Tagarchieven: Morinelplevier

Texel in het voorjaar

Vrijdag 14 april t/m zondag 14 mei 2017

Terwijl ik dit weblog schrijf, zit een man Beflijster op 15 meter van het raam te foerageren 🙂

Ook dit voorjaar was Texel de plek waar we het grootste deel van het voorjaar doorbrengen. Een weekendje halverwege april en vanaf 27 april twee volle weekjes hebben we vele uren buiten gevogeld, op zoek naar leuke en zeldzame soorten. Een echte klapper bleef helaas uit (die vielen wel direct ten noordwesten en zuiden van ons), al mag je met 2-3 Roodstuitzwaluwen, 2 Steppekiekendieven en twee nieuwe Texelsoorten (Roek en Ortolaan, nu in totaal 284 soorten op het eiland) natuurlijk niet klagen. Uiteraard geef ik de voorkeur aan vogelen, ook in de avonduren, in plaats van elke dag een weblog te schrijven. Vandaar nu een overzicht van de leukste waarnemingen in deze periode.

man IJseend tussen Eiders – drake Long-tailed Duck in flock Common Eiders

Groepen rotganzen blijven tegenwoordig tot eind mei hangen. In deze groepen zijn vaak ook een enkele Witbuik- en Zwarte Rotgans te vinden. De omgeving van Dijkmanshuizen en Dorpzicht zijn goede plekken om deze zeldzamere rotganzen te vinden. Opmerkelijk was de Wilde Zwaan die op 16 april tussen enkele Knobbelzwanen langs de Kadijksweg zat, ongetwijfeld dezelfde vogel die afgelopen winter in de omgeving van Oudeschild werd gezien. Zomertalingen zijn erg schaars op Texel en mogen dus niet ontbreken in dit overzicht. Een paartje bevond zich op 15 april in het Grote Vlak en een man zwom op 4 en 9 mei in Dijkmanshuizen. Leuk was de zomerkleed man IJseend die op 28 april vlakbij de Vuurtoren zwom. Een Grote Zilverreiger (nog steeds behoorlijk schaars op Texel) stond op 10 mei in het Grote Vlak. Adulten Jan-van-Genten vlogen over de Noordzee bij de Vuurtoren en bij Paal 9 (Hoornderslag).

Zwarte Rotgans (midden) – Black Brant (center; photo: Peter van der Meer)

Wilde Zwaan – Whooper Swan (photo: Peter van der Meer)

Op zondag 30 april was er in heel Nederland beukende roofvogeltrek. Ook Texel kon een graantje hiervan meepikken. Uiteindelijk pikten wij die dag op de noordpunt 2 Visarenden (waarvan eentje over de tuin!), 1 Zwarte Wouw, 1 Grauwe of Steppekiek (foto’s) en 4 Smellekens op.
Gelukkig vlogen ook op andere dagen leuke rovers rond op Texel. Zo joeg op 6 mei een Visarend boven de Vijver van Jochems. Naast de ongedetermineerde ringtail zagen we ook twee zekere Steppekiekendieven. Op 4 mei zagen we samen met Han Zevenhuizen een jonge vogel in de Eierlandse Duinen en de volgende dag zat een exemplaar te rusten op een duintje in de Bollekamer. Een Boomvalk trok op 3 mei over de Krimweg. Naast de vier Smellekens op 30 april, zagen we deze periode nog 4 andere exemplaren.

Fijn was de adulte Kraanvogel die op 14 mei in de Muy liep. Drie Steltkluten liepen op 29 april in de Westerkolk. Een typische voorjaarsgast op Texel is de Morinelplevier. Elk voorjaar doet een kleine groep van deze fraaie plevieren dit Waddeneiland aan. Dit jaar waren de akkers langs de Muyweg de uitverkoren locatie. Vanaf 29 april liepen daar maximaal 8 exemplaren. Paarse Strandlopers waren te zien in Ottersaat, in de veerhaven van Den Helder en op de Eierlandse Dam. Net als in andere voorjaren was Dijkmanshuizen een goede locatie voor steltlopers, getuige de vele strandlopers hier te vinden waren. Hiertussen zaten ook ten minste 2 Kleine en 3 Temmincks Strandlopers en zelfs een ad zomerkleed Grauwe Franjepoot.

Kraanvogel – Common Crane

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

De omgeploegde akkers trekken vaak grote groepen meeuwen aan. Hieronder bevonden zich zeker 4 Zwartkopmeeuwen (2 1e zomers, 1 2e zomer, 1 ad zomer), een soort die nog steeds behoorlijk schaars is op Texel. Een andere 2e zomer, in Dijkmanshuizen, was gekleurringd, maar helaas zat deze te ver om af te lezen. Tot slot zaten twee adulten en een jong beest op het wad bij de Cocksdorp. Een andere leuke meeuwensoort is de Dwergmeeuw, waarvan op 5 mei twee kleine groepjes ver over de Noordzee ter hoogte van de Vuurtoren vlogen. Dwerg- en Noordse Sterns zijn beide schaarse tot zeldzame broedvogels op Texel, die vooral aan de oostkust tot broeden komen. Voor Dwergsterns zijn de Volharding en het strand bij de Vuurtoren en Paal 9 goede locaties, terwijl we onze enige 2 Noordse Sterns van dit voorjaar op Ottersaat (op 16 april) zagen.

