Tagarchieven: Visarend

Dagje Biesbosch

Zondag 2 april 2017

Na gisteren een paar uurtjes in de buurt te hebben gevogeld (Groene Jonker, met een vroege Zwarte Stern als hoogtepunt) is vandaag het plan om richting de Biesbosch te gaan. Voor we vanochtend vertrekken, meldt Ronald Jansen een Buidelmees in de Everdinger Uiterwaarden. Aangezien we daar bijna langskomen en omdat het veel te lang geleden is dat we deze schaarse soort hebben gezien, passen we Everdingen in het plan in.

In Everdingen worden we welkom geheten door veel teruggekeerde zomergasten: meerdere Fitissen zingen vanuit de wilgen, terwijl de zang van Blauwborst en Rietzanger uit de rietkragen klinkt. Een Cetti’s Zanger laat zijn explosieve zang horen en op de slikplaatjes lopen een Kleine Plevier en onze eerste Gele Kwikstaart van het jaar. Voor de Buidelmees moeten we wat geduld hebben, maar het is Frank die de vogel knap opmerkt. Lang kunnen we haar (?) niet bewonderen, want al snel verdwijnt de vogel in het riet en even later vliegt ze hoog weg, waarschijnlijk het gebied uit.

Buidelmees – Penduline Tit (photo: Peter van der Meer)

Buidelmees – Penduline Tit (photo: Peter van der Meer)

Na dit geslaagde avontuurtje zetten we koers richting de Brabantse Biesbosch. Ook hier hangt het voorjaar in de lucht: het stikt van de Fitissen en Cetti’s Zangers, op meerdere plekken zingen Rietzangers en Veldleeuweriken en ook Zomertalingen zijn in goede aantallen aanwezig. Een paar Lepelaars vliegen over en zelfs een Oranjetipje is van de partij. De hier al lange tijd rondhangende Mongoolse Pieper is vandaag helaas niet weggelegd voor ons (gelukkig zagen we de vogel in januari). De Visarenden werken beter mee; een exemplaar zit op het nest en sleept geregeld met takken, terwijl een andere vogel met een vis richting het nest vliegt.

Zomertaling – Garganey

Tot slot nemen we een kijkje in de Polder Hardenhoek. Ook hier zijn meerdere Cetti’s Zangers aanwezig, een enkeling laat zich zelfs even zien. Door het hoge water zitten er helaas weinig eenden en steltlopers. In de meeuwenkolonie ontdekken we enkele Zwartkopmeeuwen en een jonge Pontische Meeuw. Spectaculair waren de 4 (!) Zeearenden die boven onze hoofden vliegen, vergezeld door meerdere Buizerds, een Slechtvalk en een Bruine Kiekendief. De arenden roepen zelfs af en toe naar elkaar. Wat een machtige beesten!

Zeearend – White-tailed Eagle (photo: Peter van der Meer)

Nog steeds goed toeven op Texel

Vrijdag 7 t/m maandag 10 oktober 2016

Ook dit weekend staat een lang weekend Texel op de planning. Om vrijdagmiddag 5 uur ben ik op het eiland en heb ik dus nog even vogeltijd voor het donker wordt. Bij de Petten lopen we even de dijk op, waar de Visarend in de Mokbaai een inkoppertje blijkt te zijn. De paar Oeverpiepers die langs de dijk foerageren, vormen een nieuwe Texeljaarsoort. Vervolgens zetten we koers naar De Cocksdorp, waar al enkele dagen een jonge Roze Spreeuw zit. Deze is zeker geen inkopper, maar na zo’n half uurtje zoeken zie ik de bruingrijze rakker plotseling in een struik in een van de voortuinen van de Kikkertstraat zitten. Erg leuk en bovendien prima te zien, al is het voor een bewijsplaatje inmiddels al net iets te laat.

