Tagarchieven: Roodhalsfuut

Onverwacht rondje Delta

Zondag 5 januari 2020

Een week na de ontdekking moet het er eindelijk maar eens van komen: een bezoekje brengen aan de Grote Trap bij Brielle (onder de rook van Rotterdam). Deze vogel werd daar tussen Kerst en Oud & Nieuw ontdekt en is individueel herkenbaar aan de groene kleurring en zender (met antenne). Dit beest is in gevangenschap grootgebracht en vervolgens in Oost-Duitsland losgelaten om de kwetsbare populatie te versterken. Daardoor is de vogel volgens de CDNA-regels niet telbaar, maar dat weerhoudt ons er niet van om deze imposante trap te bezoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal ter plekke hebben we de Grote Trap gelijk in beeld; zij foerageert op geruime afstand op een weiland en trekt zich niets aan van de paar aanwezige vogelaars en fotografen.

Duitse Grote Trap – marked Great Bustard (from Germany)

Nu we toch al in het Deltagebied zijn, besluiten we stukje bij beetje dieper de Delta in te rijden. We stoppen eerst bij de buitenhaven van Stellendam, waar een Roodkeelduiker en een Middelste Zaagbek de leukste soorten vormen. Binnendijks pikken we een paar mannetjes Pijlstaarten en een jonge Topper uit een grote groep duikeenden.

De volgende stop is de Brouwersdam. In het ‘haventje’ aan de noordkant van de dam zwemt een van de hoogtepunten van de dag: een Zwarte Zeekoet. Deze vogel zit relatief dichtbij en laat zich zowaar zelfs digiscopen.

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Ook langs de rest van de Brouwersdam is het goed toeven. Zo zien we onder meer een Roodhalsfuut (zien we er erg weinig van in ons land), enkele Kuifduikers en Geoorde Futen, 2 rustende Slechtvalken op een baken in zee, een Paarse Strandloper, veel Middelste Zaagbekken en Brilduikers, en tot slot een fraaie man IJseend. Veel van deze soorten zitten lekker dicht langs de dam en laten zich dus goed bewonderen.

IJseend – Long-tailed Duck (c Peter van der Meer)

Omdat we nog tijd over hebben, besluiten we nog dieper Zeeland in te gaan en werkeiland Neeltje Jans met een bezoekje te vereren. Op weg daar naartoe merken we op Schouwen-Duiveland een derde Slechtvalk (op een paaltje vlak langs de weg, helaas geen parkeermogelijkheid) en een Kleine Zilverreiger op. Eenmaal op Neeltje Jans rijden we natuurlijk eerst langs de IJs- en Parelduiker, die op flinke afstand zwemmen (maar vooral duiken) in een van de havens. Bovendien zien we af en toe een vin van een Bruinvis langskomen, leuk! Minder geluk hebben we met de Kuifaalscholver(s) die vaak gezien worden rondom dit eiland. We rijden langs alle havens, checken alle dammen en pontons, maar deze zeldzame soort is ons niet gegeven.

Tot slot, het is al over drieën, besteden we het laatste daglicht op Schouwen-Duiveland, in de weilanden ten zuiden van Burgh-Haamstede. Veel zien we hier niet, maar de 2 Lepelaars en enkele Kleine en Grote Zilverreigers mogen natuurlijk niet onbenoemd blijven. En zo sluiten we een verrassend leuk dagje in de Delta af, met als absolute hoogtepunten natuurlijk de Grote Trap en Zwarte Zeekoet.

Geweldig voorjaar op Texel

Vrijdag 27 april t/m zondag 10 juni 2018

Vanwege mijn stage bij Imares (Den Helder) woon ik van koningsdag t/m eind augustus op het prachtige Waddeneiland Texel. De eerste tweeënhalve week stonden in het teken van fanatiek vogelen, daarna begon de stage en werd het vogelen beperkt tot de avonduurtjes en weekenden.

Het was een geweldige eerste anderhalve maand, met talloze krenten in de pap. De periode leverde mij 5 nieuwe Texelsoorten (#294-298) op: Krooneend, Zee- en Bastaardarend, Kleine Klapekster en Grauwe Gors. Buiten deze 5 soorten waren er genoeg hoogtepunten, zie het uitgebreide verhaal hieronder.

—–

Op 5 en 6 mei zat een (ongeringd) paartje Casarca’s in het ganzenreservaat Zeeburg; weliswaar een discutabele soort maar wel behoorlijk schaars op Texel. Een man Krooneend dat op 7 mei op het Grote Vlak zwom, vormde een zeer welkome nieuwe Texelsoort. Door de afstand konden we de poten niet checken op ringen. Een man Koningseider bevond zich op 19 mei in een grote groep Eiders op de Waddenzee t.h.v. het Wagejot; het is onduidelijk of het om het exemplaar betrof dat eerder langs de Texelse Noordzeekust zat, of wellicht de Vlielandse vogel (of een derde exemplaar). De man Topper op de Robbenjagerplas bleef daar tot 1 mei. Net als de afgelopen jaren bivakkeerde eind mei een zomerkleed Roodhalsfuut op de Horsmeertjes.

