Tagarchieven: Kleine Strandloper

Blonde Tapuit en meer op Texel

Vrijdag 13 t/m dinsdag 17 april 2018

Het is donderdagmiddag rond half 4 als de BAT (Bird Alerts Texel) explodeert: Bram ter Keurs heeft een mannetje Blonde Tapuit gevonden aan de rand van camping de Sluftervallei! Die middag is de vogel nogal exclusief, alleen Arend Wassink slaagt erin hem te zien voordat ie weer verdwijnt; andere twitchers komen helaas net te laat. Over de determinatie (Westelijke/Oostelijke) is, mede door de korte waarneming, wat onenigheid. Daar zit je dan in Woerden, met in het achterhoofd dat je sowieso al plannen had om de volgende dag naar Texel te gaan…

Gelukkig wordt de Blonde Tapuit vrijdagochtend al vroeg weer teruggevonden en worden goede foto’s gemaakt, waardoor de identiteit naar voren komt: het is een 2kj Oostelijke Blonde Tapuit. Als we vrijdag op het eiland komen, is een van de eerste dingen die we doen natuurlijk het bezoeken van deze dwaalgast (5e voor NL). In totaal bezoeken we de vogel 4x in vier dagen tijd, waarin opvalt dat de tapuit vooral vroeg in de ochtend en laat op de avond goed te benaderen is (overdag is de vogel een stuk vliegeriger). Een fraai beestje en bovendien een nieuwe soort voor ons in Nederland, na de Westelijke van vorig jaar en een ongedetermineerd vrouwtje dat nog steeds in de ijskast zit. Zie hier voor een nog uitgebreider verhaal door broer Frank.

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Oostelijke Blonde Tapuit – Eastern Black-eared Wheatear

Het is opvallend hoe vaak er op Texel (voor kortere tijd) pleisterende Roodstuitzwaluwen worden gezien. Dit jaar is het al raak op zaterdag 14 april, wat aan de vroege kant is voor deze soort. De hele dag foerageert een exemplaar met maximaal 6 Boerenzwaluwen en 2 Oeverzwaluwen boven de duinenrij aan de oostkant van het Renvogelveld. De uit het mediterrane gebied afkomstige vogel hangt vaak op enkele meters hoogte boven het pad en laat zich dus prachtig zien. Tegen de middag gaat de zwaluw zelfs af en toe op de draden zitten om te rusten. Erg fraai!

Alsof het dan nog niet genoeg is, rijden we de volgende dag aan het begin van de middag de parkeerplaats aan de Jan Ayeslag op. Doel is om de lang verblijvende Koningseider te twitchen. Zo ver komt het echter niet, want als ik de auto uitstap, hoor ik naast me een harde kreet: “Roodstuit!“. Gauw kijk ik de stenen blokken en strandhuisjes af (ik verstond namelijk roodstaart…), maar al gauw blijkt dat het boven ons te doen is. En inderdaad, er vliegt een Roodstuitzwaluw boven de parkeerplaats! Lang duurt het allemaal niet, de vogel vliegt ongeveer een minuutje boven de parkeerplaats en ongeveer net zo lang boven de zeereep voordat we haar kwijt raken. Hoe gaaf! Onze tweede Roodstuitzwaluw in 2 dagen en alweer onze 8e-9e in Nederland (waarvan eentje buiten Texel…).

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow

Andere hoogtepunten: op vrijdag de 13e twitchten we samen met Sven Valkenburg ook nog even de Gestreepte Strandloper in Waalenburg. Hier bevonden zich ook 2 Kleine Strandlopers (en onderstaande Regenwulp). De volgende dag was het op de noordpunt te doen, met naast de Blonde Tapuit en de Roodstuitzwaluw een opvliegende Houtsnip, roepende Appelvink, maar liefst 17 Beflijsters en een Geelgors, een soort die op Texel erg schaars is. Op het Renvogelveld liepen bovendien maar liefst 3 mannen Rouwkwikstaarten, terwijl op de Robbenjagerplas nog steeds de man Topper zwom.

In Dijkmanshuizen stond een 3kj Pontische Meeuw, terwijl boven het Grote Vlak een Zwartkopmeeuw al roepend over vloog. Een kilometertje verderop zwom de bekende man Koningseider, grofweg tussen de Hoornder- en Jan Ayeslag. Hier vloog ook onze eerste Dwergstern van het jaar over zee. Tot slot was de overwinterende groep IJsgorzen aan de zuidkant van de Hanenplas nog aanwezig, hier vlakbij (langs het nieuwe fietspad) liep op maandag 16 april ook onze eerste Engelse Kwikstaart van het jaar tussen de Gele Kwikstaarten.

