Tagarchieven: Biesbosch

Dagje Biesbosch

Zondag 2 april 2017

Na gisteren een paar uurtjes in de buurt te hebben gevogeld (Groene Jonker, met een vroege Zwarte Stern als hoogtepunt) is vandaag het plan om richting de Biesbosch te gaan. Voor we vanochtend vertrekken, meldt Ronald Jansen een Buidelmees in de Everdinger Uiterwaarden. Aangezien we daar bijna langskomen en omdat het veel te lang geleden is dat we deze schaarse soort hebben gezien, passen we Everdingen in het plan in.

In Everdingen worden we welkom geheten door veel teruggekeerde zomergasten: meerdere Fitissen zingen vanuit de wilgen, terwijl de zang van Blauwborst en Rietzanger uit de rietkragen klinkt. Een Cetti’s Zanger laat zijn explosieve zang horen en op de slikplaatjes lopen een Kleine Plevier en onze eerste Gele Kwikstaart van het jaar. Voor de Buidelmees moeten we wat geduld hebben, maar het is Frank die de vogel knap opmerkt. Lang kunnen we haar (?) niet bewonderen, want al snel verdwijnt de vogel in het riet en even later vliegt ze hoog weg, waarschijnlijk het gebied uit.

Buidelmees – Penduline Tit (photo: Peter van der Meer)

Buidelmees – Penduline Tit (photo: Peter van der Meer)

Na dit geslaagde avontuurtje zetten we koers richting de Brabantse Biesbosch. Ook hier hangt het voorjaar in de lucht: het stikt van de Fitissen en Cetti’s Zangers, op meerdere plekken zingen Rietzangers en Veldleeuweriken en ook Zomertalingen zijn in goede aantallen aanwezig. Een paar Lepelaars vliegen over en zelfs een Oranjetipje is van de partij. De hier al lange tijd rondhangende Mongoolse Pieper is vandaag helaas niet weggelegd voor ons (gelukkig zagen we de vogel in januari). De Visarenden werken beter mee; een exemplaar zit op het nest en sleept geregeld met takken, terwijl een andere vogel met een vis richting het nest vliegt.

Zomertaling – Garganey

Tot slot nemen we een kijkje in de Polder Hardenhoek. Ook hier zijn meerdere Cetti’s Zangers aanwezig, een enkeling laat zich zelfs even zien. Door het hoge water zitten er helaas weinig eenden en steltlopers. In de meeuwenkolonie ontdekken we enkele Zwartkopmeeuwen en een jonge Pontische Meeuw. Spectaculair waren de 4 (!) Zeearenden die boven onze hoofden vliegen, vergezeld door meerdere Buizerds, een Slechtvalk en een Bruine Kiekendief. De arenden roepen zelfs af en toe naar elkaar. Wat een machtige beesten!

Zeearend – White-tailed Eagle (photo: Peter van der Meer)

Advertenties

10 jaar wachten…

Zaterdag 21 januari 2017

Bijna twee weken geleden, op 8 januari, ontdekte James Lidster in de Brabantse Biesbosch een Mongoolse Pieper. Ondanks dat we vorige week tijd hadden om deze extreem zeldzame dwaalgast (9 eerdere gevallen) te bezoeken, kozen we er bewust voor om een week te wachten (met het risico dat de pieper weg zou zijn). Onze eerste en enige Mongoolse Pieper zagen we in Woerden, op 21 januari 2007. Dat is vandaag dus exact 10 jaar geleden. Extra bijzonder was dat deze vogel onze eerste aanvaarde dwaalgast was die we in Nederland zagen (na Carmen de Monniksgier, die niet aanvaard is door de CDNA) en dat op minder dan 5 kilometer van huis.