Topper – Greater Scaup (photo: Frank van der Meer)

Roofvogels waren goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met vooral in de tweede helft van mei hoge aantallen. We zagen in totaal 5 Visarenden (5, 8, 21 & 25 mei en 9 juni, waaronder eentje over de tuin!) en 4 Wespendieven (25 & 26 mei en 9 juni, waaronder eentje fraai tp in een meidoorn in de Vijver van Jochems). Een van de blikvangers van dit voorjaar was onze 2e Bastaardarend in Nederland. De vogel zat op 26 mei een uurtje aan de grond in polder Eierland en verkoos vervolgens het luchtruim. Ook de volgende dag werd de vogel gezien (maar niet door ons). Het lukte Frank en mij om op 11 mei een Zeearend boven de tuin op te pikken; een nieuwe Texelsoort voor ons. Naast de nodige Bruine en Blauwe Kiekendieven zagen we ook een trekkende Grauwe (21 mei over de Krimweg) en Steppekiekendief (8 mei, vuurtoren). Tijdens de Big Day vlogen beide wouwen over de noordpunt; de Rode en Zwarte Wouw waren soms zelfs samen in één beeld te zien! De volgende dag vloog bovendien een Rode Wouw laag over de Big Day-teams bij het maken van de groepsfoto. Op 25 mei liet mijn eerste Roodpootvalk (2kj man) in 5 jaar tijd zich, zowel in vlucht als in zit, fraai bekijken bij de Vijver van Jochems.

Bastaardarend – Greater Spotted Eagle (photo: Peter van der Meer)

Steppekiekendief – Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een Kwartel zong op 6 juni onregelmatig in de Prins Hendrikpolder. Vanaf half mei was, net als 2 jaar geleden, het geluid van een Porseleinhoen vaak en luid te horen uit de Roggesloot, zelfs vanaf ons huisje op de Krim. Boven datzelfde huis vlogen op 2 mei 2 Kraanvogels, een erg leuke tuinsoort. Het luchtruim boven het Krimbos was op 21 mei goed voor mijn 4e Texelse Zwarte Ooievaar.

Kraanvogel – Common Crane (photo: Peter van der Meer)

Naast groepjes Morinelplevieren in Polder Eierland zat op 2 mei een vrouwtje in een groepje Goudplevieren langs de Vuurtorenweg (t.h.v. het Krimbos). Net als in april zat een Gestreepte Strandloper enkele dagen in Waalenburg (misschien wel hetzelfde exemplaar?). De nieuw ingerichte Hanenplas was dit voorjaar een goede plek voor strandlopers: Temmincks Strandlopers foerageerden hier regelmatig, terwijl we hier ook eenmaal een Kleine en Krombekstrandloper zagen. Het kan haast niet anders of dit plasje gaat dit jaar nog een leuke soort opleveren… Ook elders op het eiland kwamen we deze soorten zo af en toe tegen. De leukste steltloper zat in Dijkmanshuizen: op 8 mei vond Klaas de Jong hier een Kleine Geelpootruiter, de 6e voor het eiland en de 2e voor dit gebied.

Morinelplevier – Dotterel (photo: Peter van der Meer)

Gestreepte Strandloper – Pectoral Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/0/16713440.jpg

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs

Een late, adulte Drieteenmeeuw vloog op 10 mei langs Paal 20 (De Koog). Op de Big Day vloog tweemaal een Kleine Jager over het strand bij de vuurtoren. Een verzwakte Zeekoet zat op 19 mei op het strand bij de vuurtoren. We moesten er even op wachten, maar vanaf 7 mei zongen er weer Zomertortels in ons vakantiepark. Een ander (broedverdacht) paartje bevond zich bij de Sluftervallei. Naast een doortrekkende Velduil op de Big Day zag ik in de periode eind mei / begin juni 3 exemplaren in potentieel broedbiotoop. Op 5 en 12 mei vlogen solitaire Bijeneters over de Tuintjes. De vogel op de laatstgenoemde datum zat bovendien enige tijd aan de grond.

Zomertortel – European Turtle Dove

Velduil – Short-eared Owl

Naast de roofvogels waren, tot onze vreugde, ook de klauwieren goed vertegenwoordigd dit voorjaar. Het begon met 2 Grauwe Klauwieren; op 6 mei een man in Dorpzicht en op 12 mei een vrouw in de Tuintjes. Er zat echter nog meer in het vat, want op 10 mei zat een fraaie man Roodkopklauwier in de Nederlanden. Het was alweer 4 jaar geleden dat deze voor het laatst op dit Waddeneiland gezien was. Het hoogtepunt was echter een schitterende man Kleine Klapekster die op 26 mei over de noordkop zwierf. Het kostte mijn vader en mij wel wat bloed, zweet en tranen om de vogel terug te vinden (was een uur uit beeld), maar het resultaat mocht er zijn… Ook leuk waren twee Wielewalen. Het eerste exemplaar liet zich bij tijd en wijle fraai bekijken in het Krimbos (en niet horen!), het tweede exemplaar vloog op 3 juni over Polder Wassenaar richting de Cocksdorp.

Roodkopklauwier – Woodchat Shrike (photo: Frank van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/4/16936234.jpg

Kleine Klapekster – Lesser Grey Shrike

Op 5 mei vond Diederik Kok een Iberische Tjiftjaf in de Staatsbossen bij de Koog. Naast de volgende dag zagen en hoorden we de phylloscopus ook nog op 9 juni; een echte longstayer dus. In het Krimbos zaten in begin mei 2 Fluiters; helaas bleken ze net voor de Big Day te zijn vertrokken. In hetzelfde bos zong op 2 mei ook een Vuurgoudhaan, toch pas mijn eerste zingende op het eiland. Ook Texel deelde mee in de grote influx van Roze Spreeuwen in NW-Europa: mijn eerste adulte vogel zat op 3 juni een minuutje in de top van een meidoorntje bij het Reddingboothuisje.

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Op 28 april en 4 mei bevonden zich 5 resp. 1 Beflijster in de Eierlandse Duinen; een andere erg schaarse lijstersoort (op Texel althans), de Grote Lijster, foerageerde langs de Pelikaanweg. Een fraaie noordelijke man Bonte Vliegenvanger liet zich op 4 mei fraai zien in het Krimbos. Paapjes waren schaars met slechts 2 exemplaren: op 4 mei in de Eierlandse Duinen (foto) en 20 mei bij het Reddingboothuisje.

Bonte Vliegenvanger – Pied Flycatcher (photo: Peter van der Meer)

Paapje – Whinchat

Op de dag voor de Big Day liep op een prima afstand een volwassen Roodkeelpieper op het Renvogelveld; pas mijn tweede op het eiland en eerste aan de grond. In de periode 28 april – 3 mei zaten maximaal 3 Kleine Barmsijzen en 1 fraaie Keep in zomerkleed in onze tuin; het kan slechter. De enige Appelvink buiten de Big Day was een roepende vogel op een boerenerf bij ’t Horntje (24 mei). Hier vlakbij, over de Mokbaai, vloog een dag eerder een Europese Kanarie over. Last but not least, op 5 mei zat een hele goede Texelsoort bij de Robbenjager: een Grauwe Gors vloog de hele dag rond het Renvogelveld. Hij was erg lastig, uiteindelijk heb ik de vogel helaas maar een tel door de scoop gezien. Niet echt een mooie waarneming, maar wel een erg zeldzame soort op de Wadden en nieuw voor ons op Texel!

Keep – Bramling (photo: Peter van der Meer)

Op vogelgebied was er genoeg te beleven (understatement), maar een van de (zo niet hét) hoogtepunten was een vlinder. Op 3 mei liepen we aan het eind van de ochtend Dorpzicht in. Qua vogels viel het wat tegen. Langs het pad stuitten Frank en mijn vader op een grote oranje vlinder. De eerste gedachte was een Gehakkelde Aurelia, maar het een en ander klopte niet voor deze soort. Toen de vlinder naar de voet van een populier vloog (en ik hem eindelijk ook zag) bleek het inderdaad te zijn wat we stiekem al dachten: een Grote Vos!

Enigszins verbouwereerd meldde ik het nieuws toch maar in de BAT (weliswaar geen vogel, maar er was gelukkig genoeg animo voor) en in het volgende uur liet de vlinder zich aan circa 10 medewaarnemers fraai zien en fotograferen. Het bleek een voorbode voor meer waarnemingen; de volgende dagen werden in de omgeving van het Krimbos nog meer exemplaren gevonden, waaronder een exemplaar op 5 mei waar Frank en ik tegenaan blunderden. Dit zijn op Waarneming.nl de allereerste waarnemingen van deze soort op het eiland, om maar even aan te geven hoe zeldzaam de soort hier is. Voor ons betrof het bovendien een nieuwe soort, erg leuk om er dan zelf tegenaan te lopen!

https://waarneming.nl/fotonew/8/16626368.jpg

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Topweek op Texel

Zaterdag 23 t/m zondag 1 april

Van tevoren had ik nog wel wat twijfels of het wel leuk zou zijn om in deze tijd een week op Texel te zitten. Voor veel zomergasten is het nog te vroeg, terwijl een groot deel van de wintergasten alweer op het punt van vertrekken staat. Achteraf gezien ben ik toch maar blij dat ik gegaan ben.

De eerste dag op het eiland begint al goed met een Parelduiker en Alk (zie onderste alinea), maar zou nog vele malen beter worden. Halverwege de zaterdagmiddag doen we in de Staatsbossen een poging de broedverdachte Grote Kruisbekken te zien, die we helaas niet te zien krijgen. Vanaf een bankje in het bos bespreken we wat we hierna kunnen gaan doen als er appjes in de Texelapp verschijnen: “Koningseider adult man paal 15!!”! Dat is om de hoek en dus staan we binnen 10 minuten (als eerste medewaarnemers) naast de verbijsterde ontdekker Patrick Snoeken, die nog steeds niet kan begrijpen wat hem zojuist is overkomen.

De Koningseider zwemt met zeker 70 Eiders tussen de golfbrekers en laat zich op enkele 100-en meters aardig zien. Na een uur besluiten we, in goed overleg met de andere vogelaars en fotografen, wat dichterbij te lopen; vanaf een golfbreker laat de eider zich waanzinnig zien, foeragerend met de andere Eiders op minder dan 100 meter en op een vlakke zee. Nu zijn zelfs minder bekende kenmerken zoals de omgekeerde v-vormige tekening op de kin te zien. Voor mijn vader, broer en mij is het geen nieuwe soort (wij hadden het vrouwtje op Texel een paar jaar geleden al), maar zo’n mannetje is natuurlijk andere koek. Wat een waanzinnig fraai beest, een droom die uitkomt.

Koningseider – King Eider

Koningseider – King Eider

Zondagochtend worden we met een goed gevoel wakker, en het heeft niet eens te maken met de herinneringen aan de Koningseider. In de tuin loopt tussen de struiken namelijk een Houtsnip. Tot het donker bivakkeert de snip in onze tuin, een uitgelezen kans om deze soort eens goed te bewonderen. En dat doen we dan ook, letterlijk urenlang bestuderen we de vogel. By far mijn beste waarneming van deze soort ooit! Een paar jaar geleden (4 november 2016) zat er ook al eentje in de tuin, maar toen zat ik helaas niet op Texel.

Houtsnip – Eurasian Woodcock

Houtsnip – Eurasian Woodcock (photo: Peter van der Meer)

Afgelopen week hebben we genoeg leuke soorten gezien, desondanks leek de klapper van de week (Koningseider) lange tijd wel vast te staan. Daar kwam op dinsdag de 27e echter verandering in. Langs het Noordzeestrand t.h.v. Ecomare was Rik Wever namelijk tevergeefs op zoek naar de Koningseider toen hij rond 11.45 uur ineens een Papegaaiduiker in de kijker kreeg! De alkachtige zwom net achter de branding; een aardige troostprijs voor Rik lijkt me. Gauw geeft hij de vogel door en een dik kwartier later staan wij met Jeroen de Bruijn, Koen Stork en Tim Schipper naar deze prachtige soort te kijken.

De Papegaaiduiker zwemt op dat moment op enkele 100-en meters afstand, maar is ondanks dat toch prima te zien. Hij laat zich gewillig met de stroming meevoeren, wat betekent dat we een paar kilometer over het strand achter de vogel aansjokken. Na twee uur laten we de vogel los. Halverwege de middag (nadat we Frank op de boot hebben gezet) kiezen we ervoor weer terug te gaan en dat blijkt geen slechte keuze. Samen met Koen en Tim zien we de ‘Papduiker’ lange tijd op behoorlijk korte afstand zwemmen (zo’n 100 meter?), net achter de branding. Man, wat gaaf! Ik had nooit gedacht dat mijn eerste Papegaaiduiker in Nederland een tp-vogel zou zijn, laat staan eentje die zich zo fraai laat zien.

Papegaaiduiker – Atlantic Puffin

Naast de hierboven genoemde hoogtepunten zagen we afgelopen week genoeg andere leuke soorten. Het hele avontuur begon met een twitch aan de Parelduiker van de Haarrijnse Plas en eenmaal op het eiland was een zieke Alk in de veerhaven zo ongeveer de eerste vogelsoort die we zagen. In de ruime omgeving van de Papegaaiduiker zwommen minstens 5 Kuifduikers (in zowel zomer-, winter- als overgangskleed) en een winterkleed Roodhalsfuut, terwijl een Drieteenmeeuw achter een kotter aan vloog. Bij de Koningseider foerageerden enkele Dwergmeeuwtjes.

Aan het einde van de Oosprongweg liet de overwinterende groep IJsgorzen zich aardig zien; sommige exemplaren waren al bijna volledig in zomerkleed. Hier zagen we op 25 maart ook de eerste Texelse Tapuit van het jaar. Op 29 maart liepen twee Sneeuwgorzen kortstondig op het strand bij de vuurtoren, terwijl op de Robbenjagerplas een man Topper zwom. Bovendien liep een mannetje Rouwkwikstaart in het valleitje net ten zuiden van de vuurtoren. Een Grote Barmsijs foerageerde op berkenpropjes in de tuin (filmpje), na meerdere Kleine Barmsijzen in de afgelopen jaren betekende dit een nieuwe tuinsoort. Tot slot bivakkeerde een Zwarte Rotgans in de omgeving van het Ottersaat.

Alk – Razorbill

Blauwe Kiekendief – Hen Harrier (photo: Peter van der Meer)

Paarse Strandloper – Purple Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

Grote Barmsijs – Mealy Redpoll (photo: Peter van der Meer)

Zwarte Rotgans – Black Brent (photo: Peter van der Meer)

Geelsprietjes

Zaterdag 9 juli 2016

Vanmiddag een paar uurtjes op de vliegbasis van Soesterberg doorgebracht voor met name het Geelsprietdikkopje. Dit is ruimschoots gelukt met zeker 7 exemplaren. Terwijl ik er een probeer te fotograferen, gaat er zelfs eentje op mijn vinger zitten.

Geelsprietdikkopje – Small Skipper

_Geelspriet op vinger

Geelsprietdikkopje – Small Skipper

Ook andere soorten zijn van de partij: o.a. enkele Heivlinders, een Kleine Vuurvlinder en een Groot Dikkopje, Grote Keizerlibellen, een Watersnuffel en twee (vocale!) overvliegende Wespendieven.

Watersnuffel – Common Bluet

Op de terugweg gaan we even langs Vleuten, waar op de Haarijnse Plas de aanwezige adult zomerkleed Roodhalsfuut gauw gevonden is. De vogel zit weliswaar op afstand, maar is met de telescoop prima te zien. Een Geoorde Fuut zit een stuk dichterbij.

Texel brengt tweede nieuwe soort in een paar dagen tijd

Vrijdag 15 tot en met zondag 17 april 2016

Nog helemaal in de wolken door de Baardgrasmus sta ik vrijdagmiddag voor een volgend avontuur. De afgelopen dagen werd namelijk een Forsters Stern op Texel gezien, een zeer zeldzame Amerikaanse sternsoort die slechts viermaal eerder in Nederland was gezien. De laatste keer was in 2001, ruim voor mijn actieve vogeltijd en dus betreft dit voor mij een nieuwe soort. Extra reden om gauw de bus richting Ede te nemen, vervolgens de trein richting Den Helder en als laatste de veerboot (van half 7) richting Texel. In de veerhaven van Texel word ik opgepikt door mijn vader en rijden we linea recta door naar de Volharding, waar de stern de afgelopen dagen behoorlijk onregelmatig wordt gezien. Vanaf ca. half acht kijken we het wad bij de Cocksdorp intensief af, maar poging Forsters Stern nummer 1 mislukt jammer genoeg. Gelukkig volgen er nog genoeg kansen dit weekend. Op de waddendijk foerageren enkele kwikstaarten: vooral Witte Kwikstaarten, maar ook twee Gele en 1 Engelse Kwikstaart. Op de Waddenzee zwemt bovendien een Roodhalsfuut (in zomerkleed), toch een leuke troostprijs.

Zaterdagochtend installeren we ons opnieuw bij de Volharding, in goed gezelschap van o.a. Pieter van Veelen en Jacob, Albert en vader Molenaar. Tussen de 100-en Grote Sterns zitten wel twee zomerkleed Dwergmeeuwen en een Dwergstern, maar van de Forsters ontbreekt voorlopig ieder spoor. Intussen wordt het steeds drukker met vogelaars en ook het aantal Grote Sterns neemt met het verstrijken van de tijd toe. Spannend zat dus, want de Forsters Stern kan zomaar opduiken. Op de Waddendijk foerageert bovendien een fraaie Beflijster. Even is er onduidelijkheid als de Forsters Stern ingevoerd blijkt te zijn op Waarneming.nl, precies op de plek waar wij zitten. Aangezien wij de vogel echt niet kunnen vinden, zal dat misschien een determinatiefout zijn?

P1170785

Twitchers op zoek naar de Forsters Stern

Samen met Luuk Punt loop ik wat dichter naar de Beflijster toe om de vogel beter te bekijken en te kunnen digiscopen. De lijster blijkt echter iets verder te zijn gevlogen. We willen ons net omdraaien als we opeens teruggeroepen worden: de Forsters Stern blijkt net te zijn teruggevonden! Gauw keren we terug naar de groep vogelaars en binnen korte tijd heb ik mijn tweede nieuwe soort van deze week in beeld. De vogel zit op de grens van het strand en het wad tussen de Grote Sterns op flinke afstand, maar met de telescoop is de dwaalgast toch prima te zien. Voor de foto is het echter net te ver weg. Uit de groep vogelaars klinken vele vreugdekreten en zuchten van opluchting. Na een klein kwartiertje vliegt de hele groep sterns vanuit het niets terug. Het overgrote deel van de sterns landt al snel weer op het zand, maar tot onze teleurstelling lijkt de Forsters niet te zijn teruggekeerd.

Forsters Stern – Forster’s Tern

Blij keren mijn vader en ik even naar ons huisje om wat te eten en ’s middags beginnen we aan ‘Plan Sneeuwvink / Alpenheggenmus‘. De hele middag spenderen we aan de westkant van het eiland (o.a. de parkeerplaatsen aan de Westerslag, Jan Ayeslag, omgeving Ecomare en nog veel meer goed lijkende plekjes), op zoek naar een van beide dwaalgasten (of beide natuurlijk 😉 ). Zoals verwacht kunnen we geen van beide soorten vinden. Wel vinden we twee foeragerende Boomleeuweriken, enkele Tapuiten, meerdere broedverdachte Bontbekplevieren en na een tip van Marc Plomp zien we in De Cocksdorp een mooie groep van 6 Beflijsters.

Zondagochtend steken we opnieuw tijd in de Forsters Stern, maar al na vijf minuutjes is duidelijk dat de vogel niet tussen de Grote Sterns zit en gaan we verder vogelen (we komen wel weer terug als de vogel teruggevonden wordt, een passieve houding mag ook wel een keertje 😉 ). In de Robbenjager en Tuintjes is het relatief rustig met vogels. De eerste 2 Braamsluipers van het jaar brengen wat aarzelend hun ratelende zang voort en verder kunnen we enkele Blauwborsten, een Rietzanger en een Dodaars noteren. De leukste waarneming is die van een Smelleken boven De Tuintjes, dat even achter een groepje Kneuen aan jaagt, maar vervolgens toch richting zuid gaat.

Holenduif – Stock Pigeon

Rond twaalven nemen we nog even een kijkje bij de Volharding om te kijken of de Forsters Stern alweer gezien wordt. We hebben de auto net langs de dijk geparkeerd en willen net uitstappen als we een piepje ontvangen: de stern wordt nu gezien. Dat is nog eens aanschuiven. Gauw lopen we de dijk op en daar staat de Forsters Stern opnieuw, nu op nog grotere afstand dan gisteren. Samen met o.a. Marianne Wustenhoff, Maria van Antwerpen en Edwin Schuller kunnen mijn vader en ik weinig lol beleven aan de stern, niet alleen door de te grote afstand, maar ook door de luchttrilling. Daarom verlaten we na een kwartiertje de Volharding en begeleiden we Maria en Marianne naar de plek waar wij gisteren een groep Beflijsters zagen. Al gauw hebben we de eerste Beflijster gevonden; in totaal zien we, net als gisteren, minstens 6 vogels.

Beflijsters – Ring Ouzel

Na een halfuurtje nemen we afscheid van Maria en Marianne en rijden we naar ons huisje om in te pakken en aan de terugweg richting Woerden te gaan beginnen. Rond 6 uur zijn we weer thuis. Het is echter nog niet genoeg geweest voor dit weekend, want even later komt Frank thuis van een internationale Gull Meeting in Duitsland en besluit mijn vader om mij naar mijn kamer in Wageningen te brengen, zodat ik morgenochtend vroeg niet zwaarbepakt met de trein hoef. Uiteraard is dat niet de enige reden, want mijn vader en broer willen ook graag de Westelijk Baardgrasmus zien. Samen met o.a. Alex Bos, Martin van der Schalk en Guus Peterse kunnen we de vogel ook vanavond weer prachtig te bekijken, druk rondhippend door de houtwal. Met veel dank aan Martin van der Schalk voor het mogen gebruiken van zijn schitterende foto’s!

Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler (photo: Martin van der Schalk. Click on the picture to see more photographs made by Martin.)

Westelijke Baardgrasmus – Western Subalpine Warbler (photo: Martin van der Schalk)

3 uit 8

Zaterdag 6 februari 2016

Drie uit acht is de score na een dagje door het Deltagebied. We beginnen bij Wilhelminadorp voor het vrouwtje Witkopgors. Mijn vader en ik hadden deze vogel al in januari (en ik in december) gezien, maar Frank was beide keren verhinderd, dus werd het tijd om Frank eindelijk aan deze nieuwe soort te helpen. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, want bij aankomst is de gors al een half uur niet gezien. Ondanks dat we een gorsachtige (ongetwijfeld dé vogel) horen roepen, slaagt de gors in het volgende uur erin om uit beeld te blijven, tot ongenoegen van de circa 20 aanwezigen. Een groep Bontbekplevieren (waaronder 1 gekleurringde), 100+ Zilverplevieren, wat Kanoeten en 100en Bonte Strandlopers kunnen de teleurstelling amper wegnemen.

Rond kwart voor 12 geven we het op (er staat meer op het programma) en rijden we richting Neeltje Jans. Onderweg stoppen we eerst bij het Veerse Meer, waar de IJsduiker gauw gevonden is. De vogel foerageert fanatiek op kreeftachtigen en blijft hierbij minutenlang onder water. Vervolgens stoppen we op Neeltje Jans. Hier moeten we even zoeken, maar dan vinden we toch de lange tijd aanwezige Zwarte Zeekoet. Aanvankelijk zit de koet op grote afstand, maar dan wordt deze vogel in eerste winterkleed steeds vliegeriger en bestrijkt hij grote delen van het haventje. Hierbij komt de vogel ook op mooie afstand. Samen met Jeroen de Bruijn zien we ook enkele leuke bijvangsten: een Kuifduiker, 4 op pontons rustende Zeehonden en een Bruinvis (niet een vis zoals de naam doet vermoeden, maar een walvis). Deze laatste komt geregeld naar lucht happen en laat hierbij zeer geregeld en op relatief korte afstand een rugvin zien, erg gaaf!

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Zwarte Zeekoet – Black Guillemot

Na deze geslaagde waarnemingen verlaten we de Oosterscheldekering en bezoeken we de Brouwersdam. Hier zien we geen bijzonder spectaculaire soorten, met naast de te verwachten soorten (Kuifduiker, Roodkeelduiker, Middelste Zaagbekken, Brilduikers, e.d.) een man IJseend, 2 Roodhalsfuten (1 in zomerkleed, 1 in winterkleed) en een Zeekoet als hoogtepunten.

Belgische Zilvermeeuw op de Brouwersdam – Herring Gull (from Belgium) at the ‘Brouwersdam’ (photo: Peter vd Meer)

De laatste bestemming van de dag is Battenoord. De Europese Kanaries laten zich echter alleen in vlucht zien (dus een nogal onbevredigende waarneming) en van de Fraters en Dwerggors ontbreekt zelfs ieder spoor. Een groep van 55 flamingo’s is niet te missen, maar staat zo ver weg te slapen dat de soortsamenstelling niet vast te stellen is. Daarom besteden we niet al te veel aandacht aan deze roze zuurstokken en verlaten we de Delta enigszins in mineur.

Uiteindelijk hebben we dus slechts drie (IJsduiker, Zwarte Zeekoet, IJseend) van de acht (IJsduiker, Zwarte Zeekoet, IJseend, Frater, Dwerggors, Flamingo, Witkopgors, Europese Kanarie) doelsoorten van de dag gezien, een score die wel eens hoger is uitgevallen.

Nog meer zwemvliezen

Zondag 10 januari 2016

De koek is nog niet op, nog meer gekke zwemvliezen. Na een mislukt rondje door de polders rondom Botshol verlaten we vanmiddag de regio en rijden we naar het Loosdrechtse Plassengebied. Op de Loenderveense Plas waren de afgelopen dagen namelijk een vrouwtje Witoogeend en Roodhalsfuut gezien, twee mooie en schaarse soorten die het zien altijd meer dan waard zijn. Bij de plas aangekomen zijn al enkele mensen aan het zoeken (waaronder Jaap van den Andel), maar nog geen Witoogeend. Het is Frank die uitermate scherp de Witoogeend uit een groep Tafeleenden en Rosse Stekelstaarten (maar liefst 17 stuks) pikt. De eend is vooral aan het slapen. Als de vogel de kop uit de veren haalt, kijken Frank en ik elkaar direct aan: da’s zeker geen zuivere Witoogeend! Hoe langer we de vogel bekijken, hoe duidelijker het wordt dat het om een Hybride Tafeleend x Witoogeend gaat. Zo heeft de vogel een duidelijk kolletje, een licht oogringetje, een opvallend licht snavelbandje, een donker gevlekte onderstaart, grijs gekleurd vleugelstreepje (zie derde foto hieronder); allemaal kenmerken die een zuivere vrouw Witoogeend niet hoort te hebben.

Hybride Tafeleend x Witoogeend – Hybrid Common Pochard x Ferruginous Duck

Hybride Tafeleend x Witoogeend – Hybrid Common Pochard x Ferruginous Duck

Hybride Tafeleend x Witoogeend – Hybrid Common Pochard x Ferruginous Duck

Een klein stukje verder op de plas hebben we de Roodhalsfuut wel snel in beeld. Op relatief korte afstand laat deze kleinere fuutachtige zich aan Michael Koerts en ons fraai zien. Ook leuk zijn de mannen Brilduikers, Nonnetje en overvliegende man Grote Zaagbek.

