10 jaar wachten…

Zaterdag 21 januari 2017

Bijna twee weken geleden, op 8 januari, ontdekte James Lidster in de Brabantse Biesbosch een Mongoolse Pieper. Ondanks dat we vorige week tijd hadden om deze extreem zeldzame dwaalgast (9 eerdere gevallen) te bezoeken, kozen we er bewust voor om een week te wachten (met het risico dat de pieper weg zou zijn). Onze eerste en enige Mongoolse Pieper zagen we in Woerden, op 21 januari 2007. Dat is vandaag dus exact 10 jaar geleden. Extra bijzonder was dat deze vogel onze eerste aanvaarde dwaalgast was die we in Nederland zagen (na Carmen de Monniksgier, die niet aanvaard is door de CDNA) en dat op minder dan 5 kilometer van huis.

Na een voorspoedige reis arriveren we aan het eind van de ochtend in de Biesbosch. Een groep vogelaars verraadt de juiste locatie. De Mongoolse Pieper foerageert in de wegberm en laat zich prachtig bekijken. Met o.a. Maurice Coevoet, Joey Braat, Diedert Koppenol en André Prins zien we hoe de pieper driemaal over ons heen vliegt, hierbij helaas niet roepend. Erg fijn om nu eindelijk een Mongoolse Pieper aan de grond te zien, de Woerdense vogel had ik namelijk alleen in vlucht gezien (en gehoord).

_omgeving

Plek van de Mongoolse Pieper (photo: Frank van der Meer)

Mongoolse Pieper – Blyth’s Pipit

Mongoolse Pieper – Blyth’s Pipit

Na deze succesvolle twitch gaan we dieper Noord-Brabant in. In Breda overwintert namelijk een Braamsluiper van oostelijke komaf. Waarschijnlijk gaat het hier om een Siberische Braamsluiper, maar voor determinatie op (onder)soortniveau is een DNA-sample vereist. Voor Frank reden genoeg om een stapeltje wattenstaafjes en -schijfjes van huis mee te nemen. Misschien lukt het ons om een poepje (met daarin DNA) veilig te stellen.

Eenmaal in Breda duurt het even voordat we de vogel gevonden hebben. Aanvankelijk zien we slechts een enkel meesje, Merel en Heggenmus. Wanneer een vogel van vanuit een tuin komt aanvliegen en landt in een berkje boven mij, is een snelle blik door mijn kijker genoeg om te zien dat het om de Siberische Braamsluiper gaat. In het daaropvolgende halfuur laat de zanger zich bij tijd en wijle fraai zien. Zeker driemaal poept de vogel, maar de poepjes kunnen we niet terugvinden. Dit is voor ons de eerste kennismaking met een oostelijke Braamsluiper. In een wak in de plas die tegen de wijk aan ligt, rust bovendien een vrouw Krooneend.

waarschijnlijke Siberische Braamsluiper – putative Siberian Lesser Whitethroat

Tot slot doen we een poging om een groep Taigarietganzen in de omgeving van Vught te bezoeken. Samen met enkele andere vogelaars zoeken we het beekdal intensief af. Op grote afstand, en bovendien achter een rietkraag, staat een groep rietganzen. Onder deze omstandigheden kunnen we er echter helemaal niets mee. Een IJsvogel, een overvliegende Slechtvalk en fraaie jagende man Blauwe Kiekendief zorgen voor (veel) meer spektakel.

Na deze dip rijden we weer huiswaarts. Bij Culemborg pakken we nog even de afrit om bij de Diefdijk te kijken naar een meeuwenslaapplaats. Doordat de plas dichtgevroren is, zitten er echter geen meeuwen. In een wiel een paar 100 meter verder zwemt als compensatie een vrouwtje Nonnetje.

De burgemeesters van Katwijk

Zondag 15 januari 2017

De eerste weken van het jaar worden opvallend veel burgemeesters gezien. Vooral langs de Noord- en Zuid-Hollandse kust lijken ze ‘overal’ op te duiken. Reden is waarschijnlijk de NW-stormen die hebben plaatsgevonden. Hierdoor zijn de stranden overspoeld met voedsel, dat 100-en meeuwen aantrekt.

Aan het eind van de ochtend vertrekken wij uit Woerden en een dik half uur later komen we aan in Katwijk aan Zee. Hier waren gisteren op het strand en bij de monding van de Oude Rijn namelijk minstens (!) 5 Grote Burgemeesters en 1 Kleine Burgemeester gezien. In de Binnenwatering zitten genoeg meeuwen, maar helaas vooral Kokmeeuwen. Het strand daarentegen zit barstensvol met grotere meeuwen: duizenden Zilvermeeuwen, handjesvol Grote Mantelmeeuwen en een enkele Kleine Mantelmeeuw. Het is even zoeken, maar tussen zulke grote aantallen meeuwen zitten natuurlijk ook schaarse soorten. Zo wijst Frank twee adulte Pontische Meeuwen aan en ook een 3kj Geelpootmeeuw is van de partij.

ad Pontische Meeuw – ad Caspian Gull

3kj Geelpootmeeuw – 3cy Yellow-legged Gull

Gelukkig mogen ook de burgemeesters niet ontbreken. Samen met o.a. Mars Muusse (met oneliners als “als er echt helemaal níets meer te doen is, kun je altijd nog naar de Dwerggors gaan” en “leuk zo’n burgemeester, maar wat heb je eraan zonder ring”) en Maarten van Kleinwee vinden we twee Grote Burgemeesters en 1 Kleine Burgemeester. Allemaal zijn het vogels die vorig jaar geboren zijn.

Grote Burgemeester – Glaucous Gull

Kleine Burgemeester – Iceland Gull (photo: Peter van der Meer)

Kleine Burgemeester – Iceland Gull (photo: Peter van der Meer)

Na dit spektakel nemen we nog even een kijkje in de Binnenwatering, waar we samen met Jillis Roos en broertje de derde Pontische Meeuw van de dag kunnen bewonderen.

