Auteurarchief: robertbirding

Regenachtige zaterdag maakt het hele najaar goed

Zaterdag 27 oktober 2018

Net als vorig jaar zitten we ook dit najaar vele weken op Texel. Qua leuke soorten valt het echter ietwat tegen. Dit weekend kiezen we er daarom voor om toch maar weer eens een weekendje naar Texel te gaan. Gisteren begon al aardig met een groepje Pestvogels in de Koog en een nieuwe Texelsoort in de vorm van 2 Grote Zee-eenden. Vanochtend (zaterdag) lopen we in de Mandenvallei als er een tikkende gors laag langs komt vliegen en landt in het helmgras vlakbij: een Dwerggors. Tegen de tijd dat de eerste vogelaars aankomen, is de gors dieper in de vegetatie verdwenen en deze wordt daarna slechts nog vliegend gezien.

Om 11.30 uur zijn we terug in het huisje en vanwege een naderende bui kijken we eerst op ons gemak een film. Als het weer droog is, besluiten we naar het Krimbos te gaan, voor de zoveelste keer dit najaar. Na een tijdje komen we Arend Wassink tegen en bekijken we samen een flock Goudhanen en mezen. Er zit ook een Tjiftjaf tussen, schaars deze dagen. Om 14:44 alarmeert Arend dat hij iets anders in beeld heeft. De vogel zit hoog en is dus moeilijk te zien. Als wij bijsluiten, zien Frank en Arend de vogel wat verspringen en roept Frank de onvergetelijke woorden: “Het is een vireo!”. De volgende vijf minuten laat de Roodoogvireo zich prachtig zien aan drie verbouwereerde waarnemers. Hij beweegt heel rustig en is daardoor lastig terug te vinden. Wij drieën hebben echter geen camera bij ons, dus bewijsplaatjes van de Yank blijven uit.

De vogel wordt niet zonder slag of stoot doorgegeven in de Bird Alerts Texel en niet lang daarna zijn Eric Menkveld, Klaas de Jong en Diederik Kok als eerste ter plaatse. Zij zien de vogel nog net. Tegen de tijd dat de volgende tientallen vogelaars arriveren, verdwijnt de vireo uit beeld. Een minutenlange plensbui helpt ook niet bepaald mee. Pas een klein uur later (om 15.53) vindt Vincent Stork de Roodoogvireo weer terug, precies op de plek waar de vogel voor het laatst gezien is. Mogelijk hing hij de hele tijd gewoon in dit deel van het bos rond zonder te zijn opgemerkt door de tientallen langslopende vogelaars.

Vireo 1 plek

plek Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Vanaf dat moment wordt de Roodoogvireo bijna constant gezien. Nog steeds verblijft deze Amerikaanse zangvogel hoog in de kruinen, maar bij tijd en wijle laat hij zich prachtig bekijken en fotograferen. Het gaat hier pas om het 9e exemplaar voor Nederland, waarvan de 3e veldwaarneming. Het is bovendien de eerste Amerikaanse zangvogelsoort die op Texel wordt gezien. Tot in de schemering zien toegesnelde vogelaars de vireo. Dat maken wij echter niet meer mee, want samen met enkele andere Texelse vogelaars zoeken wij eetcafé De Rog op om te proosten op deze geweldige vogel die het magere najaar 2018 in een klap goed maakt.

Vireo 3 twitchers

twitchers Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Vireo 2 twitchers

twitchers Roodoogvireo (c Frank van der Meer)

Advertenties

Vlinderen op de Veluwe

Zaterdag 4 augustus 2018

Samen met Frank en mijn vader besteed ik aan het eind van de ochtend enkele uren in de Planken Wambuis op de Veluwe. In de akkerranden van Oud Reemst stikt het van de vlinders die op de schaarse nectarplanten afkomen.

Hooibeestje – Small Heath

Gehakkelde Aurelia – Comma Butterfly

Naast algemene soorten als Hooibeestje, Kleine Vuurvlinder, Icarusblauwtje en Gehakkelde Aurelia zien we ook enkele schaarse soorten. Bruine Vuurvlinders zijn met enkele 10-tallen aanwezig en ook erg leuk zijn circa 5 Kommavlinders.

Bruine Vuurvlinder – Sooty Copper

Kommavlinder – Silver-spotted Skipper (photo: Peter van der Meer)

Kommavlinder – Silver-spotted Skipper (photo: Frank van der Meer)

We komen hier echter voor één soort: sinds afgelopen maandag is bekend geworden dat hier enkele Resedawitjes rondvliegen. Deze soort komt normaal gesproken niet in Nederland voor en dwaalt slechts zeer sporadisch af naar onze streken. In Nederland zijn twee verschillende soorten Resedawitjes te verwachten (Resedawitje en Oostelijk Resedawitje) die op basis van hun uiterlijk niet te onderscheiden zijn.

Wij slagen erin om minstens 3 van deze vlinders tussen de 10-tallen witjes op te pikken. Ze zijn erg vliegerig en als ze gaan zitten, is dat meestal op afstand. Daardoor zijn ze lastig te fotograferen, maar met wat geduld kunnen we de Resedawitjes prima zien.

Resedawitje – Bath White / Eastern Bath White

Planning verpest door een Dougalls Stern

Maandag 25 juni 2018

Afgelopen zondag vond Maarten Hotting maar liefst 2 Dougalls Sterns in de kolonie Grote Sterns van De Putten, langs de Hondbossche Zeewering tussen Camperduin en Petten. Deze zeldzame soort wordt, voor een dwaalgast althans, redelijk vaak in Nederland gezien (35 gevallen, sinds 2000 gemiddeld eens in de 2-3 jaar). Desondanks slaagde ik er niet eerder in deze soort te zien in ons land. Vanaf Den Helder / Texel is Petten redelijk dichtbij en goed te bereiken en dus ondernam ik een plan om maandagmiddag naar deze soort af te reizen, uiteraard als de vogel(s) de volgende dag nog gezien worden.

De volgende dag worden beide vogels al vroeg teruggevonden en dus reis ik volgens plan ’s middags af richting Petten. Met toestemming van mijn begeleider Mardik Leopold vertrek ik een uurtje vroeger dan gepland en app ik heen en weer met broer Frank, die blijkbaar tot half 5 moet werken en daarna dus ook in de gelegenheid is om te komen. Leuk! De reis met het OV verloopt soepel en dus stap ik rond 4’en uit bij de bushalte Petten-Leihoek. Vanaf daar is het een dik kwartiertje lopen naar De Putten.

De zoektocht naar de vogel(s) gaat een stuk minder soepel: vanaf kwart over 4 / half 5 speur ik, samen met de plusminus 20 medewaarnemers, intensief de vele 100-en sterns af. Af en toe is er een leuke verrassing: naast Grote Stern en Visdief broeden er (blijkbaar) ook Dwergsterns in het gebied en een adulte Zwarte Stern is korte tijd aanwezig in de kolonie Grote Sterns. Daarnaast zorgen verschillende gekleurringde Grote Sterns en een dito Kokmeeuw voor een prima tijdbesteding.

Tussen half 7 en 7 uur komt Frank aanlopen. Na 2,5 uur zoeken is er nog steeds geen spoor van de vogel. Volgens de reisplanning moet ik maximaal de bus van 19:35 uur pakken om de laatste boot naar Texel te halen. Echter, er knaagt toch wat aan me: ik wil natuurlijk niet dat ik net de bus ingestapt ben en dat de vogel dan gezien wordt. Bovendien wordt het steeds drukker met vogelaars, wat de kans op de Dougalls Stern vergroot. In overleg met Frank besluit ik daarom om de laatste boot naar Texel te laten schieten en ‘gewoon’ naar Woerden te gaan om de nacht door te brengen, dan maar morgenvroeg heel vroeg op en de trein naar Den Helder nemen.

Naarmate de avond vordert, neemt het geloof onder de vogelaars af dat de stern nog terugkeert. Om iets over half 9 pakken Frank en ik de telescoop in en ruimen we alles op. We willen net naar de bushalte lopen als Wouter Teunissen de Dougalls Stern even denkt te zien. Wanneer een andere vogelaar door zijn scoop kijkt, blijkt de stern net te zijn opgevlogen. Gauw de telescoop weer opzetten en met z’n allen kijken we de sterns weer af. Met de kijker kijk ik de vliegende sterns af en vrijwel direct zie ik een heel lichte, kleinere stern met lange staart en donkere snavel rondvliegen en in de kolonie landen – duidelijk de Dougalls Stern! Gauw geef ik het door waardoor de andere vogelaars de vogel ook zien. Het duurt vervolgens enkele minuten voordat de stern teruggevonden wordt, maar het is de ontdekker Maarten Hotting die hem terugvindt op de grote stenen aan de rand van de schelpeneilandjes.

Hier laat de zeldzame stern zich minutenlang erg fraai zien, op niet al te grote afstand en in prachtig licht. Een last valt van mijn schouders af; hier heb ik ruim vier uur op moeten wachten… De blijdschap en opluchting is ook op de gezichten om ons heen duidelijk te zien, wat een mooie vogel. De vogel is aan beide poten geringd (geringd op Cocquet Island, N-Engeland), wat betekent dat dit de tweede vogel moet zijn (het andere exemplaar is aan maar 1 poot geringd). De onderstaande foto’s, gemaakt met de telefoon door de telescoop, geven een beeld van hoe goed de vogel te zien was.

Dougalls Stern – Roseate Tern

Dougalls Stern – Roseate Tern (photo: Frank van der Meer)

Rond kwart over 9 pakken Frank en ik opnieuw alles in en gaan we met een goed gevoel richting de bushalte – nu halen we de bushalte echter weer niet, want onderweg worden we aangesproken door Wouter Teunissen en Frank van Duivenvoorde of we mee willen rijden (waarvoor dank!). Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen en zo rijden we met z’n vieren naar Leiden Centraal, waardoor we rond half 12 het station van Woerden bereiken. En kwartiertje later ben ik thuis en zoek, na een lange dag, gelijk mijn bed op. Wat ben ik blij dat ik gebleven ben en niet (zoals mijn planning was) de laatste boot naar Texel gepakt heb!

Geweldig voorjaar op Texel

Vrijdag 27 april t/m zondag 10 juni 2018

Vanwege mijn stage bij Imares (Den Helder) woon ik van koningsdag t/m eind augustus op het prachtige Waddeneiland Texel. De eerste tweeënhalve week stonden in het teken van fanatiek vogelen, daarna begon de stage en werd het vogelen beperkt tot de avonduurtjes en weekenden.

Het was een geweldige eerste anderhalve maand, met talloze krenten in de pap. De periode leverde mij 5 nieuwe Texelsoorten (#294-298) op: Krooneend, Zee- en Bastaardarend, Kleine Klapekster en Grauwe Gors. Buiten deze 5 soorten waren er genoeg hoogtepunten, zie het uitgebreide verhaal hieronder.

—–

Op 5 en 6 mei zat een (ongeringd) paartje Casarca’s in het ganzenreservaat Zeeburg; weliswaar een discutabele soort maar wel behoorlijk schaars op Texel. Een man Krooneend dat op 7 mei op het Grote Vlak zwom, vormde een zeer welkome nieuwe Texelsoort. Door de afstand konden we de poten niet checken op ringen. Een man Koningseider bevond zich op 19 mei in een grote groep Eiders op de Waddenzee t.h.v. het Wagejot; het is onduidelijk of het om het exemplaar betrof dat eerder langs de Texelse Noordzeekust zat, of wellicht de Vlielandse vogel (of een derde exemplaar). De man Topper op de Robbenjagerplas bleef daar tot 1 mei. Net als de afgelopen jaren bivakkeerde eind mei een zomerkleed Roodhalsfuut op de Horsmeertjes.

Topper – Greater Scaup (photo: Frank van der Meer)

Roofvogels waren goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met vooral in de tweede helft van mei hoge aantallen. We zagen in totaal 5 Visarenden (5, 8, 21 & 25 mei en 9 juni, waaronder eentje over de tuin!) en 4 Wespendieven (25 & 26 mei en 9 juni, waaronder eentje fraai tp in een meidoorn in de Vijver van Jochems). Een van de blikvangers van dit voorjaar was onze 2e Bastaardarend in Nederland. De vogel zat op 26 mei een uurtje aan de grond in polder Eierland en verkoos vervolgens het luchtruim. Ook de volgende dag werd de vogel gezien (maar niet door ons). Het lukte Frank en mij om op 11 mei een Zeearend boven de tuin op te pikken; een nieuwe Texelsoort voor ons. Naast de nodige Bruine en Blauwe Kiekendieven zagen we ook een trekkende Grauwe (21 mei over de Krimweg) en Steppekiekendief (8 mei, vuurtoren). Tijdens de Big Day vlogen beide wouwen over de noordpunt; de Rode en Zwarte Wouw waren soms zelfs samen in één beeld te zien! De volgende dag vloog bovendien een Rode Wouw laag over de Big Day-teams bij het maken van de groepsfoto. Op 25 mei liet mijn eerste Roodpootvalk (2kj man) in 5 jaar tijd zich, zowel in vlucht als in zit, fraai bekijken bij de Vijver van Jochems.

Bastaardarend – Greater Spotted Eagle (photo: Peter van der Meer)

Steppekiekendief – Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een Kwartel zong op 6 juni onregelmatig in de Prins Hendrikpolder. Vanaf half mei was, net als 2 jaar geleden, het geluid van een Porseleinhoen vaak en luid te horen uit de Roggesloot, zelfs vanaf ons huisje op de Krim. Boven datzelfde huis vlogen op 2 mei 2 Kraanvogels, een erg leuke tuinsoort. Het luchtruim boven het Krimbos was op 21 mei goed voor mijn 4e Texelse Zwarte Ooievaar.

Kraanvogel – Common Crane (photo: Peter van der Meer)

Naast groepjes Morinelplevieren in Polder Eierland zat op 2 mei een vrouwtje in een groepje Goudplevieren langs de Vuurtorenweg (t.h.v. het Krimbos). Net als in april zat een Gestreepte Strandloper enkele dagen in Waalenburg (misschien wel hetzelfde exemplaar?). De nieuw ingerichte Hanenplas was dit voorjaar een goede plek voor strandlopers: Temmincks Strandlopers foerageerden hier regelmatig, terwijl we hier ook eenmaal een Kleine en Krombekstrandloper zagen. Het kan haast niet anders of dit plasje gaat dit jaar nog een leuke soort opleveren… Ook elders op het eiland kwamen we deze soorten zo af en toe tegen. De leukste steltloper zat in Dijkmanshuizen: op 8 mei vond Klaas de Jong hier een Kleine Geelpootruiter, de 6e voor het eiland en de 2e voor dit gebied.

Morinelplevier – Dotterel (photo: Peter van der Meer)

Gestreepte Strandloper – Pectoral Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/0/16713440.jpg

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs

Een late, adulte Drieteenmeeuw vloog op 10 mei langs Paal 20 (De Koog). Op de Big Day vloog tweemaal een Kleine Jager over het strand bij de vuurtoren. Een verzwakte Zeekoet zat op 19 mei op het strand bij de vuurtoren. We moesten er even op wachten, maar vanaf 7 mei zongen er weer Zomertortels in ons vakantiepark. Een ander (broedverdacht) paartje bevond zich bij de Sluftervallei. Naast een doortrekkende Velduil op de Big Day zag ik in de periode eind mei / begin juni 3 exemplaren in potentieel broedbiotoop. Op 5 en 12 mei vlogen solitaire Bijeneters over de Tuintjes. De vogel op de laatstgenoemde datum zat bovendien enige tijd aan de grond.

Zomertortel – European Turtle Dove

Velduil – Short-eared Owl

Naast de roofvogels waren, tot onze vreugde, ook de klauwieren goed vertegenwoordigd dit voorjaar. Het begon met 2 Grauwe Klauwieren; op 6 mei een man in Dorpzicht en op 12 mei een vrouw in de Tuintjes. Er zat echter nog meer in het vat, want op 10 mei zat een fraaie man Roodkopklauwier in de Nederlanden. Het was alweer 4 jaar geleden dat deze voor het laatst op dit Waddeneiland gezien was. Het hoogtepunt was echter een schitterende man Kleine Klapekster die op 26 mei over de noordkop zwierf. Het kostte mijn vader en mij wel wat bloed, zweet en tranen om de vogel terug te vinden (was een uur uit beeld), maar het resultaat mocht er zijn… Ook leuk waren twee Wielewalen. Het eerste exemplaar liet zich bij tijd en wijle fraai bekijken in het Krimbos (en niet horen!), het tweede exemplaar vloog op 3 juni over Polder Wassenaar richting de Cocksdorp.

Roodkopklauwier – Woodchat Shrike (photo: Frank van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/4/16936234.jpg

Kleine Klapekster – Lesser Grey Shrike

Op 5 mei vond Diederik Kok een Iberische Tjiftjaf in de Staatsbossen bij de Koog. Naast de volgende dag zagen en hoorden we de phylloscopus ook nog op 9 juni; een echte longstayer dus. In het Krimbos zaten in begin mei 2 Fluiters; helaas bleken ze net voor de Big Day te zijn vertrokken. In hetzelfde bos zong op 2 mei ook een Vuurgoudhaan, toch pas mijn eerste zingende op het eiland. Ook Texel deelde mee in de grote influx van Roze Spreeuwen in NW-Europa: mijn eerste adulte vogel zat op 3 juni een minuutje in de top van een meidoorntje bij het Reddingboothuisje.

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Op 28 april en 4 mei bevonden zich 5 resp. 1 Beflijster in de Eierlandse Duinen; een andere erg schaarse lijstersoort (op Texel althans), de Grote Lijster, foerageerde langs de Pelikaanweg. Een fraaie noordelijke man Bonte Vliegenvanger liet zich op 4 mei fraai zien in het Krimbos. Paapjes waren schaars met slechts 2 exemplaren: op 4 mei in de Eierlandse Duinen (foto) en 20 mei bij het Reddingboothuisje.

Bonte Vliegenvanger – Pied Flycatcher (photo: Peter van der Meer)

Paapje – Whinchat

Op de dag voor de Big Day liep op een prima afstand een volwassen Roodkeelpieper op het Renvogelveld; pas mijn tweede op het eiland en eerste aan de grond. In de periode 28 april – 3 mei zaten maximaal 3 Kleine Barmsijzen en 1 fraaie Keep in zomerkleed in onze tuin; het kan slechter. De enige Appelvink buiten de Big Day was een roepende vogel op een boerenerf bij ’t Horntje (24 mei). Hier vlakbij, over de Mokbaai, vloog een dag eerder een Europese Kanarie over. Last but not least, op 5 mei zat een hele goede Texelsoort bij de Robbenjager: een Grauwe Gors vloog de hele dag rond het Renvogelveld. Hij was erg lastig, uiteindelijk heb ik de vogel helaas maar een tel door de scoop gezien. Niet echt een mooie waarneming, maar wel een erg zeldzame soort op de Wadden en nieuw voor ons op Texel!

Keep – Bramling (photo: Peter van der Meer)

Op vogelgebied was er genoeg te beleven (understatement), maar een van de (zo niet hét) hoogtepunten was een vlinder. Op 3 mei liepen we aan het eind van de ochtend Dorpzicht in. Qua vogels viel het wat tegen. Langs het pad stuitten Frank en mijn vader op een grote oranje vlinder. De eerste gedachte was een Gehakkelde Aurelia, maar het een en ander klopte niet voor deze soort. Toen de vlinder naar de voet van een populier vloog (en ik hem eindelijk ook zag) bleek het inderdaad te zijn wat we stiekem al dachten: een Grote Vos!

Enigszins verbouwereerd meldde ik het nieuws toch maar in de BAT (weliswaar geen vogel, maar er was gelukkig genoeg animo voor) en in het volgende uur liet de vlinder zich aan circa 10 medewaarnemers fraai zien en fotograferen. Het bleek een voorbode voor meer waarnemingen; de volgende dagen werden in de omgeving van het Krimbos nog meer exemplaren gevonden, waaronder een exemplaar op 5 mei waar Frank en ik tegenaan blunderden. Dit zijn op Waarneming.nl de allereerste waarnemingen van deze soort op het eiland, om maar even aan te geven hoe zeldzaam de soort hier is. Voor ons betrof het bovendien een nieuwe soort, erg leuk om er dan zelf tegenaan te lopen!

https://waarneming.nl/fotonew/8/16626368.jpg

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Weinig kilometers maar veel soorten tijdens de Texel Big Day 2018

Zaterdag 12 mei 2018

Vandaag (zaterdag 12 mei 2018) is het dan zover: de Texel Big Day. Mijn vader Peter, broer Frank en ik vormen het team Meer Waarneming.nl. In totaal proberen 15 verschillende teams per e-bike ieder zoveel mogelijk soorten te zien in 24 uur tijd (of sommigen iets korter…). De afgelopen 2 weken zaten we ook al op het eiland en toen hebben niet echt iets voorbereid, al werden plekjes voor lastige soorten (bv een lang verblijvende Smient / Pijlstaart, territoria van Fluiters, goede locaties voor Zomertortels) extra goed onthouden als we ze toevallig tegen kwamen.

VOORWAARDE & PLANNING
Al gelijk bij de benadering door Hisko de Vries (van Waarneming.nl) om deze site te representeren op de Big Day, hadden we één voorwaarde: we gaan niet het hele eiland over, zelfs al hebben we de beschikking over een e-bike. Daarvoor is onze conditie niet goed genoeg en hebben we de ‘benen’ niet. Ons plan is dan ook om alleen de noordelijke helft van het eiland te bevogelen. Gedurende de twee weken werden de grenzen van onze Big Day vastgesteld: we zouden globaal niet zuidelijker gaan dan de lijn De Koog / Waalenburg / Utopia. De afgelopen twee weken werd duidelijk dat alsnog een groot aantal soorten mogelijk moest zijn boven deze lijn. Op goede dagen kan de noordpunt erg goed zijn voor doortrekkers, terwijl ook bos (Krimbos) en wad / moeras (Volharding & Zeeburg / Waalenburg / de nieuw ingerichte Hanenplas) binnen handbereik is. Uiteraard wisten we dat we door deze beperking soorten zouden missen die niet of zeer moeilijk zijn in het noorden; dat namen we voor lief. Ons doel is dan ook om de grens van 100 soorten te passeren, een soort of 110-120 leek toch goed mogelijk.

Door onverwachte avondtochtjes en door uitstellen werd geen uitgekiende route gemaakt. Een gebrek aan nachtsoorten op Texel en zeker het noorden (bijna geen uilen en rallen) maakte het voor ons (en genoeg andere teams) niet nodig om al om 0:00 uur te beginnen. Een paar uur voor het begin besluiten we zelfs helemaal geen poging te doen voor nachtvogels en zodoende pas aan het eind van de nacht te beginnen. Met het eerste licht zouden we in de Tuintjes staan voor landtrek, zingende zangvogels en voor zeevogels. Vervolgens zouden we via het Krimbos (voor bossoorten) richting onze uitvalsbasis vakantiepark De Krim gaan. De rest van de route ligt open, we kijken wel hoe het allemaal verloopt en welke soorten we missen. Bovendien kunnen we dan anticiperen op leuke meldingen in de Big Day-Whatsappgroep, zeker met de goede weersomstandigheden in het achterhoofd (ZO 4-6, zonnig weer).

DE BIG DAY
Zoals gepland gaat de wekker om 4:45, een half uur later zijn we klaar om te beginnen. Een Merel, Zwarte Kraai, Roodborst en Koolmees vormen samen de eerste soorten deze dag. Intuïtief besluiten we eerst een poging te doen voor Kwartel in de Hanenplas, dan kunnen we gelijk een kijkje nemen op de nieuw ingerichte plas. De Kwartel is helaas stil; de plas brengt ons op een stand van 37 soorten, met Nachtegaal, Koekoek, Groenpootruiter, Wintertaling, Kleine Plevier, Tapuit en Grote Canadese Gans (lastig op Texel) als meest aansprekende soorten.

Big Day

Groepsfoto bij begin van de dag; vlnr: Frank, Peter en Robert

We fietsen met korte tussenstops richting de Tuintjes. In het Krimbos kunnen we de Fluiter die hier dagenlang zit niet vinden. Bonus hier is een territoriale Appelvink (#38) die luid roepend rondvliegt; die hadden we de afgelopen 2 weken niet! In de Eierlandse Duinen kunnen we onder meer 2 Sprinkhaanzangers, Rietzanger en Havik bijschrijven, je kunt ze maar beter hebben!

Rond 6:30 uur en met een soortenlijst van 59 soorten bereiken we de zuidelijke ingang van de Tuintjes. Samen met Jorrit Vlot en Michaël Dagnelie lopen we naar het uitkijkpunt aan het eind van de Tuintjes. Tot ongeveer 9:00 zitten we (met naast Jorrit en Michaël ook tijdelijk Timo Roeke en team Rock around the Clock) op de telpost en dat is bepaald geen straf. In de duinen zingt een Blauwborst, de Noordzee en Eierlandse Dam zijn goed voor Jan-van-Gent, Zwarte Zee-eend, Dwergstern, Kleine Jager (boven strand jagend achter stern), Paarse Strandloper en Kanoet. Over de telpost vliegen o.a. Boompiepers, een Sperwer en een (roepende) Grote Gele Kwikstaart, da’s een goede op een Big Day! Een door Arjan van Egmond ontdekte vrouw Grauwe Klauwier is erg leuk, maar het hoogtepunt is een BIJENETER! Door een melding halverwege het eiland zijn we extra alert op deze soort, en warempel: rond half 8 hoor ik de vogel enkele malen roepen, vijf minuten later vliegt de vogel laag boven onze hoofden boven de telpost en landt zelfs een klein halfuur in een struikencomplex. Geweldig (al slagen hierdoor helaas ook twee andere teams erin deze soort te twitchen). 😉

Een Bijeneter – European Bee-eater (photo: Frank van der Meer)

Via het Renvogelveldje (#86-89: man Zomertaling, vrouw Pijlstaart, Noordse & Engelse Kwikstaart) en de zuidkant van de Tuintjes (geen Paapje, wel nogmaals dezelfde Grauwe Klauwier en nieuw: Braamsluiper en Putter) fietsen we naar de Vijver van Jochems. Zeer welkome nieuwe dagsoorten zijn een zingende Grauwe Vliegenvanger, Spotvogel en Vink (#92-94), bovendien vliegt er opnieuw een Grote Gele Kwikstaart en Appelvink over en horen we eenmaal een (dezelfde?) Bijeneter. Een zigzagbeweging op de kaart volgt: we spoeden ons tevergeefs terug naar het Renvogelveld voor Paapje, maar noteren hier wel een Rietgors (#95).

Het wordt tijd om iets naar het zuiden te zakken. In het Krimbos proberen we een tweede Fluiter (weer niks), al kunnen we wel weer enkele soorten bijschrijven: Waterhoen, Tuinfluiter, Gaai en Pimpelmees. Een voorbij vliegende Grote Bonte Specht gaat later fanatiek zitten roepen: dit is onze 100e soort, en dat al om 11.17 uur! Vanwege een melding van een Zwarte Wouw ten zuiden van de Koog fietsen we snel naar een hoog duintje langs de Krimweg en hier zien we een half uur later de wouw recht over komen, gaaf! Tot slot fietsen we na een tip van André Strootman een klein stukje naar het noorden voor een nestelende Zomertortel, die zich erg fraai laat bekijken.

Tussen half 1 en 2 uur nemen we een korte eet- en rustpauze in ons huisje en maken we de balans op van makkelijke soorten die we nog moeten. We besluiten ze één voor één langs te gaan. In het park is de eerste tortel die we tegenkomen niet de gewenste Turkse Tortel, maar een van de grond opvliegende Zomertortel! Gelukkig vinden we al snel de Turkse Tortel (#103). In de Cocksdorp (tegenover de Plus) is een Bosrietzanger (#104) zachtjes aan het zingen, terwijl op de Roggesloot meerdere Futen (#105) zwemmen. De bekende 3 Knobbelzwanen zitten helaas niet in het zichtbare deel van de geul. Een kort rondje door Dorpzicht levert alleen een Landkaartje op (nieuwe Texelsoort voor ons).

Landkaartje – Map Butterfly (photo: Frank van der Meer)

In de weilanden en het recent herstelde krekenstelsel direct ten oosten van Dorpzicht slaan we een goede slag: door Brandgans, Smient, Temmincks Strandloper, Goudplevier (Zeeburg), Witbuikrotgans en een 2kj Zwartkopmeeuw (beiden mooi dichtbij voor het nieuwe scherm) groeit de soortenlijst naar 111. Inmiddels is het al half 4 en is het tijd om plan de campagne te maken voor de rest van de middag en avond. Gaan we toch nog naar Waalenburg voor steltlopers en Kolgans?

Witbuikrotgans – Pale-bellied Brent Goose (photo: Frank van der Meer, phonescoping)

Het antwoord op deze vraag is nee. We fietsen door naar het ganzenreservaat Zeeburg, omdat we hier een enorme groep Rotganzen zien. Bij de boerderij onderaan de Waddendijk roept een Ringmus en zien we onze eerste Regenwulpen (#112 & #113). Zeker die eerste is een soort waar we helemaal niet op gerekend hadden op deze Big Day. Het geluk is nog meer aan onze zijde, want op het wad ter hoogte van het ‘Sneeuwuilplasje’ pikt Frank een Zwarte Rotgans uit de rotjes (#114) en doe ik nog een duit in het zakje met een Kleine Strandloper tussen de 10-tallen Bontbekplevieren (helaas geen Breedbekje 😉 ). In het plasje zelf zwemmen meerdere Pijlstaarten en Smienten, terwijl langs de begroeide oever tweemaal een Watersnip (#116) rondvliegt.

Berichten over 2 overvliegende Ooievaars en beide wouwen bij de Slufter doen ons besluiten om toch maar weer richting de Robbenjager te gaan. Met topsnelheden van 40 km/u racen we langs de Cocksdorp en door de Volharding. Aan de zuidkant van de Robbenjager sluiten we ons aan bij team de Peregrines en kunnen we gezamenlijk de wouwen én Ooievaars oppikken. Een Rode en Zwarte Wouw vliegen geregeld zelfs in één beeld, oef wat gaaf! We trappen door naar het Renvogelveldje waar ons nog meer verrassingen te wachten staan. Met dank aan Sjaak Schilperoort zien we een Gierzwaluw (#119, tot nu toe belachelijk schaars op Texel dit jaar), dankzij Michel Veldt en Eric Menkveld een man Rouwkwikstaart (#120) en er vliegt zelfs tweemaal een Velduil (#121) over!

Om 6 uur nemen we een culinaire pauze in de snackbar van de Sluftervallei (aanrader!) en tegen 7’en kunnen we weer een nieuwe dagsoort toevoegen: aan de zuidkant van de Hollandseweg zwemmen eindelijk de felbegeerde 3 Knobbelzwanen (#122) en zie ik (als enige) 2 Zomertalingen. Langs de Stengweg twitchen we de Morinelplevieren van team Local Patchers (#123, dank!) en hier zingt dan ook eindelijk onze eerste Veldleeuwerik van de dag. Hoe heeft het in vredesnaam zolang kunnen duren voor we die hadden?!

Een tochtje langs het wad bij de Cocksdorp en een ultieme poging voor Fluiter in het Krimbos leveren niets op, dus sluiten we de avond af bij de Hanenplas. We hopen op een Kemphaan of Krombekstrandloper, maar zien wel een Bosruiter (#125) en 5 Temmincks Strandlopers. Net als vanochtend wil de Kwartel niet z’n snavel opentrekken, waardoor we rond 21.45 uur thuis zijn. We pakken nog een stukje Songfestival mee (YES!) voordat we naar het Eierlandse Huis gaan om er een punt achter de dag te zetten. Een korte zoektocht naar een Kerkuil loopt op niets uit, maar om het Porseleinhoen van de Roggesloot kunnen we natuurlijk niet heen. Deze soort zorgt ervoor dat we op 126 soorten eindigen. We komen rond 11’en het eindpunt binnen, als één van de laatste groepjes, alleen de Jonge Hondjes houden het nog langer vol.

CONCLUSIE
In totaal zijn we dus geëindigd op 126 soorten. Grootste missers zijn Tafeleend, Blauwe Kiekendief, Waterral, Kemphaan, Krombekstrandloper, Kerkuil, Boomleeuwerik en Fluiter. Tafeleend is in de zomermaanden opmerkelijk zeldzaam op de noordpunt en ook Boomleeuwerik broedt niet rondom de Cocksdorp, waardoor je afhankelijk bent van doortrekkers. Blauwe Kiekendief had goed gekund, zeker omdat we de avond voor de Big Day nog een mannetje hadden in de Hanenplas (evenals een Krombekstrandloper). Kleine Barmsijs heeft een week voor de Big Day dagelijks in de tuin gezeten, terwijl 2 Fluiters meerdere dagen in het Krimbos zaten. Als je kijkt wat er allemaal op de Big Day gezien is, hadden we met een beetje geluk ook bv een Visarend, Grauwe Kiekendief of Wespendief kunnen zien. Daartegenover staan natuurlijk de vele onverwachte bonussoorten en soorten die we veel makkelijker vonden dan verwacht.

Hoewel veel groepjes meer soorten hadden dan wij, zijn we zeer tevreden met het resultaat. Zeker als je ons werkgebied in het achterhoofd houdt, plus het feit dat we geen serieuze poging gedaan hebben voor nachtvogels, hebben we op de noordpunt zo’n beetje alles uit de kan gehaald. Een veel hogere score op dit deel van het eiland is denk ik niet mogelijk, daarvoor moet je de route echt uitbreiden naar het zuiden van het eiland. Oorspronkelijk was ons plan om ook Waalenburg, Utopia en bv de Muy / Nederlanden te bezoeken, maar door de perfecte weersomstandigheden durfden we eigenlijk niet de noordkop te verlaten.