ad zomer Zwartkopmeeuw – ad summer Mediterranean Gull

1e zomer Zwartkopmeeuw – 1st summer Mediterranean Gull (photo: Peter van der Meer)

Zomertortels lijken met het jaar zeldzamer op Texel te worden. Een van de beste plekken op het eiland is de ruime omgeving van de Krimweg (vakantieparken de Krim & Sluftervallei en het Krimbos). Hier waren op meerdere dagen maximaal 2 exemplaren aanwezig. Met dank aan Tim Schipper zagen we op 28 april een Draaihals. Deze zeldzame spechtensoort foerageerde in een klein duinvalleitje net ten zuiden van de Vuurtoren op mieren en liet zich erg fraai bekijken.

Zomertortel – European Turtle Dove (photo: Peter van der Meer)

Draaihals – Wryneck (photo: Peter van der Meer)

Op 14 mei liet een Wielewaal in het Krimbos enkele malen van zich horen. De eerste nieuwe Texelsoort (#283) van dit jaar zagen we op 16 april. Aan het eind van de Oorsprongweg zaten 3 Roeken, een soort die niet broedt op Texel en hier dus erg schaars is. Een van de hoogtepunten van deze periode Texel was de Roodstuitzwaluw. In de hele periode vlogen 2-3 exemplaren rond op het eiland: naast het unieke geval van de Roggesloot (die er een week zat), slaagden Frank en ik erin om op 6 mei tweemaal een exemplaar bij de Vuurtoren op te pikken. De vraag is of het tweemaal hetzelfde individu was of dat het gaat om twee beesten gaat. Fluiters waren opmerkelijk goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met minstens drie exemplaren op alleen al de noordpunt: 30 april in de Tuintjes en 2 in het Krimbos op 4 mei. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 3 Fluiters op het eiland. Leuk was de Vuurgoudhaan die zich op 30 april in de Tuintjes bevond. In dit gebied zat op 6 mei een prachtige zwart-witte man Bonte Vliegenvanger; een noordelijke vogel dus.

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow (photo: Peter van der Meer)

Vuurgoudhaan – Firecrest (photo: Peter van der Meer)

In vergelijking met andere jaren leken Beflijsters in hogere aantallen aanwezig. Op vele dagen waren exemplaren aanwezig in de duingebieden. Een prachtige man zat zeker 5 dagen achtereenvolgend in de tuin van onze bungalow. Een late Kramsvogel liep op 6 mei op het Renvogelveld. Paapjes waren opmerkelijk schaars met drie exemplaren: 2 in de Tuintjes en in de Mokbaai. Op het Renvogelveld liep een mannetje Rouwkwikstaart (14 april) en op dezelfde plek liepen in mei 3 Noordse en Engelse Kwikstaarten. Laatstgenoemde was ook te zien in Dijkmanshuizen (4 mei) en De Nederlanden (6 mei). Een Appelvink vloog op 12 mei roepend rond boven het Krimbos. Tot slot betekende een man Ortolaan op 7 en 8 mei een nieuwe Texelsoort (#284). De gors foerageerde in de wegberm van de Redoute op paardenbloemzaden en liet zich op korte afstand fraai zien.

Beflijster in de tuin – Ring Ouzel in garden (photo: Peter van der Meer)

man Rouwkwikstaart – male Pied Wagtail ssp. yarrellii (photo: Peter van der Meer)

Noordse Kwikstaart – Grey-headed Wagtail ssp. thunbergi

Ortolaan – Ortolan Bunting

Boem is ho, tuut tuut. Met z’n allen missen we de ontdekking van Ruud.

Vrijdag 9 t/m zondag 11 september 2016

Voor de eerste keer dit najaar staat een weekend Texel voor de deur. Na de aankomst op het eiland vrijdagmiddag rijden we linea recta door naar de Tuintjes, waar Diederik Kok ’s ochtends een Ortolaan aan de grond had. Tegen beter weten in proberen we de vogel terug te vinden, maar helaas slagen we hier niet in.

Zaterdagochtend maken Frank en ik een rondje door de Eierlandse Duinen, zonder al te veel te zien. Door de bosjes schieten enkele Braamsluipers, Zwartkoppen en 1 Tuinfluiter en vliegt een roepende Boompieper over ons heen. Dankzij een tip van Eric Menkveld zien een Zomertaling in het kleine plasje in het Krimbos (onze eerste op de Noordpunt), bovendien zie ik hier zeer kort een Zomertortel in de top van een kale boom.

Zomertaling

Met z’n drieën bezoeken we vervolgens aan het eind van de ochtend de Muy, waar een Paapje en een rondvliegende Boomvalk de hoogtepunten vormen. Niet veel later zien we nog een exemplaar van laatstgenoemde soort, deze keer boven onze eigen tuin.

