Maandelijkse archieven: april, 2016

Tussen de buien door

Woensdag 27 april 2016

Na enige twijfel (i.v.m. de regen) gaan we aan het einde van de ochtend richting de Brabantse Biesbosch. Voordat we de Biesbosch bereiken, stoppen we aan de zuidkant van Werkendam even vlakbij Fort Bakkerskil. Hier was namelijk vanochtend en gisteren een Draaihals gezien, altijd een leuke soort. Eerst even een buitje afwachten en dan stappen we de auto uit en zoeken we samen met o.a. John en Marie-José van Gestel naar deze zeldzame spechtensoort. Het is even zoeken en de Grasmussen, Tapuiten, Roodborsttapuiten en Gele Kwikstaarten houden ons scherp. Na een half uurtje vinden de Draaihals terug. De vogel foerageert op een betonnen paadje boven op de dijk tegen de muur (oude waterkering) aan, maar is ook vaak te vinden in een van de wilgjes en op een van de vele paaltjes langs de dijk. Bij tijd en wijle (en tussen de buien door) laat de specht zich fraai bekijken. Het is Marie-José die bovendien (op afstand weliswaar) twee Patrijzen vindt, volgens een andere vogelaar waarschijnlijk het laatste paartje in de Biesbosch en omgeving.

Draaihals – Wryneck

Ondanks het vooruitzicht van nog meer buien geven we niet op en rijden we door naar de Biesbosch. Boven de Muggenwaard foerageert een gigantische groep zwaluwen (vooral Oever-, maar ook veel Gier- en enkele Boeren- en Huiszwaluwen). In Polder Hardenhoek foerageert een fraaie Dwergmeeuw tussen de Kokmeeuwen en Visdieven en even later staan we samen aan de andere kant van deze polder met opnieuw John en Marie-José te zoeken naar een Steenloper. Dit levert voor ons geen Steenloper op (die zit waarschijnlijk net achter wat pitrus), maar wel zien we drie slapende Regenwulpen en een onvolwassen Zeearend die hoog boven het gebied vliegt. Eindelijk onze eerste Zeearend in de Biesbosch (bij de derde poging). Op het paardenveldje lopen enkele Gele en vele Witte Kwikstaarten, waaronder 1 of 2 Rouwkwikstaart-achtige vogels (die echter te licht lijken voor zuivere Rouwkwikken). Met Albert de Jong en Jorrit Vlot staan we vervolgens bij het nest van de Visarenden, met ook de ouders in de buurt. Ze zijn zelfs even aan het paren.

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Bij Polder Maltha zit, net als de vorige keer, een vrouwtje Nonnetje en foerageren er opnieuw 100-en Oeverzwaluwen met daartussen enkele Boeren– en Huiszwaluwen. Eenmaal vliegen alle zwaluwen hoog op door een (Boom?)valk. Tot slot zien we iets verderop onze eerste 2 Bosruiters en Oeverloper van het jaar.

Nonnetje – Smew (photo: Peter van der Meer)

Bosruiter – Wood Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

 

Een drukke week

Zaterdag 23 april 2016

Het was me het weekje wel. Vooral de eerste dagen was ik nog steeds in de wolken door de spectaculaire vondst van ‘mijn’ Westelijke Baardgrasmus (die helaas dinsdag vertrokken bleek te zijn). Mooi weer bovendien, waardoor ik af en toe tijd wat vrij gemaakt heb om te gaan vogelen. Zo leverde me dat de afgelopen week in de omgeving van Wageningen veel leuke soorten op. Maandagavond (18 april) een avondje in de Wageningse Bovenpolder gedaan, waar (medestudenten) Bram de Vries, Martijn van der Neut en ik onder het luide gehoemp van een Roerdomp zochten naar Beflijsters. Met resultaat, uiteindelijk vonden we twee exemplaren.

