Siberische Boompieper in Wageningen

Dinsdag 26 december 2017

De afgelopen weken hielden slecht weer, weinig leuke vogels en een flinke verkoudheid ons thuis, maar daar komt vandaag (2e kerstdag) een eind aan. Frank, mijn vader Peter en ik zijn alle drie een dag vrij en dus gaan we voor het eerst sinds tijden weer eens naar buiten. Ons oog is gevallen op Wageningen, uiteraard voor de Siberische Boompieper die daar vorige week gevonden is. Toen had ik helaas geen tijd om in de namiddag te gaan, maar nu moet het er toch maar van komen.

Voordat we de Wageningse Bovenpolder binnen rijden, nemen we eerst een kijkje bij twee uilen. In Wageningen-Hoog is een Bosuil gauw gevonden. De uil zit goed verscholen in een schoorsteen van een villa, zijn bekende stekje. De tweede uil, een Steenuil bij de veerpont tussen Wageningen en Randwijk, laat zich daarentegen niet zien.

Eenmaal in de Wageningse Bovenpolder sluiten we ons aan bij de andere vogelaars die al aan het zoeken zijn. De pieper schijnt net enkele minuten uit beeld te zijn. Siberische Boompiepers sluipen vaak als muisjes door de vegetatie en kunnen daardoor verrassend lastig te lokaliseren zijn. Het duurt dan ook even voordat wij de pieper zien. Aanvankelijk blijft het bij twee slechte waarnemingen van een overvliegende pieper. De laatste keer landt de pieper in een perceeltje met veel hoge vegetatie en een verspreide knotwilg, niet bepaald ideaal terrein om hem terug te vinden…

Plek pieper

Locatie van de pieper

Toch lukt het om de pieper terug te vinden. Na een aantal minuten valt het oog van een van de medevogelaars ineens op de zeldzaamheid en vanaf dat moment laat de Siberische Boompieper zich bij tijd en wijle erg fraai zien. Ongeveer een kwartier lang kunnen we de Noord-Aziatische gast volgen terwijl deze door het gras sluipt. Een erg gave waarneming, voor mij mijn 4e in Nederland, maar pas de eerste buiten Texel. Bovendien is dit al onze tweede leuke piepersoort in dit gebied, na mijn allereerste Grote Pieper in november 2008.

Als digiscoper is het haast ondoenlijk om een scherpe foto te maken van deze vogel (zie de foto hieronder, waar de onscherpte vanaf spat), maar gelukkig heeft mijn vader meer geluk. Een mooi einde van deze korte, maar succesvolle vogelmiddag.

Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit

Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit (photo: Peter van der Meer)

Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit (photo: Peter van der Meer)

Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit (photo: Peter van der Meer)

Advertenties

Jaarverslag 2017

We zetten de traditie ook dit jaar voort: aan het einde van het jaar een overzicht van de hoogtepunten van het afgelopen jaar.

2017 in een notendop
Het jaar 2017 was een prima jaar voor zeldzaamheden. Er werden drie nieuwe soorten voor ons land vastgesteld: Seebohms Tapuit, Siberische Gierzwaluw en Bruine Gent. Van deze drie soorten was helaas alleen de eerstgenoemde twitchbaar, en zelfs die was alleen voor snellen onder ons te doen. Andere hoogtepunten waren de 2e Bruine Klauwier, Zwartkoprietzanger, Blauwe Rotslijster en Keizerarend, de 3e Stejnegers Roodborsttapuit, Westelijke Blonde Tapuit, Grijze Junco en Kokardezaagbek en ook de eerste twitchbare Vale Lijster sinds de jaren ’80 mag natuurlijk niet onbenoemd blijven.

Voor mijn gevoel was vooral de winter erg leuk, met een grote diversiteit aan leuke dwaalgasten. Het voorjaar viel behoorlijk tegen, een (niet-telbare) Lammergier als hoogtepunt zegt al genoeg. Qua vogels was het een rustige zomer, maar gelukkig waren er genoeg leuke vlinders te zien. Erg leuk was een weekendje in de Eifel. Het najaar was vervolgens wel leuk, bovendien pikte ik zo beetje alle leuke soorten mee in deze periode. Het jaar ging vervolgens als een nachtkaars uit.

Nieuwe soorten
Het duurde ruim een half jaar, maar mijn eerste nieuwe soort van 2017 was er dan ook gelijk eentje met een verhaal. Jarenlang wist ik ze vakkundig mis te lopen, maar in de avond van 8 augustus was het dan eindelijk. In de Groene Jonker vonden mijn vader en ik al binnen enkele minuten de pleisterende Waterrietzanger terug. We moesten wel geduld hebben om hem goed in beeld te krijgen, maar uiteindelijk liet de vogel zich een minuutje fantastisch zien (en zelfs aardig fotograferen).

