Tagarchieven: Kleine Zilverreiger

Ook in de sneeuw is Texel mooi

Vrijdag 10 t/m zondag 12 februari 2017

Vrijdagochtend reizen mijn vader, moeder en ik weer eens af naar het prachtige Texel om het weekend door te brengen. Vanwege werk moet Frank helaas in Woerden achterblijven. Aan het eind van de ochtend nemen we vanuit Den Helder de boot naar de overkant. Leuk is het vrouwtje Topper dat in de veerhaven van Den Helder zwemt. Op het eiland rijden we eerst naar De Krim om de tassen uit te pakken, gelukkig hebben we nog een paar uur om te vogelen. Als eerste rijden mijn vader en ik richting Oudeschild. In de polders rondom dit kleine dorpje aan de oostkant zit al even een jonge Wilde Zwaan tussen de Knobbelzwanen. Al gauw zie ik een jonge, geelsnavelige zwaan tussen de Knobbels staan. Een minuutje ben ik in de veronderstelling dat het de Wilde Zwaan (zeldzame soort op Texel) is. Als ik beter kijk, blijkt het echter een Kleine Zwaan te zijn, zeker als ik opmerk dat de vogel naast een volwassen Kleine Zwaan staat. Jammer. In de haven van dit dorp is het gelukkig wel raak: de juveniele Grote Burgemeester is snel gevonden. Deze fraaie meeuw zit lekker dichtbij en laat zich dus prachtig bekijken.

Grote Burgemeester – Glaucous Gull (photo: Peter van der Meer)

De rest van de middag vogelen we langs de Waddenkant, maar op een drietal Witbuikrotganzen bij Nieuweschild na, leidt dit niet tot leuke waarnemingen. Als laatste rijden we de Oorsprongweg op, waar volgens andere vogelaars een groep IJsgorzen moet zitten. We vinden wel een grote groep Veldleeuweriken, maar helaas ontbreekt van de gorzen ieder spoor. Noemenswaardig is een Kleine Zilverreiger die in de sloot naast de weg foerageert.

Toendrarietgans – Tundra Bean Geese (photo: Peter van der Meer)

Kleine Zilverreiger – Little Egret (photo: Peter van der Meer)

Op zaterdagochtend lopen we een stukje over het strand bij Paal 9, hopend op leuke meeuwensoorten. Het enige noemenswaardige is echter een Duitse Zilvermeeuw. Vanwege de kou en de lage aantallen vogels houden we het snel voor gezien. ’s Middags doen we een vergelijkbaar rondje als gisteren. De Wilde Zwaan langs de Veenselangweg laat zich nu wel zien, samen met twee Kleine Zwanen en een paar Knobbelzwanen. De Grote Burgemeester daarentegen is spoorloos. Vlakbij Dijkmanshuizen zien we tussen circa 500 Rotganzen een fraaie adulte Zwarte Rotgans. Ander leuk ganzennieuws is de Kleine Rietgans in de weilanden net ten zuiden van Dorpzicht. Opvallend zijn de vele Kemphanen die op de weilanden langs de Waddenkust foerageren, vast doordat de natuurgebieden zijn dichtgevroren. Net als gisteren sluiten we de dag af langs de Oorsprongweg, waar we opnieuw niet erin slagen om de IJsgorzen op te sporen.

Zondag is alweer onze laatste dag op het eiland. Als ik opsta, valt mijn mond open van verbazing: afgelopen nacht is er een flink laagje sneeuw (van enkele centimeters) gevallen. Dat driemaal scheepsrecht is, bewijst het feit dat we er nu eindelijk wel in slagen om de IJsgorzen langs de Oorsprongweg in de telescoop te krijgen. De gorzen foerageren samen met de vele Veldleeuweriken op een stoppelveld en laten in vlucht af en toe hun kenmerkende roep horen. Eenmaal vliegt de hele groep op; een langsvliegend mannetje Smelleken blijkt de oorzaak te zijn. Uit de sloot naast de weg vliegt een Witgat op.

sneeuw

Huisje in de sneeuw

Bij het dorpje De Waal zit een tamme Watersnip in de sneeuw langs de weg en laat zich goed fotograferen. In de haven van Oudeschild is de Grote Burgemeester nog steeds aanwezig. Net als eerder dit weekend oogt de vogel niet fit: de vogel reageert amper op auto’s, beweegt nauwelijks en zit vaak met de snavel naar adem te happen. Hoe lang zou deze arctische meeuw het nog volhouden? Erg gaaf is het jonge mannetje Topper dat vlak naast de auto zwemt en daardoor fantastisch te zien en fotograferen is. Wat een fraaie eend.

