Tagarchieven: Roerdomp

De afgelopen weken

Zondag 9 & 16 juli 2017

Het is al een tijdje geleden dat ik hier iets geplaatst heb. Het is niet dat we niets gedaan hebben, maar het ontbrak me aan tijd (en soms ook zin) om wat te schrijven. Zo zat ik voor mijn studie eind juni anderhalve week op Terschelling. Echt fanatiek vogelen zat er natuurlijk niet in, al heb ik toch wel leuke soortjes meegepikt. O.a. de langverblijvende Zwarte Zeekoet in de veerhaven, maar ook een zingende Grote Karekiet, Kleine Barmsijs, enkele Duinparelmoervlinders en vanuit bed kon je jonge Ransuilen horen roepen. Op 2 juli zagen (en vooral hoorde) mijn vader en ik bij Hilversum vervolgens mijn eerste Graszanger in bijna zes jaar.

Vorige week stond in het teken van libellen. Zaterdag mislukte de zoektocht naar de Rivierrombout jammerlijk genoeg, maar de volgende dag was het wel raak. In de Plateaux (in het zuidelijkste puntje van Noord-Brabant) fladderden enkele Weide- en Bosbeekjuffers boven het beekje en langs een kanaaltje zagen we een nieuwe soort: de Beekoeverlibel. De gewenste Gewone Bronlibel werkte helaas niet mee, net als de Zwarte Ooievaars van De Banen (Nederweert).

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Tot slot staat vandaag ons inmiddels jaarlijkse tochtje naar de Weerribben op de planning. Het weer valt behoorlijk tegen: het is de hele dag zwaar bewolkt met in de middag zelfs enkele miezerbuien. Ondanks het niet bepaald ideale insectenweer is het een uiterst succesvolle dag. We bezoeken twee locaties in het gebied: een veenmosrietveld langs de Hogeweg en het Woldlakebos. Op de eerste locatie vinden we tijdens een kort wandeltochtje bijna 10 Zilveren Manen, een parelmoervlinder waarvan het aantal vlieglocaties in Nederland op twee handen te tellen is. Langs de kattenstaart langs de sloten vinden we onze tweede doelsoort: de Grote Vuurvlinder. Niet een exemplaar, niet twee; nee, maar liefst 4 exemplaren van deze zeer zeldzame dagvlindersoort laten zich fraai bekijken op een traject van zo’n 200 meter. Het gaat om drie vrouwtjes en een niet te determineren exemplaar (alleen met gesloten vleugels gezien).

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Grote Vuurvlinder – Large Copper

Grote Vuurvlinder – Large Copper

De tweede locatie, het Woldlakebos, is opnieuw goed voor een Grote Vuurvlinder. Hier zien we ook de tweede nieuwe libellensoort in een week tijd: in de miezerregen vinden we zeker twee verschillende Kempense Heidelibellen. Ook qua vogels is het goed toeven in de Weerribben. Een Wielewaal laat geregeld van zich horen en Roerdomp vliegt tweemaal langs.

Kempense Heidelibel – Spotted Darter

Kempense Heidelibel – Spotted Darter (photo: Peter van der Meer)

Roerdomp – Eurasian Bittern (photo: Peter van der Meer)

Volgend weekend gaan we voor het eerst naar insecten kijken in het buitenland (en natuurlijk ook wel naar vogels) en wel in de Eifel (Mechernich). Ik zal proberen een verslagje te schrijven als we terug zijn. ­čśë

Advertenties

Van de Biesbosch naar Groningen: Amerikaanse Tafeleend

Zaterdag 12 maart 2016

Na wat wikken en wegen kiezen we er voor om vandaag richting de Brabantse Biesbosch te gaan, onder andere om de eerder deze week ontdekte Kleine Geelpootruiter en Amerikaanse Wintertaling te gaan bewonderen. We stappen net in de auto als een piepje onze plannen in de war schopt: in Groningen is de Amerikaanse Tafeleend teruggevonden. Een luttele 15 kilometer met volop twijfels volgt (wat te doen?), maar net voor Utrecht komt het besluit: we rijden door naar Groningen en gaan naar de Amerikaanse Tafeleend. Ondanks een kleine beschadiging in de rechtervleugel heeft de eend namelijk een goede kans om aanvaard te worden als een nieuwe soort voor Nederland. Bovendien wordt de vogel erg onregelmatig gezien: op sommige dagen zit de eend op het Van Starkenborghkanaal bij Zuidhorn. Wanneer de vogel hier niet zit, lijkt de Amerikaanse Tafeleend helemaal van de planeet verdwenen.