Oosterse Zwarte Roodstaart op de deurmat

Zaterdag 14 januari 2017

Gisteravond kwam via Dutch Bird Alerts het bericht binnen dat de dag ervoor een Oosterse Zwarte Roodstaart was gezien in een woonwijk in Barendrecht. Deze ondersoort van ‘onze’ Zwarte Roodstaart is zeer zeldzaam in West-Europa, met maar 6 gevallen in Nederland. Vanochtend wordt de vogel al snel teruggevonden. Na wat overleg kiezen we ervoor om naar Barendrecht af te reizen en niet naar de Biesbosch (voor de Mongoolse Pieper), wat eigenlijk ons plan was.

Rond het middaguur nemen de hagel-, sneeuw- en regenbuien eindelijk wat af, wat ons doet besluiten om in de auto te springen. Eenmaal in Barendrecht geeft een horde vogelaars ons aan waar we moeten zijn. Een paar tellen later hebben we de Oosterse Zwarte Roodstaart in beeld. De vogel, die normaal in zuidelijk Rusland broedt en overwintert in NO-Afrika en het Midden-Oosten, foerageert aanvankelijk druk in de kleine voortuintjes van de huizen in de straat Riederwerf. Even later vliegt de roodstaart vlak langs ons en landt hier op een deurmat. Hier blijft de vogel zo’n halfuur lang rusten en (af en toe) poetsen. Samen met de ontdekker Martin van der Schalk zien we hoe deze zangvogel na de rustperiode weer actief verder gaat met foerageren.

Oosterse Zwarte Roodstaart – Eastern Black Redstart (ssp. phoenicuroides)

Oosterse Zwarte Roodstaart – Eastern Black Redstart (ssp. phoenicuroides; photo: Peter vd Meer)

Oosterse Zwarte Roodstaart – Eastern Black Redstart (ssp. phoenicuroides; photo: Peter vd Meer)

Na een klein uurtje vinden het wel mooi geweest en bezoeken we een paar kilometer verderop de man Buffelkopeend die hier al voor de 13e winter op rij aanwezig is. Deze Amerikaanse soort zwemt samen met enkele Wilde en Kuifeenden tussen de huizen aan de noordkant van de Gaatkensplas en is prima te zien. Samen met Jeroen Bes bekijken we de eend, gezellig! Na een kwartiertje hebben we het wel weer gezien en gaan we huiswaarts.

Het is nog vroeg en droog. Reden om bij Nieuwerkerk a/d IJssel nog even de afslag te nemen om bij Zevenhuizen een adulte vrouw Ruigpootbuizerd te twitchen. Het is Frank die deze roofvogel aan ziet komen vliegen. Zij landt even op een lantaarnpaal langs de weg, maar dat duurt niet lang: binnen een minuut vliegt ze op, vliegt een rondje boven de weilanden, bedenkt zich en draait weer om. De buizerd landt op aardhopen wat verder van de weg, maar is alsnog prima te zien. Een leuk einde van deze dag.

Ruigpootbuizerd – Rough-legged Buzzard (photo: Peter vd Meer)

Ruigpootbuizerd – Rough-legged Buzzard

De eerste wapenfeiten van 2017

Zondag 8 januari 2016

Voor het eerst dit jaar gaan we weer eens naar buiten. Het plan is om in de polders rondom Mijdrecht naar ganzen te kijken, maar als we Woerden uitrijden, komen we in een mistdeken terecht. Na wat overleg kiezen we ervoor om om te keren en richting Noordwijk te gaan, zodat we de Humes Bladkoning en Dwerggors kunnen twitchen. Een goede keuze, want al bij Alphen aan den Rijn klaart het flink op.

In Noordwijkerhout gaan we eerst op zoek naar de Humes Bladkoning. Naast de voetbalvelden van amateurclub VVSB, de stuntploeg die vorig jaar pas in de halve finale van de KNVB-beker zijn meerdere moest erkennen, wijzen enkele vogelaars ons op deze zuidoostelijke tegenhanger van de Bladkoning. De vogel foerageert in een singel en laat zich bijzonder fraai bekijken. Tweemaal verjaagt een Goudhaan de bladkoning uit ‘zijn’ gebied. Zo af en toe roept de vogel enkele malen, helaas blijken de batterijen van mijn geluidsrecorder leeg te zijn. Erg jammer, maar des te meer reden om nog een keertje terug te komen. Een matig plaatje van de vogel, gemaakt door mijn vader, staat hieronder. Jammer dat de boom links wel scherp erop staat… Hier vliegt ook een roepende Grote Gele Kwikstaart over.

Humes Bladkoning – Hume’s Leaf Warbler (photo: Peter van der Meer)

Vervolgens rijden we enkele kilometers naar het zuiden. Op een braakliggend stukje langs de Achterweg, Noordwijk doen twee Dwerggorzen een poging om te overwinteren. Samen met een excursie van de Vogelwacht Utrecht zoeken we naar deze kleine gorsjes. Het duurt even, maar na een halfuur wordt een exemplaar teruggevonden. De Dwerggors blijkt erg vliegerig en roept opmerkelijk veel. Bij tijd en wijle laat deze soort, die normaal in Zuidoost-Azië overwintert, zich leuk zien. Rond drie uur vliegt de gors op en landt ergens ver in niet-toegankelijk gebied. Voor ons het teken om naar huis te gaan. Uit een slootje vliegt een Grote Gele Kwikstaart op. De kwikstaart zit daarna korte tijd op een paaltje om daarna weg te vliegen en uit beeld te verdwijnen.

Op weg naar huis rijden we bij Leiden langs het Valkenburgse Meer en aangezien daar een Roodhalsfuut zit, besluiten we op het laatste moment om daar even naar te gaan zoeken. Het is amper omrijden en een Roodhalsfuut is natuurlijk altijd de moeite waard. Vanaf twee plekken zoeken we de plas af, maar de Roodhalsfuut is helaas onzichtbaar. Ook hier vliegt een Grote Gele Kwikstaart over, de derde alweer van de dag.