Watersnip – Common Snipe (photo: Peter van der Meer)

Grote Burgemeester – Glaucous Gull (photo: Peter van der Meer)

Topper – Great Scaup

Na dit leuke rondje gaan we weer terug naar het huisje en pakken we de tassen weer in. Halverwege de middag pakken we de boot naar het vasteland en rond half 6 zijn we weer in Woerden. Hiermee komt een einde aan een leuk, maar koud weekendje Texel. Het is weer eens duidelijk geworden dat een weekendje Texel in elke periode van het jaar een goed idee is.

Middagje vogelen met een MiBo en Koereiger

Zondag 30 oktober 2016

Na wat discussie over wat te doen, gaan we vandaag naar Kasteel Maurick bij Vught, een mooi parkbos dat onder vogelaars vooral bekend staat om zijn spechtenrijkdom. Lange tijd lijkt dit een slechte keuze, want wat vogels betreft is het erg rustig in het bos. Wat Boomklevers, een Grote Bonte Specht, de nodige mezen, e.d.; veel verder komen we niet. Nadat we ruim een uur hebben rondgedoold, gaat er een specht boven ons in de boom zitten. Het blijkt een Middelste Bonte Specht te zijn. Door de telescoop is deze schaarse soort fraai te zien. Het lukt Frank zelfs om hem te digiscopen, zie hieronder.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker (photo: Frank van der Meer)

Het is pas rond half 3 als we terug zijn bij de auto, dus gaan we niet linea recta naar huis, maar rijden we via de uiterwaarden langs de Lek terug. Een nogal saaie terugweg, die gelukkig wordt gered door de uiterwaarden bij Everdingen. Hier zien we vanaf de dijk namelijk drie soorten zilverreigers: behalve een Grote Zilverreiger zien we in de geul een Koereiger tussen de Aalscholvers zitten, terwijl aan de overkant van de rivier een Kleine Zilverreiger foerageert. Nogal bijzonder om deze drie soorten vanaf een plek te kunnen zien. Vooral de Koereiger laat zich leuk zien, in de takkenbos ten westen van het dorp.

Koereiger – Cattle Egret

Dag 8 Texel: van net niet naar net wel

Donderdag 20 oktober 2016

Door de vele buien en de veel te harde wind doen we ’s ochtends niet eens een poging om te gaan vogelen. Rond 11’en gaan we dan toch even naar buiten, naar Dorpzicht. Daar sta je nog een beetje beschut en enigszins uit de regen. Het leidt helaas niet tot leuke waarnemingen, slechts een enkele Tjiftjaf en Goudhaan laat zich zien.

Het eerste deel van de middag is een herhaling van het grootste deel van de ochtend: veel regen en wind; dus blijven we schuilen in ons huisje. Rond drieën wordt het iets droger en windstiller en geïnspireerd door een over ons vakantiepark vliegende Pestvogel (waargenomen door Guus Peterse) maken we een kort rondje over het park, zonder iets te zien. We besluiten in het zuiden te gaan vogelen, die Bergheggenmus moet toch ergens zitten?

We beginnen bij de Horsmeertjes, waar 3 Pestvogels (nieuwe Texelsoort) worden gezien. Als we aankomen, zijn ze even uit beeld, maar we horen dat ze er nog wel moeten zitten. Ik zonder me af van het groepje vogelaars, misschien zitten de Pestvogels iets verderop. Dit wordt genadeloos afgestraft: de andere vogelaars (inclusief mijn vader en broer) zien de drie Pestvogels opvliegen en verdwijnen richting het vasteland, maar ik ben net enkele seconden te laat. Balen! Een groepje van 7 barmsijzen (waaronder een waarschijnlijke man Grote), 2 Grote en 2 Kleine Zilverreigers en 2 late Grutto’s bieden een schrale troost.