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

Geelgors – Yellowhammer

Pontische Meeuw – Caspian Gull (photo: Frank van der Meer)

IJsgors – Lapland Bunting (photo: Peter van der Meer)

Eigen digitale ontdekking twitchen

Zondag 28 september 2014

Dit verhaal begint eigenlijk al gisteravond. Rond 11 uur ’s avonds besluit ik nog wat openstaande waarnemingen te keuren (wat een van mijn taken als admin van Waarneming.nl is). Na enkele waarnemingen goedgekeurd te hebben, stuit ik op een waarneming van een onzekere Groenpootruiter. Bij het openen van de bijgevoegde foto krijg ik haast een hartverzakking. De vogel op de foto is namelijk geen Groenpootruiter, maar een jonge Grote Franjepoot! De zeer lange en dunne snavel, korte poten (vooral tibia), haast ongetekende onderdelen, de vage koptekening en de karakteristieke houding wijzen allemaal op deze zeer zeldzame steltloper (slechts 24 aanvaarde gevallen). Voor de zekerheid (eigenlijk vooral om mijn ongeloof weg te werken) plaats ik de waarneming voor een bevestiging eerst op het forum van Waarneming.nl en op de Whatsapp. Al gauw volgt de bevestiging, meld ik het goede nieuws aan de waarnemers en wordt het nieuws landelijk bekend gemaakt.

Als blijkt dat de vogel vanochtend ook nog aanwezig is, besluiten mijn vader en ik naar Den Helder te rijden. Voor mij gaat het niet om een nieuwe soort (had de soort twee jaar geleden in zomerkleed in het Lauwersmeer), maar mijn vader had die vogel niet gezien, dus voor hem is deze Noord-Amerikaanse steltloper wel nieuw. Rond kwart voor twee bereiken we de bestemming en kunnen we aansluiten bij de circa 50 andere vogelaars, die de vogel al in beeld hebben. Dankzij de aanwijzingen van collega-admin Pim Julsing hebben we even later een fraaie Grote Franjepoot in beeld. Ondanks de afstand (ca. 150 meter) laat de vogel zich prima bekijken tussen de 100-en Tureluurs en strandlopers. Opvallend is het gedrag, vergelijkbaar met het drukke gedrag van de andere franjepoten, maar dan op het land. Na een uurtje vliegt de vogel ineens op en landt op enkele tientallen meters voor het kijkscherm. In het (te) krappe kijkschermpje is het lastig om de vogel goed in beeld te krijgen. Nadat ik een plekje veroverd heb, geeft de Amerikaanse steltloper een halfuur lang een show weg, fanatiek heen-en-weer rennend langs de waterkant. Daarna vliegt de vogel weer op; voor ons een teken om weer verder te gaan. Andere leuke soorten in dit gebied zijn 29(!) Kleine Zilverreigers, enkele Krombekstrandlopers en een Kanoet.

Juveniele Grote Franjepoot – juvenile Wilson’s Phalarope

Juveniele Grote Franjepoot – juvenile Wilson’s Phalarope

We controleren daarna enkele onder water gezette bollenveldjes tussen Den Helder en Petten, maar deze lijken erg leeg te zijn. De hoogtepuntjes worden gevormd door een Kleine Strandloper en een Groene Specht. Van de gemelde Grauwe Franjepoten ontbreekt voorlopig nog ieder spoor. Uiteindelijk lukt het ons toch om de vogels te vinden. Op enige afstand laten de vogels hun kenmerkende gedrag zien: de vogeltjes pikken al zwemmend fanatiek naar insecten om hen heen.

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Na deze leuke waarneming rijden we weer terug naar Woerden. Wat een prachtige middag, met twee verschillende soorten franjepoten (wat redelijk uniek genoemd mag worden in Nederland). Voor wie het leuk vindt, mijn broer Frank heeft enkele weken geleden op zijn weblog een stukje geschreven over zelf vinden van zeldzaamheden op internet.

Baardman en Geelpootmeeuw

Zaterdag 27 september 2014

Vanmiddag een tijdje doorgebracht in Waverhoek. Bij de ingang praten we bij met Kees Janmaat, die ons vertelt dat hij hier rond het middaguur een jonge Zeearend heeft zien overvliegen. Verder kunnen ook zijn gave zichtwaarneming van een Kwartel afgelopen week en de aanvaarding van het Klein Waterhoen niet onbesproken blijven. In het gebied vallen vooral de 100-en Kieviten op, met daartussen 1 juveniele Kleine Strandloper, zeker 8 Bonte Strandlopers, enkele Goudplevieren en tientallen Kemphanen. De groep is erg vliegerig, mede door een rondvliegende Slechtvalk en door een groepje fotografen dat de grenzen van het pad blijkbaar niet kent… 😦
De leukste waarneming betreft die van een groepje Baardmannetjes. De vogels laten zich uitsluitend in vlucht zien en roepen natuurlijk ook geregeld. Zelf tel ik (samen met Kees) 13 stuks, maar mijn vader telt zelfs 22 exemplaren van deze (erg schaarse regio)soort. Erg leuk! Verder mogen twee Zomertalingen, een roepende Waterpieper en een Oranje Luzernevlinder niet ongenoemd blijven.

Op de weg terug richting Woerden zien we op een hekje langs de Ingenieur Enschedeweg op zeer korte afstand een grote meeuw met gelige poten zitten. Gauw de berm in en het parallelle fietspad op (wat trouwens niet wordt gewaardeerd door een wielrenner – “Lul!”) en dan wordt mijn vermoeden bevestigd: een Geelpootmeeuw! Hoe dichterbij we ook komen, de vogel trekt zich helemaal niets van ons aan. Als laatste nemen we nog een kijkje op de begraafplaats langs de Meeuwenlaan, maar verder dan een Boomklever, twee zingende Tjiftjaffen en enkele Staartmezen komen we niet.

Adulte Geelpootmeeuw – ad Yellow-legged Gull (photo: Peter van der Meer)

Strandlopers

Zaterdag 6 september 2014

Na de prachtige waarneming van een Kleinst Waterhoen van afgelopen woensdag, struinen wij vanmiddag door de Groene Jonker. Doordat Natuurmonumenten het waterpeil in het gebied flink heeft verlaagd, zijn er grote slikplaten ontstaan en ziet het er erg interessant uit voor steltlopers. Er is voor ons dan ook genoeg te beleven, zo zien we maar liefst 4 soorten strandlopers (10+ Bonte, 1 Krombek-, 14 Kleine en 1 Temmincks), Zwarte en Bosruiters, vele Bontbekplevieren, meerdere Waterrallen en een zeer stiekem Porseleinhoentje. Geen verkeerd resultaat, zeker als je bedenkt dat de Groene Jonker relatief diep in het binnenland ligt. Het Kleinst Waterhoen komt echter helaas niet in beeld. Ons bezoekje wordt nog wel opgeleukt door de eerste regionale Paapjes en Tapuit van het jaar en door een late Koekoek.

Adulte Krombekstrandloper, ruiend naar winterkleed – Curlew Sandpiper

Links Kleine Strandloper, rechts Krombekstrandloper – left Little Stint, right Curlew Sandpiper

Na de wandeling door het gebied besluiten we bij het gemaal aan de Hogedijk te rijden. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht op de slikplaten aan de noordkant van de Groene Jonker. Vanaf hier zijn in het verleden veel leuke soorten te zien geweest ( Steppevorkstaartplevier, Witwangsterns e.v.a.). Ook wij doen hier een leuke waarneming: op een van de vele slikjes loopt een Steenloper. Dit is landelijk gezien zeker geen zeldzame soort (langs de kust struikel je bij wijze van spreken over de soort), maar in het binnenland is de situatie totaal anders. Zo is het voor mij pas de 4e keer dat ik deze soort in onze regio aantref (wel 7e exemplaar): grappig is dat al mijn eerdere waarnemingen ook zijn gedaan in de Groene Jonker.

Na het avondeten rijden we nog even naar Waddinxveen. Op het braakliggend terrein van de toekomstige woonwijk de Triangel zitten namelijk al enkele dagen meerdere Duinpiepers. Samen met Albert, Jacob en vader Molenaar zoeken we ruim een uur naar deze inmiddels uitgestorven broedvogel, maar verder dan enkele Boompiepers, twee Tapuiten en een groepje Putters komen we helaas niet.