Donderdagmiddag spoedde ik mij na mijn middagvak opnieuw naar de Wageningse Bovenpolder, deze keer om zelf lekker te vogelen. Dat viel me niet bepaald tegen. Zo zongen in de uiterwaarden vele Grasmussen, een enkele Braamsluiper en vond ik mijn eerste Koekoek van het jaar. Een Groene Specht vloog met me mee, terwijl een 2kj Pontische Meeuw boven de nevengeul in het gebied vloog. De vogel twijfelde even om te landen, maar besloot toch door te vliegen. Het hoogtepunt hier was een Zwarte Wouw, een soort waar wij absoluut niet verwend mee worden. Dit was pas mijn vierde in 7 jaar tijd. De vogel cirkelde laag boven de uiterwaard, maar won wel snel hoogte om boven de steenfabriek uit beeld te verdwijnen. Vervolgens fietste ik door naar het Renkumse Beekdal om op zoek te gaan naar een van mijn lievelingsvogels: de Middelste Bonte Specht. Het duurde even, maar gelukkig vond ik minstens 1 vogel in een gemengd Eiken-Beukenbos. De specht liet zich prachtig zien en deed aardig broedverdacht.

Dan ’s avonds het bericht dat de eerder gevangen Zwartkoprietzanger zich liet horen. Voor Rick Schonewille en mij was dit het teken om donderdagavond te gaan luisteren in de Ooijpolder. Helaas voor ons hield de vogel zijn snavel. Opmerkelijk trouwens was hoe weinig man zijn kans schoon zag die avond, met slechts drie andere vogelaars.

Terwijl vandaag (zaterdag) vrijwel iedere vogelaar richting de Ooijpolder ging om de rietzanger te horen, weerstaan Frank, mijn vader en ondergetekende die verleiding (alhoewel, hoe verleidelijk is het om via een parabool een ver weg zingende en onzichtbaar in het riet verstopte vogel te horen die soms zelfs voor een Kleine Karekiet wordt uitgescholden?) en rijden we naar Waverhoek. Hier had Sander Haak gisteren een Steltkluut gevonden, een zeldzame maar toch jaarlijks in de regio verschijnende steltloper. Samen met Paul van de Werken vinden we al gauw de vogel, die vlak langs het pad foerageert. Boven onze hoofden vliegen vrijwel alle soorten zwaluwen (Gier-, Huis-, Oever- en Boerenzwaluwen). De behoorlijk straffe wind maakt het niet bepaald aangenaam buiten en nadat we de plassen gauw hebben afgespeurd (paar Zwarte Ruiters, waaronder enkelen in zomerkleed) lopen we gauw weer terug naar de auto.

Steltkluut – Black-winged Stilt

We rijden een klein stukje door richting Botshol, waar we boven de Grote Wije verblijd worden door een negental Dwergmeeuwen, die op kenmerkende wijze vlak boven het wateroppervlak op insecten foerageren. In een polder langs de Hoofdweg stuiten we bovendien op drie Zwartkopmeeuwen, die net als enkele Kokmeeuwen op een pas bewerkt weiland foerageren. Als alle meeuwen opvliegen (oorzaak onbekend), zien we plotseling ook weer drie Dwergmeeuwtjes. Een leuk einde van deze dag.

Texel brengt tweede nieuwe soort in een paar dagen tijd

Vrijdag 15 tot en met zondag 17 april 2016

Nog helemaal in de wolken door de Baardgrasmus sta ik vrijdagmiddag voor een volgend avontuur. De afgelopen dagen werd namelijk een Forsters Stern op Texel gezien, een zeer zeldzame Amerikaanse sternsoort die slechts viermaal eerder in Nederland was gezien. De laatste keer was in 2001, ruim voor mijn actieve vogeltijd en dus betreft dit voor mij een nieuwe soort. Extra reden om gauw de bus richting Ede te nemen, vervolgens de trein richting Den Helder en als laatste de veerboot (van half 7) richting Texel. In de veerhaven van Texel word ik opgepikt door mijn vader en rijden we linea recta door naar de Volharding, waar de stern de afgelopen dagen behoorlijk onregelmatig wordt gezien. Vanaf ca. half acht kijken we het wad bij de Cocksdorp intensief af, maar poging Forsters Stern nummer 1 mislukt jammer genoeg. Gelukkig volgen er nog genoeg kansen dit weekend. Op de waddendijk foerageren enkele kwikstaarten: vooral Witte Kwikstaarten, maar ook twee Gele en 1 Engelse Kwikstaart. Op de Waddenzee zwemt bovendien een Roodhalsfuut (in zomerkleed), toch een leuke troostprijs.