Witkopgors en meer tijdens weekje Texel

Zaterdag 24 t/m vrijdag 30 december 2016

Op zaterdagmiddag staan we rond het middaguur in de rij voor de veerboot naar Texel. Reden is om voor de laatste keer dit jaar nog even een weekje uit te waaien op dit Noord-Hollandse Waddeneiland. Eenmaal op het eiland rijden we natuurlijk eerst langs camping Loodsmansduin, waar Ruud van Beusekom vorige week een mannetje Witkopgors vond. Onderweg hiernaartoe zien we in de Petten 4 Kleine Zilverreigers die tussen de begroeiing een plekje uit de wind zoeken. Op de camping hebben we, samen met Guus Peterse, de Witkopgors snel gelokaliseerd: de vogel (een jong mannetje) zit samen met wat Geelgorzen (die ook erg schaars op Texel zijn) diep in een meidoorntje, maar is toch prima te zien. Na een uur, waarin er weinig beweging in de vogel zit, gaan we weer terug richting de auto, op naar ons huisje. De rest van de middag zijn we te vinden in het Vogelinformatiecentrum van Marc Plomp, waar autopsie op een dode IJsduiker wordt verricht. Geweldig om deze zeldzame en grote soort eens van zo dichtbij te zien.

ijsduiker1

Dode ad vrouw IJsduiker, gevonden op11 november 2016 op Noordzeestrand op Vlieland door Carl Zuhorn – Great Northern Diver (photo: Frank van der Meer)

ijsduiker2

Dode ad vrouw IJsduiker, gevonden op11 november 2016 op Noordzeestrand op Vlieland door Carl Zuhorn – Great Northern Diver

Op Eerste kerstdag bezoeken we opnieuw de Witkopgors. Deze keer duurt het iets langer voor we hem in beeld hebben, maar samen met o.a. Jorick van de Westeringh zien we hoe deze zeer zeldzame gorzensoort samen met enkele Geelgorzen komt aanvliegen en landt in hetzelfde meidoorntje als gisteren. De rest van de dag besteden we in het westen van het eiland: langs de Kadijksweg zit een mooie groep Kleine Zwanen (48 stuks), waaronder 2 met witte pootringen. Langs de Lancasterdijk is het even zoeken, maar na een paar minuten zijn de 2 gemelde Roodhalsganzen tussen de 100-en Rotganzen gevonden. Een zeer fraaie man Blauwe Kiekendief vliegt over een akker net ten noorden van het Wagejot (op twee andere plekken hadden we ook al vrouwtypen gezien) en we sluiten de dag af in haventje naast De Cocksdorp. Hier zien we een Zwarte Rotgans, Zwarte Ruiter en jaagt een Slechtvalk alle eenden, meeuwen en steltlopers de stuipen op het lijf.

Witkopgors – Pine Bunting

Kanoet – Red Knot (photo: Peter van der Meer)

Door de keiharde westenwind zit er ook op de Tweede kerstdag niets anders op dan vogelen vanuit de auto. Zeker 3 Kleine Rietganzen foerageren met de vele 1000-en Toendrarietganzen op de akkers in Polder Eierland. Eentje zit lekker dichtbij. Van de Roodhalsganzen van gisteren ontbreekt ieder spoor. In de weilanden achter De Bol vinden we een Kleine Zilverreiger. We rijden weer richting huis, maar stoppen eerst even bij de Volharding. Hier doen we de leukste waarnemingen van de dag: langs de dijk foerageert een fraaie Paarse Strandloper en een paar meter verderop is het Frank die verbaasd zijn kijker op een dichtbij langsvliegende Kleine Alk richt! We kunnen deze naar noord vliegende vogel even volgen, tot de vogel verdwijnt achter de dijk. Bij het stormwachtershuisje springen we de auto uit, in de hoop de vogel nog op te kunnen pikken, maar helaas…

Kleine Rietgans – Pink-footed Goose (photo: Peter van der Meer)

Paarse Strandloper – Purple Sandpiper (photo: Frank van der Meer)

Op dinsdag staan we met Diederik Kok en Jorick wederom bij de Witkopgors. Mogelijk vanwege de wind die recht op de singel staat, krijgen we de vogel deze keer niet te zien. We zien slechts een paar Geelgorzen, en een ringtail Blauwe Kiekendief vliegt laag over de akkers. We hebben meer geluk bij de Roodhalsganzen langs de Waddenkant.  Het laatste wapenfeit van de dag is een vrouwtje Blauwe Kiekendief in Polder Waalenburg.

De volgende dag is het voor de verandering eens lekker weer: weinig weer en een lekker zonnetje. Daarom besteden we de woensdag in de Slufter. Helaas hebben veel toeristen dezelfde gedachte. Daardoor zijn vooral de zangvogels nogal vliegerig. Een groep Fraters zien we alleen in vlucht en horen we een aantal keer roepen. Een zestal Strandleeuweriken laat zich wel even aan de grond zien. In de geulen in het gebied foerageren zeker 3 Kleine Zilverreigers en een fenologisch hoogtepuntje vormt een Grutto die samen met enkele Rosse Grutto’s naar voedsel zoekt. In een groep meeuwen zit bovendien een eerste winter Pontische Meeuw.

Eider – Common Eider (photo: Peter van der Meer)

Het mooie weer van gisteren heeft vandaag (donderdag 29 december) helaas weer plaats moeten maken voor slecht weer: door een hardnekkige mist is het zicht behoorlijk beperkt en voelt het erg koud aan. We rijden eerst even langs het kleine grasveldje dat tegenover Dorpzicht en naast het monument Het Dijklichaam ligt. Hier lopen altijd wel rotganzen, maar voor het eerst zien wij er een leuke soort: een fraaie adulte Zwarte Rotgans. Ook een waarschijnlijke Zwartbuik- x Witbuikrotgans zit in de groep. De rest van de middag bezoeken we voor de vierde keer de camping Loodsmansduin. In zo’n anderhalf uur tijd krijgen we de Witkopgors driemaal zeer kort in beeld. Opvallend, zeker aangezien vandaag zijn zo ongeveer de beste foto’s van deze vogel gemaakt zijn.

