Tagarchieven: middelste bonte specht

Soms heb je van die dagen

Zondag 12 maart 2017

Soms heb je van die dagen dat het flink mee zit. Net voor we bij Winterswijk de afslag richting Bekendelle willen nemen, valt me een groep ganzen op die een stukje met de auto mee vliegt. “Leuk, hebben we toch nog onze portie ganzen”, grappen we. Het duurt opmerkelijk lang voor we door hebben dat het helemaal geen ganzen maar Kraanvogels zijn! Gauw zetten de auto langs de kant en kunnen we de vogels (circa 60) nog een minuutje volgen. Kort draaien ze en daarna raken we ze helaas kwijt. Ondanks een korte zoektocht (het leek er even op dat ze geland waren) kunnen we de Kraanvogels niet meer terugvinden. Toch een goed begin van de dag!

In het prachtige moerasbos van Bekendelle is onze portie geluk nog niet op. Uiteraard zien we leuke maar te verwachten bossoorten als Vuurgoudhaan, Appelvink en Glanskop. Zeker drie Middelste Bonte Spechten laten veel van zich horen en zien, net als een vrouwtje Zwarte Specht. Boven het bos vliegen vele Buizerds, maar even later is het raak: een fraaie Rode Wouw vliegt laag en dichtbij boven het bos, al zijn we door de bomen de vogel relatief snel kwijt. Zelfs een groepje Goudvinken, typisch zo’n soort die wij altijd missen, kan niet ongezien door het bos zwerven. Twee paartjes foerageren hoog in een lariks op de lariksappels. De Kortsnavelboomkruiper is eigenlijk de enige afwezige.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker (photo: Peter van der Meer)

vrouw Zwarte Specht van eerder dit jaar (Planken Wambuis) – female Black Woodpecker, photo from Jan 2017 (Veluwe, photo: Frank van der Meer)

De volgende stop ligt aan de andere kant van Winterswijk: in de steengroeve is de bekende ‘Beleef de Lente’-Oehoe binnen een minuut gevonden. Het vrouwtje zit alweer op het nest en wiegelt af en toe wat heen en weer. Minder geluk hebben we rond het Korenburgerveen. Hier worden we helaas niet getrakteerd op de gewenste broedverdachte Kraanvogels.

Oehoe – Eagle Owl

Dat onze portie geluk voor vandaag op lijkt, bewijzen de lege vissteigers bij Zutphen (geen Waterspreeuw) en het gebrek aan Europese Kanaries bij Ede. Op laatstgenoemde plek stuiten we wel op de eerste dagvlinders van het jaar (al zagen we vanuit de auto eerder op de dag al meerdere Citroenvlinders rondvliegen): minstens 1 Gehakkelde Aurelia en 2 Kleine Vossen zitten op de hoop ruige vegetatie waar de kanaries vaak op zitten.

Gehakkelde Aurelia – Comma Butterfly (photo: Peter van der Meer)

Middagje vogelen met een MiBo en Koereiger

Zondag 30 oktober 2016

Na wat discussie over wat te doen, gaan we vandaag naar Kasteel Maurick bij Vught, een mooi parkbos dat onder vogelaars vooral bekend staat om zijn spechtenrijkdom. Lange tijd lijkt dit een slechte keuze, want wat vogels betreft is het erg rustig in het bos. Wat Boomklevers, een Grote Bonte Specht, de nodige mezen, e.d.; veel verder komen we niet. Nadat we ruim een uur hebben rondgedoold, gaat er een specht boven ons in de boom zitten. Het blijkt een Middelste Bonte Specht te zijn. Door de telescoop is deze schaarse soort fraai te zien. Het lukt Frank zelfs om hem te digiscopen, zie hieronder.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker (photo: Frank van der Meer)

Het is pas rond half 3 als we terug zijn bij de auto, dus gaan we niet linea recta naar huis, maar rijden we via de uiterwaarden langs de Lek terug. Een nogal saaie terugweg, die gelukkig wordt gered door de uiterwaarden bij Everdingen. Hier zien we vanaf de dijk namelijk drie soorten zilverreigers: behalve een Grote Zilverreiger zien we in de geul een Koereiger tussen de Aalscholvers zitten, terwijl aan de overkant van de rivier een Kleine Zilverreiger foerageert. Nogal bijzonder om deze drie soorten vanaf een plek te kunnen zien. Vooral de Koereiger laat zich leuk zien, in de takkenbos ten westen van het dorp.