Aangezien we nu toch in het Gooi zijn, kunnen we het niet nalaten om richting Weesp te rijden om de daar aanwezige Roodhalsgans te bewonderen. Ook al zagen we vorig weekend nog twee vogels in de eigen regio en hebben we in een maand tijd al 6 exemplaren gezien, van deze fraaie ganzensoort krijg je nooit genoeg. Vanaf de rand van de woonwijk Aertsveld is de Roodhalsgans gauw gevonden tussen duizenden Kolganzen en enkele Brandganzen. In het veld dacht Frank al aan een eerste-wintervogel, maar ’s avonds bevestigt deze fraaie serie van Edial Dekker dat het een jonge vogel is (en dus een andere vogel dan de twee van vorige week). In dezelfde groep ganzen zitten bovendien 7 Kleine en 7-12 Wilde Zwanen. Vooral de Wilde Zwanen verdwijnen geregeld in de sloten en zijn dus lastig te tellen.

Roodhalsgans – Red-breasted Goose

Wilde Zwaan – Whooper Swan

We sluiten af op een slaapplaats van Grote Zilverreigers vlakbij huis. Rond 5 uur komen de eerste vogels binnenvallen om te gaan slapen en gaandeweg komen steeds meer vogels binnen. Als we weer vertrekken, hebben we maar liefst 75 Grote Zilverreigers geteld op de slaapplaats: een nieuw record voor deze slaapplaats.

Leuk rondje Randmeren

Zaterdag 12 december 2015

Voor vandaag staat een dagje eenden afkijken op het schema. De vele Kleine Toppers van afgelopen winter en recente melding van 3 Witoogeenden lijken er namelijk op te wijzen dat er op de Randmeren nog genoeg leuks te ontdekken valt. Als we nog tijd over hebben, kunnen we de dag afsluiten in Polder Arkemheen (ganzen) of Delta Schuitenbeek (meeuwen). We beginnen bij een klein plasje tegenover Harderbroek. Op deze plas waren de afgelopen dagen meerdere Witoogeenden gezien (maximaal 3). Helaas is deze soort vandaag in geen velden of wegen te bekennen. Verder zit er ook weinig op de plas: naast een paar Kuif- en Tafeleenden is alleen een Nonnetje het noemen waard. In de Harderbroek laat de gehoopte Zeearend zich ook niet zien, al zien we wel een vrouwtje Blauwe Kiekendief in een boom rusten. Dit is niet het begin waar we op hoopten.

De eerste stop langs het Veluwemeer levert gelukkig wat meer op: een tweetal Geoorde Futen, 1 man Grote Zaagbek, ongeveer 5 Brilduikers en 10 Nonnetjes (ook enkele fraaie volwassen mannen). Langs het riet schiet een IJsvogel weg. Een kwartiertje later staan we uit te kijken over het Broekbos, waar ruim 40 Krooneenden zwemmen. Vooral mannetjes, maar ook enkele vrouwtjes (waaronder een opvallend licht (‘diluted’) vrouwtje); wat een prachtvogels! Ook hier zwemt een man Nonnetje.

Krooneenden – Red-crested Pochards

We vervolgen onze weg en kijken even later uit over de hoek van het Veluwemeer waar vorig jaar de Kleine Topper zat. Ook nu zit het barstensvol met duikeenden: vooral Kuifeenden, maar ook vele 100-en Tafeleenden. We zien er helaas geen zeldzame soorten tussen, maar wel halen we twee Hybrides Kuifeend x Tafeleend uit de groep.

Hybride Kuifeend x Tafeleend – Hybrid Tufted Duck x Common Pochard

Ondanks dat we nog geen enkele doelsoort (Witoogeend, Zeearend) hebben gezien, besluiten we niet om ergens anders te gaan vogelen maar om te blijven vogelen langs de Randmeren. In de Harderhaven (waar ik in november 2009 mijn eerste IJsduiker zag) blijkt een grote meeuw geen Geelpootmeeuw te zijn maar een geelpotige Zilvermeeuw. Buiten de haven zit bovendien een Kuifduiker. Geen verkeerde soort voor deze omgeving.

Omdat we in deze hoek alle gebieden wel gehad hebben, rijden we richting Delta Schuitenbeek. Onderweg stoppen we wel even bij Zeewolde, aan de noordkant van de Pluuthaven. Hier liggen in een beschutte baai namelijk wederom duizenden duikeenden. Het duurt niet lang voordat we een man Krooneend en 3 Geoorde Futen vinden. Het is Frank die een Roodhalsfuut vindt die vlak langs de kant zwemt. Leuk en onverwacht! Iets verderop bevinden zich bovendien minstens 5 Toppers (2 ad vrouw en 1 ad man, 1w man en 1w vrouw) tussen de Kuifeenden. Ook vliegen minstens 2 IJsvogeltjes geregeld langs.

1kj Roodhalsfuut – 1cy Red-necked Grebe

Na deze hoogtepunten verlaten we de Flevopolder en bezoeken we Delta Schuitenbeek. Inmiddels is het zachtjes gaan regenen, waardoor we niet lang buiten blijven kijken. In de korte tijd haalt Frank nog wel 2 Pontische Meeuwen uit een groep zwemmende meeuwen. Aangezien het er niet uit ziet dat het snel opklaart, kiezen we ervoor om niet langer door te gaan met vogelen, maar om terug te rijden naar huis. Ondanks dat we al onze doelsoorten gemist hebben, kunnen we niet anders concluderen dat het een leuke dag was die zeker voor herhaling vatbaar is. Bovendien leuk en onverwacht dat we alle futensoorten op een dag zagen.