Zwarte Rotgans – Black Brent (photo: Peter van der Meer)

Vrijdag is alweer de laatste dag. Fanatiek vogelen zit er helaas niet in. Nadat we alles hebben ingepakt, rijden we rond 2 uur voor het laatst weg. Voordat we naar de boot gaan, bezoeken we eerst nog even de omgeving van het Lageveld (vlakbij Dijkmanshuizen). Hier worden de laatste dagen namelijk enkele Grote Canadese Ganzen gezien, een soort die op Texel nog erg schaars is (en voor ons een nieuwe Texeljaarsoort). De ganzen willen niet meewerken, we zien enkel twee Roodhalsganzen tussen de vele Kol- en Rotganzen (de bekende vogels, ook niet verkeerd). Na de nodige bloed, zweet en tranen vind ik uiteindelijk de groep Grote Canadese Ganzen. Door deze soort kom ik op het prachtige aantal van 222 soorten in 2016 op Texel. Via Ottersaat (2 Lepelaars) rijden we naar de boot, die we verbazingwekkend nog halen ook, en eindigen we deze leuke vakantie.

Jaaroverzicht 2016

Het is inmiddels een vertrouwd concept in de laatste dagen van het jaar: een jaarverslag. Net als in 2014 en 2015 worden de hoogtepunten van het jaar hieronder besproken.

2016 in een notendop
Het jaar 2016 was een geweldig jaar voor zeldzaamheden, met maar liefst 6 nieuwe soorten voor ons land: Roodkeelnachtegaal, Amerikaanse Tafeleend, Roodsnavelkeerkringvogel, Zwartkoprietzanger, Balkankwikstaart en Bergheggenmus. Andere hoogtepunten waren de 2e Grote Kanoet, Rosse Waaierstaart, Marmereend en Kroonboszanger voor Nederland en de eerste twitchbare Bruine Lijster (3e geval voor NL). Helaas slaagde ik er niet in om alle hoogtepunten te zien, een enkele knaller (Zwartkoprietzanger, Bergheggenmus – laatste wel met pijn in het hart) heb ik zelfs bewust laten lopen.

Vooral de eerste 5 maanden waren exceptioneel goed, met bijna elke week wel een klapper van jewelste. De zomer was rustig met geen grote klappers. Het najaar was daarentegen weer erg goed, met als hoogtepunt een aandeel in de grote Bergheggenmusseninflux die Noordwest-Europa in zijn greep hield. De laatste anderhalve maand was goed om even op adem te kunnen komen van al het vogelgeweld van dit jaar, al vielen toen ook nog een aantal leuke soorten.

2016 lijsttechnisch
Jaarlijsttechnisch was 2016 een goed jaar voor mij, met 281 soorten. Dit is meer dan vorig jaar en vergelijkbaar met de afgelopen jaren, met uitzondering van topjaar 2012. De grootste missers zijn Kwartel, Rode Wouw, Reuzenstern, Kerkuil, Kleine Bonte Specht, Fluiter, Rouwkwikstaart en Grote Barmsijs. Hierbij moet gezegd worden dat ik (net als de voorgaande jaren) niet serieus een jaarlijst heb bijgehouden, want zo moeilijk zijn de meeste bovengenoemde soorten niet ;).

jaarlijst

Doordat ik tegenwoordig (zoals ik dat gekscherend wel eens zeg) drie huizen heb, is het moeilijk om serieus met één regiolijst bezig te zijn. Toch lukte het me om in drie verschillende regio’s mijn regiolijst uit te breiden: in Woerden e.o. kon ik 5 nieuwe soorten aan mijn regiolijst toevoegen (Bladkoning, IJsduiker, IJseend, Kleine Geelpootruiter, Aziatische Goudplevier; nu 233 soorten), de Texellijst groeide met maar liefst 22 soorten naar 282 soorten en ook de Wageningenlijst groeide flink (nu 165 soorten), met pareltjes als Griel, Westelijke Baardgrasmus, Woudaap en Witwangstern.

Het jaar 2016 bracht mij 11 nieuwe soorten, al is het natuurlijk even afwachten of ze allemaal aanvaard worden door de CDNA. Hieronder worden deze nieuwe soorten besproken. Een progressieve schatting brengt mijn Nederlandse soortenlijst op 397 soorten. Hierdoor is het waarschijnlijk niet de vraag of, maar wanneer in het volgende jaar ik de magische grens van 400 soorten haal.

Nieuwe soorten
Geheel in de lijn van de laatste jaren werd al in de eerste maand de eerste knaller werd gevonden. Op 15 januari verspreidde zich via Facebook een foto van een mannetje Roodkeelnachtegaal ergens in een tuin in Hoogwoud, Noord-Holland. Vervolgens werd vakkundig de juiste locatie uitgeplozen en tegen het einde van de dag werd deze nieuwe soort voor Nederland teruggevonden. De volgende dag stelde de ontdekker tegen betaling de woonkamer ter beschikking aan de 100-en vogelaars (waaronder ik), die daar gretig gebruik van maakten. De vogel bleef maandenlang aanwezig, waardoor ik deze Siberische soort in totaal driemaal heb mogen bewonderen. Geheel onverwacht kwam het opduiken van deze soort in ons land niet. Desondanks had denk ik niemand voorspeld dat deze droomsoort midden in de winter in een Noord-Hollands tuintje gevonden zou worden. Een mooi duinvalleitje op Texel of Vlieland in oktober lag meer voor de hand.

Roodkeelnachtegaal – Siberian Rubythroat

robertbirding-jaaroverzicht-2016-2

De Van der Meertjes (en links Harvey van Diek) wachten op de Roodkeelnachtegaal

In maart zag ik wederom een nieuwe soort voor Nederland: op 12 maart dobberde een man Amerikaanse Tafeleend in een Gronings kanaal. De vogel had enkele beschadigingen aan de buitenste handpennen, maar de grote vraag is of dit komt doordat de vogel in gevangenschap heeft gezeten of dat dit een natuurlijke oorzaak heeft. Hoe dan ook, het was een leuke vogel om te zien en nu is het wachten op het oordeel van de CDNA.