Vlie III

Vrijdag 22 tot zaterdag 30 augustus 2014

Vlie III is de naam van een vogelkamp dat jaarlijks in augustus wordt georganiseerd door de JNM. Dit jaar vindt het plaats van 22-30 augustus. Eigenlijk wilde ik vorig jaar al mee met dit kamp, maar iets in me besloot toch om thuis te blijven. Dat werd gigantisch afgestraft: het werd een legendarisch kamp met in een week tijd een Citroenkwikstaart, Zwarte Zeekoet, Roodkopklauwier, 10-tallen Draaihalzen en enkele Sperwergrasmussen. Gelukkig ben ik dit jaar wel van de partij.

Het kamp begint vrijdag als we om kwart over twee de boot naar Vlieland pakken. De rest van de dag doen we niet veel meer: tenten opzetten, eten, kennismakingsrondje, etc. De volgende dag begint voor Lonnie Bregman en mij bij het Westerse Veld, waar we een dode jonge Havik vinden. Over de Waddenzee vliegt een Kleine Zilverreiger. Later op de dag blijkt de vogel op een van de piertjes langs het wad te lopen, leuk! De Noordoosthoek blijkt vrij leeg te zijn en in de Oostervallei wordt door enkele JNM’ers een Draaihals gezien, maar ik mis de vogel net. Als laatste checken we het wad bij de Kroonspolders, waar tussen de 1000-en Bonte Strandlopers helaas geen Breedbek te vinden is. Wel zien we de eerste Kleine en Krombekstrandloper en Kanoet van de week en binnendijks zwemmen 3 Grauwe Franjepoten.

Dode juveniele Havik – dead Northern Goshawk

Zondag begint voor mij aan zee. Het vliegt aardig, met als hoogtepunten 1 Grote en minstens 2 Kleine Jagers. De rest van de dag brengen we door op de Vliehors, een immense zandplaat met duintjes en kweldertjes aan de uiterste westpunt van Vlieland. Het absolute hoogtepunt is een zeer fraaie Morinelplevier, gevonden door Wouter Monster. De vogel, een adult, laat zich op zo’n twintig meter prachtig bekijken (sommige fotografen onder ons kunnen zelfs op enkele meters afstand komen, ben benieuwd naar die foto’s!). Verder zit er eigenlijk niet bijster veel: een Tapuit, Rietzanger, Bontbekplevieren, Zilverplevier en een Distelvlinder zijn nog wel het noemen waard.

adulte (man?) Morinelplevier – ad (male?) Dotterel

De volgende dag wordt de noordoosthoek weer goed uitgeplozen, maar op een paar Tapuiten en een Paapje na zien we hier niets. Rond 10-en word ik gebeld: Lonnie heeft een Sperwergrasmus gevonden in de Oostervallei, slechts een halve kilometer verderop! Gauw fietsen we hiernaartoe. De vogel is, zoals het de soort betaamt, erg lastig. Het lukt me eenmaal om de vogel op te pikken als ‘ie van het ene bosjescomplex naar het andere vliegt. Daarna slaagt de vogel erin om uit beeld te blijven. De rest van de dag fietsen we wat over het eiland: t.h.v. het Westerse Veld zit een Zwarte Zee-eend tussen Eiders op het wad, de Kroonspolders blijken weer goed voor Grauwe Franjepoten (5 exemplaren deze keer), een Koekoek en een Dwergmeeuw en buitendijks lopen vele Bonte en Kleine Strandlopers. Van de laatste vind ik zowaar twee geringde vogels: eentje met alleen metaal rechts, eentje linksonder metaal en linksboven rode (maar tot geel verbleekte) ring en rechtsboven een gele ring met inscriptie. De vogel zit net te ver om de tekens af te kunnen lezen, maar misschien doen de foto’s die ik gemaakt heb nog wonderen?