Na een lange rit, met wat fileleed bij Drachten, arriveren we rond half 1 op de bestemming. De aanwezige vogelaars verraden gelijk waar we moeten zoeken en even later is de tweede nieuwe soort van het jaar (onder voorbehoud van het oordeel van de CDNA) een feit. De Amerikaanse Tafeleend zwemt aan de overkant van het kanaal, op prettige afstand. Een klein smetje is het felle tegenlicht. Soms gaat de eend zitten op een steen langs de oevers om te poetsen. Met een schamele 20 medewaarnemers is het opvallend rustig; nemen zo weinig vogelaars deze vogel serieus of is iedereen al langs geweest? Een leuke bijvangst is onze eerste dagvlinder van het jaar: een Kleine Vos warmt op in de berm van de weg.

index

Van Starkenborghkanaal (foto: Frank van der Meer)

Amerikaanse Tafeleend – Redhead

Na een klein uur waarin we ons prima vermaken met deze tafeleend gaan we door naar de volgende doelsoort. De overwinterende Steppekiekendief van De Onlanden (nieuw natuurgebied onder de rook van Groningen) werkt helaas een stuk minder mee. Een rondvliegende ringtail kiekendief zorgt dat het adrenalinepeil even steigt, maar blijkt al snel een Blauwe Kiekendief te zijn. Ook een overvliegende Roerdomp zorgt voor de nodige afleiding. Ook extra paren ogen van onder andere Paul van de Werken, Gert Vonk, Pieter Hilgeman, Frank Roos en Will Schep helpen uiteindelijk niet om de Steppekiekendief te lokaliseren.

Na twee uur fanatiek speuren geven we het op en beginnen we aan de terugweg. Bij Lelystad gaan we nog even de snelweg af om een poging te doen om de Witwangstern te zien. Deze overwinterende vogel werd afgelopen week herontdekt bij de sluizen aan de Houtribdijk, na eerder deze winter al te zijn waargenomen langs de Oostvaardersdijk. Bij het sluizencomplex aangekomen is de Witwangstern gelukkig gauw gevonden. De vogel foerageert samen met vele Kokmeeuwen in de sluizenbakken en laat zich fraai bekijken. Eenmaal duikt de Witwangstern in het water en komt boven met een klein visje (?). Onze eerste stern in de wintermaanden.

Witwangstern – Whiskered Tern (photo: Peter van der Meer)

Na deze leuke afsluiter vervolgen we de weg naar huis, met een nieuwe soort in de vorm van de Amerikaanse Tafeleend en onze eerste winterse (Witwang)stern. Ben benieuwd wat de CDNA besluit over de tafeleend, maar in ieder geval staan we nu aan de goede kant van de discussie, mocht de vogel ooit aanvaard worden.

 

Insecten zijn de bom

Zondag 8 en maandag 9 juni 2014

Zondag
Gezien de goede weersvoorspellingen die voor vandaag afgegeven worden, hebben we met Marianne W├╝stenhoff, Maria van Antwerpen en Anne Hueber afgesproken om naar libellen te gaan kijken in de Weerribben. We stoppen eerst bij een nieuwe uitkijktoren aan de westkant van het Woldlakebos. Deze toren kijkt uit over een nieuw natuurontwikkelingsgebied. Hier zien we een adult zomer Roodhalsfuut, 2 Zomertalingen en een bewoonde broedwand voor Oeverzwaluwen.

In het Woldlakebos (onze volgende stop) blijkt het aanvankelijk nogal tegen te zitten, met geregeld fikse buien en enorme aantallen muggen die het massaal op ons voorzien lijken te hebben. We laten ons echter niet uit het veld slaan door deze tegenvallers en dat is goed ook, want na regen komt zonneschijn (in dit geval letterlijk). Rond 14.00 uur klaart het gelukkig op en direct neemt het aantal libellen in dit bos explosief toe: overal vliegen Viervlekken en Bruine Korenbouten en met iets meer moeite vinden we enkele Smaragdlibellen, Vroege Glazenmakers, Grote Keizerlibellen, Gevlekte Witsnuitlibellen, een Glassnijder en wat Grote Roodoogjuffers. Een vriendelijke libellenman wijst ons op het hoogtepunt van hier, namelijk op een mannetje Sierlijke Witsnuitlibel. Deze zeer zeldzame libel, die in Nederland alleen in de Weerribben te vinden is, zit op redelijke afstand op een plompeblad (zeer typisch voor deze soort), maar m.b.v digiscopen lukt het me nog om leuke plaatjes te maken.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Nogmaals de Sierlijke Witsnuit. Waar zou de naam ‘Witsnuitlibel’ nou vandaan komen…? – Lilypad Whiteface