Koereiger – Cattle Egret

Een drukke week

Zaterdag 23 april 2016

Het was me het weekje wel. Vooral de eerste dagen was ik nog steeds in de wolken door de spectaculaire vondst van ‘mijn’ Westelijke Baardgrasmus (die helaas dinsdag vertrokken bleek te zijn). Mooi weer bovendien, waardoor ik af en toe tijd wat vrij gemaakt heb om te gaan vogelen. Zo leverde me dat de afgelopen week in de omgeving van Wageningen veel leuke soorten op. Maandagavond (18 april) een avondje in de Wageningse Bovenpolder gedaan, waar (medestudenten) Bram de Vries, Martijn van der Neut en ik onder het luide gehoemp van een Roerdomp zochten naar Beflijsters. Met resultaat, uiteindelijk vonden we twee exemplaren.

Donderdagmiddag spoedde ik mij na mijn middagvak opnieuw naar de Wageningse Bovenpolder, deze keer om zelf lekker te vogelen. Dat viel me niet bepaald tegen. Zo zongen in de uiterwaarden vele Grasmussen, een enkele Braamsluiper en vond ik mijn eerste Koekoek van het jaar. Een Groene Specht vloog met me mee, terwijl een 2kj Pontische Meeuw boven de nevengeul in het gebied vloog. De vogel twijfelde even om te landen, maar besloot toch door te vliegen. Het hoogtepunt hier was een Zwarte Wouw, een soort waar wij absoluut niet verwend mee worden. Dit was pas mijn vierde in 7 jaar tijd. De vogel cirkelde laag boven de uiterwaard, maar won wel snel hoogte om boven de steenfabriek uit beeld te verdwijnen. Vervolgens fietste ik door naar het Renkumse Beekdal om op zoek te gaan naar een van mijn lievelingsvogels: de Middelste Bonte Specht. Het duurde even, maar gelukkig vond ik minstens 1 vogel in een gemengd Eiken-Beukenbos. De specht liet zich prachtig zien en deed aardig broedverdacht.

Dan ’s avonds het bericht dat de eerder gevangen Zwartkoprietzanger zich liet horen. Voor Rick Schonewille en mij was dit het teken om donderdagavond te gaan luisteren in de Ooijpolder. Helaas voor ons hield de vogel zijn snavel. Opmerkelijk trouwens was hoe weinig man zijn kans schoon zag die avond, met slechts drie andere vogelaars.

Terwijl vandaag (zaterdag) vrijwel iedere vogelaar richting de Ooijpolder ging om de rietzanger te horen, weerstaan Frank, mijn vader en ondergetekende die verleiding (alhoewel, hoe verleidelijk is het om via een parabool een ver weg zingende en onzichtbaar in het riet verstopte vogel te horen die soms zelfs voor een Kleine Karekiet wordt uitgescholden?) en rijden we naar Waverhoek. Hier had Sander Haak gisteren een Steltkluut gevonden, een zeldzame maar toch jaarlijks in de regio verschijnende steltloper. Samen met Paul van de Werken vinden we al gauw de vogel, die vlak langs het pad foerageert. Boven onze hoofden vliegen vrijwel alle soorten zwaluwen (Gier-, Huis-, Oever- en Boerenzwaluwen). De behoorlijk straffe wind maakt het niet bepaald aangenaam buiten en nadat we de plassen gauw hebben afgespeurd (paar Zwarte Ruiters, waaronder enkelen in zomerkleed) lopen we gauw weer terug naar de auto.

Steltkluut – Black-winged Stilt

We rijden een klein stukje door richting Botshol, waar we boven de Grote Wije verblijd worden door een negental Dwergmeeuwen, die op kenmerkende wijze vlak boven het wateroppervlak op insecten foerageren. In een polder langs de Hoofdweg stuiten we bovendien op drie Zwartkopmeeuwen, die net als enkele Kokmeeuwen op een pas bewerkt weiland foerageren. Als alle meeuwen opvliegen (oorzaak onbekend), zien we plotseling ook weer drie Dwergmeeuwtjes. Een leuk einde van deze dag.

Een prachtige dag in Noord-Brabant

Zondag 22 maart 2015

Rond half 11 stappen Frank, mijn vader en ondergetekende uit op de parkeerplaats van Kasteel Maurick te Vught. Ruim een uur struinen we rond door het parkbos van het landgoed, zonder dat we leuke soorten te zien krijgen. Rond 12-en klaart het echter wat op, met eindelijk wat blauwe gaten in de grijze wolkenmassa. Het effect van de opklaring op de vogels is gelijk zichtbaar, want even later hebben we de eerste fijne soort van de dag in de kijker: een mannetje Zwarte Specht vliegt vlak voor ons op en landt wat verderop. De vogel is lastig te zien zo tussen vele takjes en op enige afstand. Desalniettemin zijn we erg blij met deze waarneming, want zo vaak stuiten we niet op de grootste spechtensoort van Europa. De specht laat ook enkele malen van zich horen: nadat hij wegvliegt en op een voor ons onzichtbare plek weer landt, horen we de zogenoemde ‘regenroep‘ door het bos galmen, gaaf!

Nog geen 100 meter verder krijgen we de doelsoort voor dit gebied in beeld: vlak voor ons zit een Middelste Bonte Specht op een berk. Ruim een kwartier lang zien we hoe twee exemplaren op deze boom foerageren en zelfs een gat lijken te hakken in de berk. Ook deze fraaie specht (een van mijn favoriete vogelsoorten in ons land) laat enkele malen haar kenmerkende roep horen.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker

Naast de spechten merken we ook andere leuke vogelsoorten op: zo laat een Appelvink enkele malen van zich horen en zien, horen we meerdere Kuifmezen en vliegt een Ooievaar over. Verder zorgen een Eekhoorn en een Ree voor de nodige afwisseling.

Rond 2-en verlaten we het kasteel en rijden we naar Slot Haverleij. Deze woonwijk (gebouwd in de vorm van een vestingstad) aan de rand van Den Bosch is de laatst overgebleven plek in Nederland om de Kuifleeuwerik te zien. Rond het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw was deze leeuwerik nog een algemene broedvogel van braakliggende en stedelijke gebieden in ons land, met naar schatting 3000-5000 paar. Daarna ging het snel bergafwaarts met de soort: rond de eeuwwisseling waren er nog minder dan 100 paar over. De achteruitgang zette na de 2000 onverminderd door (een trend die in heel Noordwest-Europa plaatstvindt trouwens), want de laatste 5 jaar was er nog maar een handvol locaties in het land waar de soort te zien was: Eindhoven, Tilburg, een industrieterrein in Venlo en Den Bosch waren de laatste locaties waar de soort het nog uithield. Inmiddels lijken alle locaties behalve Den Bosch verlaten en bestaat de gehele Nederlandse populatie waarschijnlijk uit slechts één vogel. Daarmee staat de soort op het punt om uit ons land te verdwijnen. Hoe lang zou dit exemplaar het nog uithouden?

Lang hoeven we niet te zoeken naar de vogel. We staan nog niet stil op de parkeerplaats in de zuidwesthoek van de wijk of we zien de Kuifleeuwerik al zitten. De vogel zit rustig op de dakrand van een huizenblok en zingt wat binnensmonds. Later vliegt de vogel op naar achteren. Hier duurt het even voor we hem terugvinden, maar na een dikke 10 minuten zien we de vogel opnieuw op de dakrand zitten. De leeuwerik laat zich hier erg fraai bekijken. Een hele verademing als je het rustige gedrag van dit exemplaar vergelijkt met de vogels van Venlo van een aantal jaar geleden: daar waren de vogels altijd erg vliegerig en daardoor waren de waarnemingen vaak heel erg kort. Naast de Kuifleeuwerik is een zingende Zwarte Roodstaart het noemen waard.

Kuifleeuwerik – Crested Lark

Nu de Kuifleeuwerik gelukt is, rijden we naar de laatste vogelbestemming van vandaag. Net ten zuiden van Culemborg, in het natuurgebiedje De Regulieren, zit namelijk al enkele weken een Kleine Geelpootruiter. Het gaat hier om dezelfde vogel die ik eerder deze maand in Everdingen zag. Samen met o.a. Guus Peterse zoeken we naar de zeldzame Amerikaanse ruiter, maar tijdens ons verblijf zal de vogel niet in beeld komen. Jammer, maar niet meer dan dat. In het gebied zie ik wel mijn eerste Tjiftjaf van dit jaar (had de soort al wel gehoord in 2015).

We zetten een punt achter deze mooie vogeldag. Ik heb mijn verrekijker al ingepakt als Frank vanuit de rijdende auto een IJsvogeltje vindt. De vogel (het vrouwtje) zit net ten noorden van De Regulieren in een broekbos. Ook als we uitstappen, laat zij zich prima bekijken. Een mooie afsluiter van een mooie vogeldag, met als hoogtepunten een prachtige waarneming van een Middelste Bonte Specht en misschien wel mijn allerlaatste Kuifleeuwerik in Nederland?

Bruine Klauwier!

Zondag 19 januari 2014

De plannen voor vandaag zijn duidelijk. Gisteren ontdekte Roel Schwartz een heuse Bruine Klauwier bij Azewijn, diep in de Achterhoek. Dit vogeltje, afkomstig uit Siberië en Oost-Azië, duikt de laatste jaren regelmatig op in West-Europa (met afgelopen najaar bijvoorbeeld meerdere gevallen in Groot-Brittannië), maar wist Nederland tot gisteren altijd weer te mijden. De melding van Roel maakte dus een hoop los. Voor ons kwam de melding gisteren helaas net iets te laat, dus moeten we vandaag maar die kant op gaan. Daarom spreken we met Marianne Wustenhoff af om ’s ochtends naar het oosten af te reizen.

Na een korte nacht pikken wij Marianne op bij de carpoolplaats bij de A12. Voordat we de carpool bereiken, ontvangen we enkele piepjes: de klauwier zit er nog! Een geruststellende gedachte. Rond kwart over tien rijden we de Azewijnsestraat te Gendringen op en zoeken we langs de weg een parkeerplekje tussen de tientallen andere auto’s. We lopen naar de groep (van ruim 100) vogelaars, waaronder Maurice Elf (die ons helpt de vogel in beeld te krijgen). Aanvankelijk zit de Bruine Klauwier op paaltjes op flinke afstand (zeker 300 meter), maar nadat de vogel een prooi gevangen heeft, landt de vogel op veel kortere afstand om de prooi op te eten. Hier laat ‘ie zich, nog wel op enige afstand (ca. 75 meter), erg mooi zien. De verschillen met ‘onze’ Grauwe Klauwier zijn nu mooi te zien: de vogel is een stuk bruiner, met een bruine nek, een ongebandeerde rug, vuiler gekleurde flanken (niet zo wit als een jonge Grauwe Klauwier), een duidelijker oogmasker en wenkbrauwstreep, een dikkere snavel, een opvallend bruine staart en lichte randen van tertials. Het lukt me nu ook om enkele plaatjes van de klauwier te maken, zie hieronder. Nadat ik de vogel een tijdlang goed bekeken heb, vliegt de vogel verder van ons af: tijd om met wat bij te praten met enkele bekenden.

Bruine Klauwier – Brown Shrike

Bruine Klauwier – Brown Shrike

Nu de klauwier binnen is, kunnen we enkele leuke soorten in de buurt proberen te zien. Landgoed Slangenburg (bij Doetinchem) is onze volgende bestemming. Hier zoeken we naar leuke bossoorten (vooral naar spechten). Als we het bos inlopen, horen we overal roepende Boomklevers en zien we vele mezen (Kool- en Pimpelmezen, Glanskop). Hier treffen we ook Rob Sponselee, die zojuist twee Middelste Bonte Spechten heeft gezien. Al gauw vindt Marianne een vrouwtje Kleine Bonte Specht en vliegt een groepje Kruisbekken over. Iets later zie ik vanuit mijn ooghoek een specht vliegen en iets verderop landen. Door mijn verrekijker zie ik een rode kruin, roze anaalstreek, een vuilgekleurde, gestreepte onderzijde en grote ronde schoudervlekken, overduidelijk een Middelste Bonte Specht! De vogel lijkt een gat te hakken in een beuk en laat zich erg mooi zien. Zie de foto hieronder. Later zien we nogmaals de Kleine Bonte Specht, en nu lukt het me zelfs enkele (matige) foto’s te maken.

Middelste Bonte Specht – Middle Spotted Woodpecker

Kleine Bonte Specht – Lesser Spotted Woodpecker

Kleine Bonte Specht – Lesser Spotted Woodpecker

Tevreden met het resultaat rijden we naar de steengroeve bij Winterswijk, waar we hopen de Oehoes te zien. Helaas werkt onze grootste uilensoort niet mee. Daarom besluiten we naar Bekendelle te rijden, een prachtig bosgebied ten zuiden van Winterswijk. Veel verder dan een erg lichte boomkruiper, overvliegende Sijzen en enkele Goudhaantjes komen we niet, waarschijnlijk mede door de in veelvoud aanwezige schreeuwende kinderen, takkengooiende jongeren en met honden lopende wandelaars.

Iets na vijven zijn we weer op de carpool in Woerden om Marianne af te zetten. Onderweg zag ik vanuit de auto bij knooppunt Lunetten (bij Utrecht) nog twee Reeën vlak langs de A12. Met een prachtige Bruine Klauwier (soort #369 voor mij) en zowel een Kleine als een Middelste Bonte Specht hebben we een fantastische dag beleefd!