Maandelijkse archieven: december, 2018

Dubieuze zwemvliezen in de regio

Zaterdag 22 en dinsdag 25 december 2018

Het is zaterdag iets na enen als er drie korte berichtjes in de regio-whatsappgroep binnenkomen: het is Bertus de Lange die in de polder tussen Aarlanderveen en Nieuwkoop een Ross’ Gans heeft gevonden. We hadden geen plannen voor vandaag, dus maken we de keuze om deze zeldzame gans te gaan bezoeken. De Ross’ Gans die vorige winter in de regio zat, miste ik helaas op een dagje dus dit zou een mooie inhaler voor mijn regiolijst zijn (mits de vogel ongeringd is natuurlijk).

Een dik uur later zijn we ter plaatse en na even zoeken zien we de Ross’ Gans lopen tussen 100-en ganzen, voornamelijk Kol- en Grauwe Ganzen. Samen met ontdekker Bertus bekijken we de Nearctische gans op een acceptabele afstand (kleine 100m). Een voorwaarde voor het aanvaarden van Ross’ Ganzen door de CDNA is het fotografisch vastleggen van de ongeringde poten, zodat een geringde kwekersvogel met zekerheid kan worden uitgesloten. In het hoge gras zijn de poten echter niet te zien, dus hopen wij van harte dat de gans een modderpaadje opzoekt om te drinken. Al snel zien we enkele Grauwe en Kolganzen naar een poeltje op dat paadje lopen. Vol verwachting blijven we de Ross’ Gans volgen en binnen een paar minuten doet de gans waar wij op hoopten: hij loopt linea recta naar het poeltje. De poten zijn hier goed te zien, met zekerheid ongeringd! Gauw maak ik een paar foto’s van de poten, zo die is ‘binnen’.

Ross’ Gans – Ross’ Goose

Ross’ Gans, ongeringde pootjes! – Ross’ Goose, unringed!

De rest van de dag besteden we in de ruime omgeving. Zo zien we twee groepen van 7 en 8 Wilde Zwanen, waarvan een vlak langs de weg. Opnieuw met dank aan Bertus zien we bovendien een aardige groep Kleine Rietganzen, ook geen allerdaagse soort in deze contreien. In totaal tel ik 20 exemplaren, waarvan eentje met een witte halsband (met inscriptie KL9, geringd op Spitsbergen!).

Vandaag, op Eerste kerstdag, lopen we met z’n vieren een rondje langs de Reeuwijkse Plassen. Zoals gebruikelijk stikt het van de eenden op de surfplas: naast de duizenden Smienten ook groepjes Kuif- en Tafeleenden en hier en daar een Brilduiker. In de eerste groep duikeenden die vlak langs de kade dobbert, valt mijn oog op een gek eendje: een vrouwtje Kokardezaagbek! Ook bij deze soort dienen de poten gefotografeerd te worden voordat ze in aanmerking komen voor aanvaarding. We volgen de Noord-Amerikaanse eendensoort een klein halfuurtje, maar in tegenstelling tot de Ross’ Gans krijgen we de poten niet goed te zien, laat staan op de foto.

Kokardezaagbek – Hooded Merganser

Verder is het een alleraardigst rondje met naast het zonnige weer ook genoeg leuke vogels: 6 Geoorde Futen, 1 Kuifduiker, 6 Pontische Meeuwen waaronder een Poolse, een Vuurgoudhaantje en een late Tjiftjaf. Het leukste bewaren we echter tot vlak bij de parkeerplaas. Een mannetje Goudvink sloopt namelijk vakkundig alle berkenpropjes. Een prachtige soort die wij veel te weinig zien (de laatste is ca. 1,5 jaar geleden!).

Goudvink – Bullfinch

Goudvink – Bullfinch

 

Jaaroverzicht 2018

Dit jaar heb ik minder geblogd dan de jaren hiervoor, maar natuurlijk mag een jaaroverzicht van 2018 niet ontbreken.

2018 in een notendop
Op het gebied van zeldzaamheden was 2018 een prima jaar met 2 nieuwe soorten voor Nederland: Grijswangdwerglijster en Sporenkievit, al was de eerste niet twitchbaar en zal de laatste voor hoofdbrekens zorgen bij de CDNA. Hetzelfde geldt voor de Oostelijke Gele Kwikstaart die in december gezien werd onder de rook van Rotterdam. Andere hoogtepunten waren de 2e Balkankwikstaart, 3e Grote Kanoet, 5e Balkanbergfluiter en de 7e en 8e Cirlgors. Verder gaven twitchbare gevallen van o.a. Ross’ Meeuw, meerdere Bastaardarenden, Kuhls Pijlstormvogel, Roodoogvireo, Zwartkeellijster, Kleine Zwartkop en Witkeelkwikstaart (territorium in Groningen) het jaar kleur op de wangen.