Gevlekte Witsnuitlibel – Yellow-spotted Whiteface

Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Laatste van de Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Glassnijder – Hairy Hawker

man Bruine Korenbout – male Blue Chaser

Bruine Korenbout – Blue Chaser

Ook qua vogels is het zeer goed vertoeven in het Woldlakebos, met een Roerdomp die zo vriendelijk is een rondje te vliegen, een Wespendief, vele Purperreigers, roepende Zwartkopmeeuwen, zingende Geelgors, Koekoek etc. Leuk is een jagende Boomvalk, die geregeld achter libellen aanjaagt. Op verschillende plekken in het bos ligt de grond bezaaid met libellenvleugeltjes (en eenmaal vinden we zelfs ogen). Eigenlijk laten alleen de Zilveren Manen (een zeldzame dagvlinder) het afweten.

Na deze mooie excursie rijden we nog even een paar kilometer verder naar een recent geopende libellenvlonder, speciaal gemaakt om waarnemers een kans te bieden om Sierlijke Witsnuitlibellen in Nederland te bewonderen. Het duurt niet lang voordat we ze in beeld hebben, in totaal zien we zeker 4 mannen. Verder zien we hoofdzakelijk dezelfde soorten als eerder in het Woldlakebos, al kunnen nog wel de Blauwe Breedscheenjuffer aan de daglijst toevoegen. Zelfs tijdens het avondeten in een nabijgelegen dorpje worden we van ons eten afgehouden door een fanatiek zingende Spotvogel en een libel die na enige discussie toch een Glassnijder blijkt te zijn.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Blauwe Breedscheenjuffer – Blue Featherleg

Maandag
Aangezien de Zilveren Manen gisteren niet wilden meewerken, kiezen Frank, mijn vader en ik er vandaag voor om naar een bekende plek voor deze soort in Gelderland te rijden. Bij aankomst in het gebied stuiten we al gauw op enkele Weidebeekjuffers. Als we naar de plek toelopen waar de zeldzame dagvlinder zou moeten vliegen, begint het weer opeens om te slaan en even later schuilen we onder de bomen voor een flinke (onweers)bui. Dit was niet voorspeld! Gelukkig breekt na een klein uurtje de zon weer door en lopen we weer vrolijk over een paadje door de moerasachtige velden. Het is mijn vader die de eerste Zilveren Maan ziet vliegen. Het blijken nogal zenuwachtige, kleine beestjes die maar niet willen gaan zitten (langs het pad althans). Gelukkig werkt een exemplaar wat beter mee, zie de foto hieronder. Leuk is een zingende Zomertortel, die langs de bosrand zit te koeren. We krijgen hem ook even te zien. Op de terugweg komt nog een Vuurjuffer op mijn t-shirt zitten en laat een vrouwtje Weidebeekjuffer zich aardig fotograferen

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Vuurjuffer op mijn schouder! – Large Red Damsel on my shoulder!

Weidebeekjuffer – Banded Demoiselle

Het was een mooi weekend met voor mijn vader en broer drie nieuwe soorten, verdeeld over 3 verschillende soortgroepen (Vale Gier, Sierlijke Witsnuitlibel en Zilveren Maan; de laatste had ik al enkele jaren geleden in de Weerribben gezien).

Lente

Zaterdag 5 en zondag 6 april 2014

Op zaterdag Waverhoek met een bezoekje vereerd. Hier lopen zeker 100 Kemphanen, 24 Kluten en een Zwarte Ruiter naar voedsel te zoeken. Verder horen we 2 Blauwborsten en de eerste Rietzanger van het jaar en zitten er in het gebied zeker 200 Wintertalingen, met daartussen minstens 6 Zomertalingen. We bekijken alle Wintertalingen zorgvuldig, maar helaas treffen we geen Amerikaanse Wintertaling ;). Het leukste zijn 2 Dwergmeeuwtjes in winterkleed, die fanatiek boven de plas foerageren. Een enkele maal landen ze even op het water tussen de Kokmeeuwen.

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

Op Botshol zwemt een relatief late vrouw Brilduiker en zitten op een eilandje twee broedverdachte Lepelaars. Vervolgens rijden we naar de Ruygeborg, een nieuwe natuurontwikkelingsgebiedje bij Nieuwkoop, om de Zwarte Ibissen op de maandlijst te zetten (sorry Marianne ;)). Naast de parkeerplaats komen we de twee ibissen gelijk al tegen, rustig foeragerend in een brede sloot. Hier zwemt ook een mannetje Zomertaling en enkele Wintertalingen. Dieper in het gebied zwemmen 35 Pijlstaarten, Slobeenden, vliegt een Slechtvalk over en foerageert een Kemphaan. Een Roerdomp laat een enkele maal van zich horen. De mogelijke vrouw Blauwvleugeltaling, die hier al een week verblijft, komt echter niet in beeld.