De middag besteden we aan het zoeken van de gemelde Morinelplevier. Bij het dorpje Oost kunnen we deze zeldzame plevier niet vinden en ook op andere plekken langs de oostkant lijkt de soort niet te zitten. Groot is dan ook de verbazing als blijkt dat de vogel even later toch gewoon weer op de oude locatie gemeld wordt. Gauw rijden we terug en nu hebben we de Morinelplevier snel in beeld. De vogel, een juveniel exemplaar, foerageert wat afstandig van de grote groep Goudplevieren (die bij ons eerdere bezoek niet aanwezig waren, dat verklaart wat) en laat zich ondanks de afstand toch leuk zien. Extra leuk is dat we hier te horen krijgen dat Pieter van Veelen, Thijs Fijen en Rutger Wilschut bij Waalenburg een Gestreepte Strandloper hebben gevonden. Wanneer wij arriveren in Waalenburg is de strandloper net opgevlogen, maar binnen enkele minuten vinden we de strandloper terug.

robert

Robert digiscoopt Gestreepte Strandloper (foto: Frank van der Meer)

De zeldzame strandloper, onze tweede in een week tijd, foerageert op een prettige afstand in het kleine plasje langs de weg. In tegenstelling tot het exemplaar van vorige week is dit een adulte vogel. Mijn 17e Gestreepte Strandloper in Nederland en 2e op Texel, na een exemplaar op 11 mei 2013 op de Robbenjager. ’s Avonds bezoeken we de jaarlijkse Texelse-vogelaars-barbecue in de tuin van Marc Plomp. Een gezellige en smakelijke avond.

ad Gestreepte Strandloper – ad Pectoral Sandpiper

De volgende ochtend beginnen we bij de Hanenplas en lopen we daarna weer een rondje door de Eierlandse Duinen. Net als gisteren zien we niet bijster veel. Het rondje door de Hanenplas wordt gekenmerkt door aardig wat Sylvia’s (1 Braamsluiper en minstens 6 Zwartkoppen) en een Paapje, terwijl het enige noemenswaardige in de Eierlandse Duinen 2 Gekraagde Roodstaarten en een jagende man Blauwe Kiekendief is. De Zomertaling die we gisteren in het plasje in het Krimbos zagen, lijkt vertrokken. Het hoogtepunt van de hele ochtend is een fraaie Zomertortel, die in de boomtop langs het plasje zit. Gisteren zag ik de vogel al heel even, maar nu laat de vogel zich veel langer en beter zien.

Zomertortel – European Turtle Dove

De rest van de ochtend besteden aan het zoeken naar de Bairds Strandloper aan de Waddenkant van het eiland. Ruud van Beusekom vond deze zeer zeldzame Amerikaanse strandloper (slechts 10 eerdere gevallen in Nederland, waarvan 1 op Texel) op een akker bij Oost, maar helaas raakte Ruud de vogel snel kwijt. Zodoende wordt de hele ochtend alle nattere gebieden op het eiland afgezocht, maar het leidt helaas niet tot de herontdekking van deze extreme dwaalgast. De Morinelplevier van gisteren is nog wel aanwezig.

Om half 3 verlaten we het eiland en bezoeken we een Roodpootvalk in Wieringen. In de anderhalf uur tijd die we hier besteden, zien we geen Roodpootvalk. Erg leuk is de Zeearend, die aanvankelijk op grote afstand, maar later opeens wat dichterbij cirkelt. Een leuke troostprijs en bovendien een nieuwe Noord-Hollandsoort.

Zeearend – White-tailed Eagle

Texel in mei maakt iedere vogelaar blij

Zaterdag 2 mei tot zondag 31 mei 2015

Tussen 2 en 31 mei verbleef ik in totaal 19 dagen (5 weekenden en nog wat doordeweekse dagen) op Texel. Vanwege drukte met mijn studie heb ik niet dagelijks (zoals gebruikelijk) mijn weblog bijgehouden, maar heb ik besloten om aan het eind van de vakantie een samenvattend verhaal te schrijven. Zeker de laatste twee weken maakte het weer het zeer lastig om lekker te vogelen, met op veel dagen een harde (westen)wind en geregeld regen. Hierdoor vielen de laatste twee weken nogal tegen qua aantallen en leuke soorten. Desondanks zagen we in totaal 151 vogelsoorten deze periode, waarvan 150 op Texel (de Iberische Tjiftjaf was in Den Helder). Een prachtig aantal, zeker aangezien we nog wel enkele relatief makkelijke soorten gemist hebben. Hieronder een overzicht van de hoogtepunten, op taxonomische volgorde:

Een algemene gast op Texel: de Slobeend – Male Shoveler, a common visitor on Texel

De al weken aanwezige Roodhalsfuut in zomerkleed op het Westelijke Horsmeertje was op 17 mei aardig te zien. Een juveniele Kuifaalscholver zat regelmatig op een groene meetpaal ten zuiden van de NIOZ en was zelfs vanaf de veerboot zichtbaar. Een fenologisch hoogtepuntje was een Toendrarietgans met een kapotte vleugel op 16 mei vlakbij Dijkmanshuizen. Zwarte Rotganzen zaten in Wagejot en de omgeving van het ganzenreservaat Zeeburg. Op de laatstgenoemde locatie was ook nog minstens 1 Witbuikrotgans aanwezig. In Dijkmanshuizen zwom op 8 mei een mannetje Zomertaling, wat een erg lastige soort op Texel is.

Zwarte Rotgans tussen gewone Rotganzen – Black Brent among Brent Geese (photo: Frank vd Meer)

Een vrouwtype Grauwe of Steppekiekendief vloog op 24 mei over camping de Robbenjager richting zuid. De vogel vloog helaas te hoog en de waarneming was te kort om tot een sluitende determinatie te komen. Frappant is dat enkele uren later hoogstwaarschijnlijk dezelfde vogel is opgepikt in het zuiden van het eiland en hier is gedetermineerd als Grauwe Kiekendief. Erg fraai waren de drie solitaire Smellekens die op 8 mei in iets meer dan 2 uur tijd langs de Vuurtoren vlogen. Een ander exemplaar vloog op 10 mei over de Eierlandse Duinen. Op 23 t/m 25 mei liep een paartje Steltkluut in de Bunkervallei (eind Krimweg). Er vond zelfs paring plaats. Texel blijkt ook dit jaar weer een erg goede plek voor Morinelplevieren. De eerste zat op 3 mei in een groep Kemphanen en Goudplevieren in Polder Waalenburg. Later in de maand liepen op een andere locatie (hoek Hoofdweg-Stengweg) 4-7 exemplaren, helaas vaak wel op flinke afstand en met veel luchttrilling. Op deze plek zat in de laatste week van mei ook een exemplaar in winterkleed, een kleed dat ik nog nooit eerder gezien had. Een van de hoogtepunten was een Breedbekstrandloper. Deze zeldzaamheid werd op 14 mei door Pieter Duin gevonden in Ottersaat. De vogel liep samen met twee Kleine Strandlopers en een Steenloper op circa 100 meter langs de rand van een van de vele eilandjes. Het betreft hier pas de 8e voor Texel (en mijn eerste op dit eiland).

Ad zomer man Morinelplevier – adult summer male Dotterel

Morinelplevier in winterkleed – winter plumage Dotterel

Breedbekstrandloper (met op achtergrond 2 Kleine Strandlopers en 1 Steenloper) – Broad-billed Sandpiper (with 2 Little Stints and 1 Turnstone)

Laat was de Paarse Strandloper die op 14 mei in de NIOZ-haven de Steenlopers gezelschap hield. Naast de twee die de Breedbekstrandloper vergezelde, zagen we slechts één Kleine Strandloper en wel op 9 mei vanuit de kijkhut in Dijkmanshuizen. Nee, dan waren Temmincks Strandlopers beter vertegenwoordigd, met exemplaren in Dijkmanshuizen, de Robbenjager, Westerkolk (2) en Waalenburg (2). Houtsnippen baltsten in de avond van 24 mei boven de Bleekersvallei. Diezelfde avond zat er eentje midden op de weg Westerslag die zich een minuut lang erg fraai liet bekijken! Een andere fraaie waarneming was die van een volwassen vrouw Grauwe Franjepoot in Dijkmanshuizen op 9 mei.

adult zomerkleed vrouwtje Grauwe Franjepoot – adult summer female Red-necked Phalarope

Hoewel ze in zuidelijk en Midden-Nederland inmiddels niet meer weg te denken zijn, is de Zwartkopmeeuw op Texel nog steeds een zeldzame gast. Op 2 mei liep een adult exemplaar in de meeuwenkolonie in De Petten en op 8 mei vlogen twee duo’s boven Utopia en Dijkmanshuizen. Een jonge Dwergmeeuw zat op 4 mei in de Slufter en drie exemplaren vlogen op 8 mei over de Waddenzee t.h.v. de Bol. Mooie aantallen Noordse Sterns (max. 17) waren te bewonderen in Ottersaat. Ook in Dijkmanshuizen was een broedpaartje aanwezig. In beide gebieden waren ook Dwergsterns te bewonderen, net als in de Volharding en de Slufter. Helaas is ook op Texel een sterke afname in het aantal Zomertortels waar te nemen: alleen in de omgeving van de Krim / Sluftervallei is de soort nog relatief makkelijk te vinden. Deze fraaie duif is op Texel in 15 jaar met maar liefst 90 procent afgenomen: van circa 200 naar 20 paar. Een rondvliegende Kerkuil ergens in het zuiden van het eiland was voor ondergetekende nog een nieuwe Texelsoort. Op een niet nader te noemen locatie in de duinen zong minstens één Nachtzwaluw.