Insecten zijn de bom

Zondag 8 en maandag 9 juni 2014

Zondag
Gezien de goede weersvoorspellingen die voor vandaag afgegeven worden, hebben we met Marianne Wüstenhoff, Maria van Antwerpen en Anne Hueber afgesproken om naar libellen te gaan kijken in de Weerribben. We stoppen eerst bij een nieuwe uitkijktoren aan de westkant van het Woldlakebos. Deze toren kijkt uit over een nieuw natuurontwikkelingsgebied. Hier zien we een adult zomer Roodhalsfuut, 2 Zomertalingen en een bewoonde broedwand voor Oeverzwaluwen.

In het Woldlakebos (onze volgende stop) blijkt het aanvankelijk nogal tegen te zitten, met geregeld fikse buien en enorme aantallen muggen die het massaal op ons voorzien lijken te hebben. We laten ons echter niet uit het veld slaan door deze tegenvallers en dat is goed ook, want na regen komt zonneschijn (in dit geval letterlijk). Rond 14.00 uur klaart het gelukkig op en direct neemt het aantal libellen in dit bos explosief toe: overal vliegen Viervlekken en Bruine Korenbouten en met iets meer moeite vinden we enkele Smaragdlibellen, Vroege Glazenmakers, Grote Keizerlibellen, Gevlekte Witsnuitlibellen, een Glassnijder en wat Grote Roodoogjuffers. Een vriendelijke libellenman wijst ons op het hoogtepunt van hier, namelijk op een mannetje Sierlijke Witsnuitlibel. Deze zeer zeldzame libel, die in Nederland alleen in de Weerribben te vinden is, zit op redelijke afstand op een plompeblad (zeer typisch voor deze soort), maar m.b.v digiscopen lukt het me nog om leuke plaatjes te maken.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Nogmaals de Sierlijke Witsnuit. Waar zou de naam ‘Witsnuitlibel’ nou vandaan komen…? – Lilypad Whiteface

Gevlekte Witsnuitlibel – Yellow-spotted Whiteface

Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Laatste van de Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Glassnijder – Hairy Hawker

man Bruine Korenbout – male Blue Chaser

Bruine Korenbout – Blue Chaser

Ook qua vogels is het zeer goed vertoeven in het Woldlakebos, met een Roerdomp die zo vriendelijk is een rondje te vliegen, een Wespendief, vele Purperreigers, roepende Zwartkopmeeuwen, zingende Geelgors, Koekoek etc. Leuk is een jagende Boomvalk, die geregeld achter libellen aanjaagt. Op verschillende plekken in het bos ligt de grond bezaaid met libellenvleugeltjes (en eenmaal vinden we zelfs ogen). Eigenlijk laten alleen de Zilveren Manen (een zeldzame dagvlinder) het afweten.

Na deze mooie excursie rijden we nog even een paar kilometer verder naar een recent geopende libellenvlonder, speciaal gemaakt om waarnemers een kans te bieden om Sierlijke Witsnuitlibellen in Nederland te bewonderen. Het duurt niet lang voordat we ze in beeld hebben, in totaal zien we zeker 4 mannen. Verder zien we hoofdzakelijk dezelfde soorten als eerder in het Woldlakebos, al kunnen nog wel de Blauwe Breedscheenjuffer aan de daglijst toevoegen. Zelfs tijdens het avondeten in een nabijgelegen dorpje worden we van ons eten afgehouden door een fanatiek zingende Spotvogel en een libel die na enige discussie toch een Glassnijder blijkt te zijn.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Blauwe Breedscheenjuffer – Blue Featherleg

Maandag
Aangezien de Zilveren Manen gisteren niet wilden meewerken, kiezen Frank, mijn vader en ik er vandaag voor om naar een bekende plek voor deze soort in Gelderland te rijden. Bij aankomst in het gebied stuiten we al gauw op enkele Weidebeekjuffers. Als we naar de plek toelopen waar de zeldzame dagvlinder zou moeten vliegen, begint het weer opeens om te slaan en even later schuilen we onder de bomen voor een flinke (onweers)bui. Dit was niet voorspeld! Gelukkig breekt na een klein uurtje de zon weer door en lopen we weer vrolijk over een paadje door de moerasachtige velden. Het is mijn vader die de eerste Zilveren Maan ziet vliegen. Het blijken nogal zenuwachtige, kleine beestjes die maar niet willen gaan zitten (langs het pad althans). Gelukkig werkt een exemplaar wat beter mee, zie de foto hieronder. Leuk is een zingende Zomertortel, die langs de bosrand zit te koeren. We krijgen hem ook even te zien. Op de terugweg komt nog een Vuurjuffer op mijn t-shirt zitten en laat een vrouwtje Weidebeekjuffer zich aardig fotograferen

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Vuurjuffer op mijn schouder! – Large Red Damsel on my shoulder!

Weidebeekjuffer – Banded Demoiselle

Het was een mooi weekend met voor mijn vader en broer drie nieuwe soorten, verdeeld over 3 verschillende soortgroepen (Vale Gier, Sierlijke Witsnuitlibel en Zilveren Maan; de laatste had ik al enkele jaren geleden in de Weerribben gezien).