Na een voorspoedige reis arriveren we aan het eind van de ochtend in de Biesbosch. Een groep vogelaars verraadt de juiste locatie. De Mongoolse Pieper foerageert in de wegberm en laat zich prachtig bekijken. Met o.a. Maurice Coevoet, Joey Braat, Diedert Koppenol en André Prins zien we hoe de pieper driemaal over ons heen vliegt, hierbij helaas niet roepend. Erg fijn om nu eindelijk een Mongoolse Pieper aan de grond te zien, de Woerdense vogel had ik namelijk alleen in vlucht gezien (en gehoord).

_omgeving

Plek van de Mongoolse Pieper (photo: Frank van der Meer)

Mongoolse Pieper – Blyth’s Pipit

Mongoolse Pieper – Blyth’s Pipit

Na deze succesvolle twitch gaan we dieper Noord-Brabant in. In Breda overwintert namelijk een Braamsluiper van oostelijke komaf. Waarschijnlijk gaat het hier om een Siberische Braamsluiper, maar voor determinatie op (onder)soortniveau is een DNA-sample vereist. Voor Frank reden genoeg om een stapeltje wattenstaafjes en -schijfjes van huis mee te nemen. Misschien lukt het ons om een poepje (met daarin DNA) veilig te stellen.

Eenmaal in Breda duurt het even voordat we de vogel gevonden hebben. Aanvankelijk zien we slechts een enkel meesje, Merel en Heggenmus. Wanneer een vogel van vanuit een tuin komt aanvliegen en landt in een berkje boven mij, is een snelle blik door mijn kijker genoeg om te zien dat het om de Siberische Braamsluiper gaat. In het daaropvolgende halfuur laat de zanger zich bij tijd en wijle fraai zien. Zeker driemaal poept de vogel, maar de poepjes kunnen we niet terugvinden. Dit is voor ons de eerste kennismaking met een oostelijke Braamsluiper. In een wak in de plas die tegen de wijk aan ligt, rust bovendien een vrouw Krooneend.

waarschijnlijke Siberische Braamsluiper – putative Siberian Lesser Whitethroat

Tot slot doen we een poging om een groep Taigarietganzen in de omgeving van Vught te bezoeken. Samen met enkele andere vogelaars zoeken we het beekdal intensief af. Op grote afstand, en bovendien achter een rietkraag, staat een groep rietganzen. Onder deze omstandigheden kunnen we er echter helemaal niets mee. Een IJsvogel, een overvliegende Slechtvalk en fraaie jagende man Blauwe Kiekendief zorgen voor (veel) meer spektakel.

Na deze dip rijden we weer huiswaarts. Bij Culemborg pakken we nog even de afrit om bij de Diefdijk te kijken naar een meeuwenslaapplaats. Doordat de plas dichtgevroren is, zitten er echter geen meeuwen. In een wiel een paar 100 meter verder zwemt als compensatie een vrouwtje Nonnetje.

Dagje vogelen in Noord-Brabant

Zaterdag 24 september 2016

Afgelopen donderdag vond John van Gestel in het natuurgebied Huis ter Heide, bij Tilburg, een Marmereend. De volgende dag werd vastgesteld dat de vogel met zekerheid ongeringd is en het verenkleed op het oog vrijwel gaaf is. Enkele foto’s van de staart en open vleugels brachten echter al snel enkele ongeregeldheden voort (gebroken buitenste handpentoppen en een rommelige staart). Desondanks maakt deze vogel m.i. een erg goede kans om aanvaard te worden als de tweede Marmereend voor Nederland (het eerste geval was augustus 2004). Vandaar dat wij vanochtend afreizen richting Noord-Brabant.

Als we arriveren in Huis ter Heide worden we door de andere vogelaars gelijk gewezen op de dwaalgast. De eend rust op de kant, in de hoge vegetatie, en is alleen te zien als de vogel even gaat staan. Lange tijd verandert de situatie niet en dus richten we ons vooral op de omgeving. Geen verkeerde keuze, want het levert 2 Slechtvalken, 2 Raven en een Havik op.