Zaterdagochtend installeren we ons opnieuw bij de Volharding, in goed gezelschap van o.a. Pieter van Veelen en Jacob, Albert en vader Molenaar. Tussen de 100-en Grote Sterns zitten wel twee zomerkleed Dwergmeeuwen en een Dwergstern, maar van de Forsters ontbreekt voorlopig ieder spoor. Intussen wordt het steeds drukker met vogelaars en ook het aantal Grote Sterns neemt met het verstrijken van de tijd toe. Spannend zat dus, want de Forsters Stern kan zomaar opduiken. Op de Waddendijk foerageert bovendien een fraaie Beflijster. Even is er onduidelijkheid als de Forsters Stern ingevoerd blijkt te zijn op Waarneming.nl, precies op de plek waar wij zitten. Aangezien wij de vogel echt niet kunnen vinden, zal dat misschien een determinatiefout zijn?

P1170785

Twitchers op zoek naar de Forsters Stern

Samen met Luuk Punt loop ik wat dichter naar de Beflijster toe om de vogel beter te bekijken en te kunnen digiscopen. De lijster blijkt echter iets verder te zijn gevlogen. We willen ons net omdraaien als we opeens teruggeroepen worden: de Forsters Stern blijkt net te zijn teruggevonden! Gauw keren we terug naar de groep vogelaars en binnen korte tijd heb ik mijn tweede nieuwe soort van deze week in beeld. De vogel zit op de grens van het strand en het wad tussen de Grote Sterns op flinke afstand, maar met de telescoop is de dwaalgast toch prima te zien. Voor de foto is het echter net te ver weg. Uit de groep vogelaars klinken vele vreugdekreten en zuchten van opluchting. Na een klein kwartiertje vliegt de hele groep sterns vanuit het niets terug. Het overgrote deel van de sterns landt al snel weer op het zand, maar tot onze teleurstelling lijkt de Forsters niet te zijn teruggekeerd.

Forsters Stern – Forster’s Tern

Blij keren mijn vader en ik even naar ons huisje om wat te eten en ’s middags beginnen we aan ‘Plan Sneeuwvink / Alpenheggenmus‘. De hele middag spenderen we aan de westkant van het eiland (o.a. de parkeerplaatsen aan de Westerslag, Jan Ayeslag, omgeving Ecomare en nog veel meer goed lijkende plekjes), op zoek naar een van beide dwaalgasten (of beide natuurlijk 😉 ). Zoals verwacht kunnen we geen van beide soorten vinden. Wel vinden we twee foeragerende Boomleeuweriken, enkele Tapuiten, meerdere broedverdachte Bontbekplevieren en na een tip van Marc Plomp zien we in De Cocksdorp een mooie groep van 6 Beflijsters.

Zondagochtend steken we opnieuw tijd in de Forsters Stern, maar al na vijf minuutjes is duidelijk dat de vogel niet tussen de Grote Sterns zit en gaan we verder vogelen (we komen wel weer terug als de vogel teruggevonden wordt, een passieve houding mag ook wel een keertje 😉 ). In de Robbenjager en Tuintjes is het relatief rustig met vogels. De eerste 2 Braamsluipers van het jaar brengen wat aarzelend hun ratelende zang voort en verder kunnen we enkele Blauwborsten, een Rietzanger en een Dodaars noteren. De leukste waarneming is die van een Smelleken boven De Tuintjes, dat even achter een groepje Kneuen aan jaagt, maar vervolgens toch richting zuid gaat.

Holenduif – Stock Pigeon

Rond twaalven nemen we nog even een kijkje bij de Volharding om te kijken of de Forsters Stern alweer gezien wordt. We hebben de auto net langs de dijk geparkeerd en willen net uitstappen als we een piepje ontvangen: de stern wordt nu gezien. Dat is nog eens aanschuiven. Gauw lopen we de dijk op en daar staat de Forsters Stern opnieuw, nu op nog grotere afstand dan gisteren. Samen met o.a. Marianne Wustenhoff, Maria van Antwerpen en Edwin Schuller kunnen mijn vader en ik weinig lol beleven aan de stern, niet alleen door de te grote afstand, maar ook door de luchttrilling. Daarom verlaten we na een kwartiertje de Volharding en begeleiden we Maria en Marianne naar de plek waar wij gisteren een groep Beflijsters zagen. Al gauw hebben we de eerste Beflijster gevonden; in totaal zien we, net als gisteren, minstens 6 vogels.