2018 was ook het jaar waarin ik de grens van 300 soorten op Texel passeerde: een Noordse Pijlstormvogel die op 22 september langs Paal 28 vloog, was mijn 300e soort. Inmiddels staat de teller op 304 (met dit jaar een toevoeging van 13 soorten). In heel Nederland zag ik dit jaar 10 nieuwe soorten (nu 414 soorten in NL), die hieronder beschreven worden.

Nieuwe soorten
Woensdag 24 januari was een opmerkelijke opleving in een verder relatief rustige winter. In Vlissingen werd een 1e winter Ross’ Meeuw gevonden (laten schieten, want ver weg en geen nieuwe soort voor ons), terwijl in Scheemda de aanwezigheid van een man Zwartkeellijster wereldkundig werd gemaakt. De lijster was maandenlang te bewonderen in een tuin, wij zagen de vogel in totaal 2x. Vooral bij het tweede bezoek liet de vogel zich uitermate fraai bekijken op de voedertafels in de tuin. Deze fraaie lijster betekende de eerste nieuwe soort van het jaar.

Zwartkeellijster – Black-throated Thrush (c Peter van der Meer)

Zwartkeellijster – Black-throated Thrush (c Peter van der Meer)

Drie weken later was de volgende nieuwe soort aan de beurt. Met veel pijn en moeite twitchten we de Bastaardarend net buiten de regio, bij Berkenwoude. De vogel vloog toen de zon al lang onder was een rondje boven zijn slaapplaats, dit tot vreugde van de vele twitchers. Een snel weerzien met deze soort volgde op 26 mei, toen een (ander) exemplaar enige tijd op Texel te bewonderen was. De vogel zat korte tijd op de grond en was daarna fraai vliegend te bewonderen.

Bastaardarend Texel – Greater Spotted Eagle at Texel (c Peter van der Meer)

Vanaf grofweg eind maart tot en met oktober verbleef ik op Texel, voor vakantie en in de zomer mijn stage. De eerste week was gelijk een geweldige week. De man Koningseider langs de Noordzeekust trok vele vogelaars van de vaste wal naar het eiland. Op 27 maart was het Rik Wever die tevergeefs naar de eend zocht maar wel op een ter plaatse Papegaaiduiker stuitte. De alkachtige was de hele dag te bewonderen tussen Paal 17 en 21, op een vlakke zee en was dus een zeer welkome nieuwe soort voor ons drieën. Ik had nooit gedacht dat mijn eerste Papegaaiduiker in Nederland een twitchbare zou zijn…

Papegaaiduiker – Atlantic Puffin

Op 12 april, een van de spaarzame momentjes dat ik in Woerden ben dit voorjaar, zijn we net de spullen aan het inpakken om naar Texel te gaan, als Bram ter Keurs een Blonde Tapuit vindt op vakantiepark de Sluftervallei op Texel (circa 1 km van ons huisje op de Krim…). De volgende dag is het eerste dat we doen op het eiland natuurlijk de Oostelijke Blonde Tapuit (want het bleek een Oostelijke te zijn) vereren met een bezoekje. Na de Westelijke Blonde Tapuit van vorige oktober is dit onze tweede Blonde Tapuit op Texel in een half jaar tijd, niet verkeerd!
In december 2018 is er ook eindelijk nieuws over een vrouwtje Blonde Tapuit dat ik in 2014 bij Westkapelle zag: DNA wijst uit dat dit een Oostelijke Blonde Tapuit was. Dus technisch gezien was de vogel van 2018 geen nieuwe soort…

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Mijn vijfde nieuwe soort van dit jaar zagen Koen Stork, Tim Langerak, mijn vader en ik op 21 april: bij Budel twitchten we de lang verblijvende man Cirlgors. De vogel was behoorlijk mobiel en een echt goede zichtwaarneming bleef helaas uit (vogel liet wel veel van zich horen). Broer Frank had in juni meer geluk (zie foto).

Cirlgors – Cirl Bunting (c Frank van der Meer)

Het duurde ruim twee maanden, maar op 25 juni was de volgende nieuwe soort een feit. Na vier uur (!) wachten konden Frank en ik de Dougalls Stern van De Putten (bij Petten) erg fraai bewonderen.

Dougalls Stern (phonescoopje, c Frank van der Meer)

Dougalls Stern (phonescoopje)

De 7e nieuwe soort is er eentje met een vraagteken. Eind juli bevond zich namelijk een Sporenkievit in de Kop van Noord-Holland. Lekker dicht bij mijn stageplek in Den Helder en dus heb ik deze vogel tweemaal met een bezoekje vereerd. De kievit had zich aangesloten bij een groepje Kieviten. De determinatie van de vogel is duidelijk, de status daarentegen allesbehalve: de soort wordt veel gehouden en als gevolg daarvan zijn eerdere gevallen in ons land niet aanvaard. Aan het kleed van deze vogel was weinig aan te merken, maar of het genoeg is om dit exemplaar te aanvaarden als 1e voor Nederland…?

Het najaar was, zeker met vergeleken met het voorjaar, relatief rustig met weinig klappers. Zaterdag 27 oktober leek een dag als alle andere te worden, totdat Arend Wassink, mijn broer en ondergetekende ’s middags in het Krimbos op Texel tegen een Roodoogvireo aanblunderden. Gelukkig konden ook andere vogelaars die middag en de volgende dagen volop genieten van deze zeer zeldzame Amerikaanse zangvogel.

Op vrijdag 9 november reden we rond 16.50 uur de boot naar Texel af voor een weekendje Texel, toen Rodny Stolk een spannende gierzwaluwachtige ontdekte t.h.v. de Koog. Een spannende rit als gevolg (de zon ging voor vijven onder!), waarbij het feit dat we als laatste de boot afreden ook niet hielp, maar om 17.20 (!) zagen we de vogel toch nog zeer laag rond een erf vliegen. ’s Avonds bleken de foto’s (door anderen) net niet genoeg om de determinatie als Vale Gierzwaluw rond te krijgen, maar het verhaal zou nog een staartje krijgen. Op zondag vlogen er bij de vuurtoren namelijk 2 Vale Gierzwaluwen rond die hier dagenlang bleven rondhangen. Een van de twee vogels had een kleine vleugelbeschadiging waardoor duidelijk werd dat het dezelfde vogel was als die van vrijdag in het laatste licht.

Vale Gierzwaluw – Pallid Swift (c Peter van der Meer)

Mijn 10e en laatste nieuwe soort van het jaar was een soort die al jarenlang hoog op mijn verlanglijstje stond. In de middag van 10 december werd namelijk bekend dat een Notenkraker gezien was in Wageningen. Ik zat dat moment toevallig net in de trein naar Wageningen toe, dus dat kwam mooi uit. Het liep allemaal net even anders dan gehoopt, want de vogel werd slechts een kwartiertje gezien en verdween daarna uit beeld. De volgende ochtend werkte de kraaiachtige ook niet mee, maar gelukkig werd de vogel later weer teruggevonden. Poging nummer 3 was wel raak. Op het moment van publiceren zit de Notenkraker er nog steeds en is de vogel zo ongeveer de meest gefotografeerde vogel van Nederland van dit jaar. Frank maakte een leuk filmpje van de vogel.

Notenkraker – Spotted Nutcracker (c Frank van der Meer)

Verder
De eerste leuke soort waren de overwinterende Grote Kruisbekken op Heidestein op 20 januari. De winter werd verder opgeleukt door een witte vorm Ross’ Gans bij Houten en een fraaie Witstuitbarmsijs op een industrieterrein in Arnhem, beide long-stayers.

Het voorjaar op Texel bracht, naast de nieuwe soorten, genoeg andere zeldzaamheden. Het populaire adulte mannetje Koningseider was geen nieuwe soort, maar voelde wel zo. Naast langs de Noordzeekust zagen we op 19 mei ook een (hetzelfde?) beest op de Waddenzee t.h.v. Oost. Roodstuitzwaluwen vlogen bij de Robbenjager en Paal 12. In de Staatsbossen vond Diederik Kok vond zingende Iberische Tjiftjaf, die lang aanwezig bleef. Op 8 mei vloog een Steppekiekendief over de noordkop, terwijl diezelfde dag een Kleine Geelpootruiter in Dijkmanshuizen zat. Tot slot zijn 2 klauwieren het noemen waard: een Roodkopklauwier op 10 mei in de Nederlanden was erg leuk, maar het hoogtepunt was een Kleine Klapekster op de noordkop op 26 mei.

De zomer bracht weinig tot niets. Een fraaie Scharrelaar op 24 & 25 september in de Nederlanden was de eerste leuke soort van het najaar. Ook alle andere leuke soorten zaten op Texel. Op 27 september had ik de eer om een Bergfluiter spec. te vinden in het Krimbos, helaas was de vogel voor niemand anders weggelegd. Het was Diederik Kok die op 5 oktober een Struikrietzanger vond, mijn 4e alweer op de noordpunt. Tot slot werd net voor het DB-najaarsweekend een Blonde Ruiter gevonden, deze vogel vormde zo’n beetje het enige hoogtepuntje tijdens het weekend. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het najaar een stuk minder opwindend was dan het voorjaar, en misschien zelfs wel een klein beetje tegenviel. Tot slot was de eigen regio goed voor twee discutabele zwemvliezen: een ongeringde Ross’ Gans op 22 december bij Nieuwkoop en een ongeringde Kokardezaagbek op Eerste kerstdag op de Reeuwijkse Plassen.

Qua vlinders en libellen was het niet heel veel, mede door mijn lange zomerse verblijf op Texel (stage). In het voorjaar blunderden mijn vader, Frank en ik tegen maar liefst 2 verschillende Grote Vossen op het eiland aan, voor ons zelfs nog een nieuwe soort. Op 4 augustus bezochten we de Resedawitjes op de Planken Wambuis (Veluwe). Naast de Zadellibel tijdens het DB-najaarsweekend mogen de fraaie Zuidelijke Oeverlibellen bij Renkum deze zomer niet ontbreken.

Tot slot wil ik iedereen het volgende wensen: