Tagarchieven: Steppekiekendief

Geweldig voorjaar op Texel

Vrijdag 27 april t/m zondag 10 juni 2018

Vanwege mijn stage bij Imares (Den Helder) woon ik van koningsdag t/m eind augustus op het prachtige Waddeneiland Texel. De eerste tweeënhalve week stonden in het teken van fanatiek vogelen, daarna begon de stage en werd het vogelen beperkt tot de avonduurtjes en weekenden.

Het was een geweldige eerste anderhalve maand, met talloze krenten in de pap. De periode leverde mij 5 nieuwe Texelsoorten (#294-298) op: Krooneend, Zee- en Bastaardarend, Kleine Klapekster en Grauwe Gors. Buiten deze 5 soorten waren er genoeg hoogtepunten, zie het uitgebreide verhaal hieronder.

—–

Op 5 en 6 mei zat een (ongeringd) paartje Casarca’s in het ganzenreservaat Zeeburg; weliswaar een discutabele soort maar wel behoorlijk schaars op Texel. Een man Krooneend dat op 7 mei op het Grote Vlak zwom, vormde een zeer welkome nieuwe Texelsoort. Door de afstand konden we de poten niet checken op ringen. Een man Koningseider bevond zich op 19 mei in een grote groep Eiders op de Waddenzee t.h.v. het Wagejot; het is onduidelijk of het om het exemplaar betrof dat eerder langs de Texelse Noordzeekust zat, of wellicht de Vlielandse vogel (of een derde exemplaar). De man Topper op de Robbenjagerplas bleef daar tot 1 mei. Net als de afgelopen jaren bivakkeerde eind mei een zomerkleed Roodhalsfuut op de Horsmeertjes.

Topper – Greater Scaup (photo: Frank van der Meer)

Roofvogels waren goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met vooral in de tweede helft van mei hoge aantallen. We zagen in totaal 5 Visarenden (5, 8, 21 & 25 mei en 9 juni, waaronder eentje over de tuin!) en 4 Wespendieven (25 & 26 mei en 9 juni, waaronder eentje fraai tp in een meidoorn in de Vijver van Jochems). Een van de blikvangers van dit voorjaar was onze 2e Bastaardarend in Nederland. De vogel zat op 26 mei een uurtje aan de grond in polder Eierland en verkoos vervolgens het luchtruim. Ook de volgende dag werd de vogel gezien (maar niet door ons). Het lukte Frank en mij om op 11 mei een Zeearend boven de tuin op te pikken; een nieuwe Texelsoort voor ons. Naast de nodige Bruine en Blauwe Kiekendieven zagen we ook een trekkende Grauwe (21 mei over de Krimweg) en Steppekiekendief (8 mei, vuurtoren). Tijdens de Big Day vlogen beide wouwen over de noordpunt; de Rode en Zwarte Wouw waren soms zelfs samen in één beeld te zien! De volgende dag vloog bovendien een Rode Wouw laag over de Big Day-teams bij het maken van de groepsfoto. Op 25 mei liet mijn eerste Roodpootvalk (2kj man) in 5 jaar tijd zich, zowel in vlucht als in zit, fraai bekijken bij de Vijver van Jochems.

Bastaardarend – Greater Spotted Eagle (photo: Peter van der Meer)

Steppekiekendief – Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een Kwartel zong op 6 juni onregelmatig in de Prins Hendrikpolder. Vanaf half mei was, net als 2 jaar geleden, het geluid van een Porseleinhoen vaak en luid te horen uit de Roggesloot, zelfs vanaf ons huisje op de Krim. Boven datzelfde huis vlogen op 2 mei 2 Kraanvogels, een erg leuke tuinsoort. Het luchtruim boven het Krimbos was op 21 mei goed voor mijn 4e Texelse Zwarte Ooievaar.

Kraanvogel – Common Crane (photo: Peter van der Meer)

Naast groepjes Morinelplevieren in Polder Eierland zat op 2 mei een vrouwtje in een groepje Goudplevieren langs de Vuurtorenweg (t.h.v. het Krimbos). Net als in april zat een Gestreepte Strandloper enkele dagen in Waalenburg (misschien wel hetzelfde exemplaar?). De nieuw ingerichte Hanenplas was dit voorjaar een goede plek voor strandlopers: Temmincks Strandlopers foerageerden hier regelmatig, terwijl we hier ook eenmaal een Kleine en Krombekstrandloper zagen. Het kan haast niet anders of dit plasje gaat dit jaar nog een leuke soort opleveren… Ook elders op het eiland kwamen we deze soorten zo af en toe tegen. De leukste steltloper zat in Dijkmanshuizen: op 8 mei vond Klaas de Jong hier een Kleine Geelpootruiter, de 6e voor het eiland en de 2e voor dit gebied.

Morinelplevier – Dotterel (photo: Peter van der Meer)

Gestreepte Strandloper – Pectoral Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/0/16713440.jpg

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs

Een late, adulte Drieteenmeeuw vloog op 10 mei langs Paal 20 (De Koog). Op de Big Day vloog tweemaal een Kleine Jager over het strand bij de vuurtoren. Een verzwakte Zeekoet zat op 19 mei op het strand bij de vuurtoren. We moesten er even op wachten, maar vanaf 7 mei zongen er weer Zomertortels in ons vakantiepark. Een ander (broedverdacht) paartje bevond zich bij de Sluftervallei. Naast een doortrekkende Velduil op de Big Day zag ik in de periode eind mei / begin juni 3 exemplaren in potentieel broedbiotoop. Op 5 en 12 mei vlogen solitaire Bijeneters over de Tuintjes. De vogel op de laatstgenoemde datum zat bovendien enige tijd aan de grond.

Zomertortel – European Turtle Dove

Velduil – Short-eared Owl

Naast de roofvogels waren, tot onze vreugde, ook de klauwieren goed vertegenwoordigd dit voorjaar. Het begon met 2 Grauwe Klauwieren; op 6 mei een man in Dorpzicht en op 12 mei een vrouw in de Tuintjes. Er zat echter nog meer in het vat, want op 10 mei zat een fraaie man Roodkopklauwier in de Nederlanden. Het was alweer 4 jaar geleden dat deze voor het laatst op dit Waddeneiland gezien was. Het hoogtepunt was echter een schitterende man Kleine Klapekster die op 26 mei over de noordkop zwierf. Het kostte mijn vader en mij wel wat bloed, zweet en tranen om de vogel terug te vinden (was een uur uit beeld), maar het resultaat mocht er zijn… Ook leuk waren twee Wielewalen. Het eerste exemplaar liet zich bij tijd en wijle fraai bekijken in het Krimbos (en niet horen!), het tweede exemplaar vloog op 3 juni over Polder Wassenaar richting de Cocksdorp.

Roodkopklauwier – Woodchat Shrike (photo: Frank van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/4/16936234.jpg

Kleine Klapekster – Lesser Grey Shrike

Op 5 mei vond Diederik Kok een Iberische Tjiftjaf in de Staatsbossen bij de Koog. Naast de volgende dag zagen en hoorden we de phylloscopus ook nog op 9 juni; een echte longstayer dus. In het Krimbos zaten in begin mei 2 Fluiters; helaas bleken ze net voor de Big Day te zijn vertrokken. In hetzelfde bos zong op 2 mei ook een Vuurgoudhaan, toch pas mijn eerste zingende op het eiland. Ook Texel deelde mee in de grote influx van Roze Spreeuwen in NW-Europa: mijn eerste adulte vogel zat op 3 juni een minuutje in de top van een meidoorntje bij het Reddingboothuisje.

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Op 28 april en 4 mei bevonden zich 5 resp. 1 Beflijster in de Eierlandse Duinen; een andere erg schaarse lijstersoort (op Texel althans), de Grote Lijster, foerageerde langs de Pelikaanweg. Een fraaie noordelijke man Bonte Vliegenvanger liet zich op 4 mei fraai zien in het Krimbos. Paapjes waren schaars met slechts 2 exemplaren: op 4 mei in de Eierlandse Duinen (foto) en 20 mei bij het Reddingboothuisje.

Bonte Vliegenvanger – Pied Flycatcher (photo: Peter van der Meer)

Paapje – Whinchat

Op de dag voor de Big Day liep op een prima afstand een volwassen Roodkeelpieper op het Renvogelveld; pas mijn tweede op het eiland en eerste aan de grond. In de periode 28 april – 3 mei zaten maximaal 3 Kleine Barmsijzen en 1 fraaie Keep in zomerkleed in onze tuin; het kan slechter. De enige Appelvink buiten de Big Day was een roepende vogel op een boerenerf bij ’t Horntje (24 mei). Hier vlakbij, over de Mokbaai, vloog een dag eerder een Europese Kanarie over. Last but not least, op 5 mei zat een hele goede Texelsoort bij de Robbenjager: een Grauwe Gors vloog de hele dag rond het Renvogelveld. Hij was erg lastig, uiteindelijk heb ik de vogel helaas maar een tel door de scoop gezien. Niet echt een mooie waarneming, maar wel een erg zeldzame soort op de Wadden en nieuw voor ons op Texel!

Keep – Bramling (photo: Peter van der Meer)

Op vogelgebied was er genoeg te beleven (understatement), maar een van de (zo niet hét) hoogtepunten was een vlinder. Op 3 mei liepen we aan het eind van de ochtend Dorpzicht in. Qua vogels viel het wat tegen. Langs het pad stuitten Frank en mijn vader op een grote oranje vlinder. De eerste gedachte was een Gehakkelde Aurelia, maar het een en ander klopte niet voor deze soort. Toen de vlinder naar de voet van een populier vloog (en ik hem eindelijk ook zag) bleek het inderdaad te zijn wat we stiekem al dachten: een Grote Vos!