Gekleurringde Kleine Strandloper – colour-ringed Little Stint

Dinsdag speelt de harde wind ons parten. Bij de Nieuwe Eendenkooi zien we nog wel mijn eerste Bonte Vlieg en Boomvalk van het kamp en ook bij Bomenland zien we Bonte Vliegenvangers. Bij gebrek aan vogels houden we maar een dennenappelgevecht 🙂 Als laatste fietsen we naar het Posthuiswad (wad buitendijks bij de Kroonspolders), waar Lonnie op de tweede Draaihals van het kamp stuit. Zelf zie ik de vogel wel als ie van de kwelder richting de Kroonspolders vliegt, maar bevredigend is het zeker niet. Daarom tel ik de vogel ook maar niet.
Woensdag belooft de mooiste dag van het kamp te worden, met een zeer zwakke oosterwind en goed weer. Helaas blijven echte klappers uit, maar wel zien we een Kleine Karekiet, Sprinkhaanzanger, Gierzwaluwen en de gebruikelijke Sylvia’s (Noordoosthoek). Bij Bomenland zien we wederom een Draaihals, en nu lukt het me wél om hem fatsoenlijk te zien 🙂 De vogel zit in een behoorlijke flock met Bonte en Grauwe Vliegenvangers en Gekraagde Roodstaarten. In de lucht vliegen vele Gierzwaluwen, we tellen er zeker 25.

De een-na-laatste dag van het kamp beginnen we rondom de Kazerne op de westpunt van het eiland. De bosjes zijn nogal leeg, met slechts één Gekraagde Roodstaart en Zwartkop. Wel leuk zijn mijn eerste Blauwborst en Tuinfluiter van het kamp. Net op het moment dat we richting de Kroonspolders willen fietsen, ontdekt Reinier de Vries de 4e Draaihals van het kamp. Met hoogwater zijn we bij de Kroonspolders, die goed zijn voor 5 Grauwe Franjepoten, een rustende 2e winter Dwergmeeuw en verder enorme aantallen steltlopers. Buitendijks zien Olmo en ik nog een Slechtvalk en miljoenen steltlopers, helaas wel te ver weg om ze op leuke soorten te kunnen controleren. Er is even paniek als Reinier een Grijze Snip spec. meent te zien, maar helaas kunnen we de vogel niet meer terugvinden. Later besluiten we om terug te gaan richting de Draaihals, en dat blijkt een goede keuze: de vogel laat zich nu op korte afstand prachtig zien, in de top van de struikjes. We sluiten de dag af met een Zwarte Roodstaart, die tussen de tanks rondfladdert.

Draaihals – Wryneck

Grote Groene Sabelsprinkhaan – Great Green Bush Cricket

Vrijdag (de laatste hele dag) houden we een sabbatical day. Zaterdag nemen we om 12 uur de boot terug naar het vasteland en eindigt voor bijna iedereen dit mooie kamp. Voor Lonnie, Jules van Engelen, mijn vader en broer (die mij in Harlingen komen ophalen) en mij echter nog niet: wij reizen namelijk met z’n 5-en af naar Texel. Hier verblijft namelijk al een enkele dagen een adult vrouwtje Koningseider in de NIOZ-haven, voor ons allen nog een nieuwe soort. De eend is gauw gevonden en laat zich fenomenaal zien, vaak op circa 20 meter afstand en met mooi licht. Een enkele keer laat de vogel haar compleet verragde vleugels zien (zie hier voor een foto).

vrouw Koningseider – female King Eider

Omdat we nog wat tijd hebben voordat de boot terug gaat, rijden we nog naar de Koereiger langs de Watermolenweg. De reiger blijkt, zo mogelijk, nog makkelijker te vinden te zijn dan de eider: vanuit de rijdende auto zien we de vogel al tussen de koeien staan. In de scoop is de vogel op een metertje of 50 prachtig te zien. Tussen de koeien jaagt hij op insecten en eenmaal vangt ‘ie een kikker.

Koereiger – Cattle Egret

Na dit korte verblijf op Texel nemen we de boot weer terug naar Den Helder. Hier zetten we Lonnie en Jules op de trein zetten. Op de terugweg komen we bijna letterlijk langs de Waterberging van Twisk, waar een Steppevorkstaartplevier verblijft. Daar kan je natuurlijk niet zomaar voorbijrijden… Bij aankomst is de vogel al even uit beeld. Na een halfuur gaan alle vogels in het gebiedje (voor de tweede keer) op voor een Sperwer of Havik (te kort gezien) en dan blijkt de Steppevorkstaartplevier gewoon in de groep te vliegen! De vogel vliegt de weg over, keert weer om en landt tussen de Kieviten op het plasje. Hier laat de vogel zich fraai zien. Tweemaal vliegt ‘ie nog een stukje en dan zijn mooi de donkere ondervleugels en het ontbreken van de lichte vleugelachterrand te zien. Een prachtige afsluiter van een mooie week (en stiekem misschien wel leuker dan de Koningseider…).