Vanochtend (zondag) werd een Amerikaanse Wintertaling ontdekt in de Brabantse Biesbosch. Aangezien wij verder geen plannen hadden gemaakt, en omdat wij wel weer eens graag een Zeearend (die in dit gebied broeden) zouden willen zien (en dan niet op 1 km afstand zoals in de Oostvaardersplassen), werd de Biesbosch onze bestemming voor vandaag. Bij aankomst in Polder Hardenhoek is deze zeldzame eend echter niet meer in beeld en tijdens onze aanwezigheid zou hij ook niet in beeld komen. Wel horen we hier een Cetti’s Zanger, Fitis, 2 Rietzangers en een Blauwborst. In een grote meeuwen- en Klutenkolonie zien we, op grote afstand, bovendien twee Zwartkopmeeuwen en een stukje verderop treffen we ook nog een Rouwkwikstaart en een fanatiek zingende Veldleeuwerik.

Daarna rijden we de Deeneplaatweg op. Ook hier liggen veel natuurontwikkelingsgebiedjes. Bij een van deze gebiedjes stoppen we om het af te kijken op steltlopers. Ons eerste Witgatje van het jaar en een Kleine Plevier zoeken hier naar voedsel. Net voor we de auto bereiken, vliegt plotseling een zeer lichte en slanke kiekendief mijn beeld in. Dit moet wel een Steppekiekendief zijn! De vogel vliegt eerst hoog, maar daalt gelukkig al snel iets. Hij vervolgt zijn weg rustig richting zuid. Zeer goed zijn de zwarte ‘wybertjes’ en het ontbreken van een donkere ondervleugelachterrand te zien. De waarneming duurt maar ongeveer een minuut, maar laat drie waarnemers in extase achter. Wat een gave soort en wat een mooie vogel! Terwijl Frank en ik de kenmerken controleren, lukt het mijn vader om een 10-tal foto’s van de vogel te maken. Gezien de afstand (ongeveer 150 meter) zijn het geen topplaatjes, maar ze laten toch duidelijk een Steppekiekendief zien.

Hoogtepunt van de dag: man Steppekiekendief – male Pallid Harrier: highlight of the day (photo: Peter van der Meer)

man Steppekiekendief – male Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Terug bij de auto rijden we weer terug richting Polder Hardenhoek. Onderweg stoppen we nog een keertje, hier zingt wederom een Cetti’s Zanger (zie hier voor een geluidsopname) en daarnaast laten een Matkop, Zwartkop, Gekraagde Roodstaart en meerdere Fitissen en Tjiftjaffen van zich horen. Op een pinksterbloem zit een Klein Geaderd Witje. Aan de andere kant van de weg vliegen zeker 50 Oeverzwaluwen boven een plas-drasgebiedje.

Klein Geaderd Witje – Green-veined White

Als laatste proberen we nog eenmaal de Amerikaanse Wintertaling te vinden. Samen met Mary en Ed van der Es zoeken we wederom alle Wintertalingen af, op zoek naar de Amerikaanse equivalent. De talingen zitten nu een stuk dichterbij en de spanning stijgt, zullen we hem nu wel in beeld krijgen? Al gauw zien we wel een aparte Bergeend, het blijkt een albino Bergeend te zijn (dus een Bergeend met een kleurafwijking). Voor een goede foto zit de vogel echter veel te ver.

albino Bergeend – albino Common Shelduck

Via Mary en Ed krijgen we te horen dat vogelaars aan de overkant van het gebied de Amerikaanse Wintertaling op dit moment in beeld hebben. Omdat wij hem vanaf onze kant echt niet kunnen vinden, rijden we naar de andere kant van het gebied. Hier krijgen we al gauw de zeldzame taling in beeld, zij het op enige afstand. De vogel is zeer goed tussen de Wintertalingen uit te halen door de verticale witte borststreep en het ontbreken van een horizontale witte flankstreep. De vogel zit te ver om vast te kunnen stellen of de vogel geringd is.

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Nu we ook deze taling (toch de doelsoort van vandaag) gezien hebben, rijden we weer naar huis. Met twee Zwarte Ibissen, een zelfontdekte man Steppekiekendief, een Amerikaanse Wintertaling en liefst 10 nieuwe jaarsoorten is het een zeer geslaagd weekend geworden waar ik nog geregeld aan zal terugdenken.