Enigszins verbouwereerd meldde ik het nieuws toch maar in de BAT (weliswaar geen vogel, maar er was gelukkig genoeg animo voor) en in het volgende uur liet de vlinder zich aan circa 10 medewaarnemers fraai zien en fotograferen. Het bleek een voorbode voor meer waarnemingen; de volgende dagen werden in de omgeving van het Krimbos nog meer exemplaren gevonden, waaronder een exemplaar op 5 mei waar Frank en ik tegenaan blunderden. Dit zijn op Waarneming.nl de allereerste waarnemingen van deze soort op het eiland, om maar even aan te geven hoe zeldzaam de soort hier is. Voor ons betrof het bovendien een nieuwe soort, erg leuk om er dan zelf tegenaan te lopen!

https://waarneming.nl/fotonew/8/16626368.jpg

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Advertenties

Texel in het voorjaar

Vrijdag 14 april t/m zondag 14 mei 2017

Terwijl ik dit weblog schrijf, zit een man Beflijster op 15 meter van het raam te foerageren 🙂

Ook dit voorjaar was Texel de plek waar we het grootste deel van het voorjaar doorbrengen. Een weekendje halverwege april en vanaf 27 april twee volle weekjes hebben we vele uren buiten gevogeld, op zoek naar leuke en zeldzame soorten. Een echte klapper bleef helaas uit (die vielen wel direct ten noordwesten en zuiden van ons), al mag je met 2-3 Roodstuitzwaluwen, 2 Steppekiekendieven en twee nieuwe Texelsoorten (Roek en Ortolaan, nu in totaal 284 soorten op het eiland) natuurlijk niet klagen. Uiteraard geef ik de voorkeur aan vogelen, ook in de avonduren, in plaats van elke dag een weblog te schrijven. Vandaar nu een overzicht van de leukste waarnemingen in deze periode.

man IJseend tussen Eiders – drake Long-tailed Duck in flock Common Eiders

Groepen rotganzen blijven tegenwoordig tot eind mei hangen. In deze groepen zijn vaak ook een enkele Witbuik- en Zwarte Rotgans te vinden. De omgeving van Dijkmanshuizen en Dorpzicht zijn goede plekken om deze zeldzamere rotganzen te vinden. Opmerkelijk was de Wilde Zwaan die op 16 april tussen enkele Knobbelzwanen langs de Kadijksweg zat, ongetwijfeld dezelfde vogel die afgelopen winter in de omgeving van Oudeschild werd gezien. Zomertalingen zijn erg schaars op Texel en mogen dus niet ontbreken in dit overzicht. Een paartje bevond zich op 15 april in het Grote Vlak en een man zwom op 4 en 9 mei in Dijkmanshuizen. Leuk was de zomerkleed man IJseend die op 28 april vlakbij de Vuurtoren zwom. Een Grote Zilverreiger (nog steeds behoorlijk schaars op Texel) stond op 10 mei in het Grote Vlak. Adulten Jan-van-Genten vlogen over de Noordzee bij de Vuurtoren en bij Paal 9 (Hoornderslag).

Zwarte Rotgans (midden) – Black Brant (center; photo: Peter van der Meer)

Wilde Zwaan – Whooper Swan (photo: Peter van der Meer)

Op zondag 30 april was er in heel Nederland beukende roofvogeltrek. Ook Texel kon een graantje hiervan meepikken. Uiteindelijk pikten wij die dag op de noordpunt 2 Visarenden (waarvan eentje over de tuin!), 1 Zwarte Wouw, 1 Grauwe of Steppekiek (foto’s) en 4 Smellekens op.
Gelukkig vlogen ook op andere dagen leuke rovers rond op Texel. Zo joeg op 6 mei een Visarend boven de Vijver van Jochems. Naast de ongedetermineerde ringtail zagen we ook twee zekere Steppekiekendieven. Op 4 mei zagen we samen met Han Zevenhuizen een jonge vogel in de Eierlandse Duinen en de volgende dag zat een exemplaar te rusten op een duintje in de Bollekamer. Een Boomvalk trok op 3 mei over de Krimweg. Naast de vier Smellekens op 30 april, zagen we deze periode nog 4 andere exemplaren.

Fijn was de adulte Kraanvogel die op 14 mei in de Muy liep. Drie Steltkluten liepen op 29 april in de Westerkolk. Een typische voorjaarsgast op Texel is de Morinelplevier. Elk voorjaar doet een kleine groep van deze fraaie plevieren dit Waddeneiland aan. Dit jaar waren de akkers langs de Muyweg de uitverkoren locatie. Vanaf 29 april liepen daar maximaal 8 exemplaren. Paarse Strandlopers waren te zien in Ottersaat, in de veerhaven van Den Helder en op de Eierlandse Dam. Net als in andere voorjaren was Dijkmanshuizen een goede locatie voor steltlopers, getuige de vele strandlopers hier te vinden waren. Hiertussen zaten ook ten minste 2 Kleine en 3 Temmincks Strandlopers en zelfs een ad zomerkleed Grauwe Franjepoot.

Kraanvogel – Common Crane

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

De omgeploegde akkers trekken vaak grote groepen meeuwen aan. Hieronder bevonden zich zeker 4 Zwartkopmeeuwen (2 1e zomers, 1 2e zomer, 1 ad zomer), een soort die nog steeds behoorlijk schaars is op Texel. Een andere 2e zomer, in Dijkmanshuizen, was gekleurringd, maar helaas zat deze te ver om af te lezen. Tot slot zaten twee adulten en een jong beest op het wad bij de Cocksdorp. Een andere leuke meeuwensoort is de Dwergmeeuw, waarvan op 5 mei twee kleine groepjes ver over de Noordzee ter hoogte van de Vuurtoren vlogen. Dwerg- en Noordse Sterns zijn beide schaarse tot zeldzame broedvogels op Texel, die vooral aan de oostkust tot broeden komen. Voor Dwergsterns zijn de Volharding en het strand bij de Vuurtoren en Paal 9 goede locaties, terwijl we onze enige 2 Noordse Sterns van dit voorjaar op Ottersaat (op 16 april) zagen.

ad zomer Zwartkopmeeuw – ad summer Mediterranean Gull

1e zomer Zwartkopmeeuw – 1st summer Mediterranean Gull (photo: Peter van der Meer)

Zomertortels lijken met het jaar zeldzamer op Texel te worden. Een van de beste plekken op het eiland is de ruime omgeving van de Krimweg (vakantieparken de Krim & Sluftervallei en het Krimbos). Hier waren op meerdere dagen maximaal 2 exemplaren aanwezig. Met dank aan Tim Schipper zagen we op 28 april een Draaihals. Deze zeldzame spechtensoort foerageerde in een klein duinvalleitje net ten zuiden van de Vuurtoren op mieren en liet zich erg fraai bekijken.

Zomertortel – European Turtle Dove (photo: Peter van der Meer)

Draaihals – Wryneck (photo: Peter van der Meer)

Op 14 mei liet een Wielewaal in het Krimbos enkele malen van zich horen. De eerste nieuwe Texelsoort (#283) van dit jaar zagen we op 16 april. Aan het eind van de Oorsprongweg zaten 3 Roeken, een soort die niet broedt op Texel en hier dus erg schaars is. Een van de hoogtepunten van deze periode Texel was de Roodstuitzwaluw. In de hele periode vlogen 2-3 exemplaren rond op het eiland: naast het unieke geval van de Roggesloot (die er een week zat), slaagden Frank en ik erin om op 6 mei tweemaal een exemplaar bij de Vuurtoren op te pikken. De vraag is of het tweemaal hetzelfde individu was of dat het gaat om twee beesten gaat. Fluiters waren opmerkelijk goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met minstens drie exemplaren op alleen al de noordpunt: 30 april in de Tuintjes en 2 in het Krimbos op 4 mei. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 3 Fluiters op het eiland. Leuk was de Vuurgoudhaan die zich op 30 april in de Tuintjes bevond. In dit gebied zat op 6 mei een prachtige zwart-witte man Bonte Vliegenvanger; een noordelijke vogel dus.

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow (photo: Peter van der Meer)

Vuurgoudhaan – Firecrest (photo: Peter van der Meer)

In vergelijking met andere jaren leken Beflijsters in hogere aantallen aanwezig. Op vele dagen waren exemplaren aanwezig in de duingebieden. Een prachtige man zat zeker 5 dagen achtereenvolgend in de tuin van onze bungalow. Een late Kramsvogel liep op 6 mei op het Renvogelveld. Paapjes waren opmerkelijk schaars met drie exemplaren: 2 in de Tuintjes en in de Mokbaai. Op het Renvogelveld liep een mannetje Rouwkwikstaart (14 april) en op dezelfde plek liepen in mei 3 Noordse en Engelse Kwikstaarten. Laatstgenoemde was ook te zien in Dijkmanshuizen (4 mei) en De Nederlanden (6 mei). Een Appelvink vloog op 12 mei roepend rond boven het Krimbos. Tot slot betekende een man Ortolaan op 7 en 8 mei een nieuwe Texelsoort (#284). De gors foerageerde in de wegberm van de Redoute op paardenbloemzaden en liet zich op korte afstand fraai zien.

Beflijster in de tuin – Ring Ouzel in garden (photo: Peter van der Meer)

man Rouwkwikstaart – male Pied Wagtail ssp. yarrellii (photo: Peter van der Meer)

Noordse Kwikstaart – Grey-headed Wagtail ssp. thunbergi

Ortolaan – Ortolan Bunting

Dutch Birding-weekend: dag 6

Donderdag 16 oktober 2014

Gezien de slechte weersvoorspellingen besluiten Frank en ik rond 8 uur niet verder te gaan vogelen dan het Reddingboothuisje, zodat we bij het uitbreken van de buien gauw weer thuis zijn. Net als de afgelopen dagen is het erg druk qua vogels in de bosjes bij het Reddingboothuisje. Zo zien we o.a. zeker 3 Tjiftjaffen, enkele Goudhaantjes en een fraai Vuurgoudhaantje. Het Bladkoninkje dat we tot nu toe elke dag hadden, laat vandaag niet van zich horen: zal ‘ie eindelijk doorgetrokken zijn? Terwijl ik intensief de bosjes afscan, hoor ik achter me ineens een lang, zuigend geluid. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt, maar als de vogel nog enkele malen van zich laat horen, besef ik dat ik naar een Buidelmees luister! In de volgende paar minuten laat deze kleine rietvogel nog enkele malen van zich horen, maar door de harde wind lukt het me niet de vogel te lokaliseren, jammer! Ook een zoektochtje vanaf het uitkijkpunt aan de Robbenjagerplas helpt niet, de vogel komt niet in beeld en laat ook niet meer van zich horen. Wel zien we vanaf hier een vrouwtje Brilduiker en hoor en zie ik een Beflijster in de struiken aan de overkant.

We besluiten weer naar huis te lopen. Gelukkig net op tijd, want even later begint het te regenen. Rond 12 uur wordt het, zoals voorspeld, droog en gaan we weer op pad. Op een akker langs de Stengweg lopen veel plevieren, hoofdzakelijk Goudplevieren. Hiertussen lopen ook enkele Bontbekplevieren, Bonte Strandlopers, Spreeuwen en een Drieteenstrandloper. We rijden door naar de zuidpunt. In Ceres zien we, op een overvliegende Groenpootruiter na, niets. Op het Grote Vlak laat de Waterpieper die we hier gisteren zagen, zich vandaag niet zien en ook op de parkeerplaatsen zit niets. Leuk en ook aan de late kant is een groep van maar liefst 15 Boerenzwaluwen in de duinen aan de Westerslag. Op de terugweg naar het noorden stoppen we even langs de Oorsprongweg om de grote groep Spreeuwen af te kijken en misschien een glimp van de Steppekiekendief op te vangen. De eerste kunnen we niet vinden, maar de kiekendief vliegt vandaag wel weer boven het koolzaadveld. Ondanks dat we de vogel net een minuutje kunnen bekijken voordat hij weer uit beeld verdwijnt, is het erg leuk dat de vogel nog aanwezig is.

We rijden door naar De Tuintjes, maar hier is het erg leeg. Daarna lopen we door naar het uitkijkpunt over het Renvogelveld. Net als gisteren stikt het hier van de piepers en lijsters. Leuk is een Kramsvogel die tussen de Koperwieken foerageert. Bijzonder en verrassend zijn de drie Waterpiepers die tussen de Graspiepers foerageren. Gisteren was het nog een nieuwe Texelsoort voor ons en een dag later zie je zelfs een groepje. Waterpiepers zijn erg zeldzaam op de Wadden. Veel waarnemingen van bijvoorbeeld groepjes Waterpiepers op de Waddeneilanden betreffen determinatiefouten: vaak gaat het om Graspiepers of Oeverpiepers, die beide wel veelvuldig voorkomen op de eilanden. Zie voor meer informatie over het voorkomen van Waterpiepers op de Wadden dit topic op het forum van Waarneming.nl. Het moge wel duidelijk zijn dat Waterpiepers op de Wadden zeldzamer zijn dan veel mensen denken, qua zeldzaamheid doen ze waarschijnlijk niet veel onder aan Grote Piepers. Daarom dienen waarnemingen van Waterpiepers op de Waddeneilanden goed gedocumenteerd te worden, het liefste met foto’s. Ik heb maar alvast het goede voorbeeld gegeven, zie hieronder 😉

Waterpieper – Water Pipit

Waterpiepers – Water Pipits

Waterpieper – Water Pipit

Dutch Birding-weekend: dag 2

Zondag 12 oktober 2014

Net als gisteren staan Frank en ik bij het opkomen van de zon bij de Vijver van Jochems. Hier blijkt de Beflijster van gisteren nog aanwezig te zijn, foerageren tussen de vele Vinken twee Kepen en verder zien we een Tapuit en enkele Roodborsttapuiten. Wat betreft de vogeltrek zijn twee Grote Gele Kwikstaarten, een Sijsje en de eerste Koperwiek van het najaar het noemen waard.

Beflijster – Ring Ouzel

Daarna rijden we naar de Slufter. Op het bekende veldje aan de zuidkant van de geul lopen deze keer geen Strandleeuweriken, maar wel minstens 4 Tapuiten. Langs de geul zelf foerageren vele soorten steltlopers (vooral Kanoeten, Bonte Strandlopers en Rosse Grutto’s), die nauwlettend in de gaten worden gehouden door een juveniele Slechtvalk. Later krijgt dit exemplaar gezelschap van nog 2-3 soortgenoten. Aan de overkant (op enkele 100-en meters) lopen dan toch nog zeker 13 Strandleeuweriken. Na deze wandeling passeren we met de auto de Oorsprongweg en nemen we uiteraard even een kijkje bij de Steppekiekendief. Aanvankelijk zit de vogel te poetsen op een gemaaide rietkraag, maar al gauw vliegt de vogel op. Samen met Bertus de Lange zien we hoe de de vogel kort boven het koolzaadveld jaagt om daarna op te schroeven. Samen met o.a. een Havik en Buizerds cirkelt de kiekendief even boven de golfbaan, maar daarna lijkt de vogel dan toch verder te trekken richting zuidoost. Des te opvallender dat de vogel later op de middag door anderen weer boven het koolzaadveld wordt gezien. Hier zien we bovendien een late Citroenvlinder boven de weg vliegen.

Na het middageten besluiten we de Grote Pieper op de dijk bij Dorpzicht te bezoeken. De pieper is helaas al even uit beeld, dus kijken eerst we met Ed Veling over het wad buitendijks (wat een Kanoet oplevert) en praten we wat bij. Gelukkig wordt de Grote Pieper al gauw weer teruggevonden, foeragerend op de dijk op ongeveer 200 meter afstand. In het kwartier dat we de pieper vanaf hier bekijken, vliegen een Slechtvalk, een Kleine Zilverreiger en een Oranje Luzernevlinder over. In overleg met de andere vogelaars besluiten we iets dichterbij te lopen, zodat we de pieper wat beter kunnen bekijken. Vanaf hier kunnen we de zeldzame pieper inderdaad een stuk fraaier zien, op ongeveer 100 meter afstand. Na ongeveer een halfuurtje vliegt de vogel op door een naderende fietser en landt ‘ie in het grasland op zulke grote afstand dat we hem niet eens meer kunnen zien. Voor ons een teken om weer verder te gaan.

Slechtvalk – Peregrine Falcon (photo: Peter van der Meer)

Grote Pieper – Richard’s Pipit

Aan het eind van de middag fietsen Frank en ik nog even naar de bosjes bij het Reddingboothuisje. De Bladkoning die we hier gisteren zagen, is gauw gevonden, al laat hij zich zeker niet zo mooi zien als gisteren. Terwijl we hier staan, krijgen we een spannend bericht door: “Hop op noordpunt, langs rand van akker, bij kar. Meer info heb ik niet”. Ondanks dat voor veel vogelaars de exacte locatie een vraagteken is, begint bij Frank en mij gelijk een lampje te branden: dat is ‘ons’ stukje, namelijk het stukje waar we zowel gisterochtend als vanochtend gevogeld hebben! Gauw fietsen we die kant op en zoeken we samen met o.a. Pieter en Maartje Doorn en August van Steensel tevergeefs naar de Hop. Als we ons verspreiden over de ruime omgeving, wordt er hard geschreeuwd en dat kan maar een ding betekenen. En ja hoor, enkele seconden later vliegt op enkele tientallen meters een prachtige Hop langs! Iets verderop landt de vogel in de top van een struik, maar hier blijft hij niet lang zitten. Uiteindelijk landt de vogel in de duinen aan de andere kant van het fietspad. Hier geeft deze Zuid-Europese vogel een show weg, op zeer korte afstand laat ‘ie zich prachtig bekijken. Later laat de vogel zich zo mogelijk nog beter zien, rustig foeragerend op minder dan 20 meter!

Hop – Hoopoe

Een prachtige afsluiter van een van mijn beste Dutch Birding-weekenden ooit. Zowel qua zeldzaamheden als qua weer, want de laatste jaren zijn we niet bepaald verwend geweest met het weer tijdens dit weekend. Gelukkig staat ons nog een midweek Texel te wachten 🙂

Dutch Birding-weekend: dag 1

Zaterdag 11 oktober 2014

Na weken wachten is het dit weekend eindelijk zo ver: het Dutch Birding-najaarsweekend op Texel staat voor de deur. Het hele weekend lang zoeken vele 100-en vogelaars dit Waddeneiland af op schaarse en zeldzame vogelsoorten. Vrijdag heb ik helaas nog verplichtingen in Wageningen, maar aan het eind van de middag neem ik toch nog de trein naar Den Helder, om rond half 9 de boot te kunnen hebben.

Zaterdagochtend staan Frank en ik bij het eerste licht al buiten en beginnen we met een rondje langs de Vijver van Jochems. Het is erg spannend vogelen (elke vogel kan zomaar die ene klapper zijn), maar veel zien we helaas niet. Het leukste is een foeragerende Beflijster. Verder zien we in deze hoek meerdere Zwartkoppen en een Tapuit en horen we een Waterral en eenmaal een roepje van een IJsgors. Op de terugweg zien we langs het pad bovendien een dode Egel, zonde!

Dode Egel – dead Western Hedgehog

Rond 10-en zijn we klaar met ons rondje en besluiten we wat rond te rijden over het noorden van het eiland. Eerst nemen we een kijkje langs de Oorsprongweg of de Steppekiekendief nog gezien wordt. Helaas is de vogel al lange tijd uit beeld. Aangezien kiekendieven in de regel vaak erg mobiel zijn, kiezen we ervoor om niet al te veel tijd te steken in het terugvinden van deze zeldzame roofvogel. We rijden terug naar de Volharding, waar we op een Tapuit stuiten. Iets verderop (bij het Reddingboothuisje) staat een flinke groep vogelaars. Het blijkt dat hier in de bosjes een Bladkoning rondscharrelt. Samen met enkele Tjiftjaffen foerageert de vogel aan de voorkant van de bosjes en laat zich hierbij zeer fraai zien. Het lukt me zelfs om de beweeglijke vogel te digiscopen, leuk! Een van mijn mooiste Bladkoninkjes ooit!

Bladkoning – Yellow-browed Warbler

Bladkoning – Yellow-browed Warbler

Daarna duiken we de Tuintjes in. Bij het eerste bosjescomplex stuiten we wederom op een Bladkoning. Af en toe laat deze zeldzame Siberische doortrekker haar kenmerkende roep horen en bij tijd en wijlen is hij ook aardig te zien. Verder is het erg rustig en door de naderende buien rijden we terug naar het huisje.