Beflijsters – Ring Ouzel

Na een halfuurtje nemen we afscheid van Maria en Marianne en rijden we naar ons huisje om in te pakken en aan de terugweg richting Woerden te gaan beginnen. Rond 6 uur zijn we weer thuis. Het is echter nog niet genoeg geweest voor dit weekend, want even later komt Frank thuis van een internationale Gull Meeting in Duitsland en besluit mijn vader om mij naar mijn kamer in Wageningen te brengen, zodat ik morgenochtend vroeg niet zwaarbepakt met de trein hoef. Uiteraard is dat niet de enige reden, want mijn vader en broer willen ook graag de Westelijk Baardgrasmus zien. Samen met o.a. Alex Bos, Martin van der Schalk en Guus Peterse kunnen we de vogel ook vanavond weer prachtig te bekijken, druk rondhippend door de houtwal. Met veel dank aan Martin van der Schalk voor het mogen gebruiken van zijn schitterende foto’s!

Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler (photo: Martin van der Schalk. Click on the picture to see more photographs made by Martin.)

Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler (photo: Martin van der Schalk)

Westelijke Baardgrasmus op de campus!

Donderdag 14 april

Op 1 april werd ik gevraagd of ik mee wilde doen aan de Campus Challenge. Dit evenement, dat plaatsvindt op 14 april, wordt georganiseerd door W.B.S.V. Sylvatica, de studievereniging van mijn studie (Bos- en Natuurbeheer). De bedoeling is om met meerdere groepjes studenten zoveel mogelijk soorten (van alle soortgroepen) te vinden. Het groepje dat de meeste soorten ziet, wint de wedstrijd. Vanwege mijn vogelkennis werd ik benaderd om een groepje te begeleiden, zodat de soortgroep vogels niet onderbelicht wordt.

Twee weken later, op 14 april, verzamelen we rond 7 uur ’s avonds op de campus om vervolgens in 3 groepjes van 5 man een uur lang het terrein van de Wageningen University uit te pluizen. Op een relaxte manier struinen we over het terrein en kunnen we soort na soort toevoegen aan het lijstje. Na een half uur (met vooral veel plantjes, maar ook o.a. een zingende Zwarte Roodstaart) verplaatsen we ons richting de natuurtuin naast het Lumen, aangezien we verwachten dat we onze soortenlijst hier flink kunnen uitbreiden. Gijs Baller, groepsgenoot en mede-JNM’er, stapt een waadpak in om het onderwaterleven in de vijver te bekijken. In de tussentijd luister en kijk ik aandachtig om mij heen en kunnen we enkele vogelsoorten toevoegen aan de daglijst (o.a. Boerenzwaluw, Zwartkop).

Rond 10 over half 8 zie ik een klein vogeltje bewegen in de houtsingel tussen de natuurtuin en de Mansholtlaan. Gauw pak ik mijn verrekijker en richt die op de meidoorn. Mijn adrenalinepeil schiet pijlsnel omhoog, want zag ik nou een zanger met blauwgrijze bovenzijde, dieprode keel & onderzijde en wit snorretje?! Veel ongeloof, dit kan niet waar zijn? Even knipperen met mijn ogen, opnieuw kijken, maar opnieuw zie ik dezelfde kenmerken. Een droog “Ehm guys, ik heb een Baardgrasmus…” volgt, waarop mijn groepsgenoten opmerkelijk weinig actie ondernemen. “Ja joh, hou op hoor.”, “Je kletst.” en soortgelijke reacties. Als ze vervolgens zien dat ik toch behoorlijk serieus ben, wordt toch maar actie ondernomen en lopen we het bruggetje over om de vogel terug te vinden. Eerst een kort berichtje in de Wageningse vogelappgroep (zie foto hieronder) en na een paar zenuwslopende minuten (die voor mijn gevoel uren leken te duren) ziet Gijs de vogel plotseling weer in de meidoorn zitten.

Appgroep

In de daaropvolgende minuten meld ik het nieuws in de whatsappgroep en piep ik de vogel. Binnen enkele minuten komen de eerste vogelaars (en de andere groepjes die deelnemen aan de challenge 😉 ) aangesprint. Gelukkig werkt de vogel goed mee en kunnen de aanstormende vogelaars allemaal aanschuiven. Tot een uur of 9 is de Baardgrasmus voor iedereen geweldig te zien, rustig bewegend door de toppen van de bomen en soms zelfs door de voorste rand van het struweel. De vogel is behoorlijk wijnrood op de onderdelen en dat rood loopt ook ver door, wat mogelijk zou duiden op een Westelijke Baardgrasmus. Ook de staarttekening lijkt op een Westelijke te wijzen. Rond kwart over 9 vliegt de vogel een meidoorn in en zoekt hij (nog net zichtbaar) een slaapplekje op. Hierdoor lukt het een aantal vogelaars nog net om de vogel in de schemering te zien (knap gedaan, Maurice!). Uiteindelijk hebben ruim 50 vogelaars de vogel deze avond nog kunnen zien. In de bijna anderhalf uur heeft de vogel geen geluid gemaakt.