Plas waar de Marmereend zit

Plas waar de Marmereend zit

Na ruim anderhalf uur benadert een stier de Marmereend, die hierdoor eindelijk in beweging komt. Gelukkig voor ons stapt de eend het water in en zwemt recht op de aanwezige vogelaars af, om langs de rand van de plas te foerageren. Hier laat de vogel, die normaal in het Middellandse Zeegebied voorkomt, zich fenomenaal zien. Mijn tweede nieuwe soort dit najaar (na de Zwartkopgors) en indien aanvaard mijn 394e soort in Nederland.

Marmereend – Marbled Duck

Marmereend – Marbled Duck

Rond half drie laten we de eend voor wat ‘ie is en na wat overleg rijden we door de Brabantse Biesbosch, om te gaan vogelen in de Noordwaard. Na een rustig begin (met een groep van 4 Kleine Zilverreigers langs de Bandijk en 2 Casarca’s elders in de waard) sluiten we af in de Polder Hardenhoek. De eerste stop levert ons een Knobbelzwaan met een halsband op, met de code 8UA8. De zwaan blijkt uit Noord-Frankrijk te komen, zie hier voor de exacte gegevens. Als alle vogels in het gebied opvliegen, blijkt een overvliegende volwassen Zeearend de oorzaak te zijn. Even later zien we ook een Visarend, fraai tp in de top van een dode boom.

gehalsbande Knobbelzwaan (8UA8) – colour-ringed Mute Swan (inscription 8UA8)

Halverwege de Polder Hardenhoek stoppen we nog twee keer, met opnieuw leuk resultaat: 12 Casarca’s, opnieuw een Visarend (vast dezelfde als even daarvoor), 2 rustende Zeearenden en een zingende Cetti’s Zanger.

Visarend – Osprey (photo: Peter van der Meer)

Casarca – Ruddy Shelduck (photo: Peter van der Meer)

We zijn net weer bij de auto aangekomen om aan de terugreis te beginnen, als ineens alle vogels in het gebied opvliegen. We kunnen de oorzaak deze keer niet vinden. Als Frank een paar minuten later voor de laatste keer met de kijker de slikjes af scant, ziet hij opeens een adulte Zeearend zitten. Gauw lopen we weer het gebied in en nu kunnen we deze gigantische vogel fantastisch bekijken, op ongeveer 150 meter en met de zon in onze rug. Na zo’n 10 minuten vliegt de arend op en verlaat het gebied. Als we horen dat achter ons opnieuw alles opvliegt, kunnen we de reden hiervoor wel verzinnen: opnieuw een Zeearend, nu een onvolwassen beest. Deze vliegt op een nog kortere afstand langs en volgt dezelfde lijn als de adulte vogel, want al gauw zijn we hem weer kwijt.

Zeearend – White-tailed Eagle

Na deze geweldige waarneming (waarschijnlijk mijn beste Zeearendwaarneming ooit!) lopen we opnieuw naar de auto en nu beginnen we wel aan de terugweg. Een waardige afsluiter van deze erg leuke dag, met als hoogtepunten de Marmereend en twee soorten arenden.

Tussen de buien door

Woensdag 27 april 2016

Na enige twijfel (i.v.m. de regen) gaan we aan het einde van de ochtend richting de Brabantse Biesbosch. Voordat we de Biesbosch bereiken, stoppen we aan de zuidkant van Werkendam even vlakbij Fort Bakkerskil. Hier was namelijk vanochtend en gisteren een Draaihals gezien, altijd een leuke soort. Eerst even een buitje afwachten en dan stappen we de auto uit en zoeken we samen met o.a. John en Marie-José van Gestel naar deze zeldzame spechtensoort. Het is even zoeken en de Grasmussen, Tapuiten, Roodborsttapuiten en Gele Kwikstaarten houden ons scherp. Na een half uurtje vinden de Draaihals terug. De vogel foerageert op een betonnen paadje boven op de dijk tegen de muur (oude waterkering) aan, maar is ook vaak te vinden in een van de wilgjes en op een van de vele paaltjes langs de dijk. Bij tijd en wijle (en tussen de buien door) laat de specht zich fraai bekijken. Het is Marie-José die bovendien (op afstand weliswaar) twee Patrijzen vindt, volgens een andere vogelaar waarschijnlijk het laatste paartje in de Biesbosch en omgeving.

