Twee goede soorten op 900 m van elkaar vandaan

Zaterdag 27 juni 2020

In de zomermaanden (circa vanaf half juni) is er op vogelgebied weinig te beleven. Steltlopers vormen hier wellicht een uitzondering op. Er wordt geregeld een leuke steltlopersoort gevonden in deze periode. Exact een jaar geleden keken Frank en ik bijvoorbeeld in Friesland naar de 1e Grijskopkievit van Nederland. Vandaag kunnen we langere tijd een fraaie Aziatische Goudplevier bewonderen. Deze soort is zeldzaam in ons land, maar wordt tegenwoordig wel jaarlijks waargenomen. Deze vogel, aanwezig in de weilanden achter natuurgebied De Putten tussen Camperduin en Petten, is alweer mijn 3e in Nederland (na 1 op Texel en 1 in de regio), maar pas de 1e in volledig zomerkleed. Samen met o.a. Sven Valkenburg, Erik-Jan Barten, Pieter Doorn, Bertus de Lange en Hans Tetteroo horen we de vogel zelfs meermaals roepen.

Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover
Aziatische Goudplevier – Pacific Golden Plover

Vervolgens rijden we naar natuurgebied De Putten. In 2018 zag ik hier mijn 1e Dougalls Stern, de soort waarvoor we vandaag opnieuw dit gebied bezoeken. Al enkele dagen bezoekt deze dwaalgast de grote Grote Sternkolonie in dit gebied. Bij aankomst worden we al gelijk op de Dougalls Stern gewezen. De vogel zit voornamelijk aan de achterkant van de kolonie. Vaak zit het beest half verscholen achter een schelpenstrandje en dan is alleen een kruin, vleugelpunt of snavel zichtbaar. Eenmaal vliegt de vogel een rondje boven het gebied, waarbij hij een vis van een Visdief afhandig maakt. Naast deze zeldzame soort merken we o.a. meerdere Dwergsterns, een Visdief met een zwarte snavel en een Dwergmeeuw op, geen verkeerde score.

Dougalls Stern – Roseate Tern
Visdieven, Grote Sterns en Dwergstern – Common, Sandwich and Little Tern

Na dit geslaagde tripje rijden we nog langs Bergen aan Zee om naar Bruine Eikenpages te zoeken, maar aangezien het begonnen is met regenen, besluiten we niet uit te stappen en maar weer naar Woerden te rijden.

Onverwacht rondje Delta

Zondag 5 januari 2020

Een week na de ontdekking moet het er eindelijk maar eens van komen: een bezoekje brengen aan de Grote Trap bij Brielle (onder de rook van Rotterdam). Deze vogel werd daar tussen Kerst en Oud & Nieuw ontdekt en is individueel herkenbaar aan de groene kleurring en zender (met antenne). Dit beest is in gevangenschap grootgebracht en vervolgens in Oost-Duitsland losgelaten om de kwetsbare populatie te versterken. Daardoor is de vogel volgens de CDNA-regels niet telbaar, maar dat weerhoudt ons er niet van om deze imposante trap te bezoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal ter plekke hebben we de Grote Trap gelijk in beeld; zij foerageert op geruime afstand op een weiland en trekt zich niets aan van de paar aanwezige vogelaars en fotografen.

Duitse Grote Trap – marked Great Bustard (from Germany)

Nu we toch al in het Deltagebied zijn, besluiten we stukje bij beetje dieper de Delta in te rijden. We stoppen eerst bij de buitenhaven van Stellendam, waar een Roodkeelduiker en een Middelste Zaagbek de leukste soorten vormen. Binnendijks pikken we een paar mannetjes Pijlstaarten en een jonge Topper uit een grote groep duikeenden.

De volgende stop is de Brouwersdam. In het ‘haventje’ aan de noordkant van de dam zwemt een van de hoogtepunten van de dag: een Zwarte Zeekoet. Deze vogel zit relatief dichtbij en laat zich zowaar zelfs digiscopen.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Ook langs de rest van de Brouwersdam is het goed toeven. Zo zien we onder meer een Roodhalsfuut (zien we er erg weinig van in ons land), enkele Kuifduikers en Geoorde Futen, 2 rustende Slechtvalken op een baken in zee, een Paarse Strandloper, veel Middelste Zaagbekken en Brilduikers, en tot slot een fraaie man IJseend. Veel van deze soorten zitten lekker dicht langs de dam en laten zich dus goed bewonderen.

IJseend – Long-tailed Duck (c Peter van der Meer)

Omdat we nog tijd over hebben, besluiten we nog dieper Zeeland in te gaan en werkeiland Neeltje Jans met een bezoekje te vereren. Op weg daar naartoe merken we op Schouwen-Duiveland een derde Slechtvalk (op een paaltje vlak langs de weg, helaas geen parkeermogelijkheid) en een Kleine Zilverreiger op. Eenmaal op Neeltje Jans rijden we natuurlijk eerst langs de IJs- en Parelduiker, die op flinke afstand zwemmen (maar vooral duiken) in een van de havens. Bovendien zien we af en toe een vin van een Bruinvis langskomen, leuk! Minder geluk hebben we met de Kuifaalscholver(s) die vaak gezien worden rondom dit eiland. We rijden langs alle havens, checken alle dammen en pontons, maar deze zeldzame soort is ons niet gegeven.

Tot slot, het is al over drieën, besteden we het laatste daglicht op Schouwen-Duiveland, in de weilanden ten zuiden van Burgh-Haamstede. Veel zien we hier niet, maar de 2 Lepelaars en enkele Kleine en Grote Zilverreigers mogen natuurlijk niet onbenoemd blijven. En zo sluiten we een verrassend leuk dagje in de Delta af, met als absolute hoogtepunten natuurlijk de Grote Trap en Zwarte Zeekoet.

Geweldig kerstcadeau

Woensdag 25 december 2019

Twee dagen terug, op 23 december, vond Sytze Algera een vreemde wulp tussen de vele Wulpen in een polder bij Schagen. Samen met Fred Visscher kwamen ze uit op een Kleine Regenwulp, een soort die nog nooit in ons land gezien is en ook in de rest van Europa extreem zeldzaam is (maar 8 gevallen). Diezelfde dag werd de vogel teruggevonden en de determinatie bevestigd. Ook gisteren werd de vogel veelvuldig getwitcht, al was deze dwaalgast vliegerig. Mooie bonus is dat zoekers een Kleine Trap vonden. Daarom maken mijn vader, broer en ik het plan om vandaag die kant op te gaan. Tim Langerak is onze metgezel.

Rond 9 uur staan we bij het station van Woerden om Tim op te pikken en reizen we af naar het noorden. Vlak voor we de bestemming bereiken, volgt al het geruststellende bericht dat de vogel teruggevonden is. Rond tien uur stappen we gauw de auto uit en kunnen we dankzij andere vogelaars (waaronder genoeg bekenden) gelijk een blik werpen op de Kleine Regenwulp, die op grote afstand tussen de vele Wulpen loopt.

Al snel besluiten we om te rijden, omdat de vogel vanaf de andere kant veel dichterbij te zien zou moeten zijn. Een goede keuze, want een paar minuten later kunnen we deze dwaalgast (broedvogel van Oost-Siberië, die normaal overwintert in Australië) van veel dichterbij zien. De vogel zit nu op circa 200 meter, is door de telescoop prachtig te zien maar voor goede foto’s nog net iets te ver weg. Een opmerkelijk beestje: een flinke slag kleiner dan de Wulpen, met een veel lichtere kop en opvallender koppatroon. Ook de snavel is een stuk minder ‘overdreven’ dan die van de Wulp.

Kleine Regenwulp – Little Curlew

Dat ging veel makkelijker dan gedacht, zeker de verhalen van gisteren in het achterhoofd houdend. Daarom bezoeken we later de Kleine Trap die een paar honderd meter verderop zit. Ook bij deze zeldzaamheid is het aanschuiven geblazen, want de trap is constant in beeld. Erg leuke bijvangst! Dit betekende mijn derde Kleine Trap, na een mannetje op de Hoge Veluwe (september 2011) en een vogel bij Nijkerk (januari 2015).

Kleine Trap – Little Bustard

Aan het eind van de ochtend rijden we weer naar huis en na een voorspoedige rit zijn we mooi op tijd weer thuis, met 2 geweldige soorten op zak.

Twee ritjes naar Gelderland

Zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019

Dit weekend wordt er voor het eerst sinds tijden weer eens serieus gevogeld. Gisteren hebben we met het hele gezin gezellig een stuk over de Veluwe gestruind. In Planken Wambuis bij Ede is het koud, met zelfs vorst aan de grond. Qua vogels is het een leuk tochtje. De hoogtepunten worden gevormd door een druk hakkende man Kleine Bonte Specht en een uit de verte roepende Zwarte Specht, terwijl een Klapekster de boomtoppen van de heide bewoont.

Planken Wambuis 1
Planken Wambuis (foto: Frank vd Meer)

Vandaag staat een tochtje langs de Randmeren op het programma, leuk om weer eens grote groepen van duizenden eenden af te kijken op zeldzame soorten. Dat is de afgelopen dagen ook het idee geweest van andere vogelaars, gezien de 2 Kleine Toppers en de Ringsnaveleend die afgelopen week gevonden zijn. Het weer gooit echter roet in het eten, want als we het water bij Harderwijk naderen, trekt een dicht misthaag zich op. Aangezien het zicht minder dan enkele meters is, heeft doorgaan geen enkel nut.

Dus rijden we maar door naar Apeldoorn, waar al enige tijd een Kuifleeuwerik zit. Sinds 2015, toen de laatste vogel uit Den Bosch verdween, is deze voormalige broedvogel een dwaalgast in ons land. En dus trekt deze nieuwe vogel veel bezoekers, zeker onder de jongere vogelaars. De vogel is snel gevonden, is erg tam en laat zich fantastisch zien op enkele meters. Een geweldige vogel. Hij zit zelfs zachtjes (binnensmonds) te zingen. Hopelijk houdt het beest het nog even uit op deze plek.

Kuifleeuwerik – Crested Lark

Ritje naar Noordwijkerhout

Zaterdag 28 september 2019

Al een paar dagen reizen hordes vogelaars af naar het Sint Bavo-terrein in Noordwijkerhout. Reden hiervoor is een Bosgors. Deze soort duikt vrijwel jaarlijks in Nederland op, maar meestal gaat het om overvliegende en daarbij roepende exemplaren (dankzij geluidsrecorders kunnen deze sinds kort gedetermineerd worden zonder goed in beeld te komen) of ter plaatse beesten op slecht bereikbare Waddeneilanden. Het is alweer een paar jaar geleden dat een exemplaar goed twitchbaar was. Dat is dan ook de reden dat veel vogelaars zich naar Noordwijk togen. Een leuke bonus is een (tamme) Dwerggors die in hetzelfde gebied rondscharrelt.

Zaterdagmiddag kiezen Frank, mijn vader en ik dan ook maar voor om naar Noordwijkerhout te gaan om een van onze grootste schaamsoorten weg te werken. Bij onze aankomst staat al een groep van 20-30 vogelaars om een klein stukje groen (met hoog gras, veel kruiden en opschietende boompjes) waar de vogel in zou moeten zijn geland. Na een paar minuten de zooi te hebben afgekeken, zie ik vanuit het niets een gorzenkopje in mijn kijkerbeeld opdoemen: het is de Bosgors.

In het daaropvolgende uur, waarin er geregeld een (flinke) bui over trekt, blijft de Bosgors lastig meewerken. We zien de vogel nog een keer of 5 kort maar fraai tussen de vegetatie door sluipen als een muis. Een enkele maal vliegt de vogel (al tikkend) op en landt een paar tientallen meters verderop, waar het hele tafereel weer opnieuw begint. Eenmaal duikt de vogel op in een stukje met lage boompjes, en hier zien we de vogel kort maar wat meer open zitten op wat vrijstaande takjes.

Wat dat betreft werkt de Dwerggors beter mee. Die sluipt namelijk op zeer korte afstand voor de voeten van de aanwezige vogelaars en fotografen langs, en komt daarbij op enkele tientallen centimeters afstand van de aanwezigen. De onderstaande 2 foto’s zijn uit de losse pols gemaakt met een compactcamera, om aan te geven hoe dichtbij de gors soms zit.

Dwerggors – Little Bunting

Dwerggors – Little Bunting

 

Er zit weer eens wat leuks in de regio

Zondag 11 augustus 2019

Het is rond 1 uur ’s middags als een whatsappje ons in beweging doet brengen: Arjan Boele meldt in een Utrechtse vogelappgroep dat een waarschijnlijke Amerikaanse Goudplevier zich in Willeskop (Polsbroekerdam) ophoudt. Bij het bericht zijn 2 foto’s gevoegd, waar duidelijk een spannende goudplevier op staat. Voor mijn vader en mij (Frank moet helaas werken) is Willeskop slechts 20 minuutjes rijden en dus stappen we rond half 2 de auto in.

Tegen 2’en zijn we in het gebied en parkeren we op de overvolle parkeerplaats. Al gauw voegen we ons, enigszins verbaasd dat er nog niet meer vogelaars zijn (van wie zijn al die auto’s op de parkeerplaats dan), bij Arjan en de ontdekker Kees de Leeuw (ontdekker van o.a. deze Bastaardarend). De zeldzame goudplevier loopt vlak voor ons op het slik te foerageren (100+ meter).

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

In dit kleed is de determinatie niet echt makkelijk, zelfs niet op zulke korte afstand, want aan het eind van de zomer kunnen de Amerikaanse en Aziatische Goudplevier erg op elkaar lijken. De lengte van de poten, de lange handpenprojectie en de algehele kleur en bouw lijken echter allemaal prima voor een Amerikaanse Goudplevier en minder goed voor een Aziaat. Het gaat hier om de 1e voor de provincie Utrecht en ongeveer de 55e voor Nederland.

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover

Het gebied ligt er sowieso leuk bij, met veel slik en daardoor veel steltlopers. Zo lopen er onder meer een Bonte Strandloper, Bosruiter, veel Watersnippen en Kemphanen en zijn verder een vrij late Gierzwaluw en verschillende Zomertalingen van de partij. Hopelijk is het niet de laatste keer dit jaar dat we dit gebied moeten bezoeken…

Leuke soorten ondanks grijs weer

Zondag 14 juli 2019

Bij de Utrechtse Orpheusspotvogel ontstonden de eerste ideeën, en vandaag is het dan zover: we gaan met Marianne Wustenhoff en Maria van Antwerpen vlinders kijken in het zuiden van het land. Ondanks de matige weersvoorspellingen valt de keuze op de Sint Pietersberg.

Eenmaal in Limburg blijkt het weer inderdaad verre van ideaal (onderweg zien we zelfs wat regendruppels op de autoruiten). Daarom kiezen we er eerst voor om aan de andere kant van de ‘berg’ te gaan zoeken naar de Oehoes. Uiteindelijk zien we 1 (jong) exemplaar op de groevewand zitten. De uil is zelfs even vliegend te zien.

Oehoe – Eurasian Eagle Owl

Aan het begin van de middag rijden we tegen beter weten in toch maar naar de zuidkant van de Sint Pietersberg. Het blijft helaas erg grijs weer; de zon slaagt er maar niet in om door de wolken heen te komen. Veel vlinders zien we dan ook niet, enkel wat Bruin Zandoogjes, een Distelvlinder en een Kleine Vuurvlinder.

Rond twee uur komt de zon dan eindelijk even door en dat is te zien aan de vlinderactiviteit: plots vliegen overal Bruin Zandoogjes en witjes rond en het lukt ons nu eindelijk om enkele zeldzame dagvlinders te zien: in totaal zien we 3 Bruin Dikkopjes en 2 Kaasjeskruiddikkopjes. Erg leuk is een zonnend Koninginnenpage die zich erg fraai laat bewonderen en fotograferen. Ook een Bruin Blauwtje is aanwezig.

Bruin Dikkopje – Dingy Skipper

Bruin Dikkopje – Dingy Skipper

Kaasjeskruiddikkopje – Mallow Skipper (photo: Peter van der Meer)

Kongininnenpage – Swallowtail

Tot slot mogen, qua libellen, een man Vuurlibel en een jonge man Zwervende Heidelibel niet onbenoemd blijven.

Zwervende Heidelibel – Red-veined Darter

Vuurlibel – Broad Scarlet (photo: Peter van der Meer)

Weekendje Zuid-Limburg: dag 3

Zondag 30 juni 2019

Zondag is alweer de laatste dag van ons weekendje weg. We beginnen de dag in het Geuldal bij Epen (net als vrijdag). We zien veel vergelijkbare soorten als toen (o.a. beide beekjuffers en Frank & mijn vader kort een Kleine Tanglibel). Het leukste is een mannetje Keizersmantel die enige tijd boven de bramen langs de bosrand vliegt.

Voordat we weer koers richting Woerden zetten, bezoeken we het beekje de Worm bij Kerkrade. Ook hier zien we Kleine Tanglibellen, en nu werken ze wat beter mee dan vrijdag en eerder vandaag. In totaal zien we 5-6 exemplaren op de kiezelstrandjes langs het beekje.

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Een van de opmerkelijkste vondsten van het weekend doen we bij de spoorbrug in het gebied. Mijn oog valt op een groot donker gevaarte op de grond. Het blijkt een dood Vliegend Hert te zien. Vooral in de hand is pas goed te zien hoe groot het beest is. Wel jammer dat mijn eerste Vliegend Hert een dode is; aan de andere kant is het wel een perfecte gelegenheid om deze kever eens goed en van dichtbij te bekijken.

Vliegend Hert – Stag Beetle

Vliegend Hert – Stag Beetle

Weekendje Zuid-Limburg: dag 2 (Hoge Venen)

Zaterdag 29 juni 2019

Vandaag staat een dagje in de Hoge Venen (België) op het schema. Door de extreme hitte die voorspeld is (30+ graden), zijn we al relatief vroeg in België. We bezoeken hetzelfde hoogveengebied bij Monschau als twee jaar geleden. Het stikt hier van de dagvlinders: (in Nederland) zeldzame soorten zoals Geelsprietdikkopje, Zilveren Maan en Veenbesparelmoervlinder behoren hier tot de algemeenste soorten. Met iets meer moeite vinden we enkele Rode Vuurvlinders en een enkel Klaverblauwtje. De vuurvlinder is een soort die in Nederland afwezig is, maar zich op een steenworp afstand van de grens wel voortplant. In tegenstelling tot 2 jaar terug zien we helaas geen Grote Weerschijnvlinders of Dambordje. Qua vogels zijn zingende (!) Kleine Barmsijzen, Sprinkhaanzanger en een Orpheusspotvogel het noemen waard.

Hoge Venen.JPG
Hoge Venen

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Zilveren Maan & Geelsprietdikkopje – Small Pearl-bordered Fritillary & Small Skipper (photo: Peter van der Meer)

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper

Rode Vuurvlinder – Purple-edged Copper (photo: Peter van der Meer)

Klaverblauwtje – Mazarine Blue (photo: Peter van der Meer)

Na het middaguur wordt de extreme hitte ons te veel en kiezen we ervoor om weer naar huis te gaan. We zijn mooi op tijd thuis voor het vrouwenvoetbal. ’s Avonds, na het eten, maken we een kort rondje door de omgeving. Een man Grauwe Klauwier laat zich prachtig bekijken in het avondzonnetje.

Grauwe Klauwier – Red-backed Shrike

Weekendje Zuid-Limburg: dag 1

Vrijdag 28 juni 2019

Van vrijdag 28 tot en met zondag 30 juni verblijven we een weekendje in Epen, Zuid-Limburg, vooral voor dagvlinders (maar ook vogels en libellen natuurlijk). Voordat we naar het zuiden afreizen, moet er eerst iets anders gebeuren. Op donderdagochtend komen namelijk berichten door over een Grijskopkievit bij Workum, Friesland. Wanneer aanvaard een nieuwe soort voor Nederland (en 2e voor de WP) en door het weekendje dat voor de deur staat, is snel handelen vereist. Wat heen-en-weer geapp met Julian Bosch biedt uitkomst: we gaan donderdagavond nog die kant op. Op station Bunnik ontmoeten Frank en ik Robert van Tiel en even later stappen we met z’n drieën bij Julian en zijn broertje Nathaniël in de auto. Eenmaal in Friesland werkt de Grijskopkievit goed mee en laat zich tussen 8 en 9 uur leuk zien op een gemaaid grasveld, samen met veel Kieviten, Grutto’s en Kemphanen. Bovendien is de dwaalgast ook even in een beeld te zien met een Ree.

Grijskopkievit – Grey-headed Lapwing

Vrijdag maken we onderweg naar Epen enkele tussenstops. Bij Nederweert is de zingende Cirlgors helaas niet voor ons weggelegd. In het Heuvelland stoppen we vervolgens bij groeve Blom bij Berg en Terblijt. Hier zien we veel leuke vlindersoorten: een behoorlijk gesleten Veldparelmoervlinder, een Dwergblauwtje, Geelsprietdikkopje en ook een Vuurlibel laat zich kort zien.

Veldparelmoervlinder – Glanville Fritillary

Veldparelmoervlinder – Glanville Fritillary

Dwergblauwtje – Little Blue

Rond half 3 zijn we in Epen en brengen we korte tijd door in het appartementje. Een Rode Wouw vliegt laag over het huisje en cirkelt zelfs even boven onze hoofden, een erg leuk welkomstgeschenk!

Rode Wouw – Red Kite (photo: Peter van der Meer)

uitzicht
Uitzicht vanuit het appartementje

Tot slot lopen we een dikke 2 uur in het Geuldal bij Epen. Hier stelen vooral de libellen de show: veel Weide- en Bosbeekjuffers, 2 Gaffelwaterjuffers en de leukste verrassing is een Kleine Tanglibel, die meermaals op een kiezelstrandje in de Geul zit. Ook Geelsprietdikkopjes zijn in groten getale aanwezig. Helaas ontbreekt onze doelsoort.

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Kleine Tanglibel – Green-eyed Hooktail (photo: Peter van der Meer)

Gaffelwaterjuffer – Dainty Damselfly / Dainty Bluet

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle (photo: Peter van der Meer)