Amerikaanse Tafeleend – Redhead

Voor velen vormde de Roodkeelnachtegaal, Bergheggenmus of Kroonboszanger ongetwijfeld het hoogtepunt van het jaar. Voor mij is er echter een andere soort die deze titel wint. Op de avond van 14 april struinde ik wat rond met enkele studiegenoten over de Wageningse campus, toen ik nietsvermoedend mijn verrekijker op een zangvogel in een van de vele singeltjes richtte. Een halfuur later stond ik met zeker 50 man te kijken naar de 6e Westelijke Baardgrasmus voor Nederland. En dat gewoon op het universiteitsterrein van Wageningen, het moet niet gekker worden. Het betrof een van de weinige binnenlandgevallen van een baardgrasmus (ongeacht welke soort) en bovendien was het zowel het vroegste geval als het langstverblijvende exemplaar van deze soortgroep (5 dagen). Wat een beest, en wat een ontdekking!

Twee dagen later zag ik alweer mijn vierde nieuwe soort van het jaar: tussen de vele Grote Sterns op de Volharding op Texel zat een Forsters Stern. Een fijne inhaler, want deze vogel was pas de 4e voor Nederland; de vorige werd gezien in mijn pre-vogelperiode (juli 2004).

Forsters Stern – Forster’s Tern

Ook mijn volgende twee nieuwe soorten zag ik op Texel. Het kostte wat moeite, maar samen met Sander Haak, Gerard van den Kroef en Frank zag ik op 3 mei een fraaie man Balkankwikstaart. Het bleek achteraf een zeer goede keuze om doordeweeks te gaan, want bij de aanvang van het DB-voorjaarsweekend was de vogel verdwenen. Na meerdere exemplaren die er goed uit zagen, was dit het eerste exemplaar dat voldoende gedocumenteerd is voor aanvaarding.

Balkankwikstaart – Black-headed Wagtail (ssp. feldegg)

De Volharding op Texel bleek een populaire plek dit jaar, want het was (wie anders dan) Diederik Kok die op 13 mei een zomerkleed Grote Kanoet vond. Een zeer spectaculaire vondst, want Grote Kanoeten zijn extreem zeldzaam in Noordwest-Europa. De vogel zelf bleek behoorlijk lastig: hij zat tussen vele 1000-en steltlopers op behoorlijke afstand en zijn aanwezigheid was gerelateerd aan het getij (vooral bij vloed werd ‘ie gezien). Op dit soort momenten is het toch wel erg lekker om een huisje op Texel te hebben.

Grote Kanoet – Great Knot

Na een relatief rustige zomer werd het najaar ingeluid door Cornelis Fokker, Laurens van der Wind en Laurens van der Padt. Zij vonden op 3 september een jonge Zwartkopgors in de Crezéepolder nabij Ridderkerk. Wat dit geval bijzonder maakt, is het feit dat alle andere gevallen mannetjes in prachtkleed betroffen. Door onbekendheid met dit vrouwtype kleed was onduidelijk hoe een (in dit kleed zeer gelijkende) Bruinkopgors uitgesloten kon worden, maar inmiddels is de algemene consensus dat het een juveniele Zwartkopgors is.

In september kon ik nog een eendensoort (met een luchtje) aan mijn Nederlandse lijst toevoegen: een Marmereend zwom ruim twee weken in een klein plasje in Huis ter Heide, Tilburg. De vogel was niet schuw en liet zich daardoor fraai bekijken.

Marmereend – Marbled Duck

Op 3 oktober zag ik een Raddes Boszanger in de Staatsbossen op Texel. Deze vogel, gevonden door Jos van den Berg, slaagde erin om zich 2 uur lang te kunnen verstoppen in dat grote bos voordat hij teruggevonden werd. In oktober 2014 miste ik er eentje op Texel doordat ik vanwege verplichtingen in Wageningen het eiland eerder moest verlaten. Eenmaal op het vasteland kwam de piep: Raddes Boszanger in Zeeburg, Texel… Deze vormde dus een fijne inhaler. Extra bijzonder was dat er in dit bosperceel ook een Pallas’ Bozanger en een Bladkoning zaten.

Tijdens een gesprek op het JNM-kamp in augustus zei ik nog plechtig dat ik dacht dat sommige blokkers zoals Langstaartklauwier, Noordse Waterlijster en Kroonboszanger (helaas) nooit meer zouden opduiken in Nederland. Twee maanden later werd het tegendeel al bewezen: op de ringbaan in Castricum, Noord-Holland werd op 21 oktober laatstgenoemde soort gevangen en geringd. De volgende dag werd de Kroonboszanger teruggevonden in een bosje naast de ringbaan. Op 23 oktober sloten Frank en ik de oktobervakantie af in het Noordhollands Duinreservaat, waar we deze extreme dwaalgast (dit was pas de 10e ooit voor de WP) met enig geduld mooi konden bekijken. Een goede timing bleek achteraf, want de volgende dag werd de vogel niet meer teruggevonden. Nu die andere twee soorten nog… 🙂

Kroonboszanger – Eastern-crowned Warbler

Begin november kon ik een van mijn grootste schaamsoorten wegwerken. In de NIOZ-haven zwommen namelijk twee Kleine Alken. Achteraf blijkt dat beide vogels een paar dagen eerder bij Ecomare waren binnengebracht, maar gezond bleken en zijn weer losgelaten in de NIOZ-haven. Opvallend: 5 van de 11 nieuwe soorten in 2016 zag ik op Texel.

Kleine Alk – Little Auk

Andere hoogtepunten
Het jaar begon, zoals wel vaker, met een left-over van vorig jaar: de Witkopgors van Wilhelminadorp, Zeeland liet zich op 2 januari leuk bekijken. De eerste 4 maanden waren goed voor 2 verschillende Zwarte Zeekoeten in de Delta: eentje bij Neeltje Jans en eentje langs de Brouwersdam. In februari zag ik de man Buffelkopeend bij Den Oever die daar al lange tijd verblijft. Andere leuke eenden in het vroege voorjaar waren een man Ringsnaveleend bij Zaandam en een Amerikaanse Wintertaling in de Brabantse Biesbosch.