Zaterdagochtend staan Frank en ik vroeg op om ergens in de duinen te gaan vogelen. Zo ver komen we echter niet, want een brede haag langs de Krimweg (tussen de parken De Krim en Sluftervallei) blijkt barstensvol met vogels te zitten. De hoofdmoot wordt gevormd door algemene soorten (mezen, Roodborsten, opmerkelijk veel Tjiftjaffen e.d.), maar ook zeker drie Bladkoninkjes laten van zich horen en zich zien. Een Barmsijs spec. vliegt hier roepend over. Rond 10-en fietsen we weer terug naar ons park en zoeken we samen met Jacob Garvelink en Marc Plomp naar een Draaihals, maar we slagen er niet in om deze schaarse spechtensoort terug te vinden. Wij moeten het doen met een overvliegende Kruisbek en iets verderop in het park zit kort een Grote Gele Kwikstaart in een slootje.

Na een korte middagpauze rijden we weer even door de Kikkertstraat, waar we snel de Roze Spreeuw terugvinden. De spreeuw zit opnieuw in zijn, naar blijkt, favoriete struik tussen de Kikkertstraat nr. 86 en 88, maar ook op de daken van de omringende huizen en foerageert zelfs even op de Waddendijk. We sluiten de dag af in De Tuintjes, waar we ons (samen met Eric Menkveld) vooral richten op de vele gorzensoorten in de zeereep. Die wordt namelijk bevolkt door 100-200 Rietgorzen, maar wanneer de gehele groep opvliegt, horen we ook enkele IJsgorzen. Helaas lukt het me niet om laatstgenoemde gors aan de grond te zien. De Dwerggors, die hier ook moet zitten, krijgen we niet in beeld, maar wel worden we verblijd door een Geelgors. Voor mij pas mijn tweede waarneming van deze soort op Texel. Even later zien we zelfs twee exemplaren van deze op de Wadden behoorlijk schaarse soort samen in één beeld.

Geelgors – Yellowhammer

Geelgors – Yellowhammer

Voor zondag is het plan om samen met Marianne Wustenhoff en Maria van Antwerpen te gaan vogelen. ’s Ochtends gaan Frank en ik gewoon ons eigen gang en maken we (tussen de buien door) een rondje door het Krimbos en de Eierlandse Duinen. Langs de Krimweg zijn de twee Bladkoninkjes van gisteren nog aanwezig en hier vliegt een Kruisbek roepend over. Langs de oevers van het plasje in het Krimbos zit een IJsvogel, terwijl achter ons wederom een Bladkoning van zich laat horen. Het Bokje dat hier soms ook gezien wordt, is helaas niet voor ons weggelegd. Tot slot vogelen we ook nog een uurtje in ons vakantiepark, wat ons het 4e en 5e Bladkoninkje van de dag oplevert.

Rond twaalven sluiten we ons bij onze vader, Marianne en Maria aan. Speciaal voor Maria en Marianne stoppen we als eerste even in De Cocksdorp, waar de Roze Spreeuw snel gevonden is. Net als de afgelopen dagen zit de vogel vooral in ‘zijn’ struik langs de Kikkertstraat en op de daken van de omringende huizen en opnieuw is de vogel fraai te zien. De vogel blijkt in beide vleugels de binnenste handpennen geruid te hebben. Na deze geslaagde twitch rijden we door naar Dorpzicht, waar Diederik Kok ’s ochtends een Raddes Boszanger gevonden had. De vogel blijkt moeilijk te zijn (geen verrassing gezien het terrein) en als we na een halfuur nog niets van de vogel hebben vernomen, gaan we weer verder.

Dankzij een tip van Ruud van Beusekom zoeken we bij Oost succesvol naar een Bokje: op het laatste stuk van de sloot zien we uiteindelijk één vogel (voor ons nog een nieuwe Texelsoort) opvliegen. De laatste uren besteden we aan de zuidwestkant van het eiland: hier stuiten we op een mooie groep van 6 Boomleeuweriken (Westerslag), een kort rondvliegende Velduil (Jan Ayeslag) en op het slik van het Grote Vlak foerageren 3-6 Strandleeuweriken, een IJsgors, Grote Zilverreiger en enkele Oeverpiepers.