Het baardgrasmussencomplex is een nogal ingewikkeld geheel. Sinds 2014 bestaat deze groep uit drie zeer gelijkende soorten die weer zijn onderverdeeld in verschillende ondersoorten. In NW-Afrika, het Iberische Schiereiland, Frankrijk en NW-Italië broedt de Westelijke Baardgrasmus (Sylvia inornata), vanaf Italië tot in Turkije de Balkanbaardgrasmus (cantillans) en op o.a. Corsica en Sardinië zit de Moltoni’s Baardgrasmus (subalpina). De verschillen tussen deze drie soorten zijn erg subtiel: de belangrijkste kenmerken zitten in de hoeveelheid wit in de staart en de verschillen in geluid. Van de ‘baardgrasmus’ zijn ongeveer 75 gevallen in Nederland. Bij de helft van de gevallen (37x) kon de exacte soort niet worden vastgesteld; tot nu toe zijn er 32 gevallen van de Balkanbaardgrasmus, 5 gevallen van de Westelijke en op dit moment is het enige geval van de Moltoni’s Baardgrasmus in herroulatie bij de CDNA.

Vrijdagochtend wordt de vogel al vroeg weer teruggevonden. De hele dag staan er groepjes vogelaars in de tuin en aan de andere kant van de singel, langs het fietspad dat langs de Manholtslaan loopt. In totaal bezoeken vrijdag minstens 300 vogelaars (waaronder ik) de vogel. Vanwege de drukte houdt de beheerder van de natuurtuin toezicht op het terrein om alles in goede banen te leiden. Ook zaterdag is de vogel aanwezig. Nu wordt de vogel ook zingend en roepend waargenomen. De discussies op verschillende fora lopen nog, maar vrijwel zeker gaat het hier om de 6e Westelijke Baardgrasmus van ons land. Extra bijzonder is dat dit beestje zo diep in het binnenland zit, buiten de kustzone zijn er namelijk maar enkele gevallen van baardgrasmussen (ongeacht welke soort).

Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler (photo: Martin van der Schalk. Click on the picture to see more photographs of this bird.)

Nog meer fraaie foto’s van de vogel zijn hier te vinden. Om de belangstelling aan te geven, tot op het moment van schrijven (16 april, 23.00 u) is de vogel ruim 500x ingevoerd, verspreid over drie dagen. Ik zal de vogel binnenkort indienen bij de CDNA. De Campus Challenge hebben we trouwens helaas op een paar soorten na verloren, misschien had ik toch wat minder tijd moeten besteden aan de grasmus. 😉

Het hoogtepunt zit in eigen regio

Zaterdag 9 en zondag 10 april 2016

Deze keer een verslag van een heel weekend in plaats van één dag. Zaterdag maken we een rondje door de noordelijke Delta. We beginnen in Stellendam, waar we meerdere duingebieden bezoeken. Dit resulteert in meerdere zingende Cetti’s Zangers en twee overvliegende Slechtvalken. Via de Brouwersdam (helemaal niks) rijden we richting Kerkwerve, om te gaan zoeken naar de Kleine Geelpootruiter. In hetzelfde gebied (Prommelsluis) stuiten we op een druk foeragerende Poelruiter, helaas wel op flinke afstand. De Geelpootruiter komt helaas niet (bevredigend) in beeld (want we zien de betreffende vogel wel, maar op veel te grote afstand om er iets aan te zien).