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Uiteindelijk eindigen we het kamp zonder echte knaller à la Citroenkwikstaart (zoals vorig jaar), maar met een Sperwergrasmus, Morinelplevier, 4 Draaihalzen en 6 Grauwe Franjepoten en bovendien heel veel gezelligheid is het natuurlijk een heel geslaagd kamp geweest! De soortenlijst is geëindigd op 123 soorten, geen slechte score.

Kampfoto

Groepsfoto van het kamp. Er ontbreken wel enkele mensen (c. 5) die niet het hele kamp bleven.

Leuk dagje in Noord-Holland-Noord

Zaterdag 9 augustus 2014

Na veel vlinder- en libellentochtjes de afgelopen maanden wordt het vandaag weer eens tijd voor een dagje vogelen, en waar kan dit in deze periode van het jaar beter dan in de Kop van Noord-Holland? Daar worden veel bollenvelden in de nazomer onder water gezet om ongedierte op een milieuvriendelijkere manier te bestrijden. Deze waterpartijen zijn een ware magneet voor steltlopers, waaronder geregeld zeldzame soorten zoals Grauwe Franjepoten, Poelruiters, Gestreepte Strandlopers en nog zeldzamere soorten. Het is bovendien de beste plek in Nederland om Lachsterns te zien.

Op de heenweg maken we een korte stop aan de noordkant van Alkmaar, waar in een nieuw natuurontwikkelingsgebiedje 3 Zwarte Ibissen moeten rondlopen. Voor Zwarte Ibissen hoeven we weliswaar niet helemaal naar Alkmaar te rijden (zitten ook in de Groene Jonker), maar we willen we een poging doen om ze aan de Noord-Hollandlijst toe te kunnen voegen 🙂 . We zijn de auto nog niet uit of we zien ze al lopen. Het blijken niet 3, maar zelfs 4 exemplaren te zijn. Ondanks dat wij (net als zij trouwens) veel last hebben van de harde wind, zijn ze op niet al te grote afstand prachtig te bekijken. Zie hier voor een amateuristisch filmpje. In hetzelfde leuke gebiedje vliegt ook nog een Kleine Zilverreiger rond, ook leuk.

Zwarte Ibis – Glossy Ibis

Daarna rijden we via de Belkmerweg (wat ons de eerste 2 Temmincks Strandlopers van het jaar oplevert) richting de bollenveldjes rondom het dorp ’t Zand, waar we hopen op de Lachsterns. Hoe goed we ook zoeken, van deze zeldzame soort ontbreekt elk spoor. Sterker nog, de plasjes zijn vrijwel leeg, op wat meeuwen en eenden na. Enigszins teleurgesteld rijden we naar de Nollen van Abbestede, een natuurgebiedje waar afgelopen week zowel een Grauwe Franjepoot als een (adulte!) Vorkstaartmeeuw waargenomen zijn. Het zou natuurlijk zomaar kunnen dat deze soorten nog in de ruime omgeving van dit gebied rondvliegen. Hier stuiten we zowaar op een jonge Strandplevier, wat buiten de bekende broedgebieden in het Deltagebied toch gewoon als een zeldzaamheid kan worden beschouwd. Ook hier lopen weer enkele Temmincks Strandlopers rond.

Jonge Strandplevier – Kentish Plover

Temmincks Strandlopers – Temminck’s Stint

Vervolgens rijden we door naar Den Helder, waar een Grauwe Franjepoot zou moeten zitten. Op het perceel waar deze zeldzame steltloper zou moeten zitten, miegelt het van de steltlopers: Kleine Strandlopers, Krombekstrandloper, Bonte Strandlopers, een Kanoet, Kemphanen, Bontbekplevieren, Witgat, Bosruiter e.v.a. Er zitten zelfs 2 Casarca’s op. Het duurt even voordat we de Grauwe Franjepoot vinden, maar uiteindelijk zien we op afstand hoe de vogel op karakteristieke wijze zijn voedsel verzamelt.