Parende Zomertortels (meer foto’s van de paring staan hier) – Mating Turtle Doves (click here for more photos; photo Peter vd Meer)

In de Bleekersvallei vlogen op 5 mei twee Boomleeuweriken (zeldzame broedvogel op Texel) vlak voor mijn voeten op. Een van de klappers van dit voorjaar Texel was een Roodstuitzwaluw op 10 mei. Deze vogel vloog eerst boven de Robbenjager, zat daarna korte tijd op een draadje naast de vuurtoren en uiteindelijk verdween de vogel richting zuid, waar we de vogel kwijtraakten boven de Witte Hoek. Een tweede vogel op 17 mei was helaas een klein half uur te snel weg. Engelse Kwikstaarten piekten in de eerste week van mei en waren te zien op de Robbenjager (max. 5), de omgeving van de vuurtoren en op meerdere plaatsen langs de Waddendijk. Noordse Kwikstaarten waren daarentegen erg schaars met slechts een groepje van 6 op 8 mei in het duinvalleitje ten zuiden van de vuurtoren. Hét hoogtepunt van de maand was een door Michel Veldt gevonden Citroenkwikstaart. De vogel (een jong mannetje) zat op 10 mei de hele dag op de Robbenjager en trok vele 10-tallen vogelaars.

1e zomer man Citroenkwikstaart – 1s male Citrine Wagtail

Engelse Kwikstaart – Yellow-crowned Wagtail

De randzone van de Staatsbossen was goed voor meerdere Gekraagde Roodstaarten, waaronder onderstaand vrouwtje. Paapjes waren erg schaars dit voorjaar met slechts eentje in de Bleekersvallei (5 mei) en een (fotogeniek) vrouwtje langs het fietspad door de Eierlandse Duinen (8 & 11 mei). Een erg late Koperwiek zat op 4 mei in de tuin van onze bungalow in De Krim, mooie meisoort! Fraai was een fanatiek zingende Fluiter vlak langs de Grensweg, aan de rand van de Staatsbossen. Een zingende Iberische Tjiftjaf in de Donkere Duinen in Den Helder kon natuurlijk niet overgeslagen worden. Mijn tweede in Nederland en eerste sinds 2010. Een zelfgemaakte opname van de vogel is hier te vinden.

vrouwtje Gekraagde Roodstaart op nestplaats – female Common Redstart at nesting location

Paapje – Whinchat

Het Krimbos bleek een goede locatie voor vliegenvangers, getuige de Bonte Vliegenvanger op 8 mei en een zingende Grauwe Vliegenvanger op 23 mei. De laatstgenoemde soort was ook aanwezig in Dorpzicht en vakantiepark Sluftervallei. De Mokbaai was weer goed voor roepende / rondvliegende Baardmannetjes. Onverwachts was een Bonte Kraai die op 14 mei op een akker op de hoek Hoofdweg-Stengweg liep. Tot slot vlogen twee Appelvinken op 11 mei rond door het Krimbos. Een spannende waarneming, maar helaas kwamen er geen vervolgwaarnemingen.

Bonte Kraai – Hooded Crow (photo: Peter vd Meer)

Vlie III

Vrijdag 22 tot zaterdag 30 augustus 2014

Vlie III is de naam van een vogelkamp dat jaarlijks in augustus wordt georganiseerd door de JNM. Dit jaar vindt het plaats van 22-30 augustus. Eigenlijk wilde ik vorig jaar al mee met dit kamp, maar iets in me besloot toch om thuis te blijven. Dat werd gigantisch afgestraft: het werd een legendarisch kamp met in een week tijd een Citroenkwikstaart, Zwarte Zeekoet, Roodkopklauwier, 10-tallen Draaihalzen en enkele Sperwergrasmussen. Gelukkig ben ik dit jaar wel van de partij.

Het kamp begint vrijdag als we om kwart over twee de boot naar Vlieland pakken. De rest van de dag doen we niet veel meer: tenten opzetten, eten, kennismakingsrondje, etc. De volgende dag begint voor Lonnie Bregman en mij bij het Westerse Veld, waar we een dode jonge Havik vinden. Over de Waddenzee vliegt een Kleine Zilverreiger. Later op de dag blijkt de vogel op een van de piertjes langs het wad te lopen, leuk! De Noordoosthoek blijkt vrij leeg te zijn en in de Oostervallei wordt door enkele JNM’ers een Draaihals gezien, maar ik mis de vogel net. Als laatste checken we het wad bij de Kroonspolders, waar tussen de 1000-en Bonte Strandlopers helaas geen Breedbek te vinden is. Wel zien we de eerste Kleine en Krombekstrandloper en Kanoet van de week en binnendijks zwemmen 3 Grauwe Franjepoten.

Dode juveniele Havik – dead Northern Goshawk

Zondag begint voor mij aan zee. Het vliegt aardig, met als hoogtepunten 1 Grote en minstens 2 Kleine Jagers. De rest van de dag brengen we door op de Vliehors, een immense zandplaat met duintjes en kweldertjes aan de uiterste westpunt van Vlieland. Het absolute hoogtepunt is een zeer fraaie Morinelplevier, gevonden door Wouter Monster. De vogel, een adult, laat zich op zo’n twintig meter prachtig bekijken (sommige fotografen onder ons kunnen zelfs op enkele meters afstand komen, ben benieuwd naar die foto’s!). Verder zit er eigenlijk niet bijster veel: een Tapuit, Rietzanger, Bontbekplevieren, Zilverplevier en een Distelvlinder zijn nog wel het noemen waard.

adulte (man?) Morinelplevier – ad (male?) Dotterel

De volgende dag wordt de noordoosthoek weer goed uitgeplozen, maar op een paar Tapuiten en een Paapje na zien we hier niets. Rond 10-en word ik gebeld: Lonnie heeft een Sperwergrasmus gevonden in de Oostervallei, slechts een halve kilometer verderop! Gauw fietsen we hiernaartoe. De vogel is, zoals het de soort betaamt, erg lastig. Het lukt me eenmaal om de vogel op te pikken als ‘ie van het ene bosjescomplex naar het andere vliegt. Daarna slaagt de vogel erin om uit beeld te blijven. De rest van de dag fietsen we wat over het eiland: t.h.v. het Westerse Veld zit een Zwarte Zee-eend tussen Eiders op het wad, de Kroonspolders blijken weer goed voor Grauwe Franjepoten (5 exemplaren deze keer), een Koekoek en een Dwergmeeuw en buitendijks lopen vele Bonte en Kleine Strandlopers. Van de laatste vind ik zowaar twee geringde vogels: eentje met alleen metaal rechts, eentje linksonder metaal en linksboven rode (maar tot geel verbleekte) ring en rechtsboven een gele ring met inscriptie. De vogel zit net te ver om de tekens af te kunnen lezen, maar misschien doen de foto’s die ik gemaakt heb nog wonderen?

Gekleurringde Kleine Strandloper – colour-ringed Little Stint

Dinsdag speelt de harde wind ons parten. Bij de Nieuwe Eendenkooi zien we nog wel mijn eerste Bonte Vlieg en Boomvalk van het kamp en ook bij Bomenland zien we Bonte Vliegenvangers. Bij gebrek aan vogels houden we maar een dennenappelgevecht 🙂 Als laatste fietsen we naar het Posthuiswad (wad buitendijks bij de Kroonspolders), waar Lonnie op de tweede Draaihals van het kamp stuit. Zelf zie ik de vogel wel als ie van de kwelder richting de Kroonspolders vliegt, maar bevredigend is het zeker niet. Daarom tel ik de vogel ook maar niet.
Woensdag belooft de mooiste dag van het kamp te worden, met een zeer zwakke oosterwind en goed weer. Helaas blijven echte klappers uit, maar wel zien we een Kleine Karekiet, Sprinkhaanzanger, Gierzwaluwen en de gebruikelijke Sylvia’s (Noordoosthoek). Bij Bomenland zien we wederom een Draaihals, en nu lukt het me wél om hem fatsoenlijk te zien 🙂 De vogel zit in een behoorlijke flock met Bonte en Grauwe Vliegenvangers en Gekraagde Roodstaarten. In de lucht vliegen vele Gierzwaluwen, we tellen er zeker 25.

De een-na-laatste dag van het kamp beginnen we rondom de Kazerne op de westpunt van het eiland. De bosjes zijn nogal leeg, met slechts één Gekraagde Roodstaart en Zwartkop. Wel leuk zijn mijn eerste Blauwborst en Tuinfluiter van het kamp. Net op het moment dat we richting de Kroonspolders willen fietsen, ontdekt Reinier de Vries de 4e Draaihals van het kamp. Met hoogwater zijn we bij de Kroonspolders, die goed zijn voor 5 Grauwe Franjepoten, een rustende 2e winter Dwergmeeuw en verder enorme aantallen steltlopers. Buitendijks zien Olmo en ik nog een Slechtvalk en miljoenen steltlopers, helaas wel te ver weg om ze op leuke soorten te kunnen controleren. Er is even paniek als Reinier een Grijze Snip spec. meent te zien, maar helaas kunnen we de vogel niet meer terugvinden. Later besluiten we om terug te gaan richting de Draaihals, en dat blijkt een goede keuze: de vogel laat zich nu op korte afstand prachtig zien, in de top van de struikjes. We sluiten de dag af met een Zwarte Roodstaart, die tussen de tanks rondfladdert.

Draaihals – Wryneck

Grote Groene Sabelsprinkhaan – Great Green Bush Cricket

Vrijdag (de laatste hele dag) houden we een sabbatical day. Zaterdag nemen we om 12 uur de boot terug naar het vasteland en eindigt voor bijna iedereen dit mooie kamp. Voor Lonnie, Jules van Engelen, mijn vader en broer (die mij in Harlingen komen ophalen) en mij echter nog niet: wij reizen namelijk met z’n 5-en af naar Texel. Hier verblijft namelijk al een enkele dagen een adult vrouwtje Koningseider in de NIOZ-haven, voor ons allen nog een nieuwe soort. De eend is gauw gevonden en laat zich fenomenaal zien, vaak op circa 20 meter afstand en met mooi licht. Een enkele keer laat de vogel haar compleet verragde vleugels zien (zie hier voor een foto).

vrouw Koningseider – female King Eider

Omdat we nog wat tijd hebben voordat de boot terug gaat, rijden we nog naar de Koereiger langs de Watermolenweg. De reiger blijkt, zo mogelijk, nog makkelijker te vinden te zijn dan de eider: vanuit de rijdende auto zien we de vogel al tussen de koeien staan. In de scoop is de vogel op een metertje of 50 prachtig te zien. Tussen de koeien jaagt hij op insecten en eenmaal vangt ‘ie een kikker.

Koereiger – Cattle Egret

Na dit korte verblijf op Texel nemen we de boot weer terug naar Den Helder. Hier zetten we Lonnie en Jules op de trein zetten. Op de terugweg komen we bijna letterlijk langs de Waterberging van Twisk, waar een Steppevorkstaartplevier verblijft. Daar kan je natuurlijk niet zomaar voorbijrijden… Bij aankomst is de vogel al even uit beeld. Na een halfuur gaan alle vogels in het gebiedje (voor de tweede keer) op voor een Sperwer of Havik (te kort gezien) en dan blijkt de Steppevorkstaartplevier gewoon in de groep te vliegen! De vogel vliegt de weg over, keert weer om en landt tussen de Kieviten op het plasje. Hier laat de vogel zich fraai zien. Tweemaal vliegt ‘ie nog een stukje en dan zijn mooi de donkere ondervleugels en het ontbreken van de lichte vleugelachterrand te zien. Een prachtige afsluiter van een mooie week (en stiekem misschien wel leuker dan de Koningseider…).

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Steppevorkstaartplevier – Black-winged Pratincole

Uiteindelijk eindigen we het kamp zonder echte knaller à la Citroenkwikstaart (zoals vorig jaar), maar met een Sperwergrasmus, Morinelplevier, 4 Draaihalzen en 6 Grauwe Franjepoten en bovendien heel veel gezelligheid is het natuurlijk een heel geslaagd kamp geweest! De soortenlijst is geëindigd op 123 soorten, geen slechte score.

Kampfoto

Groepsfoto van het kamp. Er ontbreken wel enkele mensen (c. 5) die niet het hele kamp bleven.

Weekend Texel II

Vrijdag 16 tot zondag 18 mei 2014

Vrijdag
Net als vorig weekend hebben Frank en ik de boot van half negen ’s avonds. Samen met onze vader rijden we na aankomst richting Dorpzicht, waar een Kwartel gehoord was. Helaas houdt de vogel de rest van de avond zijn snavel. Andere vogelaars zien nog wel een Zwarte Ooievaar die bijna in onze achtertuin landt om te overnachten…

Zaterdag
Vanochtend in het eerste deel van de ochtend wat rondgevogeld aan de zuidkant van de Robbenjager. Veel trek is er niet, slechts één Boompieper vloog over. Verder tref ik enkele broedvogels: Nachtegalen, Braamsluipers, Grasmussen e.d. Rond half tien zie ik een grote vogel de Vuurtorenweg oversteken. Het blijkt de Zwarte Ooievaar te zijn die hier overnacht heeft. Vlak boven mijn hoofd wint de vogel hoogte en daalt in eerste instantie af richting het zuiden. Al gauw bedenkt hij zich en draait hij de Waddenzee op. Zeer waarschijnlijk dezelfde vogel wordt later op de dag ook boven Vlieland (9.52-10.05 uur) en Rottumerplaat (13.32) gezien.

Zwarte Ooievaar – Black Stork (photo: Frank vd Meer)

Na deze prachtwaarneming bevogelen we nog enkele gebiedjes, wat ons o.a. onze eerste Grauwe Vliegenvanger, Spotvogel en Bosrietzanger van het jaar oplevert. Na het avondeten rijden we nog even langs de Morinelplevieren. Zes exemplaren laten zich op afstand aardig bekijken. In tegenstelling tot gisteren laat de Kwartel nu wel tweemaal van zich horen. Als laatste rijden we nog langs de Volharding, waar (in het laatste licht) een geringde Rosse Grutto en Lepelaar staan.

Geringde Lepelaar in de late schemering – colour-ringed Spoonbill

Zondag
Rond negen uur vindt Adriaan Dijksen langs de Westerslag een 2kj mannetje Roodkopklauwier. Een klein uurtje later staan wij samen met zeker 50 andere vogelaars naar deze fraaie Zuid-Europese zangvogel te kijken. Ondanks de hevige luchttrilling is mooi het typische klauwierengedrag te zien: zittend bovenin een struik, geregeld een jachtvluchtje en dan terugvliegend naar hetzelfde stukje struik waar de vogel eerst zat.

2kj man Roodkopklauwier – 2cy male Woodchat Shrike

We horen hier dat vlakbij een paartje Steltkluten (die erg zeldzaam zijn op Texel) is ontdekt. Even later parkeren we de auto bij het Grote Vlak (waar de vogels zitten). Als we hier het fietspad oplopen, krijgen we via Whatsappberichten te horen dat de vogels zijn opgevlogen en een stuk noordelijker zijn geland. Even later hebben we twee fraaie Steltkluten in beeld. Lang kunnen we echter niet genieten van deze soort: binnen een minuut vliegt het paartje op en verdwijnen ze ver richting het zuiden. Twee Zomertalingen gunnen ons gelukkig wel wat meer tijd om hen te bewonderen. Gelukkig worden de kluten later teruggevonden aan de oostkust (bij Ceres), waar ze zich wel fraai én langdurig laten zien. Als we teruglopen naar de auto, komen we nog meerdere Groentjes en Platbuiken tegen.

man Steltkluut – male Black-winged Stilt

vrouwtje Steltkluut – female Black-winged Stilt

Platbuik – Broad-bodied Chaser

Groentje – Green Hairstreak

’s Middags rijden we nog langs Waalenburg, de haven van Oudeschild en De Petten, waar we enkele algemenere steltlopers en twee geringde Zilvermeeuwen (een Belg en een Nederlander) zien. Om iets voor vijven zet onze vader ons af bij de veerboot, waar ons (Dutch Birding)weekendje Texel eindigt. Er wacht ons nog wel een nare verrassing: door werkzaamheden aan het spoor op twee verschillende trajecten lopen we een vertraging op van bijna een uur.

Weekendje Texel I

Vrijdag 9 tot zondag 11 mei 2014

Van vrijdag 9 mei tot zondag 25 mei zitten mijn ouders in een bungalow op Texel (bij De Cocksdorp). Doordeweeks heb ik helaas studieverplichtingen, maar waarschijnlijk lukt het me wel om drie weekenden door te brengen op dit prachtige Waddeneiland 🙂 Hieronder een verslag van het eerste weekend.

Op vrijdag reis ik na mijn laatste tentamen van deze periode samen met mijn broer Frank met de trein naar Den Helder, waar we om 20.30 uur de boot naar Texel hebben. Op het eiland rijden we nog even langs de Roggesloot, waar de afgelopen week een Snor (zeer zeldzame en voor mij tevens een nieuwe soort voor Texel) werd waargenomen. Mede door de harde wind horen we deze soort echter niet, wij moeten het doen met twee Rietzangers.

Op zaterdagochtend blijken, zoals verwacht, de regenbuien te overheersen. In de tuin zingt een erg fanatieke Braamsluiper. In de miezer rijden we naar de Robbenjager, waar we 5 soorten kwikstaarten (Witte, Rouw-, Gele, Engelse en Noordse), drie soorten zwaluwen, Kleine en Bontbekplevier en Groenpoot- en Bosruiters zien. Leuk om te zien hoe het gebied en het uitkijkpunt zijn opgeknapt, het ziet er nu zeer fraai uit (en belangrijker: we kunnen hier enigszins droog en uit de wind zitten). Later rijden we naar de andere kant van De Cocksdorp, waar we een mooie groep van 33 Morinelplevieren zien. Ondanks de harde wind en de regen laten ze zich aardig zien. Op dezelfde akker foerageren ook nog 30 Bontbek- en 2 Kleine Plevieren en twee fraaie Bonte Strandlopers in zomerkleed. Op de terugweg rijden we langs de Volharding, waar de eerste Dwergsterns van het jaar, Rosse Grutto’s, Regenwulp en Drieteenstrandlopers foerageren. Als het ’s middags opklaart, vogelen we nog bij de plasjes langs de Waddenkant. De hoogtepunten worden gevormd door 2 Noordse Sterns, een gewonde Toendrarietgans en verder de al eerder vandaag waargenomen steltlopers (Bonte Strandlopers, Steenlopers, Rosse Grutto, Regenwulp e.d.).

Vernieuwd uitkijkpunt op De Robbenjager, met op de achtergrond het Renvogelveldje.

Vernieuwd uitkijkpunt op De Robbenjager, met op de achtergrond het Renvogelveldje.

4 Morinelplevieren – 4 Dotterels

Zondag is een herhaling van zetten. ’s Ochtends door de zeer krachtige wind en intense regenval niets gedaan. In de middag beginnen we bij het Renvogelveldje (Robbenjager), waar we vooral dezelfde soorten als gisteren zien. In tegenstelling tot gisteren zien we hier vandaag een Steenloper, 2 Bonte en 2 Drieteenstrandlopers. Op een akker langs de Vuurtorenweg zit een mooie groep steltlopers: zeker 50 Zilverplevieren met daartussen vele Bonte Strandlopers, Rosse Grutto’s, Bontbekplevieren en Steenlopers. Als laatste rijden we via de plasjes langs de oostkust, maar echte hoogtepunten blijven helaas uit. Frank en ik hebben nog net de boot van 16.00 uur naar Den Helder, waar ons vogelweekend stopt.

Conclusie van het eerste weekend: een compleet verregend en verwaaid weekend dat enigszins werd opgeleukt door enkele leuke soorten (Morinelplevier, Engelse & Noordse Kwikstaart).