Terwijl wij een korte pauze nemen in ons huisje aan de Vuurtorenweg, wordt in De Nederlanden de Steppekiekendief weer teruggevonden. Samen met Eric Menkveld, die de vogel kort voor onze aankomst heeft zien overvliegen, zoeken we tevergeefs naar deze fraaie kiekendief. Hier ontvangt Eric een Whatsappje dat ons direct in de benen brengt: “Isabelklauwier bij Paal 12”, mét foto en exacte locatie! Direct besluiten we de poging om de Steppekiekendief te zien te staken en rijden we Eric (die veel beter bekend is met de wegen op het eiland) achterna. Ondanks dat we onderweg behoorlijk worden opgehouden door een groepje vervelende wielrenners, sluiten we al gauw aan in de rij auto’s aan de Jan Ayeslag. Vanaf hier is het nog ongeveer 200 meter lopen naar de klauwier. Tijdens de wandeling ontvangen we een alarmerend appje: “Die Daurische die net door komt op Texel lijkt een Turkestaan te gaan worden, voor de geïnteresseerden…”. Even later hebben we de betreffende vogel in beeld. Een uur lang laat de zeldzame zangvogel (afkomstig uit Centraal-Azië) zich zien, soms op erg korte afstand. Over de identiteit van de vogel is het laatste woord nog niet gezegd: zeker is dat het een izabelklauwier (= Daurische/Turkestaanse Klauwier) is. Maar welke van de twee het nou is, is nog verre van zeker. Wat ik zelf nogal opvallend vind aan de vogel, zijn de nogal koudgekleurde bovendelen (zeker in vergelijking met mijn twee eerdere Daurische Klauwieren). Het koppatroon lijkt daarentegen weer meer op Daurische te wijzen. Verder heb ik te weinig verstand van izabelklauwieren om er een duidelijke mening op na te houden. Fraai is de vogel in ieder geval wel!

Waarschijnlijke Daurische Klauwier – presumable Isabelline Shrike

Waarschijnlijke Daurische Klauwier – presumable Isabelline Shrike

Bij aankomst behoren wij tot de eerste 20 vogelaars die de vogel in beeld hebben, maar al gauw groeit de groep vogelaars uit tot zeker 200 man. Een van de voordelen van zo’n grote groep vogelaars, is dat er altijd wel wat oplettenden tussen staan. Als we eenmaal een luide, langgerekte, hoge roep horen, volgt daarna in koor de determinatie van de vogel: “ROODKEELPIEPER!”. Boven ons vliegt de zeldzame pieper in een groepje Graspiepers mee richting zuid.

Na deze fraaie waarnemingen vogelen we wat rond op de zuidpunt. Langs de Mokweg zien we vanuit de auto een spannende ringtail. Als we uitstappen is de vogel alweer zo ver dat ‘ie niet beter te zien is dan een stipje, maar we kunnen nog net enkele kenmerken zien die sterk doen denken aan een Blauwe Kiekendief. De volgende bestemming zijn de Horsmeertjes, waar we zowel een Grote als Kleine Zilverreiger zien, leuk! Verder zwemmen hier veel eenden (hoofdzakelijk Smienten waaronder een afwijkend licht exemplaar, maar ook Pijlstaarten en Brilduikers). Bij de Geul zien we opnieuw een juveniele Blauwe Kiekendief.

Op weg terug naar het noorden rijden we nog even langs de Muyweg. Hier zien we nog een Slechtvalk op een akker en een overvliegende Bruine Kiekendief, maar van de gehoopte Casarca ontbreekt ieder spoor. Tegen vijven  ontvangen we een zeer welkom berichtje: de Steppekiekendief is nu in beeld langs de Oorsprongweg! Als we aankomen op deze weg, is de vogel echter alweer uit beeld. Uiteraard laten we ons niet uit het veld slaan door deze tegenvaller en dat is maar goed ook, want even later vliegt deze nieuwe Texelsoort boven de velden! Zeker een halfuur lang kunnen we met zo’n 50 andere vogelaars (waaronder de bekendste blogger van het land: Luuk Punt) deze fraaie Steppekiekendief erg leuk bekijken. Een prachtige afsluiting van de dag en maar liefst mijn derde kiekendiefsoort van de dag!

Lente

Zaterdag 5 en zondag 6 april 2014

Op zaterdag Waverhoek met een bezoekje vereerd. Hier lopen zeker 100 Kemphanen, 24 Kluten en een Zwarte Ruiter naar voedsel te zoeken. Verder horen we 2 Blauwborsten en de eerste Rietzanger van het jaar en zitten er in het gebied zeker 200 Wintertalingen, met daartussen minstens 6 Zomertalingen. We bekijken alle Wintertalingen zorgvuldig, maar helaas treffen we geen Amerikaanse Wintertaling ;). Het leukste zijn 2 Dwergmeeuwtjes in winterkleed, die fanatiek boven de plas foerageren. Een enkele maal landen ze even op het water tussen de Kokmeeuwen.

