerlibel) werd er in de zomerperiode sporadisch ook nog een leuke vogelsoort gemeld. Op een doordeweekse avond in juni twitchte ik vanuit Wageningen met enkele medestudenten een zingende Bergfluiter bij Doorwerth. De vogel liet uiteindelijk een enkele maal van zich horen. Mijn tweede Bergfluiter (een bergfluiter spec. op Texel niet meegerekend). Een van mijn hoogtepunten van het jaar was de Vale Gier die Frank op 7 augustus oppikte boven onze tuin in Woerden. De vogel was eerder die dag al gezien boven Eemnes en Harmelen en na onze waarneming nog in Driebruggen. Op 13 en 15 augustus foerageerde een juveniel Klein Waterhoen in de Ruygeborg. De vogel werd gevonden door Kees Janmaat (wie anders?) en werd slechts door zo’n 15 man gezien. Het najaar was erg rustig met, naast de Siberische Strandloper, slechts een paar hoogtepunten. Op 12 september zat een Kleine Spotvogel langs de Lange Dam (Slufter, Texel). De vogel werd gevonden door Wouter van der Ham en Pieter van Veelen en was erg lastig, maar uiteindelijk kwam het voor de meeste vogelaars wel goed. Op 27 september zat een Roodkopklauwier op iemands erf bij Julianadorp. Twee Siberische Boompiepers zaten eind oktober in het Krimbos op Texel. Een van de twee vogels liet zich fantastisch bekijken, foeragerend op enkele meters afstand. De laatste twee maanden werd er weinig gevogeld, maar toch werden enkele leuke soorten meegepikt. Zo zagen we op 29 november een blauwe fase Ross’ Gans bij Hilversum. Dit betrof de vogel die eerder al rondom Nijmegen, Oss en Cuijk gezien was. Achteraf werd duidelijk dat het waarschijnlijk een niet zuivere vogel is, met invloeden van Sneeuwgansgenen. Op 19 december zag ik de laatste zeer zeldzame soort van het jaar: de Kleine Topper van Den Oever, mijn tweede van het jaar en vijfde ooit.

Tot slot wil ik iedereen bedanken die de moeite heeft genomen om mijn weblog te bezoeken, lezen en reacties te plaatsen op een verhaaltje. Bij deze alvast de beste wensen voor 2016! Wensen

Advertenties

2 Reacties

  1. Leuk verhaal (met een klein foutje: “in bij Julianadorp”)!!!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: