Maandelijkse archieven: december, 2019

Jaaroverzicht 2019

Ook dit jaar kan een jaaroverzicht niet ontbreken.

2019 in een notendop
Het jaar 2019 was een bijzonder jaar. Er werden maar liefst 8 nieuwe soorten voor ons land vastgesteld: Schildraaf, Indische Kievit, Groene Fitis, Grijskopkievit, Sakervalk, Alaskastrandloper, Grote Vale Spotvogel en Kleine Regenwulp. Daarnaast hebben we ook nog de ‘Schierzwaluw‘, wat mogelijkerwijs zelfs een nieuwe soort voor geheel Europa is, en de Grijskoppurperkoet. Ook qua knallers was dit jaar goed bedeeld: o.a. de 2e Mirtezanger, 3e Audouins Meeuw en Monniksgier, 4e Bruine Lijster, 3e en 4e Bruine Klauwier, 4e Turkestaanse Klauwier, 5e Steltstrandloper, 8e Dwergaalscholver en de 1e twitchbare Kalanderleeuwerik en Witkeelgors (beide 6e voor NL).

Ondanks dit hoge aantal klappers is er toch genoeg aan te merken op dit jaar. Een aantal van bovengenoemde soorten was zeer moeizaam of helemaal niet twitchbaar (o.a. Sakervalk, Audouins Meeuw, Witkeelgors); aan anderen hing een verdacht luchtje aan de herkenning (Groene Fitis, Schierzwaluw) of status van de vogel (Schildraaf, Indische Kievit).

Mijn nieuwe soorten
Op donderdag 27 juni is het tijd voor mijn eerste van de 8 nieuwe soorten dit jaar. Op deze dag wordt namelijk een Grijskopkievit bij Workum (Friesland) gevonden. Dat sloeg in als een bom: niet alleen is deze soort nog nooit eerder in ons land vastgesteld, ook in Europa zijn er maar enkele gevallen van deze soort. In Workum is het de hele dag dan ook een drukte van belang. Wij (Robert van Tiel, Julian & Nathaniël Bosch, mijn broer Frank en ik) twitchen de vogel in de loop van de avond. Gelukkig werkt de kievit erg goed mee en laat zich de hele dag aan vele 100-en belangstellenden zien. Uiteindelijk heeft de kievit (afkomstig uit Oost-Azië) het twee dagen uitgehouden in Friesland.

Grijskopkievit – Grey-headed Lapwing

Waarschijnlijk mijn meest dubieuze nieuwe soort van dit jaar is de Schildraaf. Deze vogel werd voor het eerst op 22 mei gezien, in Den Oever, en zwierf later door Friesland en Groningen. Vanaf half juli heeft de kraai een vaste stek gevonden in Leeuwarden, op het moment van schrijven zit de vogel daar nog steeds. Zelf zag ik de vogel op 5 (weekendje in het noorden) en 18 augustus (twitch Alaskastrandloper). Over de determinatie is geen twijfel, over de status des te meer: de grote vraag is of deze Afrikaanse soort hier op eigen kracht is gekomen of de mens (lees: boot) een handje geholpen heeft.

Schildraaf – Pied Crow

Half augustus was een leuke periode voor Amerikaanse steltlopers in de regio. Na een Amerikaanse Goudplevier in Willeskop op 11 augustus (zie onder) was het in de avond van 14 augustus raak: Pim Rijk vond een Steltstrandloper in Waverhoek. Helaas te laat voor mij, want vanaf Wageningen is het niet meer te halen. Na een spannend nachtje wordt de vogel de volgende ochtend gelukkig al weer vroeg teruggevonden, en dus zien mijn vader, Bram de Vries en ik nog diezelfde middag de vogel. Ook op 17 augustus zie ik deze dwaalgast. Leuk is dat dezelfde vogel een paar dagen eerder in Noord-Ierland gezien is. Het gaat hier om het 5e geval voor ons land.

De 18e van augustus was een opmerkelijke dag met 2 nieuwe soorten met een verhaal. Samen met Gert Vonk en Frank maak ik een rondje door Friesland. Het hoofddoel is uiteraard de 1e Alaskastrandloper voor Nederland die Wim van Zwieten op 15 augustus vond bij Westhoek, Friesland. Urenlang kijken we met tientallen vogelaars de tienduizenden strandlopers af op deze hoogwatervluchtplaats, veelal in de stromende regen. Omdat de juiste vogel maar niet in beeld wilde komen, besluiten we uit armoede maar naar de isabelklauwier bij het Lauwersmeer te rijden. Op dat moment zijn we er niet op bedacht dat we hoogstwaarschijnlijk niet naar een Daurische, maar naar onze 1e Turkestaanse Klauwier kijken. Net op het moment dat we willen terugkeren naar Westhoek wordt de Alaskastrandloper daar weer teruggevonden. Een zenuwslopend ritje volgt. Als we een uurtje later de Waddendijk bij Westhoek oplopen, zien Gert en ik de Alaskastrandloper nog net een tel door iemand anders telescoop voordat de hele groep opvliegt. In dat korte tijdbestek zie ik uiteraard amper iets aan de vogel, mede door de grote afstand. Frank kan de vogel niet eens vinden. Met afstand mijn slechtste waarneming van een nieuwe soort ooit en als de soort niet zo zeldzaam was, zou ik hem nooit geteld hebben.

De volgende twitches verlopen gelukkig een stukje soepeler. Op 28 september bezoeken we een rommelhoek bij Noordwijkerhout, waar al enkele dagen een Bosgors bivakkeert. Deze gors wordt weliswaar jaarlijks in ons land vastgesteld, maar veelal betreft het vogels aan de grond op moeilijk bereikbare Waddeneilanden of overvliegende exemplaren waar je ook weinig aan hebt. Dit exemplaar is dan ook erg welkom. Leuk is ook dat een tamme Dwerggors in hetzelfde groenstrookje verblijft.

De 7e is misschien wel de beste van allemaal. Op 12 oktober wordt namelijk bekend dat er een gekke, grijze spotvogel zit in een tuin in Wormer (net ten noorden van Amsterdam). De identiteit is dan nog niet gelijk duidelijk, al ziet ‘ie er wel erg spannend uit. Twee dagen later, op maandag 14 oktober, maken Frank en ik samen met Arend Wassink vanaf Texel de oversteek naar het vasteland om de vogel met een bezoekje te vereren. De eerste dagen is er veel discussie over de determinatie: een bleke gewone Spotvogel, Oostelijke Vale of misschien zelfs Grote Vale Spotvogel? Uiteindelijk blijkt het de zeldzaamste optie, de eerste Grote Vale Spotvogel voor West-Europa is een feit. Al weet ik eigenlijk niet wat bijzonderder is: een Grote Vale Spotvogel in Nederland of Arend die een vogel op het vasteland twitcht.

Grote Vale Spotvogel – Upcher’s Warbler

Tot slot hebben we misschien wel het beste kerstcadeau voor vogelaars ooit. Op 23 december vond Sytze Algera bij Schagen namelijk Nederlands eerste Kleine Regenwulp. Het duurde tot Eerste kerstdag tot Frank, mijn vader, Tim Langerak en ik vrij konden maken voor deze gigantische knaller. Leuk is dat een paar honderd meter verderop een Kleine Trap zit.

https://waarneming.nl/media/photo/024/402/24402916.jpg

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Verder
Buiten de bovenstaande nieuwe soorten was het een rustig jaar qua zeldzaamheden. De Oosterse Tortel van Limmen liet zich op 26 januari maar moeizaam zien. Dat was mijn derde Oosterse Tortel in Nederland: twee Meena’s en een niet op ondersoort aanvaarde vogel. Een andere winterse zeldzaamheid was de Wageningse Notenkraker. Op 1 februari liet de vogel zich nog wel zien, daarna heb ik nog geregeld gezocht maar was de vogel voor mij onvindbaar. Het voorjaar kenmerkte zich (voor mij) met weinig leuke soorten. Het hoogtepunt werd gevormd door 2 Orpheusspotvogels, eentje op 18 mei op Texel en eentje op 15 juni in Haarzuilens, Utrecht.

Qua zeldzame vogels was de zomer rustig, maar qua zeldzame insecten was de zomer erg aardig. Op 16 juni zag ik mijn 1e Iepenpages bij Winterswijk. In het uiterste zuiden van Limburg zag ik o.a. Bruin Dikkopje, Veldparelmoervlinder en Dwergblauwtje, terwijl we ook meerdere Kleine Tanglibellen, Gaffelwaterjuffers (beide nieuw) en een (helaas dood) Vliegend Hert vonden.

Een zeer leuke regiosoort was de Amerikaanse Goudplevier die op 11 augustus in Willeskop liep. Dit was de allereerste voor de provincie Utrecht en mijn 2e in Nederland. Twee Texelse hoogtepunten in het najaar waren de Blauwvleugeltaling van het Grote Vlak en de erg late Struikrietzanger van Den Burg. Niet alles was succesvol, want veel dwaalgasten in het najaar waren helaas niet weggelegd voor mij: o.a. de Mirtezanger (Schiermonnikoog) en Witkeelgors (Maasvlakte) lieten zich na urenlang zoeken niet zien. De Kuifleeuwerik van Apeldoorn mag natuurlijk niet onbenoemd blijven. Dat was de vierde locatie alweer in ons land waar ik deze (inmiddels voormalige broed)vogel zag. Tot slot vormde een Kleine Trap bij Schagen een fijne bonus bij de Kleine Regenwulp. Mijn 3e alweer in Nederland na een man op de Veluwe en een vrouw in Arkemheen.

Ik sluit af met de bekende woorden:

Kerstkaart

Geweldig kerstcadeau

Woensdag 25 december 2019

Twee dagen terug, op 23 december, vond Sytze Algera een vreemde wulp tussen de vele Wulpen in een polder bij Schagen. Samen met Fred Visscher kwamen ze uit op een Kleine Regenwulp, een soort die nog nooit in ons land gezien is en ook in de rest van Europa extreem zeldzaam is (maar 8 gevallen). Diezelfde dag werd de vogel teruggevonden en de determinatie bevestigd. Ook gisteren werd de vogel veelvuldig getwitcht, al was deze dwaalgast vliegerig. Mooie bonus is dat zoekers een Kleine Trap vonden. Daarom maken mijn vader, broer en ik het plan om vandaag die kant op te gaan. Tim Langerak is onze metgezel.

Rond 9 uur staan we bij het station van Woerden om Tim op te pikken en reizen we af naar het noorden. Vlak voor we de bestemming bereiken, volgt al het geruststellende bericht dat de vogel teruggevonden is. Rond tien uur stappen we gauw de auto uit en kunnen we dankzij andere vogelaars (waaronder genoeg bekenden) gelijk een blik werpen op de Kleine Regenwulp, die op grote afstand tussen de vele Wulpen loopt.

Al snel besluiten we om te rijden, omdat de vogel vanaf de andere kant veel dichterbij te zien zou moeten zijn. Een goede keuze, want een paar minuten later kunnen we deze dwaalgast (broedvogel van Oost-Siberië, die normaal overwintert in Australië) van veel dichterbij zien. De vogel zit nu op circa 200 meter, is door de telescoop prachtig te zien maar voor goede foto’s nog net iets te ver weg. Een opmerkelijk beestje: een flinke slag kleiner dan de Wulpen, met een veel lichtere kop en opvallender koppatroon. Ook de snavel is een stuk minder ‘overdreven’ dan die van de Wulp.

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Dat ging veel makkelijker dan gedacht, zeker de verhalen van gisteren in het achterhoofd houdend. Daarom bezoeken we later de Kleine Trap die een paar honderd meter verderop zit. Ook bij deze zeldzaamheid is het aanschuiven geblazen, want de trap is constant in beeld. Erg leuke bijvangst! Dit betekende mijn derde Kleine Trap, na een mannetje op de Hoge Veluwe (september 2011) en een vogel bij Nijkerk (januari 2015).

Kleine Trap – Little Bustard

Aan het eind van de ochtend rijden we weer naar huis en na een voorspoedige rit zijn we mooi op tijd weer thuis, met 2 geweldige soorten op zak.

Twee ritjes naar Gelderland

Zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019

Dit weekend wordt er voor het eerst sinds tijden weer eens serieus gevogeld. Gisteren hebben we met het hele gezin gezellig een stuk over de Veluwe gestruind. In Planken Wambuis bij Ede is het koud, met zelfs vorst aan de grond. Qua vogels is het een leuk tochtje. De hoogtepunten worden gevormd door een druk hakkende man Kleine Bonte Specht en een uit de verte roepende Zwarte Specht, terwijl een Klapekster de boomtoppen van de heide bewoont.

Planken Wambuis 1

Planken Wambuis (foto: Frank vd Meer)

Vandaag staat een tochtje langs de Randmeren op het programma, leuk om weer eens grote groepen van duizenden eenden af te kijken op zeldzame soorten. Dat is de afgelopen dagen ook het idee geweest van andere vogelaars, gezien de 2 Kleine Toppers en de Ringsnaveleend die afgelopen week gevonden zijn. Het weer gooit echter roet in het eten, want als we het water bij Harderwijk naderen, trekt een dicht misthaag zich op. Aangezien het zicht minder dan enkele meters is, heeft doorgaan geen enkel nut.

Dus rijden we maar door naar Apeldoorn, waar al enige tijd een Kuifleeuwerik zit. Sinds 2015, toen de laatste vogel uit Den Bosch verdween, is deze voormalige broedvogel een dwaalgast in ons land. En dus trekt deze nieuwe vogel veel bezoekers, zeker onder de jongere vogelaars. De vogel is snel gevonden, is erg tam en laat zich fantastisch zien op enkele meters. Een geweldige vogel. Hij zit zelfs zachtjes (binnensmonds) te zingen. Hopelijk houdt het beest het nog even uit op deze plek.

Kuifleeuwerik – Crested Lark