Naast de al eerder genoemde Balkankwikstaart en Grote Kanoet was Texel in mei goed voor een Iberische Tjiftjaf (noordpunt), een prachtige Vale Gier (Staatsbossen) en een Breedbekstrandloper (Mokbaai). Een Kleine Geelpootruiter in het Doove Gat, Haastrecht (op 4 en 11 juni) vormde een nieuwe regiosoort.

Een van mijn persoonlijke hoogtepunten van 2016 was de Ralreiger van Noorden, Zuid-Holland die zich begin juni geweldig liet bekijken, succesvol vissend op minder dan 30 meter afstand. In een rustige zomer vormde een Griel (bij Driel, Gelderland) een van de hoogtepunten. Op 5 augustus deed Hans Russer een mooie dubbelslag in de regio: in de Ruygeborg vond Hans een Aziatische Goudplevier, terwijl hij later op de dag een juveniel Kleinst Waterhoen in de Groene Jonker doorgaf. In de zomer komt ook die andere hobby weer naar boven: dagvlinders en libellen kijken. Na twee jaar was het weer eens tijd voor een nieuwe libellensoort: op 30 juli zag ik in Noord-Limburg een Gaffellibel. Een paar Gele Luzernevlinders in het Bentwoud, Boskoop betekende mijn 59e dagvlindersoort in Nederland. Een ander hoogtepunt op vlindergebied waren de 5 Grote Vuurvlinders in de Weerribben.

Ook in het najaar was Texel weer fantastisch: zo zagen we op 17 september in Dijkmanshuizen een juveniele Bairds Strandloper. Erg gaaf was de 2e Rosse Waaierstaart aan de zuidkant van de Maasvlakte die door Jorrit Vlot werd gevonden. Zelf zag ik deze vogel op 22 september. Op deze dag hing hier ook een juveniele Steppekiekendief rond, een mooie combi. Om weer terug te komen op Texel, dit Waddeneiland was in oktober goed voor mijn 3e Blauwstaart (Staatsbossen), een Woestijntapuit (De Cocksdorp) en 2 rondvliegende Witkopgorzen. Bovendien vond Frank begin november een 2e Woestijntapuit, nu op het strand bij De Tuintjes. In datzelfde weekend vormde een IJslandse Koperwiek een nieuwe voor mijn ondersoortenlijstje :).

Het jaar ging uit als een nachtkaars: een Bronskopeend op het Wageningse universiteitsterrein bleek een kwekersring te dragen en ook aan een Amerikaanse Smient op de Natuurplas Breeveld, Woerden hing een behoorlijk luchtje. Het jaar eindigde waar het mee begon: met een Witkopgors, ditmaal een mannetje tijdens de kerstperiode op Texel.

Na dit veel te lange verhaal wil ik alle lezers fijne kerstdagen, een veilige jaarwisseling en een goed 2017 wensen.

gelukkig-nieuwjaar

Weer een Amerikaanse Smient in Woerden

Zaterdag 19 november 2016

Vandaag beginnen we de dag langs het Amsterdam-Rijnkanaal in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Letterlijk de eerste meeuw die ik in beeld krijg, is onderstaande Pontische Meeuw. Deze fraaie adulte vogel zwemt in het kanaal, al zwemt de meeuw wel steeds verder van ons vandaan.

ad Pontische Meeuw – ad Caspian Gull

Op de kade zitten genoeg meeuwen, waaronder 3 verschillende Geelpootmeeuwen in drie verschillende kleden. Ook zien we een Kokmeeuw met Litouwse metalen ring (code HA27631).

1kj Geelpootmeeuw – 1cy Yellow-legged Gull (photo: Peter van der Meer)

2kj Geelpootmeeuw – 2cy Yellow-legged Gull

3kj Geelpootmeeuw – 3cy Yellow-legged Gull (photo: Peter van der Meer)

Op de terugweg rijden we natuurlijk langs de natuurplas Breeveld, waar Jeroen de Bruijn aan het begin van de middag een Amerikaanse Smient vond. Ongelooflijk, deze vogel is alweer de derde voor deze plas in iets meer dan 6 jaar tijd (na vogels op 7 februari 2010 en 8 maart 2014).

Bij de plas worden we gelijk door Dirk Dijkhof en Kees de Leeuw op de eend gewezen. De Amerikaanse Smient zwemt aan de rand van een groep Smienten op enige afstand. Even later zien we samen met o.a. Herman van den Brand, Pieter Doorn, André Prins en ontdekker Jeroen deze dwaalgast wat dichterbij. In tegenstelling tot de vorige twee op deze plas is deze vogel niet in prachtkleed, maar zijn er nog resten van eclipskleed zichtbaar (of gaat het om een 1w-vogel?).

Amerikaanse Smient – American Wigeon

Amerikaanse Smient – American Wigeon

Naschrift: er is vandaag (20/11) twijfel over de zuiverheid van de vogel ontstaan. Mogelijk zijn er invloeden van Chileense Smient zichtbaar, o.a. de tekening op de kop, tertials, onderstaartdekveren en mantelveren lijkt niet te kloppen voor een zuivere Amerikaanse Smient. Zie deze discussie op Dutch Birding.

Het najaar is nog niet voorbij

Zaterdag 5 & zondag 6 november 2016

Voor de verandering brengen we dit weekend weer eens door op Texel. Mijn plan is om vrijdagavond te komen met de laatste boot, maar het openbaar vervoer denkt daar helaas anders over. Dan maar zaterdagochtend die kant op. Eenmaal op het eiland (rond een uurtje of 12) pikken mijn vader en broer me op en rijden we terug naar NIOZ-haven, waar Frank en mijn vader net voordat ik arriveerde een nieuwe soort gezien hebben. In de haven dobbert namelijk sinds gisteren een Kleine Alk rond, vandaag vergezeld door nog eens twee exemplaren.