We vogelen verder in het zuiden: over het Grote Vlak vliegt een vrouw(type) Blauwe Kiekendief en op de steenhopen langs de Jan Ayeslag zit helaas geen Bergheggenmus. De melding van een Bonte Tapuit in de Slufter doet ons besluiten om ons plan om te vogelen op de zuidpunt overboord te gooien. Bij de Kilstee pikken we Koen Stork op. Samen met 10 man zoeken we naar de dwaalgast (22e geval voor NL), maar zonder resultaat. Een tapuit op afstand verhoogt de adrenaline even. Als ik dichterbij loop, blijkt het echter een gewone Tapuit te zijn. Andere leuke soorten hier zijn 2 overvliegende IJsgorzen, de gebruikelijke groep Strandleeuweriken, een langsvliegend en verderop invallend Bokje en een erg laat Paapje.

Tapuit – Northern Wheatear (photo: Peter van der Meer)

We zijn net weer bij de auto gearriveerd als Frank een Goudvink doorappt. Gauw loop ik weer de dijk over en even later heb ik dan eindelijk een nieuwe Texelsoort in beeld. De Goudvink, een vrouwtje, zit langs het wandelpad tussen de Muy en de Slufter. De vogel roept geregeld (trompetgoudvink) en laat zich bij tijd en wijle prima zien. Veel tijd wordt ons echter niet gegund, want op de camping Robbenjager zit een Taigaboomkruiper, ook nog een nieuwe Texelsoort. Met dank aan Diederik Kok hebben Jolanda Wannet & man, Koen, Frank, mijn vader en ik in het laatste licht de Taigaboomkruiper in beeld. De vogel zit in het abelenbosje naast de chalet van Diederik en laat zich ondanks het afnemende licht prima zien, op korte afstand. Opvallend zijn de korte snavel en de zuiverwitte onderdelen. Voor andere kenmerken is het helaas al te donker, al zijn kenmerken als ‘het trapje’ altijd moeilijk te zien in het veld (vind ik).

Na dit geslaagde einde van deze dag zetten we Koen weer thuis af en gaan we naar huis. Het hadden zomaar vier nieuwe Texelsoorten kunnen zijn (Pestvogel, Bonte Tapuit, Goudvink, Taigaboomkruiper), maar met een middag met twee nieuwe mag je natuurlijk niet klagen (mijn vader had er ook twee, Frank drie).

Een goed begin is het halve werk

Zaterdag 2 januari 2016

Allereerst de beste wensen voor 2016! Een nieuw jaar, dus we beginnen weer met een schone jaarlijst. Om deze zo snel mogelijk weer op te vullen met leuke soorten, rijden we vandaag naar het Deltagebied. Bovendien kunnen Frank en mijn vader eindelijk de Witkopgors bezoeken, voor beiden nog een nieuwe soort. Vanochtend beginnen we helaas met slecht nieuws: Frank voelt zich niet helemaal fit en blijft dus thuis. Er zit niets anders op dan met z’n tweeën een ronde langs alle bekende plekken in Zeeland en aangrenzend Zuid-Holland te maken.

Onderweg tikken enkele regendruppels op de voorruit, maar eenmaal in Zeeland wordt het steeds droger en helderder, en worden we zelfs verwelkomd door enkele zonnestralen. Bij Wilhelminadorp werkt de Witkopgors erg goed mee, want we kunnen gelijk aanschuiven. De gors zit in tegenstelling tot mijn eerdere bezoekje helemaal vrij en foerageert hier op de (kennelijk talrijk aanwezige) zaden. Hierbij laat de vogel zich op een metertje of 20 fantastisch bekijken. Op het slik verder in het gebied foerageren de eerste nieuwe jaarsoorten van het jaar: Zilverplevieren, Kanoeten, Pijlstaarten, e.d.

Witkopgors – Pine Bunting

Omdat er meer op het schema staat, lopen we na een dik half uur terug richting de auto en gaan we naar de volgende bestemming. Op het Veerse Meer laten de gewenste IJsduikers het echter afweten en moeten we het doen met enkele Geoorde Futen, Middelste Zaagbekken, Brilduikers en een Kleine Zilverreiger. Twee Zwarte Zwanen kunnen mooi op het exotenlijstje. 😉

Extra gemotiveerd bezoeken we vervolgens Neeltje Jans. De hier al enige tijd verblijvende Zwarte Zeekoet krijgen we gelukkig wel snel in beeld. De vogel zit in een van de vele havens en laat zich op een dikke 150 meter prima bekijken. Een mannetje Middelste Zaagbek zwemt een stuk dichterbij en wil wel graag op de foto. Op de blokkendam van de Roggenplaat (het eiland twee kilometer ten noorden van Neeltje Jans) zitten bovendien 4 Kuifaalscholvers.

man Middelste Zaagbek – drake Red-breasted Merganser

Inmiddels hebben we de Oosterscheldekering verlaten en zijn we op Schouwen-Duiveland aangekomen. Dat vogelen soms erg voorspelbaar is, blijkt even later. In de auto zeggen we tegen elkaar dat het leuk zou zijn als we een Patrijs tegenkomen. Nog geen vijf minuten later zitten vijf exemplaren van deze fraaie hoendersoort midden op de weg; gelukkig gaan ze snel de berm in. Verder zwemt bij Burghsluis op de Oosterschelde de bekende man Grote Zee-eend, zit langs de Stolpweg een IJsvogel en vliegt een Kleine Zilverreiger over.

Patrijs – Grey Partridge (photo: Peter van der Meer)

Aangezien we tijd over lijken te hebben, passen we de Prunje in in ons tijdschema. Dat is geen verkeerde keuze, want tussen zo’n 1000 Rotganzen loopt een zeer fraaie Zwarte Rotgans. Ook kunnen we weer wat nieuwe jaarsoorten aan de 2016-lijst toevoegen (o.a. Ringmus) en zien we de 3e en 4e Kleine Zilverreiger van de dag.

Zwarte Rotgans – Black Brent

Onze een na laatste stop is de Brouwersdam. Samen met vele bekenden (o.a. Luuk Punt, Wim Wiegant, André Prins) speuren we geduldig het zeewater af. Dit levert o.a. een man IJseend, Zeekoet, Alk (op zeer grote afstand) en verder de hier gebruikelijke soorten als Paarse Strandloper, Kuifduiker, Roodkeelduiker enzovoort op. De grote afwezige is (net als eerder vandaag) de IJsduiker. Ook een korte scan over het Grevelingenmeer levert geen IJs- of Parelduiker op. Als laatste zoeken we naar de Roodhalsgans bij Goedereede, maar tevergeefs (al levert het wel een Indische Gans en de 5e Kleine Zilverreiger van de dag op). Bij Markenje spreken we kort met Herman van den Brand en co, die bezig zijn met een Big Day in de Delta. Gezien de tijd kiezen we ervoor om niet meer naar Battenoord te gaan voor de Flamingo’s, maar om linea recta naar huis te rijden (achteraf gezien een slechte keus).

Dutch Birding-weekend: dag 1

Zaterdag 11 oktober 2014

Na weken wachten is het dit weekend eindelijk zo ver: het Dutch Birding-najaarsweekend op Texel staat voor de deur. Het hele weekend lang zoeken vele 100-en vogelaars dit Waddeneiland af op schaarse en zeldzame vogelsoorten. Vrijdag heb ik helaas nog verplichtingen in Wageningen, maar aan het eind van de middag neem ik toch nog de trein naar Den Helder, om rond half 9 de boot te kunnen hebben.

Zaterdagochtend staan Frank en ik bij het eerste licht al buiten en beginnen we met een rondje langs de Vijver van Jochems. Het is erg spannend vogelen (elke vogel kan zomaar die ene klapper zijn), maar veel zien we helaas niet. Het leukste is een foeragerende Beflijster. Verder zien we in deze hoek meerdere Zwartkoppen en een Tapuit en horen we een Waterral en eenmaal een roepje van een IJsgors. Op de terugweg zien we langs het pad bovendien een dode Egel, zonde!

Dode Egel – dead Western Hedgehog

Rond 10-en zijn we klaar met ons rondje en besluiten we wat rond te rijden over het noorden van het eiland. Eerst nemen we een kijkje langs de Oorsprongweg of de Steppekiekendief nog gezien wordt. Helaas is de vogel al lange tijd uit beeld. Aangezien kiekendieven in de regel vaak erg mobiel zijn, kiezen we ervoor om niet al te veel tijd te steken in het terugvinden van deze zeldzame roofvogel. We rijden terug naar de Volharding, waar we op een Tapuit stuiten. Iets verderop (bij het Reddingboothuisje) staat een flinke groep vogelaars. Het blijkt dat hier in de bosjes een Bladkoning rondscharrelt. Samen met enkele Tjiftjaffen foerageert de vogel aan de voorkant van de bosjes en laat zich hierbij zeer fraai zien. Het lukt me zelfs om de beweeglijke vogel te digiscopen, leuk! Een van mijn mooiste Bladkoninkjes ooit!