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

mannetje Blauwborst – male Bluethroat

Op Botshol zwemt een relatief late vrouw Brilduiker en zitten op een eilandje twee broedverdachte Lepelaars. Vervolgens rijden we naar de Ruygeborg, een nieuwe natuurontwikkelingsgebiedje bij Nieuwkoop, om de Zwarte Ibissen op de maandlijst te zetten (sorry Marianne ;)). Naast de parkeerplaats komen we de twee ibissen gelijk al tegen, rustig foeragerend in een brede sloot. Hier zwemt ook een mannetje Zomertaling en enkele Wintertalingen. Dieper in het gebied zwemmen 35 Pijlstaarten, Slobeenden, vliegt een Slechtvalk over en foerageert een Kemphaan. Een Roerdomp laat een enkele maal van zich horen. De mogelijke vrouw Blauwvleugeltaling, die hier al een week verblijft, komt echter niet in beeld.

Vanochtend (zondag) werd een Amerikaanse Wintertaling ontdekt in de Brabantse Biesbosch. Aangezien wij verder geen plannen hadden gemaakt, en omdat wij wel weer eens graag een Zeearend (die in dit gebied broeden) zouden willen zien (en dan niet op 1 km afstand zoals in de Oostvaardersplassen), werd de Biesbosch onze bestemming voor vandaag. Bij aankomst in Polder Hardenhoek is deze zeldzame eend echter niet meer in beeld en tijdens onze aanwezigheid zou hij ook niet in beeld komen. Wel horen we hier een Cetti’s Zanger, Fitis, 2 Rietzangers en een Blauwborst. In een grote meeuwen- en Klutenkolonie zien we, op grote afstand, bovendien twee Zwartkopmeeuwen en een stukje verderop treffen we ook nog een Rouwkwikstaart en een fanatiek zingende Veldleeuwerik.

Daarna rijden we de Deeneplaatweg op. Ook hier liggen veel natuurontwikkelingsgebiedjes. Bij een van deze gebiedjes stoppen we om het af te kijken op steltlopers. Ons eerste Witgatje van het jaar en een Kleine Plevier zoeken hier naar voedsel. Net voor we de auto bereiken, vliegt plotseling een zeer lichte en slanke kiekendief mijn beeld in. Dit moet wel een Steppekiekendief zijn! De vogel vliegt eerst hoog, maar daalt gelukkig al snel iets. Hij vervolgt zijn weg rustig richting zuid. Zeer goed zijn de zwarte ‘wybertjes’ en het ontbreken van een donkere ondervleugelachterrand te zien. De waarneming duurt maar ongeveer een minuut, maar laat drie waarnemers in extase achter. Wat een gave soort en wat een mooie vogel! Terwijl Frank en ik de kenmerken controleren, lukt het mijn vader om een 10-tal foto’s van de vogel te maken. Gezien de afstand (ongeveer 150 meter) zijn het geen topplaatjes, maar ze laten toch duidelijk een Steppekiekendief zien.

Hoogtepunt van de dag: man Steppekiekendief – male Pallid Harrier: highlight of the day (photo: Peter van der Meer)

man Steppekiekendief – male Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Terug bij de auto rijden we weer terug richting Polder Hardenhoek. Onderweg stoppen we nog een keertje, hier zingt wederom een Cetti’s Zanger (zie hier voor een geluidsopname) en daarnaast laten een Matkop, Zwartkop, Gekraagde Roodstaart en meerdere Fitissen en Tjiftjaffen van zich horen. Op een pinksterbloem zit een Klein Geaderd Witje. Aan de andere kant van de weg vliegen zeker 50 Oeverzwaluwen boven een plas-drasgebiedje.

Klein Geaderd Witje – Green-veined White

Als laatste proberen we nog eenmaal de Amerikaanse Wintertaling te vinden. Samen met Mary en Ed van der Es zoeken we wederom alle Wintertalingen af, op zoek naar de Amerikaanse equivalent. De talingen zitten nu een stuk dichterbij en de spanning stijgt, zullen we hem nu wel in beeld krijgen? Al gauw zien we wel een aparte Bergeend, het blijkt een albino Bergeend te zijn (dus een Bergeend met een kleurafwijking). Voor een goede foto zit de vogel echter veel te ver.

albino Bergeend – albino Common Shelduck

Via Mary en Ed krijgen we te horen dat vogelaars aan de overkant van het gebied de Amerikaanse Wintertaling op dit moment in beeld hebben. Omdat wij hem vanaf onze kant echt niet kunnen vinden, rijden we naar de andere kant van het gebied. Hier krijgen we al gauw de zeldzame taling in beeld, zij het op enige afstand. De vogel is zeer goed tussen de Wintertalingen uit te halen door de verticale witte borststreep en het ontbreken van een horizontale witte flankstreep. De vogel zit te ver om vast te kunnen stellen of de vogel geringd is.

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Amerikaanse Wintertaling – Green-winged Teal

Nu we ook deze taling (toch de doelsoort van vandaag) gezien hebben, rijden we weer naar huis. Met twee Zwarte Ibissen, een zelfontdekte man Steppekiekendief, een Amerikaanse Wintertaling en liefst 10 nieuwe jaarsoorten is het een zeer geslaagd weekend geworden waar ik nog geregeld aan zal terugdenken.