Draaihals – Wryneck

Ondanks het vooruitzicht van nog meer buien geven we niet op en rijden we door naar de Biesbosch. Boven de Muggenwaard foerageert een gigantische groep zwaluwen (vooral Oever-, maar ook veel Gier- en enkele Boeren- en Huiszwaluwen). In Polder Hardenhoek foerageert een fraaie Dwergmeeuw tussen de Kokmeeuwen en Visdieven en even later staan we samen aan de andere kant van deze polder met opnieuw John en Marie-José te zoeken naar een Steenloper. Dit levert voor ons geen Steenloper op (die zit waarschijnlijk net achter wat pitrus), maar wel zien we drie slapende Regenwulpen en een onvolwassen Zeearend die hoog boven het gebied vliegt. Eindelijk onze eerste Zeearend in de Biesbosch (bij de derde poging). Op het paardenveldje lopen enkele Gele en vele Witte Kwikstaarten, waaronder 1 of 2 Rouwkwikstaart-achtige vogels (die echter te licht lijken voor zuivere Rouwkwikken). Met Albert de Jong en Jorrit Vlot staan we vervolgens bij het nest van de Visarenden, met ook de ouders in de buurt. Ze zijn zelfs even aan het paren.

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Bij Polder Maltha zit, net als de vorige keer, een vrouwtje Nonnetje en foerageren er opnieuw 100-en Oeverzwaluwen met daartussen enkele Boeren– en Huiszwaluwen. Eenmaal vliegen alle zwaluwen hoog op door een (Boom?)valk. Tot slot zien we iets verderop onze eerste 2 Bosruiters en Oeverloper van het jaar.

Nonnetje – Smew (photo: Peter van der Meer)

Bosruiter – Wood Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

 

Nu wel naar de Biesbosch

Zaterdag 2 april 2016

Op 12 maart was ons plan om naar de Biesbosch te gaan, om de daar aanwezige Kleine Geelpootruiter en Amerikaanse Wintertaling te zien. Door de melding van de Amerikaanse Tafeleend ging dat plan echter niet door. De afgelopen weken bleef dit moerasgebied in trek bij bijzondere vogelsoorten (o.a. Buidelmezen, een 2e Kleine Geelpootruiter en 2e Amerikaanse Wintertaling) en dus gaan we vandaag wél die kant op.

We beginnen in de Hardenhoek, waar we direct worden verwelkomd door de enkele net uit Afrika teruggekeerde zomervogels. Zo zingen vanuit het struweel o.a. meerdere Fitissen, een Blauwborst en een Rietzanger. Ook horen we enkele korte strofes van een Snor en brengen minstens 3 Cetti’s Zangers hun explosieve zang voort. Samen met veel andere vogelaars speuren we vervolgens de slikplaten in dit stuk nieuwe natuur af en dat levert flinke groepen Wintertalingen, 2 Zwartkopmeeuwen en de eerste Zomertalingen (2 man, 2 vrouw) van het jaar op.