Roze Spreeuw – Rosey Starling (photo: Peter van der Meer)

Roze Spreeuw – Rosy Starling

De maandagochtend besteden Frank en ik op een kleine camping in de buurt. Het hoogtepunt hier wordt gevormd door 2 Bladkoningen en een goedlachse Kramsvogel. Als we terug naar het huisje fietsen, valt mijn oog op een klein licht puntje bovenop een doornstruik, het blijkt een Klapekster te zijn. Leuk! Samen met onze vader maken we vervolgens een rondje over de Sluftervallei en het aangrenzende deel van het Krimbos. Een leuk rondje dat wordt opgeleukt door een late Fitis, enkele overvliegende Kruisbekken, een fraaie Beflijster, een roepende Bladkoning die zich af en toe laat zien, de Zomertaling die al enkele weken in het plasje in het Krimbos zwemt en een overvliegende Barmsijs.

In de middag bezoeken we opnieuw de zuidwestkant van het eiland. Bij Oost is het Bokje van gisteren nu onvindbaar, op het opslagterreintje aan de Westerslag zit deze keer alleen een Tapuit, in de duinen langs de Jan Ayeslag vliegt een Blauwe Kiekendief rond en tussen de Jan Ayeslag en de Hoornderslag zit een opvallend tamme Watersnip in de slootkant. Om 5 uur stap ik de veerboot op, gelukkig ben ik zeer snel (woensdag of donderdag) weer terug op dit prachtige Waddeneiland, dan voor anderhalve week. Mijn doel is om dan elke dag een (kort) weblogje bij te houden, eens zien of dat gaat lukken 😉

Zomertaling – Garganey (photo: Peter van der Meer)

Tapuit – Nothern Wheathear (photo: Peter van der Meer)

Watersnip – Common Snipe (photo: Peter van der Meer)

Dagje vogelen in Noord-Brabant

Zaterdag 24 september 2016

Afgelopen donderdag vond John van Gestel in het natuurgebied Huis ter Heide, bij Tilburg, een Marmereend. De volgende dag werd vastgesteld dat de vogel met zekerheid ongeringd is en het verenkleed op het oog vrijwel gaaf is. Enkele foto’s van de staart en open vleugels brachten echter al snel enkele ongeregeldheden voort (gebroken buitenste handpentoppen en een rommelige staart). Desondanks maakt deze vogel m.i. een erg goede kans om aanvaard te worden als de tweede Marmereend voor Nederland (het eerste geval was augustus 2004). Vandaar dat wij vanochtend afreizen richting Noord-Brabant.

Als we arriveren in Huis ter Heide worden we door de andere vogelaars gelijk gewezen op de dwaalgast. De eend rust op de kant, in de hoge vegetatie, en is alleen te zien als de vogel even gaat staan. Lange tijd verandert de situatie niet en dus richten we ons vooral op de omgeving. Geen verkeerde keuze, want het levert 2 Slechtvalken, 2 Raven en een Havik op.

Plas waar de Marmereend zit

Plas waar de Marmereend zit

Na ruim anderhalf uur benadert een stier de Marmereend, die hierdoor eindelijk in beweging komt. Gelukkig voor ons stapt de eend het water in en zwemt recht op de aanwezige vogelaars af, om langs de rand van de plas te foerageren. Hier laat de vogel, die normaal in het Middellandse Zeegebied voorkomt, zich fenomenaal zien. Mijn tweede nieuwe soort dit najaar (na de Zwartkopgors) en indien aanvaard mijn 394e soort in Nederland.