Route Texel Big Day 2018, totaal 48.14 km

Afgelegde route tijdens de Big Day. De Hollandseweg vormt het zuidelijkste punt waar we vandaag geweest zijn! In totaal hebben we 48 km gefietst en gelopen.

Dank aan alle organisatoren en alle vogelaars die leuke soorten doorgaven en speciaal die de moeite namen om ons een handje te helpen! Doneren kan nog steeds, de Huiszwaluw kan uw hulp hard gebruiken. Via deze site is onze volledige soortenlijst te zien, inclusief een interactieve weergave van onze fietsroute (leuk!).

De afgelopen week

Zaterdag 21 t/m vrijdag 27 april 2018

Ook buiten Texel is genoeg te doen. Zo stonden mijn vader en ik afgelopen zaterdag ( 21 april) rond half 9 ’s ochtends op het station van Woerden om Koen Stork en Tim Langerak op te pikken. Doel was de Weerterheide op de grens van Noord-Brabant en Limburg, uiteraard voor de gisteren ontdekte man Cirlgors (7e voor NL). Tussen 10 en 12 was de gors erg lastig; hij zong onregelmatig en vaak onzichtbaar uit de hoge vegatie en verplaatste zich over grote afstanden. Uiteindelijk slaagden we er tweemaal in om de vogel in beeld te krijgen, eenmaal vliegend tussen twee zangposten en eenmaal zingend vanuit een den, helaas vol in het tegenlicht (zo en zo ongeveer) waardoor niet veel van het verenkleed te zien was. Na laatstgenoemde zitwaarneming vonden we het wel mooi (we waren al blij dát we de vogel gezien hadden) en zochten we de auto weer op. Een cirkelende Visarend was een leuke bijvangst, evenals de vele Gekraagde Roodstaarten en Boomleeuweriken en de luid zingende Cetti’s Zanger op het Woerdense station.

Samen met Frank (die zaterdag moest werken), Paul van de Werken en Gert Vonk ben ik zondagavond nog terug geweest, ik voor een betere zichtwaarneming en de rest voor überhaupt een waarneming van de gors. In tegenstelling tot het patroon van de vorige dagen (volgens de berichten zou die na een middagdipje in de avond weer actiever worden) is de vogel nu in geen velden of wegen te bekennen en druipen we teleurgesteld af.

In de eigen regio viel de afgelopen week niet veel te beleven. De enige uitzondering vormt de Reuzenstern. Op zondag 22 april laat een adult exemplaar zich enkele uren fraai bekijken in natuurontwikkelingsgebied Willeskop (zie de 2 foto’s hieronder), terwijl we op vrijdag 27 april twee exemplaren kunnen bewonderen in de Groene Jonker. Dit laatste in goed gezelschap van Marianne Wüstenhoff en Kees Janmaat. Dit waren pas mijn 2e t/m 4e exemplaar van deze fraaie stern in de regio, leuk!

Reuzenstern – Caspian Tern

Reuzenstern – Caspian Tern (photo: Peter van der Meer)

En intussen zit ik weer voor twee weken op Texel, o.a. om de Texelse Big Day voor te bereiden.

Blonde Tapuit en meer op Texel

Vrijdag 13 t/m dinsdag 17 april 2018

Het is donderdagmiddag rond half 4 als de BAT (Bird Alerts Texel) explodeert: Bram ter Keurs heeft een mannetje Blonde Tapuit gevonden aan de rand van camping de Sluftervallei! Die middag is de vogel nogal exclusief, alleen Arend Wassink slaagt erin hem te zien voordat ie weer verdwijnt; andere twitchers komen helaas net te laat. Over de determinatie (Westelijke/Oostelijke) is, mede door de korte waarneming, wat onenigheid. Daar zit je dan in Woerden, met in het achterhoofd dat je sowieso al plannen had om de volgende dag naar Texel te gaan…

Gelukkig wordt de Blonde Tapuit vrijdagochtend al vroeg weer teruggevonden en worden goede foto’s gemaakt, waardoor de identiteit naar voren komt: het is een 2kj Oostelijke Blonde Tapuit. Als we vrijdag op het eiland komen, is een van de eerste dingen die we doen natuurlijk het bezoeken van deze dwaalgast (5e voor NL). In totaal bezoeken we de vogel 4x in vier dagen tijd, waarin opvalt dat de tapuit vooral vroeg in de ochtend en laat op de avond goed te benaderen is (overdag is de vogel een stuk vliegeriger). Een fraai beestje en bovendien een nieuwe soort voor ons in Nederland, na de Westelijke van vorig jaar en een ongedetermineerd vrouwtje dat nog steeds in de ijskast zit. Zie hier voor een nog uitgebreider verhaal door broer Frank.

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Het is opvallend hoe vaak er op Texel (voor kortere tijd) pleisterende Roodstuitzwaluwen worden gezien. Dit jaar is het al raak op zaterdag 14 april, wat aan de vroege kant is voor deze soort. De hele dag foerageert een exemplaar met maximaal 6 Boerenzwaluwen en 2 Oeverzwaluwen boven de duinenrij aan de oostkant van het Renvogelveld. De uit het mediterrane gebied afkomstige vogel hangt vaak op enkele meters hoogte boven het pad en laat zich dus prachtig zien. Tegen de middag gaat de zwaluw zelfs af en toe op de draden zitten om te rusten. Erg fraai!

Alsof het dan nog niet genoeg is, rijden we de volgende dag aan het begin van de middag de parkeerplaats aan de Jan Ayeslag op. Doel is om de lang verblijvende Koningseider te twitchen. Zo ver komt het echter niet, want als ik de auto uitstap, hoor ik naast me een harde kreet: “Roodstuit!“. Gauw kijk ik de stenen blokken en strandhuisjes af (ik verstond namelijk roodstaart…), maar al gauw blijkt dat het boven ons te doen is. En inderdaad, er vliegt een Roodstuitzwaluw boven de parkeerplaats! Lang duurt het allemaal niet, de vogel vliegt ongeveer een minuutje boven de parkeerplaats en ongeveer net zo lang boven de zeereep voordat we haar kwijt raken. Hoe gaaf! Onze tweede Roodstuitzwaluw in 2 dagen en alweer onze 8e-9e in Nederland (waarvan eentje buiten Texel…).

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow

Andere hoogtepunten: op vrijdag de 13e twitchten we samen met Sven Valkenburg ook nog even de Gestreepte Strandloper in Waalenburg. Hier bevonden zich ook 2 Kleine Strandlopers (en onderstaande Regenwulp). De volgende dag was het op de noordpunt te doen, met naast de Blonde Tapuit en de Roodstuitzwaluw een opvliegende Houtsnip, roepende Appelvink, maar liefst 17 Beflijsters en een Geelgors, een soort die op Texel erg schaars is. Op het Renvogelveld liepen bovendien maar liefst 3 mannen Rouwkwikstaarten, terwijl op de Robbenjagerplas nog steeds de man Topper zwom.

In Dijkmanshuizen stond een 3kj Pontische Meeuw, terwijl boven het Grote Vlak een Zwartkopmeeuw al roepend over vloog. Een kilometertje verderop zwom de bekende man Koningseider, grofweg tussen de Hoornder- en Jan Ayeslag. Hier vloog ook onze eerste Dwergstern van het jaar over zee. Tot slot was de overwinterende groep IJsgorzen aan de zuidkant van de Hanenplas nog aanwezig, hier vlakbij (langs het nieuwe fietspad) liep op maandag 16 april ook onze eerste Engelse Kwikstaart van het jaar tussen de Gele Kwikstaarten.

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

Geelgors – Yellowhammer

Pontische Meeuw – Caspian Gull (photo: Frank van der Meer)

IJsgors – Lapland Bunting (photo: Peter van der Meer)

Topweek op Texel

Zaterdag 23 t/m zondag 1 april

Van tevoren had ik nog wel wat twijfels of het wel leuk zou zijn om in deze tijd een week op Texel te zitten. Voor veel zomergasten is het nog te vroeg, terwijl een groot deel van de wintergasten alweer op het punt van vertrekken staat. Achteraf gezien ben ik toch maar blij dat ik gegaan ben.

De eerste dag op het eiland begint al goed met een Parelduiker en Alk (zie onderste alinea), maar zou nog vele malen beter worden. Halverwege de zaterdagmiddag doen we in de Staatsbossen een poging de broedverdachte Grote Kruisbekken te zien, die we helaas niet te zien krijgen. Vanaf een bankje in het bos bespreken we wat we hierna kunnen gaan doen als er appjes in de Texelapp verschijnen: “Koningseider adult man paal 15!!”! Dat is om de hoek en dus staan we binnen 10 minuten (als eerste medewaarnemers) naast de verbijsterde ontdekker Patrick Snoeken, die nog steeds niet kan begrijpen wat hem zojuist is overkomen.

De Koningseider zwemt met zeker 70 Eiders tussen de golfbrekers en laat zich op enkele 100-en meters aardig zien. Na een uur besluiten we, in goed overleg met de andere vogelaars en fotografen, wat dichterbij te lopen; vanaf een golfbreker laat de eider zich waanzinnig zien, foeragerend met de andere Eiders op minder dan 100 meter en op een vlakke zee. Nu zijn zelfs minder bekende kenmerken zoals de omgekeerde v-vormige tekening op de kin te zien. Voor mijn vader, broer en mij is het geen nieuwe soort (wij hadden het vrouwtje op Texel een paar jaar geleden al), maar zo’n mannetje is natuurlijk andere koek. Wat een waanzinnig fraai beest, een droom die uitkomt.

Koningseider – King Eider

Koningseider – King Eider

Zondagochtend worden we met een goed gevoel wakker, en het heeft niet eens te maken met de herinneringen aan de Koningseider. In de tuin loopt tussen de struiken namelijk een Houtsnip. Tot het donker bivakkeert de snip in onze tuin, een uitgelezen kans om deze soort eens goed te bewonderen. En dat doen we dan ook, letterlijk urenlang bestuderen we de vogel. By far mijn beste waarneming van deze soort ooit! Een paar jaar geleden (4 november 2016) zat er ook al eentje in de tuin, maar toen zat ik helaas niet op Texel.

Houtsnip – Eurasian Woodcock

Houtsnip – Eurasian Woodcock (photo: Peter van der Meer)

Afgelopen week hebben we genoeg leuke soorten gezien, desondanks leek de klapper van de week (Koningseider) lange tijd wel vast te staan. Daar kwam op dinsdag de 27e echter verandering in. Langs het Noordzeestrand t.h.v. Ecomare was Rik Wever namelijk tevergeefs op zoek naar de Koningseider toen hij rond 11.45 uur ineens een Papegaaiduiker in de kijker kreeg! De alkachtige zwom net achter de branding; een aardige troostprijs voor Rik lijkt me. Gauw geeft hij de vogel door en een dik kwartier later staan wij met Jeroen de Bruijn, Koen Stork en Tim Schipper naar deze prachtige soort te kijken.

De Papegaaiduiker zwemt op dat moment op enkele 100-en meters afstand, maar is ondanks dat toch prima te zien. Hij laat zich gewillig met de stroming meevoeren, wat betekent dat we een paar kilometer over het strand achter de vogel aansjokken. Na twee uur laten we de vogel los. Halverwege de middag (nadat we Frank op de boot hebben gezet) kiezen we ervoor weer terug te gaan en dat blijkt geen slechte keuze. Samen met Koen en Tim zien we de ‘Papduiker’ lange tijd op behoorlijk korte afstand zwemmen (zo’n 100 meter?), net achter de branding. Man, wat gaaf! Ik had nooit gedacht dat mijn eerste Papegaaiduiker in Nederland een tp-vogel zou zijn, laat staan eentje die zich zo fraai laat zien.

Papegaaiduiker – Atlantic Puffin

Naast de hierboven genoemde hoogtepunten zagen we afgelopen week genoeg andere leuke soorten. Het hele avontuur begon met een twitch aan de Parelduiker van de Haarrijnse Plas en eenmaal op het eiland was een zieke Alk in de veerhaven zo ongeveer de eerste vogelsoort die we zagen. In de ruime omgeving van de Papegaaiduiker zwommen minstens 5 Kuifduikers (in zowel zomer-, winter- als overgangskleed) en een winterkleed Roodhalsfuut, terwijl een Drieteenmeeuw achter een kotter aan vloog. Bij de Koningseider foerageerden enkele Dwergmeeuwtjes.

Aan het einde van de Oosprongweg liet de overwinterende groep IJsgorzen zich aardig zien; sommige exemplaren waren al bijna volledig in zomerkleed. Hier zagen we op 25 maart ook de eerste Texelse Tapuit van het jaar. Op 29 maart liepen twee Sneeuwgorzen kortstondig op het strand bij de vuurtoren, terwijl op de Robbenjagerplas een man Topper zwom. Bovendien liep een mannetje Rouwkwikstaart in het valleitje net ten zuiden van de vuurtoren. Een Grote Barmsijs foerageerde op berkenpropjes in de tuin (filmpje), na meerdere Kleine Barmsijzen in de afgelopen jaren betekende dit een nieuwe tuinsoort. Tot slot bivakkeerde een Zwarte Rotgans in de omgeving van het Ottersaat.

Alk – Razorbill

Blauwe Kiekendief – Hen Harrier (photo: Peter van der Meer)

Paarse Strandloper – Purple Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

Grote Barmsijs – Mealy Redpoll (photo: Peter van der Meer)

Zwarte Rotgans – Black Brent (photo: Peter van der Meer)

Het geluk is toch nog aan onze kant

Zaterdag 17 en zondag 18 februari 2018

Gisteren (zaterdag) stond het geluk niet aan onze zijde. Aan de NO-kant van Rotterdam missen we de Kleine Geelpootruiter en ook een overwinterende Zomertortel is niet voor ons weggelegd. Een leuke troostprijs is een Rode Wouw, die zich zowel in zit als vliegend erg leuk laat bekijken.

Vandaag (zondag) is een ‘bank hang’-dag. Dus geen Ross’ Meeuw of Zwartkeellijster voor ons vandaag, wel drie live voetbalwedstrijden. Berichten over een Kleine Burgemeester in hartje Utrecht en een overvliegende Bastaardarend op 10 km van ons vandaan kunnen ons niet in beweging brengen. Wanneer we willen beginnen aan de laatste wedstrijd (PEC Zwolle – Ajax, rond half 5) komt bij ons de informatie binnen dat de Bastaardarend net over de provinciegrens (tussen Lekkerkerk en Berkenwoude) is teruggevonden. Dat de arend maar kort ter plaatse zat en snel uit beeld is, is voor ons geen reden om voor de tv te blijven zitten: bij dit soort vogels kun je beter gewoon gaan. En dus zitten we zo’n 5 minuten later in de auto.

Rond kwart over 5 rijden we langs de plek waar de arend voor het laatst gezien is en begint onze (tamelijk kansloze) zoektocht. Van drie gelukkige waarnemers (Herman vd Brand, Arjan Boele en Harm Blom) krijgen we te horen waar we ons het best op kunnen focussen: de arend zit waarschijnlijk in de ruime omgeving van het Loetbos. Tot de schemering posten we aan de westkant van dit bos: het levert alleen de Rode Wouw van gisteren op. Net als we op het punt staan om naar huis te gaan, piept Herman Bouman de Bastaardarend op anderhalve km van ons!

Gauw rijden we om en trekken we een sprintje het bos in. Door de telescoop van Enno Ebels zie ik rond 6’en een paar seconde lang een vogel in een boom zitten; het is de Bastaardarend. Veel zie ik er niet aan (ik zie amper dat het een vogel is) en als de vogel al snel uit verdwijnt, overheerst dan ook een slecht gevoel. Zal het bij deze slechte waarneming blijven? Het snel afnemende licht werkt in ieder geval niet in ons voordeel.

Teruglopend richting de auto besluiten we toch nog even te posten op een open plek in het bos, op ruim 200 meter van waar de arend voor het laatst gezien is. We hebben eigenlijk geen hoop meer dat we de vogel zien en daarom praten we bij met Diederik Kok. We draaien ons net om om naar huis te gaan als Frank ineens een grote roofvogel over de boomtoppen ziet komen zeilen: “Hé, hé, dat is ‘m!” En verdomd, daar vliegt inderdaad de Bastaardarend! Het is inmiddels al rond half 7, de zon is al lang en breed onder, dus kleuren kunnen we niet meer onderscheiden, maar alsnog laat dit beest zich prima zien. Zelfs de lichte banen over de bovenvleugeldekveren zijn te onderscheiden. De arend vliegt driemaal een rondje boven de bomen om daarna (niet zichtbaar) een slaapplaats op te zoeken. Wat een ontknoping van deze memorabele twitch!

Het gaat hier om de 33e Bastaardarend voor Nederland, waarvan dit de 10e is sinds 2000. Voor de laatste (enigszins) twitchbare moeten we alweer ruim 15 jaar terug in de tijd, daarna werden nog wel enkele overvliegende vogels gezien. Indien aanvaard betekent dit mijn tweede nieuwe soort van het jaar (na de Zwartkeellijster) en 407e soort in Nederland.

Een prachtige Witstuitbarmsijs

Zaterdag 3 februari 2018

Sinds oktober en november worden in ons land opmerkelijk veel barmsijzen gemeld. Vooral de hoge aantallen Grote Barmsijzen zijn opvallend. Deze vogels komen uit  Scandinavië en daarom zijn veel vogelaars extra alert. Immers, de zeldzame Witstuitbarmsijs komt ook uit het uiterste noordoosten van Europa en zoekt vaak  aansluiting bij Grote Barmsijzen. Sinds oktober worden verspreid door het land enkele Witstuitbarmsijzen gezien. Voor mijn vader Peter en broer Frank is het nog een nieuwe soort, ik had de soort (alweer) vier jaar geleden gezien bij het Noordhollandse Twisk. Deze winter lijkt dan ook een ideale gelegenheid te zijn voor een weerzien met de soort.

Op een industrieterrein in Arnhem bivakkeert sinds eind januari een groep van enkele tientallen barmsijzen met daartussen een adult mannetje Witstuitbarmsijs. In tegenstelling tot bijna alle eerdere exemplaren deze winter zit deze vogel niet hoog in de bomen, maar foerageert vooral op zaden op de grond. Daardoor is de vogel erg goed te bekijken, wat de determinatie van deze lastig te determineren soort vergemakkelijkt. Vandaag verkiezen wij een tripje naar Arnhem boven de Dutch Birding-dag.

Bij onze aankomst in Arnhem is de groep barmsijzen even uit beeld. Terwijl wij gezellig bijpraten met Herman van den Brand komen de Grote Barmsijzen ineens aangevlogen en landen op het ijzeren hek. Op een metertje of 10 (!) zijn deze kleine, leuke vogeltjes geweldig te bekijken.

Grote Barmsijs – Mealy Redpoll (photo: Peter van der Meer)

De Witstuitbarmsijs is gauw gevonden. Opvallend hoe makkelijk de vogel te vinden is in de groep (van 35) Grote Barmsijzen. Naast de witte stuit zijn o.a. de witte grondkleur van de onderdelen met slechts spaarzame streping, de zuiver witte onderstaartveren, de zalmroze borst (dieper oranjerood bij Grote) en de grijzere rug goede aanknopingspunten. De periode dat de groep barmsijzen uit beeld is, wordt besteed om met de vele bekende medewaarnemers bij te praten.

Witstuitbarmsijs (onder) en Grote Barmsijzen (boven) – Arctic (under) and Mealy Redpolls (photo: Peter van der Meer)

Witstuitbarmsijs – Arctic Redpoll (photo: Peter van der Meer)

Witstuitbarmsijs – Arctic Redpoll (photo: Peter van der Meer)

Na deze geslaagde twitch rijden we weer terug richting Woerden. Bij Houten nemen we de afslag om de Ross’ Gans in de Lekuiterwaarden te bezoeken. Net als vorige week kost het weinig moeite om de gans in beeld te krijgen. Naast deze uit Noord-Amerika afkomstige gans zien we een ‘mooie’ groep van 20 Indische Ganzen en net als vorige week zien we vlakbij een groepje roestende Ransuilen.

Fotootje van vorige week: Ross’ Gans – Ross’ Goose (photo from last week)

Indische Gans – Bar-headed Goose