Vervolgens bezoeken we andere gebieden in de nieuw ingerichte Noordwaard. Dit voormalige agrarische gebied is de afgelopen jaren behoorlijk op de schop gegaan om, in tijden van een hoog waterpeil, genoeg water op te kunnen slaan om de omringende steden droog te houden. Om dit te bewerkstelligen, is een heel geulencomplex gegraven en zijn delen onder water gezet. Zie hier voor meer informatie. De nieuwe indeling heeft nu al zijn uitwerking op vogels en dat zal de komende weken alleen nog maar leuker worden. Nu leveren de verschillende gebieden al bijna 20 Waterpiepers (waarvan enkele exemplaren al volledig in zomerkleed), nog meer Cetti’s Zangers en Zwartkopmeeuwen, de eerste Kleine Plevieren, een viertal Gele Kwikstaarten, vrouwtje Nonnetje, een Slechtvalk, Pontische Meeuw, drie groepjes Reeën en vele soorten eenden en steltlopers op. Een van de hoogtepunten is een fraaie Visarend die vanuit de top van een dode boom rustig haar omgeving verkend en zich hierbij fraai laat bekijken.

Waterpieper – Water Pipit

Visarend – Osprey

Gele Kwikstaart – Blue-headed Wagtail

Het hoogtepunt van de dag zien we rond drieën, als een van de twee Amerikaanse Wintertalingen wordt teruggevonden in de Polder Muggenwaard. Het is even zoeken, maar na een tijdje vinden we deze zeldzaamheid terug. De vogel slaapt op grote afstand op een eilandje, half achter de begroeiing en is hierdoor lastig te zien. Twee uur later zien we de vogel opnieuw, nu wel wakker maar nog steeds (te) ver (voor een foto). De Kleine Geelpootruiter komt helaas niet meer in beeld, ondanks meldingen aan het eind van de middag.

Rond half zes zetten we een punt achter deze vogeldag en zetten we tevreden koers richting huis, met o.a. een Amerikaanse Wintertaling, Visarend, vele Cetti’s Zangers en nog vele andere leuke soorten in de pocket. Als we zien hoe interessant dit deel van de Biesbosch er nu bij ligt, zal het vast niet lang duren voordat we dit mooie gebied weer bezoeken.

Lente

Zaterdag 5 en zondag 6 april 2014

Op zaterdag Waverhoek met een bezoekje vereerd. Hier lopen zeker 100 Kemphanen, 24 Kluten en een Zwarte Ruiter naar voedsel te zoeken. Verder horen we 2 Blauwborsten en de eerste Rietzanger van het jaar en zitten er in het gebied zeker 200 Wintertalingen, met daartussen minstens 6 Zomertalingen. We bekijken alle Wintertalingen zorgvuldig, maar helaas treffen we geen Amerikaanse Wintertaling ;). Het leukste zijn 2 Dwergmeeuwtjes in winterkleed, die fanatiek boven de plas foerageren. Een enkele maal landen ze even op het water tussen de Kokmeeuwen.

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

Op Botshol zwemt een relatief late vrouw Brilduiker en zitten op een eilandje twee broedverdachte Lepelaars. Vervolgens rijden we naar de Ruygeborg, een nieuwe natuurontwikkelingsgebiedje bij Nieuwkoop, om de Zwarte Ibissen op de maandlijst te zetten (sorry Marianne ;)). Naast de parkeerplaats komen we de twee ibissen gelijk al tegen, rustig foeragerend in een brede sloot. Hier zwemt ook een mannetje Zomertaling en enkele Wintertalingen. Dieper in het gebied zwemmen 35 Pijlstaarten, Slobeenden, vliegt een Slechtvalk over en foerageert een Kemphaan. Een Roerdomp laat een enkele maal van zich horen. De mogelijke vrouw Blauwvleugeltaling, die hier al een week verblijft, komt echter niet in beeld.