Binnen enkele minuten is de eerste Kleine Alk gevonden. Deze zeer kleine alkachtige duikt vrijwel aan een stuk door en is hierbij vaak niet langer dan enkele seconden boven. Desondanks is de vogel fraai te zien, op lekker korte afstand. Als de alk duikt, kunnen we hem op ondiepe stukken onder water volgen en dan lijkt hij onder water te ‘vliegen’, op zoek naar voedsel. Aan de overkant van de haven zwemt bovendien een tweede exemplaar, terwijl er ook een Zeekoet rond dobbert. Het derde exemplaar blijkt voor onze komst te zijn opgevlogen, de Waddenzee op.

Kleine Alk – Little Auk (photo: Peter van der Meer)

Na een halfuurtje lopen we weer terug naar de auto en voordat we naar het huisje gaan, willen we eerst nog even langs Zandkes en Oosterend gaan. Zo ver komen we niet, want bij de stoplichten bij de boot foerageert een flinke groep lijsters op een akker. Al met het blote oog en vanuit de rijdende auto valt een zeer donker getekende Koperwiek op. Iets verderop keren we en even later staan we met Eric Menkveld naar een IJslandse Koperwiek te kijken. Pas sinds enkele jaren is de interesse in deze zeldzame ondersoort van de Koperwiek flink toegenomen, resulterend in een flink toegenomen aantal waarnemingen in Nederland. Bovendien weten we nu beter hoe we ze moeten herkennen. Onderstaande vogel lijkt perfect aan de criteria voor IJslandse Koperwieken te voldoen en daarmee kunnen we een nieuwe ondersoort aan onze vogellijst toevoegen. Een misschien nog wel donkerder exemplaar zit wat verder op de akker en vliegt al snel op. Later blijkt dat op exact dezelfde plek gisteren ook al 1 IJslandse Koperwiek gezien is.

IJslandse Koperwiek, ssp. coburni – Icelandic Redwing, ssp. coburni (photo: Peter van der Meer)

IJslandse Koperwiek, ssp. coburni – Icelandic Redwing, ssp. coburni (photo: Peter van der Meer)

Langs de Waddendijk ter hoogte van het plasje Zandkes klimmen we even de dijk op. Samen met Tim Schipper en Thomas Avila Lutke Schipholt bekijken we een diverse groep eenden, bestaande uit 8 Toppers, 3 Kuifeenden, 2 Zwarte Zee-eenden en als leukste, 2 IJseenden. We rijden snel weer door richting Oosterend, waar al enkele dagen Pestvogels worden gezien. Ondanks de stromende regen zijn deze prachtige vogels opmerkelijk snel gevonden. Twee exemplaren zitten enige tijd in de top van een perenboom, in een tuin ergens in Oosterend. Voor mij was dit nog een nieuwe Texelsoort, nadat ik in oktober nog 3 exemplaren op minder dan een halve minuut gemist had.

Pestvogel – Bohemian Waxwing

Na een zeer korte pauze in het huisje sluiten we de dag af in de Slufter. Een wandeling naar de monding levert een fraaie groep zangvogeltjes op: tussen de kweldervegetatie zoeken 23 Strandleeuweriken, 3 Kneuen en maar liefst 11 Fraters naar voedsel. Vooral van de laatstgenoemde soort worden we erg blij, want het is meer dan 5,5 jaar geleden dat we deze bijzonder schaarse vinkensoort zagen. Ook een Kleine Zilverreiger, Pontische Meeuw en een rondvliegende Slechtvalk en Blauwe Kiekendief mogen niet ongenoemd blijven. Een kort kijkje langs de Oorsprongweg levert een flinke groep Toendrarietganzen en een overvliegende adulte man Blauwe Kiekendief op.

Fraters & Strandleeuweriken – Twites and Horned Larks

Halverwege de zondagochtend klaart het eindelijk wat op, dus is het tijd om naar buiten te gaan. De keuze is gevallen op het strand tussen de vuurtoren en de strandopgang bij de Tuintjes. Hier was een mooie groep Sneeuwgorzen gemeld. Bovendien kunnen op het strand natuurlijk leuke meeuwen zitten of kunnen we misschien nog wel een leuke overvliegende zeevogel meepikken. Ten zuiden van de Eierlandse Dam vind ik de groep Sneeuwgorzen terug. Mijn vader slaagt er wel in om ze te zien, maar als Frank (die een stukje verderop het strand stond) zich bij ons aansluit, zijn de groep Sneeuwgorzen echter verdwenen

Ik check de waterkant, terwijl Frank de duinenkant afkijkt. Even later hoor ik opeens een luide kreet: “Woestijntapuit!”. Wat blijkt: terwijl Frank met de telescoop de Bontbekplevieren op het strand aan het tellen was, zag hij achter in beeld (op de grens van strand en zeereep) opeens een okerkleurige tapuit met zwart maskertje en zwarte vleugeldekveren opduiken. Direct realiseerde Frank dat hij een Woestijntapuit in beeld heeft. Na zijn gil lopen we snel richting de vogel toe. Uiteraard melden we deze dwaalgast (40e voor NL) snel aan de andere Texelse vogelaars en documenteren we de vogel. De uit Centraal-Azië en Noord-Afrika afkomstige vogel is behoorlijk vliegerig, maar met wat geduld is de tapuit erg fraai te zien. Hij (een 1e winter man) zit in een stuk lage duintjes net ten zuiden van de Tuintjes en bestrijkt een strook van ongeveer een kilometer lang. Af en toe zit de vogel op slechts enkele meters afstand: onderstaande foto is gemaakt op een van deze momenten.

Woestijntapuit – Desert Wheatear

Het duurt even voordat we gezelschap krijgen van de eerste vogelaars. Samen met o.a. Eric Menkveld en Tijmen van Doornik bekijken we niet alleen de Woestijntapuit, maar komen we ook de groep Sneeuwgorzen weer tegen. Leuk! Door de tapuit besteden we helaas wel te weinig tijd aan deze leuke vogeltjes.