Waterrietzanger – Aquatic Warbler (photo: Peter van der Meer)

Waterrietzanger – Aquatic Warbler (photo: Peter van der Meer)

Eind augustus werd het weer tijd voor mijn jaarlijkse JNM-kamp, net als de laatste jaren gingen we naar Vlieland. Al bij aanvang van het kamp wisten we dat er een Kortteenleeuwerik op het eiland naast ons (Terschelling) zat. Ik heb het nog een paar dagen uitgehouden, maar al gauw bleek dat er vrijwel niets op Vlieland zat en was een oversteek onvermijdelijk. Op 22 augustus werden plannen gemaakt en toen bleek dat kampdeelnemer Julian Bosch ook interesse had, was een plan voor morgen snel gemaakt. Het kon haast niet beter die dag: niet alleen was de Kortteenleeuwerik snel binnen, ook qua andere vogelsoorten was er genoeg te beleven. Zo pikte Julian vanaf de Kortteenplek op km’s afstand knap een arend spec. op die later laag over kwam flappen (Zeearend, zie foto’s), kaapte ik op het wad (!) een Grauwe Franjepoot voor de neus van NJN’ers weg (altijd een hoogtepuntje voor een JNM’er; foto), zwom de overzomerende Zwarte Zeekoet nog altijd in de Terschellingse veerhaven en zelfs terug op Vlieland konden we ons geluk niet op (eerste en enige vogel tijdens avondrondje: Draaihals in een abeeltje!).

Kortteenleeuwerik – Greater Short-toed Lark (photo: Julian Bosch)

Van 10 september tot 22 oktober zat ik non-stop op Texel. Het tweede weekend was al goed voor de eerste nieuwe soort van deze periode. Tegen de avond werd bekend dat aan de rand van het dorpje Oost een Noordse Boszanger zat. De boszanger zat in de tuin van een bungalowtje en betrof een langverwachte nieuwe soort voor Texel.

Tijdens mijn periode Texel heb ik twee keer het eiland verlaten voor een dagtochtje. De eerste keer was op 4 oktober, samen met Marc Plomp en Jos van den Berg (de tweede keer staat een paar soorten hieronder beschreven). Doel was uiteraard de Keizerarend die de avond ervoor net ten noorden van Zwolle was gaan slapen. Vooral het eerste uur na de eerste waarneming kostte ons veel stress omdat we de vogel een paar keer misliepen, maar uiteindelijk kwam het allemaal goed. De arend was prachtig te zien, zowel in zit als in vlucht. Extra bijzonder was dat dit mijn 400e soort in Nederland was!

Keizerarend – Eastern Imperial Eagle

Afgelopen najaar werd Nederland geteisterd door enkele harde westerstormen. Voor vogelaars vaak een teken om het slechte weer te trotseren en over zee te gaan kijken. Tijdens deze stormen worden aan open zee gebonden vogelsoorten richting de kust geduwd. Zo zag ik tijdens de stormen die halverwege september plaatsvonden maar liefst 300 Grote Jagers langs de Westerslag (Texel) trekken in een tijdsbestek van 2 uur. Ter vergelijking, tot dat moment had ik er slechts 18 gezien in mijn hele leven… Aan aantallen dus geen gebrek, aan soortendiversiteit helaas wel (bv helemaal geen Noordse Pijlstormvogels, die in de rest van Nederland wel erg goed vlogen). Begin oktober was er weer een westerstorm, van een iets mindere intensiteit. Toen ontdekten we een nieuw plekje dat tijdens stormen met een noordelijk accent erg goed kan zijn: de Volharding. Doordat je hier over de grens van de Wadden- en Noordzee kijkt, zijn de aantallen lager, maar hier komt veel wel erg dichtbij langs. Een verademing t.o.v. de Westerslag, waar de hoofdmoot op 100-en meters vliegt. Zo ook op 6 oktober. Een Vaal Stormvogeltje stal de show, twee voorbij vliegende Rosse Franjepoten werden ternauwernood opgepikt en de juveniele Kleinste Jager die op middelgrote afstand langs vloog, betekende een nieuwe soort. Weer een schaamsoortje minder, nu die Vale Pijlstormvogel en Papegaaiduiker nog 😉

Tijdens mijn anderhalve maand Texel leek 19 oktober een dag zoals vele andere te worden: rustig, met prima weer en weinig vogels. Al vroeg in de ochtend kregen we een appje van Koen Stork: hij had mogelijk een spannende tapuit onderweg naar school, waarbij hij dacht aan een blonde tapuit. Het was een korte waarneming (letterlijke tekst: “Waardeloze waarneming, maar miss toch het checken waard”) en dus gingen we gewoon verder met ons rondje. Halverwege de ochtend bleek snel dat er weinig te beleven was en na wat overleg gingen we toch maar Koens tapuit checken. Het zal vast niets zijn, maar wat moesten we anders doen? Rond kwart voor 11 lopen we heel ontspannen de Waal En Burgerdijk op, nog niet wetende wat er zo zou gaan gebeuren. Op de velden bij de boerderijen foerageren wat Graspiepers. Na een kwartiertje valt mijn oog op een vogel op een hekje. Een tapuitachtig beestje, maar dan net wat anders. “Frank, er zit echt een hele enge tapuit” is het enige dat ik kon uitbrengen. Een paar berichtjes in de BAT en binnen een halfuur staan we met vele vogelaars te kijken naar de 3e Westelijke Blonde Tapuit voor NL. Een geweldige vondst van Koen en achteraf maar goed dat we de melding zijn gaan checken.

Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear

Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear (photo: Frank van der Meer)

Twee dagen later werd het tijd voor een van mijn meest memorabele twitches ooit. Op 20 oktober werd namelijk een Vale Lijster gevonden tijdens het 3e Deception Tours-weekend op Vlieland. De volgende dag zat de lijster er nog en dus werd door meerdere Texelaars een plan opgesteld om naar het buureiland te gaan. Door twaalf man wordt een bootje gecharterd om de oversteek over een woeste Waddenzee te maken. De lijster werkte uiteindelijk prima mee en foerageerde met vele lijstersoorten in de achtertuinen in het dorp. Wat een beest!

Vale Lijster – Eye-browed Trush

Vale Lijster – Eye-browed Trush

Aan mijn laatste nieuwe soort van het jaar (indien aanvaard) wil ik niet te veel worden vuilmaken.

Kokardezaagbek – Hooded Merganser (photo: Peter van der Meer)

Andere hoogtepunten
Naast bovengenoemde nieuwe soorten zat er natuurlijk nog veel meer in het vat voor 2017. Het jaar 2017 begon steengoed met een grote diversiteit aan zeldzame (onder)soorten. De eerste zeldzaamheid van het jaar was een Humes Bladkoning bij Noordwijkerhout, die veel van zich liet horen en zich ook mooi liet zien. Mijn 3e alweer in NL, en allemaal in de Randstad. Een Oosterse Zwarte Roodstaart die op 14 januari op een deurmat in Barendrecht zat, oogde niet heelmaal lekker, maar was wel een nieuwe ondersoort voor ondergetekende. Een week later twitchten Frank, mijn vader en ik de overwinterende Mongoolse Pieper in de Biesbosch, op dezelfde middag zagen we een waarschijnlijke Siberische Braamsluiper in een troosteloze woonwijk in Breda. Ondanks de goede foto’s van deze vogel, kon er geen DNA worden verzameld, en daarom ontbreekt deze soort nog op mijn levenslijst. Ook qua zeldzame zwemvliezen konden we in de eerste drie maanden van het jaar onze harten naar ophalen met 2 (pleisterende) Buffelkopeenden (Barendrecht en Den Oever), een Siberische Taling (Noordwijkerhout) en een Kleine Topper (Den Oever). Mijn persoonlijke hoogtepunt van de winter was de tamme Bruine Klauwier in een stadsparkje in Den Helder.

De Amerikaanse Wintertaling in de Biesbosch op 23 maart was voor Joachim Bertrands, Anne Schumacher, Bram de Vries en mij slechts een troostprijsje voor het missen van de Zwartkoprietzanger. Een paar weken weken Texel in het voorjaar was goed voor 2-3 Roodstuitzwaluwen. Het hoogtepunt van het voorjaar was een Lammergier op Texel, weliswaar een projectvogel en dus niet telbaar, maar dat maakt de vogel niet minder indrukwekkend. Al die moeite die we gedaan hebben om de overvliegende vogel halverwege het eiland op te pikken, bleken teveel toen bleek dat de vogel op een kleine 50 meter op een hooibaal ging zitten. Als we dat geweten hadden…

Op Terschelling overzomerende een Zwarte Zeekoet. Door een werkweek voor mijn studie en de Kortteenleeuweriktwitch zag ik de vogel in totaal drie keer. Bovendien vloog tijdens het JNM-kamp Vlie III een exemplaar over de Vlielandse Noordzee (24 augustus). Een Ralreiger in de Eempolders (20 augustus) betekende een nieuwe Utrechtsoort. Naast vogels waren er talloze dagvlinder- en libellenhoogtepunten deze zomer, zowel in Nederland als in de Eifel. Zo zag ik in Nederland o.a. Grote Vuurvlinders, Dwerg– en Staartblauwtjes (beide nieuw voor mij in NL), Donker Pimpernelblauwtje, leuke dikkopjes en mijn eerste Kempense Heidelibellen.

De eerste tekenen van het najaar was een Bonapartes Strandloper op 29 augustus in Zuidland. Naast de hierboven genoemde nieuwe soorten waren de maanden september en oktober op Texel goed voor andere leuke soorten. Op de eerste dag (9 september) van mijn periode Texel liet een Balkanbaardgrasmus zich aardig bekijken aan de rand van camping de Robbenjager. Een paar kilometer verderop (De Tuintjes) zat op 28 september een oostelijke Braamsluiper, maar ook van deze vogel kon helaas geen DNA verzameld worden. Ook Texel kreeg zijn aandeel in de Grote Kruisbekkeninvasie. Net voor het DB-weekend zagen wij twee exemplaren in de Staatsbossen. Eenmaal weer van het eiland werd het tijd om richting Houten (Steenwaard) te gaan. Op 4 november liet een Bruine Boszanger zich hier alleen horen, maar de volgende dag had ik meer geluk: toen liet een vogel zich af en toe fraai zien. Het jaar werd afgesloten met een Siberische Boompieper in de Wageningse Bovenpolder, die zich zeer fraai liet bewonderen.

Tot slot een mededeling aan alle lezers:

Kerstkaart

Eilandhoppen voor een Vale Lijster

Zaterdag 21 oktober 2017

Gisteren, tijdens de eerste dag van DT3, vond Jaap Denee rond het middaguur een heuse Vale Lijster op Vlieland. Ondanks dat Nederland al 8 gevallen kent van deze soort, is het voor vele vogelaars een droomsoort en bovendien was de laatste (en enige) twitchbare in 1988. Voor vele generaties vogelaars is het dus nog een nieuwe soort. Jaap lardeerde de melding met enkele beeldvullende foto’s waar je je vingers bij aflikt. Wat een knaller!

Diezelfde middag nog werd de vogel door vele 10-tallen vogelaars gezien (vele kwamen speciaal vanaf het vasteland voor deze vogel) en als vanochtend al vroeg doorkomt dat de Aziatische lijster er nog zit, ruiken Frank, vader Peter en ik bloed: is er een snelle manier om van Texel op Vlieland te komen? De vogel zit op nog geen twintig kilometer van ons vandaan, maar er ligt natuurlijk een stukje Waddenzee tussen en er gaan geen reguliere boten tussen Texel en Vlieland in het najaar en de winter. Uiteraard kun je het eiland af, naar Harlingen rijden en daar de reguliere boot naar Vlieland nemen: naast dat het een dure grap is, kost het ook veel te veel tijd.

Meer Texelse vogelaars zitten met dit dilemma en dus ontstaan er plannen om een bootje te huren die ons naar het Friese Waddeneiland moet brengen. Rond 9:45 uur is er dan eindelijk duidelijkheid: over drie kwartier vertrekt vanuit de haven van Oudeschild een gecharterd bootje voor twaalf man. Om half 11 ontmoeten we de andere deelnemers in de haven en na een rumoerige tocht over een klotsende Waddenzee varen we om iets over 12’en de jachthaven van Vlieland binnen.

De hele groep in de haven van Oudeschild (foto (c): Marc Plomp – Vogelinformatiecentrum)

Afgelegde route; een kortere route was niet mogelijk vanwege zandbanken en het getij

Gecharterde boot is aangemeerd in de jachthaven van Vlieland (foto (c): Frank vd Meer)

Op het eiland marcheren we zo snel mogelijk naar het dorp Oost-Vlieland, waar de lijster in een aantal achtertuinen zou zitten. Op de plek aangekomen wijzen de andere vogelaars ons op de plekken waar de vogel vaak zit. Het stikt er van de lijsters en bijna alle algemenere soorten zijn van de partij: vooral MerelsZanglijsters en Koperwieken, maar ook een enkele Kramsvogel en zelfs een Beflijster foerageert op de appels en bessenstruiken in de achtertuinen. De lijster waar we voor komen, de Vale Lijster, is dan al een tijdje uit beeld. Het begint inmiddels ook nog eens te regenen.

Achtertuin waar de vogel vaak zit

Na een halfuurtje wachten valt mijn oog op een verre lijster op een schutting: het is de Vale Lijster. Vanaf dat moment laat de vogel zich lange tijd geweldig bekijken op de grond en in de bessenstruiken, al blijft hij wel vliegerig. Wat een fraaie vogel en wat een waanzinnige vondst van Jaap!

Vale Lijster – Eye-browed Trush

Vale Lijster – Eye-browed Trush

Rond half 2 zijn we anderhalf uur op Vlieland; dat vinden we meer dan genoeg. Twaalf zeer tevreden vogelaars lopen terug naar de jachthaven en 10 minuten later stappen we de boot, het Sop, weer in. De terugweg is iets heftiger, met behoorlijke golven die vol tegen het bootje rammen. Zie onderstaand filmpje, gemaakt door Frank (tip: zet het geluid even aan).

Om half vier varen we de haven van Oudeschild weer binnen en zit de boottocht erop. Alleen de tocht was al een ervaring op zich, maar die lijster was natuurlijk de kers op de taart. Wat een beest!

Toch nog een klapper!

Donderdag 19 oktober 2017

Vandaag, donderdag 19 oktober, zitten de 6 weken vakantie Texel er inmiddels bijna op. Zeker de oktober was behoorlijk saai, met erg lage aantallen vogels en relatief weinig krenten. Uiteraard, als je alle hoogtepunten opsomt, kom je toch aan een respectabel lijstje. Vooral de ‘Phylloscopi‘ leken te ontbreken: zo zag en hoorde ik vanaf 19 september tot vandaag slechts 5 Bladkoninkjes. Ter vergelijking, de afgelopen najaren had ik geregeld dagen met 5 exemplaren op één dag.

Ook vandaag lijkt een dag als alle anderen te worden: een rustige dag met weinig vogels en mooi weer. Frank en ik maken ’s ochtends vroeg een rondje door het vakantiepark. Rond 9’en krijgen we binnen dat Koen Stork tijdens zijn fietstochtje naar school een spannende bleke tapuit had gezien langs het Waal en Burgerdijkje en dacht aan een mogelijke Blonde Tapuit. Dit alles zonder verrekijker en de waarneming was behoorlijk kort; vandaar dat we gewoon zijn doorgegaan met onze ronde. Een uur later zijn we weer thuis (zonder noemenswaardige waarneming) en na wat overleg gaan we toch maar zoeken naar Koens tapuit. Het zal vast niets opleveren (we controleren wel eens vaker dit soort onzekere meldingen en tot nu toe heeft het nooit iets leuks opgeleverd), maar je weet het natuurlijk nooit.

Rond half 11 rijden we Waalenburg binnen, checken eerst nog wat plasjes langs De Staart en de Westerboerseweg (Witgat) en parkeren daarna bij het Waal en Burgerdijkje. Het is net voor elven als ik nonchalant wat Graspiepers langs de dijk bekijk en iets verderop op een hek een behoorlijk bleke tapuit met warmbruine bovendelen en borstband ontwaar. Mijn bloeddruk schiet omhoog: dit is inderdaad een blonde tapuit!

Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear

Gauw maken we de eerste foto’s en verspreiden we het nieuws. Inmiddels is de vogel iets opgeschoven van de hekken langs het fietspad naar de naastgelegen akkers. Hier laat de vogel zich nog steeds fraai bekijken. Al binnen enkele minuten komen de eerste vogelaars aanlopen die zo kunnen aanschuiven. Vlak voordat de hoofdmoot van de aanwezige twitchers arriveert, vliegt de tapuit op naar achteren, waardoor de meeste vogelaars de vogel op minstens 200 meter zien. Gezien de warmbruine bovendelen en borstband lijkt het een Westelijke Blonde Tapuit te worden.

Westelijke Blonde Tapuit – Western Black-eared Wheatear

Op de weg terug naar de auto komen we Koen tegen, die zijn eigen ontdekking is komen twitchen. Felicitaties, bedankjes en een kort gesprekje volgen. Het gaat hier pas om de derde Westelijke Blonde Tapuit van Nederland, een geweldige vondst dus!

Een geweldige 400e soort!

Woensdag 4 oktober 2017

De afgelopen maanden heb ik weinig van me laten horen. Niet dat ik niets gezien heb.  Integendeel, sinds mijn laatste bericht is mijn Nederlandse lijst toch met twee soorten (Kortteenleeuwerik, Noordse Boszanger) gegroeid. De lange stilte komt dan ook vooral door vakanties op respectievelijk Vlieland (JNM-kamp Vlie III) en Texel en het ontbrak me aan de behoefte om van weken vakantie een blog te schrijven. Vandaag onderbrak ik mijn wekenlange vakantie op Texel echter even voor een twitch naar het vasteland en daarvan kan een weblogje toch echt niet ontbreken.

Het verhaal begint eigenlijk vorige week woensdag (27 september) net voor het middaguur, als Toy Jansen in de DBA-admingroep een foto van een overvliegende arend plaatst. Deze Keizerarend, want dat lijkt er op de foto’s te staan, vloog ongeveer twee uur boven de telpost Brobbelbies nabij Uden. Voor enkele snelle twitchers was dit net lang genoeg om de vogel te kunnen halen, anderen kwamen net te laat of zagen de arend alleen als onherkenbaar stipje aan de horizon. De rest van de middag en de volgende dag wordt de vogel, tot verdriet van vele vogelaars, niet meer teruggevonden. Het gaat hier pas om de 2e Keizerarend van Nederland, na een overvliegende vogel over Kamperhoek (Flevoland).

Dit verhaal krijgt gisteravond onverwachts een staartje, als via Facebook naar voren komt dat iemand de vogel die middag heeft gefotografeerd nabij Zwolle. De foto’s tonen onmiskenbaar hetzelfde exemplaar. Jeroen Bredenbeek, boswachter van de Wieden-Weerribben, ziet tegen de avond een flinke arend een slaapplek zoeken in een bosje ongeveer 5 kilometer daar vandaan en concludeert dat het om dezelfde vogel moet gaan. Velen, waaronder ik, smeden een plan voor de volgende dag. Gelukkig blijkt al snel dat ik vanaf Texel met Marc Plomp en Jos van den Berg mee kan rijden. Het plan is om niet af te wachten, maar met de eerste boot van het eiland te gaan en ons zo snel mogelijk naar de plek te spoeden.

Na een korte nacht gaat vannacht rond kwart voor 5 de wekker. Drie kwartier later pikken Marc en Jos me op aan de Roggeslootweg en dan kan het avontuur beginnen. De reis gaat voorspoedig: de boot is opvallend vol voor dit vroege tijdstip en pas in Friesland begint het voorzichtig licht te worden. De spanning stijgt, zal de vogel er nog zitten en gaat de laatste waarneming van Jeroen eigenlijk wel om de Keizerarend? Om 7.48 stijgt de spanning naar een (voorlopig) hoogtepunt als Laurens Steijn, via een speciaal voor deze twitch in het leven geroepen whatsappgroep, meldt dat hij de Keizerarend ziet vliegen! Voor ons is het op dat moment nog een halfuurtje rijden, dus de stress zit er goed in. Langzaam rijdende landbouwvoertuigen op het smalle landweggetje helpen op zo’n moment ook niet echt. Het bericht dat de vogel is geland, zorgt voor een iets lager adrenalinepeil. Het volgende kwartier volgen meerdere berichten dat de vogel opvliegt en vlakbij weer landt in bomen. Oftewel, veel rust kent de arend niet en wij dus ook niet.

Bericht in appgroep van eerste melding

Om 8 uur arriveren we aan de westkant van het dorp Hasselt, de plek waar de vogel de laatste keer heen gevlogen was. Met een andere auto vogelaars zien we flinke paniek in het luchtruim boven een polder, overal vliegen Kieviten e.d. Het lukt ons niet om de dader te vinden. We staan net op het punt om dieper de polder in te rijden als via de whatsapp doorkomt dat de vogel weer op de oude plek is gezien. Opnieuw stijgt de spanning, zal het nu wel lukken om de vogel te zien? Een paar minuten later komen we aan op de plek. Tot onze afschuw bleek het allemaal op een misverstand te berusten, vanaf deze plek was de vogel 10 minuten geleden vliegend waargenomen in de richting van waar we eerst stonden. Een hoop gevloek, en tot overmaat van ramp gaat de brug in Hasselt voor onze neus open. We voelen de arend steeds meer uit onze handen glippen…

Iedereen verspreidt zich weer en Marc, Jos en ik besluiten toch weer richting de eerder genoemde polder te gaan. Opnieuw is hier grote paniek onder de honderden Kieviten en zelfs de 10-tallen Grote Zilverreigers kiezen het luchtruim, daar moet toch iets aan de hand zijn? Even denken we iets groots te zien vliegen met de kijker, maar in de scoop zien we slechts nog enkele Buizerds. We beginnen net een kort praatje met Steven Wytema als in de app binnenkomt dat de vogel wederom gezien wordt, op twee minuutjes rijden. Als bezetenen stappen we het busje weer in en rijden we naar de bewuste plek. Deze keer zijn we wel op tijd, want al gauw worden we door de melders gewezen op de Keizerarend. De vogel zit minutenlang rustig in het weiland op enkele 100-en meters en is prima te zien. Wat een last valt er van onze schouders, wat een heerlijk gevoel!

Keizerarend – Eastern Imperial Eagle

Blije vogelaars na het zien van de Keizerarend (met een opgeluchte ik als meest linker vogelaar). Foto: Marc Plomp (Vogelinformatiecentrum).

Het wordt snel drukker met overal om ons heen opgeluchte vogelaars. Echter blijft de arend (afkomstig uit Oost-Europa en Centraal-Azië) ook hier niet lang zitten. Na een paar minuten vliegt hij op, maakt laag een rondje en landt een kilometer verderop weer in het weiland. Ook dit is van korte duur, want al snel vliegt de arend wederom op om laag over de weg heen richting Genemuiden. Hier laat de Keizerarend, volop gepest door kraaiachtigen, zich waanzinnig bekijken.

Na deze fantastische waarneming besluiten Jos, Marc en ik dat het haast niet beter kan en dus dat we net zo goed aan de terugweg kunnen beginnen. En zo zitten we rond half 10 alweer met een geweldig gevoel op de weg terug richting Texel. We hebben de boot van half 12 en rond het middaguur zijn we weer op het eiland. Wat een indrukwekkend beest zeg, en dat is dan mijn 400e soort in ons land! Dit laatste even onder voorbehoud dat de Amerikaanse Tafeleend en Marmereend van vorig jaar aanvaard worden. Over de determinatie is trouwens nog niet alles gezegd, want op dit moment is het nog even zaak om Spaanse Keizerarend (die net zo zeldzaam is in Nederland) uit te sluiten. Vooral in dit kleed (4kj) is dat een moeilijke zaak.

Van frustratiesoort naar hebben!

Dinsdag 8 augustus 2017

Het is zo’n soort die ons al jaren achtervolgt. Al vele malen hebben we geprobeerd zelf een exemplaar te vinden, of er eentje te twitchen. Altijd mislukte dat. Op deze manier vormde de Waterrietzanger, want daar gaan de vorige regels over, onze grote frustratiesoort. Als gistermiddag het bericht door komt dat er eentje in de Groene Jonker zit, zakt ons de moed alweer in de schoenen. In gedachten zie ik ons alweer vele uren door de Jonker rondstruinen, natuurlijk zonder resultaat. ‘Gelukkig’ blijven we thuis, zodat we een volgende tegenvaller niet hoeven mee te maken (hem zien behoort natuurlijk niet tot de mogelijkheden).

Vanmiddag wordt de rietzanger echter nog steeds gemeld en dus smeden mijn vader en ik stiekem een plan om ’s avonds een paar uurtjes in de Groene Jonker door te brengen. De verwachtingen zijn laag gespannen als we rond een uur of half 7 het moerasgebied binnenlopen. Vanaf de eerste stap die we zetten, vallen er regendruppels. Bovendien is er slechts één andere vogelaar aan het zoeken. Kortom, geen ideale omstandigheden en dus verspreiden mijn vader en ik ons langs het pad waar de vogel voor het laatst gezien is. Binnen een minuut hoor ik uit mijn rug een smakkend geluid en als ik me opdraai, zie ik (tot mijn schrik) een opvallend gele rietzanger bovenin de vegetatie zitten. Het zal toch niet? Een opvallende lichte middenkruinstreep, opvallende banen op de rug, het is verdorie echt een Waterrietzanger. Alle frustraties van de afgelopen jaren vallen in een keer van me af.

Voor mijn vader blijft het Waterrietendrama ‘gelukkig’ nog langer duren, want hoewel hij slechts enkele 10-tallen meters verderop staat, komt hij net te laat om de vogel te zien. Een dik halfuur verregenen we hevig op de plek, maar van de vogel helaas geen spoor. Daarna verspreiden we ons iets verder, maar nog steeds is de rietzanger spoorloos. Inmiddels is er versterking van zeker drie man gekomen.

Net op het moment dat (bij mij althans) bijna alle hoop is weggeëbd, roept mijn vader: “Ik heb hem!”. Een kleine minuut laat de Waterrietzanger zich in de lage vegetatie langs het pad fraai zien aan alle waarnemers. Er is zelfs tijd om foto’s van de vogel te maken. Wat een prachtig beestje!

Waterrietzanger – Aquatic Warbler (photo: Peter van der Meer)

Waterrietzanger – Aquatic Warbler (photo: Peter van der Meer)

Mijn eerste nieuwe soort van dit jaar is eindelijk een feit (de Siberische Braamsluiper afgelopen januari niet meegerekend), en dat in de eigen regio! Nu wordt het tijd voor een nieuwe frustratiesoort. 🙂

Eifel dag 3: Waterspreeuw en vlinders in Zuid-Limburg

Zondag 23 juli 2017

Vandaag is alweer de laatste dag van dit weekendje in de Eifel. Voordat we koers richting Nederland zetten, lopen we bij het dorpje Heimbach ongeveer anderhalf uur langs de Roer. Hoogtepunt van deze wandeling zijn de drie Waterspreeuwen die we langs het beekje treffen. Bij tijd en wijle laten ze zich (al zittend, lopend, rennend en zelfs zwemmend) erg mooi bekijken. Wat een geweldige vogels zijn het toch! Onder een brug in het dorp zit een pas geboren Grote Gele Kwikstaart die geregeld gevoerd wordt door een volwassen exemplaar, ook leuk.

Roer bij Heimbach

Waterspreeuw – White-thoated Dipper (photo: Peter van der Meer)

Waterspreeuw – White-thoated Dipper (photo: Peter van der Meer)

Waterspreeuw – White-thoated Dipper

Grote Gele Kwikstaart – Grey Wagtail

Rond het middaguur verlaten we de Eifel en al snel rijden we Zuid-Limburg weer binnen. We stoppen op twee plekken in het zuiden: op de eerste locatie kunnen we ondanks de lichte regen 2 Dwergblauwtjes localiseren, bovendien vliegt hier ook een Boswitje rond. Op de tweede stop, stadspark de Hoge Fronten in Maastricht, zien we helaas geen Scheefbloemwitjes. Dit wordt echter ruimschoots goedgemaakt door een Bruin Dikkopje en een Kaasjeskruiddikkopje. De voormalige verdedigingswerken worden bovendien bevolkt door enkele Muurhagedissen.

Dwergblauwtje – Little Blue

Bruin Dikkopje – Dingy Skipper

Kaasjeskruiddikkopje – Mallow Skipper (photo: Peter van der Meer)

Muurhagedis – Common Wall Lizard (photo: Peter van der Meer)

Iets voor 5 uur zijn we weer bij de auto en beginnen we aan de terugreis naar Woerden. Het was een fantastisch weekend, zowel qua weer als qua soorten. Uiteindelijk is de dagvlinderlijst van dit weekend geëindigd op 36 verschillende vlindersoorten, een prachtig aantal. Een weekend dat zeker voor herhaling vatbaar is.

Eifel dag 2: Eifel NP en Blankenheim

Zaterdag 22 juli 2017

Vandaag gaan we de Eifel verkennen. Voor de ochtend staat een wandeltocht door het Nationale Park Eifel op het programma. Onderweg rijden we langs uitgestrekte agrarische gebieden waar we, net als gisteren, verschillende wouwen zien. Eenmaal stoppen we even langs de weg, zodat we ze wat beter kunnen bekijken. Hier tellen we zeker 3 Zwarte en 2 Rode Wouwen. Vooral de Zwarte Wouwen laten zich prachtig bekijken en fotograferen.

Zwarte Wouw – Black Kite

Zwarte Wouw – Black Kite

Aan het eind van de ochtend arriveren we bij het dorpje Dreiborn en even later lopen we over de uitgestrekte vlaktes van Dreiborn (genaamd de Dreiborner Hochfläche). De doelsoort hier is de Brilgrasmus, een in Zuid-Europa voorkomende grasmus die zeer zeldzaam is in NW-Europa. In dit gebied zit sinds half juni een mannetje te zingen (pas het 5e geval voor Duitsland). Eind juli, een paar dagen na ons bezoek, blijkt zelfs dat hier het eerste broedgeval van Duitsland heeft plaatsgevonden. Ik zal het kort houden, ondanks goed zoeken vinden we helaas geen Brilgrasmus. Gelukkig is er genoeg te beleven: in de lucht hangen enkele Rode Wouwen, een mannetje en jonge Grauwe Klauwier bevolken de struikjes en in de bosranden stikt het van de Geelgorzen.

Dreiborner Hochfläche

Geelgors – Yellow Hammer (photo: Peter van der Meer)

De show wordt vooral gestolen door de vele vlinders. Zagen we gisteren nog ons eerste Dambordje ooit, vandaag is het verreweg de talrijkste vlindersoort in dit gebied met vele 10-tallen exemplaren. Er zijn genoeg andere leuke soorten te zien: naast de algemene soorten vinden we o.a. een Bruine Vuurvlinder en een Koninginnepage vliegt snel langs ons heen. In de bosrand zien we nog meer leuke soorten: dankzij mannetje Keizersmantel blunderen we tegen zowel een Sleedoornpage als een Grote Weerschijnvlinder aan. We zien hier ook de enige libel tijdens deze vakantie: een Blauwe Glazenmaker.

Dambordje – Marbled White

Dambordje – Marbled White

Bruine Vuurvlinder – Sooty Copper

Blauwe Glazenmaker – Blue Hawker

De laatste uren van de middag besteden we bij Blankenheim, waar we de vele vlinders op de kalkgraslanden intensief afkijken. Vergeleken met bijvoorbeeld de Sint Pietersberg is het hier erg soortenrijk: soorten die in Nederland schaars of zeldzaam zijn, zoals Bleek Blauwtje, Dambordje, Keizersmantel en Bruine Vuurvlinder, zijn in groten getale aanwezig. Met wat meer geduld vinden we ook een Grote Parelmoervlinder, Boswitje, Bruin en Dwergblauwtje en onze tweede Sleedoornpage van de dag. Een gekke, kleinere parelmoervlinder (mogelijk Purperstreep-) is helaas te snel verdwenen.

Kalkgraslanden bij Blankenheim

Bleek Blauwtje – Chalk-hill Blue

Bleek Blauwtje – Chalk-hill Blue

Sleedoornpage – Brown Hairstreak

Grote Parelmoervlinder – Dark Green Fritillary (photo: Peter van der Meer)

Keizersmantel – Silver-washed Fritillary (photo: Frank van der Meer)

Eifel dag 1: vlinderen in de Hoge Venen

Vrijdag 21 juli 2017

Afgelopen weekend was het dan zover: we gaan voor het eerst naar dagvlinders kijken in het buitenland. Dat gaat gebeuren in de Eifel, een reliëfrijke regio in Duitsland net over de Belgische grens. Onze uitvalsbasis is het plaatsje Mechernich in het noorden van de Eifel.

’s Ochtends vertrekken we uit Woerden richting Mechernich en maken we een stop van een paar uur in de Belgische Hoge Venen. We zijn nog maar net de auto uit als er een grote donkere vlinder een paar meter naast de auto gaat zitten: een vrouwtje Grote Weerschijnvlinder! Zeker tien minuten zit de vlinder op de grond mineralen op te zuigen en laat zich hierbij fantastisch zien. Gaaf, zo mooi hebben we deze soort in Nederland bij lange na niet gezien.

Grote Weerschijnvlinder – Purple Emperor

Tijdens de wandeling door het hoogveengebied zien we een hoge diversiteit aan dagvlinders: naast de algemenere soorten komen we o.a. Zwart- en Geelsprietdikkopjes, een Eikenpage, nog twee Grote Weerschijnvlinders, een Zilveren Maan en ook de doelsoort (Veenbesparelmoervlinder) tegen. De uitgebreide sparrenbossen aan de rand van het veen worden fanatiek afgekeken, maar een Notenkraker levert het helaas niet op. Vanuit de bosjes in het veen roept een mannetje Goudvink; we zien deze fraaie vinkensoort even later ook zitten in een klein wilgje. Tot slot vliegt een witje met opvallende zwarte tekening boven de vegetatie langs het pad: het blijkt een Dambordje te zijn, onze eerste (maar zeker niet de laatste) keer dat we deze dagvlindersoort zien.

Veenbesparelmoervlinder – Cranberry Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary (photo: Peter van der Meer)

Dambordje – Marbled White (photo: Peter van der Meer)

Hoge Venen in België

vlinders

Rond vier uur zijn we weer op de parkeerplaats en zetten we koers richting Duitsland. Onderweg passeren prachtige landschappen en boven de uitgestrekte graanvelden vliegen de eerste wouwen van het weekend: 2 Rode Wouwen. Iets voor 5’en arriveren we in Mechernich en zit de dag erop.

De afgelopen weken

Zondag 9 & 16 juli 2017

Het is al een tijdje geleden dat ik hier iets geplaatst heb. Het is niet dat we niets gedaan hebben, maar het ontbrak me aan tijd (en soms ook zin) om wat te schrijven. Zo zat ik voor mijn studie eind juni anderhalve week op Terschelling. Echt fanatiek vogelen zat er natuurlijk niet in, al heb ik toch wel leuke soortjes meegepikt. O.a. de langverblijvende Zwarte Zeekoet in de veerhaven, maar ook een zingende Grote Karekiet, Kleine Barmsijs, enkele Duinparelmoervlinders en vanuit bed kon je jonge Ransuilen horen roepen. Op 2 juli zagen (en vooral hoorde) mijn vader en ik bij Hilversum vervolgens mijn eerste Graszanger in bijna zes jaar.

Vorige week stond in het teken van libellen. Zaterdag mislukte de zoektocht naar de Rivierrombout jammerlijk genoeg, maar de volgende dag was het wel raak. In de Plateaux (in het zuidelijkste puntje van Noord-Brabant) fladderden enkele Weide- en Bosbeekjuffers boven het beekje en langs een kanaaltje zagen we een nieuwe soort: de Beekoeverlibel. De gewenste Gewone Bronlibel werkte helaas niet mee, net als de Zwarte Ooievaars van De Banen (Nederweert).

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Tot slot staat vandaag ons inmiddels jaarlijkse tochtje naar de Weerribben op de planning. Het weer valt behoorlijk tegen: het is de hele dag zwaar bewolkt met in de middag zelfs enkele miezerbuien. Ondanks het niet bepaald ideale insectenweer is het een uiterst succesvolle dag. We bezoeken twee locaties in het gebied: een veenmosrietveld langs de Hogeweg en het Woldlakebos. Op de eerste locatie vinden we tijdens een kort wandeltochtje bijna 10 Zilveren Manen, een parelmoervlinder waarvan het aantal vlieglocaties in Nederland op twee handen te tellen is. Langs de kattenstaart langs de sloten vinden we onze tweede doelsoort: de Grote Vuurvlinder. Niet een exemplaar, niet twee; nee, maar liefst 4 exemplaren van deze zeer zeldzame dagvlindersoort laten zich fraai bekijken op een traject van zo’n 200 meter. Het gaat om drie vrouwtjes en een niet te determineren exemplaar (alleen met gesloten vleugels gezien).

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Grote Vuurvlinder – Large Copper

Grote Vuurvlinder – Large Copper

De tweede locatie, het Woldlakebos, is opnieuw goed voor een Grote Vuurvlinder. Hier zien we ook de tweede nieuwe libellensoort in een week tijd: in de miezerregen vinden we zeker twee verschillende Kempense Heidelibellen. Ook qua vogels is het goed toeven in de Weerribben. Een Wielewaal laat geregeld van zich horen en Roerdomp vliegt tweemaal langs.

Kempense Heidelibel – Spotted Darter

Kempense Heidelibel – Spotted Darter (photo: Peter van der Meer)

Roerdomp – Eurasian Bittern (photo: Peter van der Meer)

Volgend weekend gaan we voor het eerst naar insecten kijken in het buitenland (en natuurlijk ook wel naar vogels) en wel in de Eifel (Mechernich). Ik zal proberen een verslagje te schrijven als we terug zijn. 😉