Vanochtend (zondag) werd een Amerikaanse Wintertaling ontdekt in de Brabantse Biesbosch. Aangezien wij verder geen plannen hadden gemaakt, en omdat wij wel weer eens graag een Zeearend (die in dit gebied broeden) zouden willen zien (en dan niet op 1 km afstand zoals in de Oostvaardersplassen), werd de Biesbosch onze bestemming voor vandaag. Bij aankomst in Polder Hardenhoek is deze zeldzame eend echter niet meer in beeld en tijdens onze aanwezigheid zou hij ook niet in beeld komen. Wel horen we hier een Cetti’s Zanger, Fitis, 2 Rietzangers en een Blauwborst. In een grote meeuwen- en Klutenkolonie zien we, op grote afstand, bovendien twee Zwartkopmeeuwen en een stukje verderop treffen we ook nog een Rouwkwikstaart en een fanatiek zingende Veldleeuwerik.

Daarna rijden we de Deeneplaatweg op. Ook hier liggen veel natuurontwikkelingsgebiedjes. Bij een van deze gebiedjes stoppen we om het af te kijken op steltlopers. Ons eerste Witgatje van het jaar en een Kleine Plevier zoeken hier naar voedsel. Net voor we de auto bereiken, vliegt plotseling een zeer lichte en slanke kiekendief mijn beeld in. Dit moet wel een Steppekiekendief zijn! De vogel vliegt eerst hoog, maar daalt gelukkig al snel iets. Hij vervolgt zijn weg rustig richting zuid. Zeer goed zijn de zwarte ‘wybertjes’ en het ontbreken van een donkere ondervleugelachterrand te zien. De waarneming duurt maar ongeveer een minuut, maar laat drie waarnemers in extase achter. Wat een gave soort en wat een mooie vogel! Terwijl Frank en ik de kenmerken controleren, lukt het mijn vader om een 10-tal foto’s van de vogel te maken. Gezien de afstand (ongeveer 150 meter) zijn het geen topplaatjes, maar ze laten toch duidelijk een Steppekiekendief zien.

Hoogtepunt van de dag: man Steppekiekendief – male Pallid Harrier: highlight of the day (photo: Peter van der Meer)

man Steppekiekendief – male Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Terug bij de auto rijden we weer terug richting Polder Hardenhoek. Onderweg stoppen we nog een keertje, hier zingt wederom een Cetti’s Zanger (zie hier voor een geluidsopname) en daarnaast laten een Matkop, Zwartkop, Gekraagde Roodstaart en meerdere Fitissen en Tjiftjaffen van zich horen. Op een pinksterbloem zit een Klein Geaderd Witje. Aan de andere kant van de weg vliegen zeker 50 Oeverzwaluwen boven een plas-drasgebiedje.

Klein Geaderd Witje – Green-veined White

Als laatste proberen we nog eenmaal de Amerikaanse Wintertaling te vinden. Samen met Mary en Ed van der Es zoeken we wederom alle Wintertalingen af, op zoek naar de Amerikaanse equivalent. De talingen zitten nu een stuk dichterbij en de spanning stijgt, zullen we hem nu wel in beeld krijgen? Al gauw zien we wel een aparte Bergeend, het blijkt een albino Bergeend te zijn (dus een Bergeend met een kleurafwijking). Voor een goede foto zit de vogel echter veel te ver.

albino Bergeend – albino Common Shelduck

Via Mary en Ed krijgen we te horen dat vogelaars aan de overkant van het gebied de Amerikaanse Wintertaling op dit moment in beeld hebben. Omdat wij hem vanaf onze kant echt niet kunnen vinden, rijden we naar de andere kant van het gebied. Hier krijgen we al gauw de zeldzame taling in beeld, zij het op enige afstand. De vogel is zeer goed tussen de Wintertalingen uit te halen door de verticale witte borststreep en het ontbreken van een horizontale witte flankstreep. De vogel zit te ver om vast te kunnen stellen of de vogel geringd is.

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Nu we ook deze taling (toch de doelsoort van vandaag) gezien hebben, rijden we weer naar huis. Met twee Zwarte Ibissen, een zelfontdekte man Steppekiekendief, een Amerikaanse Wintertaling en liefst 10 nieuwe jaarsoorten is het een zeer geslaagd weekend geworden waar ik nog geregeld aan zal terugdenken.