In een nieuw natuurgebiedje (genaamd de Gasthuisbevang) kijken we bovendien uit op een Kokmeeuwenkolonie met daartussen ook aardig wat Zwartkopmeeuwen, leuk. Ook een Kleine Zilverreiger is hier present. Via een korte stop in Prommelsluis (2kj Pontische Meeuw) rijden we door naar de Brouwersdam, in de hoop de adult zomerkleed Zwarte Zeekoet te zien. Dit lukt zowaar! Na even zoeken, vinden we de Zwarte Zeekoet in het noordelijke ‘haventje’, op enige afstand maar toch fraai te zien. Na enkele vogels in winterkleed en een eerste zomer is dit mijn eerste exemplaar in prachtkleed.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Vervolgens maken we een stop langs het Volkerakmeer, maar de Zeearenden geven zich helaas niet thuis. Rond half 6 verlaten we de Delta en gaan we weer richting Utrecht. We rijden echter de afslag Woerden voorbij en nemen de volgende afslag. Op de Haarrijnse Plas, bij Vleuten, heeft Maria van Antwerpen eerder die middag namelijk een IJsduiker ontdekt. Samen met de gelukkige ontdekker en Phil Koken, Jack Folkers, Frank Roos en Pieter Hilgeman zien we het slagschip al snel zwemmen, vlak voor de kijkhut. De IJsduiker is hierbij prachtig te zien op een fijne afstand. Een prachtige nieuwe regiosoort en al mijn vierde IJsduiker dit jaar (na vogels in Den Haag, op het Veerse Meer en Wijk bij Duurstede). Andere leuke soorten op en rond de plas zijn vier Geoorde Futen en een Blauwborst.

IJsduiker – Great Northern Diver

Geoorde Fuut – Black-necked Grebe

De zondag besteden we wat dichter bij huis. Aan het eind van de ochtend rijden we richting Wilnis. We willen net de zoektocht naar de 4 Koereigers beginnen als we erachter komen dat we de telescoop thuis hebben laten staan… Wat twijfels, maar we besluiten toch maar door te gaan en dus niet de scoop op te halen. De 4 Koereigers zijn echter in geen velden of wegen te bekennen, dus rijden we door naar Nieuwer ter Aar, waar er ook eentje moet zitten. Hier zien we de zeldzame reiger wel, op het erf van een boerderij. Omdat we de scoop toch wel missen, rijden we terug naar Woerden om de scoop op te halen en na een korte pauze staan we rond drie uur opnieuw langs de Bosdijk te kijken naar de Koereiger. Wederom zit de vogel op het erf van dezelfde boerderij. Voor een foto zit de vogel net wat te verstopt achter allerlei takjes.

Daarna rijden we door naar de Haarrijnse Plas. Vlak bij de parkeerplaats zwemt een klein groepje Kuifeenden, even afkijken of er bijvoorbeeld geen Ringsnaveleend tussen zwemt. Dat blijkt niet het geval, maar Frank vist wel een vrouwtje Topper uit de groep. Een leuke verrassing, want zo algemeen zijn Toppers in het binnenland niet. Iets voorbij de kijkhut zien we al snel de IJsduiker zwemmen, helaas wel aan de andere kant van de plas. De vogel dobbert eerst wat rond, maar na een tijdje komt de duiker opeens in hoog tempo onze kant op zwemmen. Daarbij laat de IJsduiker zich in het zonnetje erg mooi bekijken. Verder zwemmen opnieuw enkele Geoorde Futen op de plas en kunnen we ook een Blauwborst, Zwartkopmeeuw en een clubje Oeverzwaluwen noteren. Een mooi einde van een leuk weekend.

Topper – Greater Scaup

Topper – Greater Scaup

IJsduiker – Great Northern Diver

Fraaie Kuifduiker tijdens rustig dagje

Zondag 3 april 2016

Nadat we gisteren een dag lang fanatiek gevogeld hebben (in de Biesbosch), doen we het vandaag een stukje rustiger. Aan het eind van de ochtend rijden we naar Waverhoek. Zoals vaker in deze periode van het jaar staat het gebied vol met steltlopers en eenden. Samen met Kees Janmaat speuren we het gebied intensief af op schaarse soorten. De oogst is vergelijkbaar met gisteren: 100-en Winter– en vier man Zomertalingen, enkele Pijlstaarten, vele Grutto’s en Kluten, Kemphanen, meerdere zingende Blauwborsten, een groepje Bonte Strandlopers en een Zwarte Ruiter in winterkleed. Geregeld breekt er paniek uit op de plas als er een roofvogel over het gebied vliegt, zo zorgen o.a. een Slechtvalk, Havik en meerdere Bruine Kiekendieven ervoor dat alle eenden en Grutto’s de lucht in gaan. Boven het gebied vliegen bovendien twee fraaie Zwartkopmeeuwen, die hun aanwezigheid door hun kenmerkende roep verraden.