Bladkoning – Yellow-browed Warbler

Bladkoning – Yellow-browed Warbler

Daarna duiken we de Tuintjes in. Bij het eerste bosjescomplex stuiten we wederom op een Bladkoning. Af en toe laat deze zeldzame Siberische doortrekker haar kenmerkende roep horen en bij tijd en wijlen is hij ook aardig te zien. Verder is het erg rustig en door de naderende buien rijden we terug naar het huisje.

Terwijl wij een korte pauze nemen in ons huisje aan de Vuurtorenweg, wordt in De Nederlanden de Steppekiekendief weer teruggevonden. Samen met Eric Menkveld, die de vogel kort voor onze aankomst heeft zien overvliegen, zoeken we tevergeefs naar deze fraaie kiekendief. Hier ontvangt Eric een Whatsappje dat ons direct in de benen brengt: “Isabelklauwier bij Paal 12”, mét foto en exacte locatie! Direct besluiten we de poging om de Steppekiekendief te zien te staken en rijden we Eric (die veel beter bekend is met de wegen op het eiland) achterna. Ondanks dat we onderweg behoorlijk worden opgehouden door een groepje vervelende wielrenners, sluiten we al gauw aan in de rij auto’s aan de Jan Ayeslag. Vanaf hier is het nog ongeveer 200 meter lopen naar de klauwier. Tijdens de wandeling ontvangen we een alarmerend appje: “Die Daurische die net door komt op Texel lijkt een Turkestaan te gaan worden, voor de geïnteresseerden…”. Even later hebben we de betreffende vogel in beeld. Een uur lang laat de zeldzame zangvogel (afkomstig uit Centraal-Azië) zich zien, soms op erg korte afstand. Over de identiteit van de vogel is het laatste woord nog niet gezegd: zeker is dat het een izabelklauwier (= Daurische/Turkestaanse Klauwier) is. Maar welke van de twee het nou is, is nog verre van zeker. Wat ik zelf nogal opvallend vind aan de vogel, zijn de nogal koudgekleurde bovendelen (zeker in vergelijking met mijn twee eerdere Daurische Klauwieren). Het koppatroon lijkt daarentegen weer meer op Daurische te wijzen. Verder heb ik te weinig verstand van izabelklauwieren om er een duidelijke mening op na te houden. Fraai is de vogel in ieder geval wel!

Waarschijnlijke Daurische Klauwier – presumable Isabelline Shrike

Waarschijnlijke Daurische Klauwier – presumable Isabelline Shrike

Bij aankomst behoren wij tot de eerste 20 vogelaars die de vogel in beeld hebben, maar al gauw groeit de groep vogelaars uit tot zeker 200 man. Een van de voordelen van zo’n grote groep vogelaars, is dat er altijd wel wat oplettenden tussen staan. Als we eenmaal een luide, langgerekte, hoge roep horen, volgt daarna in koor de determinatie van de vogel: “ROODKEELPIEPER!”. Boven ons vliegt de zeldzame pieper in een groepje Graspiepers mee richting zuid.

Na deze fraaie waarnemingen vogelen we wat rond op de zuidpunt. Langs de Mokweg zien we vanuit de auto een spannende ringtail. Als we uitstappen is de vogel alweer zo ver dat ‘ie niet beter te zien is dan een stipje, maar we kunnen nog net enkele kenmerken zien die sterk doen denken aan een Blauwe Kiekendief. De volgende bestemming zijn de Horsmeertjes, waar we zowel een Grote als Kleine Zilverreiger zien, leuk! Verder zwemmen hier veel eenden (hoofdzakelijk Smienten waaronder een afwijkend licht exemplaar, maar ook Pijlstaarten en Brilduikers). Bij de Geul zien we opnieuw een juveniele Blauwe Kiekendief.

Op weg terug naar het noorden rijden we nog even langs de Muyweg. Hier zien we nog een Slechtvalk op een akker en een overvliegende Bruine Kiekendief, maar van de gehoopte Casarca ontbreekt ieder spoor. Tegen vijven  ontvangen we een zeer welkom berichtje: de Steppekiekendief is nu in beeld langs de Oorsprongweg! Als we aankomen op deze weg, is de vogel echter alweer uit beeld. Uiteraard laten we ons niet uit het veld slaan door deze tegenvaller en dat is maar goed ook, want even later vliegt deze nieuwe Texelsoort boven de velden! Zeker een halfuur lang kunnen we met zo’n 50 andere vogelaars (waaronder de bekendste blogger van het land: Luuk Punt) deze fraaie Steppekiekendief erg leuk bekijken. Een prachtige afsluiting van de dag en maar liefst mijn derde kiekendiefsoort van de dag!

Eigen digitale ontdekking twitchen

Zondag 28 september 2014

Dit verhaal begint eigenlijk al gisteravond. Rond 11 uur ’s avonds besluit ik nog wat openstaande waarnemingen te keuren (wat een van mijn taken als admin van Waarneming.nl is). Na enkele waarnemingen goedgekeurd te hebben, stuit ik op een waarneming van een onzekere Groenpootruiter. Bij het openen van de bijgevoegde foto krijg ik haast een hartverzakking. De vogel op de foto is namelijk geen Groenpootruiter, maar een jonge Grote Franjepoot! De zeer lange en dunne snavel, korte poten (vooral tibia), haast ongetekende onderdelen, de vage koptekening en de karakteristieke houding wijzen allemaal op deze zeer zeldzame steltloper (slechts 24 aanvaarde gevallen). Voor de zekerheid (eigenlijk vooral om mijn ongeloof weg te werken) plaats ik de waarneming voor een bevestiging eerst op het forum van Waarneming.nl en op de Whatsapp. Al gauw volgt de bevestiging, meld ik het goede nieuws aan de waarnemers en wordt het nieuws landelijk bekend gemaakt.

Als blijkt dat de vogel vanochtend ook nog aanwezig is, besluiten mijn vader en ik naar Den Helder te rijden. Voor mij gaat het niet om een nieuwe soort (had de soort twee jaar geleden in zomerkleed in het Lauwersmeer), maar mijn vader had die vogel niet gezien, dus voor hem is deze Noord-Amerikaanse steltloper wel nieuw. Rond kwart voor twee bereiken we de bestemming en kunnen we aansluiten bij de circa 50 andere vogelaars, die de vogel al in beeld hebben. Dankzij de aanwijzingen van collega-admin Pim Julsing hebben we even later een fraaie Grote Franjepoot in beeld. Ondanks de afstand (ca. 150 meter) laat de vogel zich prima bekijken tussen de 100-en Tureluurs en strandlopers. Opvallend is het gedrag, vergelijkbaar met het drukke gedrag van de andere franjepoten, maar dan op het land. Na een uurtje vliegt de vogel ineens op en landt op enkele tientallen meters voor het kijkscherm. In het (te) krappe kijkschermpje is het lastig om de vogel goed in beeld te krijgen. Nadat ik een plekje veroverd heb, geeft de Amerikaanse steltloper een halfuur lang een show weg, fanatiek heen-en-weer rennend langs de waterkant. Daarna vliegt de vogel weer op; voor ons een teken om weer verder te gaan. Andere leuke soorten in dit gebied zijn 29(!) Kleine Zilverreigers, enkele Krombekstrandlopers en een Kanoet.

Juveniele Grote Franjepoot – juvenile Wilson’s Phalarope

Juveniele Grote Franjepoot – juvenile Wilson’s Phalarope

We controleren daarna enkele onder water gezette bollenveldjes tussen Den Helder en Petten, maar deze lijken erg leeg te zijn. De hoogtepuntjes worden gevormd door een Kleine Strandloper en een Groene Specht. Van de gemelde Grauwe Franjepoten ontbreekt voorlopig nog ieder spoor. Uiteindelijk lukt het ons toch om de vogels te vinden. Op enige afstand laten de vogels hun kenmerkende gedrag zien: de vogeltjes pikken al zwemmend fanatiek naar insecten om hen heen.

Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope

Na deze leuke waarneming rijden we weer terug naar Woerden. Wat een prachtige middag, met twee verschillende soorten franjepoten (wat redelijk uniek genoemd mag worden in Nederland). Voor wie het leuk vindt, mijn broer Frank heeft enkele weken geleden op zijn weblog een stukje geschreven over zelf vinden van zeldzaamheden op internet.