Omdat het inmiddels al laat in de middag is, besluiten we naar huis te rijden. Als we echter op de terugweg ’t Zand weer passeren, besluiten we nog eenmaal een poging te wagen om de Lachstern aan de jaarlijst toe te kunnen voegen. Als we het bekende perceel in de weinig inspirerend genaamde polder (Polder E) bereiken, zien we al gelijk hoe 3 vriendelijke vogelaars driftig in het bollenveld wijzen. Het zou toch niet…? Even later heb ik echter niet de veronderstelde Lachstern in beeld, maar de tweede Grauwe Franjepoot van de dag! De vogel foerageert op een kleine 100 meter en laat zich prima zien, fotograferen én filmen (zie hier voor het resultaat van het laatstgenoemde). Daarachter zien we toch nog een Lachstern. Als we daarna de franjepoot weer wat aandacht schenken en daarna proberen de stern weer in beeld proberen te krijgen, blijkt hij er sneaky tussenuit te zijn geknepen.

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Hiermee sluiten we deze leuke dag af, met als hoogtepunt 4 Zwarte Ibissen, 2 Grauwe Franjepoten, een Lachstern en een Strandplevier. Bovendien weer drie nieuwe jaarsoorten en twee nieuwe Noord-Hollandsoorten 🙂 .

Rondje Goeree / Schouwen

Zondag 2 maart 2014

Exact een maand geleden (op 2 februari) zagen Frank, mijn vader, Marianne Wustenhoff en ik in de Delta een groep Flamingo’s. Helaas hadden we toen vol tegenlicht. Daarom hadden wij het idee om deze winter nogmaals een kijkje te gaan nemen bij deze exotische vogels. Vandaag was de dag.

Bij Battenoord staan 38 van deze roze ‘zuurstokken’. De groep bestaat vandaag uit 11 gewone Flamingo’s, 19 Chilenen, 1 Caribische Flamingo, twee hybriden (hybride Chileense x Europese Flamingo en hybride Europese Flamingo x Caribische Flamingo) en enkele jongen waar we de moeite niet voor hebben genomen om ze te determineren op soort. Hier vinden we, tot onze verrassing, ook twee Kleine Strandlopers, foeragerend met vier Bontbekplevieren en een Bonte Strandloper. In de trektijd is dit zeker geen zeldzame soort, maar ’s winters is de situatie toch geheel anders. Slechts een enkel exemplaar doen jaarlijks een poging om te overwinteren in ons land. Ondanks de harde wind en de afstand, lukt het Frank om enkele foto’s  (veel meer dan een bewijsplaatje is het niet geworden) van deze zeldzame wintergast te maken. Een erg leuke bijvangst (en stiekem misschien zelfs nog wel leuker dan de flamingo’s).

Een van de twee Kleine Strandlopers – Little Stint (photo: Frank van der Meer)

Hierna rijden we richting de Brouwersdam. Dat we niet de enige zijn met dit idee, blijkt wel uit de vele windsurfers en mensen die langs het strand van de zon willen genieten. Hier treffen we (samen met Jillis Roos) helaas niet de gehoopte Zwarte Zeekoet en IJsduiker en moeten we het doen met de gebruikelijke Steenlopers, Paarse en Drieteenstrandlopers, Zwarte Zee-eenden en Roodkeelduikers. Wel leuk is het mannetje IJseend die zich leuk laat zien.

mannetje IJseend – male Long-tailed Duck

mannetje IJseend – male Long-tailed Duck

Op het volgende eiland zoeken we ook nog naar leuke soorten, maar veel verder dan 100-en rotganzen, Rosse Grutto’s en Zilverplevieren komen we niet. Op de terugweg richting Woerden doen we Stellendam nog aan, maar hier zien we geen verrassende dingen. Bij Hellevoetsluis zien we boven de N57 onze eerste Lepelaars van 2014 overvliegen. Door een navigatiefout bij knooppunt Benelux rijden we langs Barendrecht en dan kan je de Buffelkopeend van de Gaatkensplas natuurlijk niet links laten liggen… In eerste instantie kunnen we de Amerikaanse eend, die al sinds november 2004 op deze plas overwintert, niet vinden, maar als we langs de plas lopen, blijkt de Buffelkopeend op zeer korte afstand van ons langs het riet te zitten. De foto’s zijn door het late tijdstip en de ingezette schemer niet super, maar toch ben ik er toch wel blij mee. Een mooie afsluiter van de dag.

adulte man Buffelkopeend – ad male Bufflehead

adulte man Buffelkopeend – ad male Bufflehead