Grutto – Black-tailed Godwit (photo: Frank vd Meer)

Hierna brengen we een bezoekje aan Botshol (4 Geoorde Futen) en tot slot bezoeken we de recreatieplas Cattenbroek, aan de oostkant van Woerden. Hier had Jeroen de Bruijn vanochtend een fraaie Kuifduiker gevonden. Het duurt niet lang voordat wij deze vogel vinden. Samen met o.a. Sander Haak en Edwin Schuller kunnen we de Kuifduiker, in volledig zomerkleed, mooi bekijken. Ook hier zwemt een Geoorde Fuut en verder zien we een tweetal Kleine Plevieren, een Gele Kwikstaart en de eerste Visdief van het jaar.

Kuifduiker – Horned / Slavonian Grebe

Nu wel naar de Biesbosch

Zaterdag 2 april 2016

Op 12 maart was ons plan om naar de Biesbosch te gaan, om de daar aanwezige Kleine Geelpootruiter en Amerikaanse Wintertaling te zien. Door de melding van de Amerikaanse Tafeleend ging dat plan echter niet door. De afgelopen weken bleef dit moerasgebied in trek bij bijzondere vogelsoorten (o.a. Buidelmezen, een 2e Kleine Geelpootruiter en 2e Amerikaanse Wintertaling) en dus gaan we vandaag wél die kant op.

We beginnen in de Hardenhoek, waar we direct worden verwelkomd door de enkele net uit Afrika teruggekeerde zomervogels. Zo zingen vanuit het struweel o.a. meerdere Fitissen, een Blauwborst en een Rietzanger. Ook horen we enkele korte strofes van een Snor en brengen minstens 3 Cetti’s Zangers hun explosieve zang voort. Samen met veel andere vogelaars speuren we vervolgens de slikplaten in dit stuk nieuwe natuur af en dat levert flinke groepen Wintertalingen, 2 Zwartkopmeeuwen en de eerste Zomertalingen (2 man, 2 vrouw) van het jaar op.

Vervolgens bezoeken we andere gebieden in de nieuw ingerichte Noordwaard. Dit voormalige agrarische gebied is de afgelopen jaren behoorlijk op de schop gegaan om, in tijden van een hoog waterpeil, genoeg water op te kunnen slaan om de omringende steden droog te houden. Om dit te bewerkstelligen, is een heel geulencomplex gegraven en zijn delen onder water gezet. Zie hier voor meer informatie. De nieuwe indeling heeft nu al zijn uitwerking op vogels en dat zal de komende weken alleen nog maar leuker worden. Nu leveren de verschillende gebieden al bijna 20 Waterpiepers (waarvan enkele exemplaren al volledig in zomerkleed), nog meer Cetti’s Zangers en Zwartkopmeeuwen, de eerste Kleine Plevieren, een viertal Gele Kwikstaarten, vrouwtje Nonnetje, een Slechtvalk, Pontische Meeuw, drie groepjes Reeën en vele soorten eenden en steltlopers op. Een van de hoogtepunten is een fraaie Visarend die vanuit de top van een dode boom rustig haar omgeving verkend en zich hierbij fraai laat bekijken.

Waterpieper – Water Pipit

Visarend – Osprey

Gele Kwikstaart – Blue-headed Wagtail

Het hoogtepunt van de dag zien we rond drieën, als een van de twee Amerikaanse Wintertalingen wordt teruggevonden in de Polder Muggenwaard. Het is even zoeken, maar na een tijdje vinden we deze zeldzaamheid terug. De vogel slaapt op grote afstand op een eilandje, half achter de begroeiing en is hierdoor lastig te zien. Twee uur later zien we de vogel opnieuw, nu wel wakker maar nog steeds (te) ver (voor een foto). De Kleine Geelpootruiter komt helaas niet meer in beeld, ondanks meldingen aan het eind van de middag.

Rond half zes zetten we een punt achter deze vogeldag en zetten we tevreden koers richting huis, met o.a. een Amerikaanse Wintertaling, Visarend, vele Cetti’s Zangers en nog vele andere leuke soorten in de pocket. Als we zien hoe interessant dit deel van de Biesbosch er nu bij ligt, zal het vast niet lang duren voordat we dit mooie gebied weer bezoeken.