Sneeuwgors – Snow Bunting (photo: Peter van der Meer)

Rond half 1 zijn we weer terug bij de auto. Het grootste deel van de middag besteden we aan inpakken en aan de reis richting de boot, maar we lassen ook een kwartiertje in voor de Kleine Alk van de NIOZ. Net als gisteren is de alk snel gevonden; vergeleken met gisteren is de vogel vooral net na onze aankomst minder aan het duiken en dus leuker te zien.

Kleine Alk – Little Auk

Om 4 uur nemen we de boot naar het vasteland en om iets over 6 uur zijn we weer terug in Woerden. Het was een fantastisch weekend, met o.a. een nieuwe soort, 1 nieuwe Texelsoort, een geweldige vondst van Frank en enkele soorten die we veel te lang niet meer gezien hadden (Frater, Sneeuwgors).

Middagje vogelen met een MiBo en Koereiger

Zondag 30 oktober 2016

Na wat discussie over wat te doen, gaan we vandaag naar Kasteel Maurick bij Vught, een mooi parkbos dat onder vogelaars vooral bekend staat om zijn spechtenrijkdom. Lange tijd lijkt dit een slechte keuze, want wat vogels betreft is het erg rustig in het bos. Wat Boomklevers, een Grote Bonte Specht, de nodige mezen, e.d.; veel verder komen we niet. Nadat we ruim een uur hebben rondgedoold, gaat er een specht boven ons in de boom zitten. Het blijkt een Middelste Bonte Specht te zijn. Door de telescoop is deze schaarse soort fraai te zien. Het lukt Frank zelfs om hem te digiscopen, zie hieronder.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker (photo: Frank van der Meer)

Het is pas rond half 3 als we terug zijn bij de auto, dus gaan we niet linea recta naar huis, maar rijden we via de uiterwaarden langs de Lek terug. Een nogal saaie terugweg, die gelukkig wordt gered door de uiterwaarden bij Everdingen. Hier zien we vanaf de dijk namelijk drie soorten zilverreigers: behalve een Grote Zilverreiger zien we in de geul een Koereiger tussen de Aalscholvers zitten, terwijl aan de overkant van de rivier een Kleine Zilverreiger foerageert. Nogal bijzonder om deze drie soorten vanaf een plek te kunnen zien. Vooral de Koereiger laat zich leuk zien, in de takkenbos ten westen van het dorp.

Koereiger – Cattle Egret

Verrassend leuke dag langs de Randmeren

Zaterdag 29 oktober 2016

Gisteravond was het plan om vandaag naar de Maasvlakte te gaan voor de Provençaalse Grasmus. Vanochtend wordt de vogel echter niet meer gemeld, terwijl er wel mensen op de Maasvlakte aan het vogelen zijn. Daarom besluiten we vandaag in de buurt te blijven. Aan het eind van de ochtend staan Frank, mijn vader en ondergetekende in Waverhoek. Af en toe horen we een strofe van een Cetti’s Zanger, voor ons een nieuwe Waverhoeksoort, en in het gebied lopen enkele Zwarte Ruiters en een Bonte Strandloper.

Verder is er weinig te beleven, dus trekken we de stoute schoenen aan en rijden we richting de Flevopolder. Al enkele dagen jaagt een jonge Middelste Jager de meeuwen op het Wolderwijd de stuipen op het lijf. Bovendien bivakkeren er in andere jaren op de Randmeren vaak 1000-en duikeenden en daartussen kan natuurlijk zomaar een leuke soort zitten.

De Middelste Jager is snel gevonden. De vogel zwemt op ruime afstand op het Wolderwijd tussen Zeewolde en Harderwijk en maakt eenmaal een vlucht. Door de afstand is er weinig lol aan te beleven, dus besluiten we verder te vogelen en later op de middag nogmaals een kijkje te nemen. Tegenover het Harderbroek stoppen we bij een klein plasje langs de weg. Op het plasje zwemt namelijk een aardige groep Kuif- en Tafeleenden, met daartussen een aantal Krooneenden. We tellen er uiteindelijk 11. Erg leuk is de man Witoogeend die door Frank vakkundig uit de groep gepikt wordt. Ondanks het felle tegenlicht laat deze zeldzame eendensoort zich prima bekijken. Bovendien vliegt een IJsvogel langs en horen we een Waterral.

Vervolgens parkeren we een stukje verderop langs de weg en lopen we het Harderbroek in. Voor de vogelkijkhut in het midden van het gebied hebben we een mooi uitzicht op dit moerasgebied. De plas voor de hut zit bomvol met 10.000-en (Kuif- en Tafel)eenden en 1000-en Kieviten en Goudplevieren. Voor een sfeerimpressie, zie de foto’s hieronder. Ondanks intensief scannen kunnen we helaas geen zeldzaamheden uit de gigantische groep vogels halen; wel zien we opnieuw Krooneenden en verder bevinden ook een viertal Kleine Zwanen en enkele Kemphanen zich in de groep.

klein deel van de groep eenden

deel van de groep eenden

Voordat we naar huis gaan, stoppen we nog een keertje bij de Witoogeend. Nu kunnen we de vogel onder betere omstandigheden zien: met mooi licht en een stukje dichterbij. Opvallend is dat het aantal Krooneenden in dit korte tijdbestek is toegenomen tot minstens 36.

Witoogeend – Ferruginous Duck

Witoogeend – Ferruginous Duck

Als laatste stoppen we ook weer even bij de Middelste Jager, die nu een stuk dichter langs de dijk zwemt. Helaas niet voor lang, want na enkele minuten vliegt deze Arctische vogelsoort op en landt een stuk verderop op het water. Hierbij jaagt de jager wel fanatiek (maar onsuccesvol) achter een Kokmeeuw aan. Een tweede jachtpoging mislukt (t.o.v. een Stormmeeuw), maar drie keer is scheepsrecht: op grote afstand zien we hoe de Middelste Jager bij de derde poging een meeuw uit de lucht pakt en op het water overmeestert.

Na dit spektakel maken we een einde aan deze dag, die enigszins rustig begon maar een verrassende wending kreeg.