Marmereend – Marbled Duck

Marmereend – Marbled Duck

Rond half drie laten we de eend voor wat ‘ie is en na wat overleg rijden we door de Brabantse Biesbosch, om te gaan vogelen in de Noordwaard. Na een rustig begin (met een groep van 4 Kleine Zilverreigers langs de Bandijk en 2 Casarca’s elders in de waard) sluiten we af in de Polder Hardenhoek. De eerste stop levert ons een Knobbelzwaan met een halsband op, met de code 8UA8. De zwaan blijkt uit Noord-Frankrijk te komen, zie hier voor de exacte gegevens. Als alle vogels in het gebied opvliegen, blijkt een overvliegende volwassen Zeearend de oorzaak te zijn. Even later zien we ook een Visarend, fraai tp in de top van een dode boom.

gehalsbande Knobbelzwaan (8UA8) – colour-ringed Mute Swan (inscription 8UA8)

Halverwege de Polder Hardenhoek stoppen we nog twee keer, met opnieuw leuk resultaat: 12 Casarca’s, opnieuw een Visarend (vast dezelfde als even daarvoor), 2 rustende Zeearenden en een zingende Cetti’s Zanger.

Visarend – Osprey (photo: Peter van der Meer)

Casarca – Ruddy Shelduck (photo: Peter van der Meer)

We zijn net weer bij de auto aangekomen om aan de terugreis te beginnen, als ineens alle vogels in het gebied opvliegen. We kunnen de oorzaak deze keer niet vinden. Als Frank een paar minuten later voor de laatste keer met de kijker de slikjes af scant, ziet hij opeens een adulte Zeearend zitten. Gauw lopen we weer het gebied in en nu kunnen we deze gigantische vogel fantastisch bekijken, op ongeveer 150 meter en met de zon in onze rug. Na zo’n 10 minuten vliegt de arend op en verlaat het gebied. Als we horen dat achter ons opnieuw alles opvliegt, kunnen we de reden hiervoor wel verzinnen: opnieuw een Zeearend, nu een onvolwassen beest. Deze vliegt op een nog kortere afstand langs en volgt dezelfde lijn als de adulte vogel, want al gauw zijn we hem weer kwijt.

Zeearend – White-tailed Eagle

Na deze geweldige waarneming (waarschijnlijk mijn beste Zeearendwaarneming ooit!) lopen we opnieuw naar de auto en nu beginnen we wel aan de terugweg. Een waardige afsluiter van deze erg leuke dag, met als hoogtepunten de Marmereend en twee soorten arenden.

Veel krenten maar weinig pap tijdens lange periode Texel

Zaterdag 14 mei tot dinsdag 31 mei 2016

Het begint voor mij bijna een traditie te worden: de tweede helft van mei doorbrengen op Texel. Voor het derde jaar op rij zat ik namelijk in deze periode voor een langere tijd op dit Waddeneiland, deze keer tussen 14 en 31 mei in totaal drie weekenden en enkele doordeweekse dagen. Kort samengevat was het hard werken, maar in ruil hiervoor kregen we een paar hele leuke soorten ervoor terug. De grootste klappers waren de tweede Grote Kanoet voor Nederland, een geweldige Vale Gier en mijn 5e Breedbekstrandloper. In totaal zagen wij vier nieuwe Texelsoorten (naast de eerstgenoemde twee soorten ook Strandplevier en IJseend, die de Texellijst uitbreide naar 271 soorten). Meer over deze en alle andere hoogtepunten wordt hieronder toegelicht.

Zomertalingen zijn (door een gebrek aan zoetwaterplassen) behoorlijk schaarse broedvogels op Texel. Een van de beste locaties is Dijkmanshuizen, waar op 21 en 30 mei meerdere vogels aanwezig waren. Een andere leuke eendensoort was een mannetje IJseend in zomerkleed, dat op 28 mei op het Westelijke Horsmeertje zwom. Niet alleen fenologisch interessant, maar voor ons ook nog een nieuwe Texelsoort. Op 16 mei zwommen hier ook minstens 5 Geoorde Futen, ook een behoorlijk schaarse soort op Texel, zeker zo laat in het voorjaar. Het duingebied De Nederlanden was dit voorjaar een goede locatie voor Kleine Zilverreigers. Een korte kijk over zee bij de Vuurtoren leverde op 21 mei meerdere Jan-van-Genten op, pas mijn eerste Jannen in het eerste halfjaar ooit.

De spectaculaire roofvogelstroom tijdens het Dutch Birding-weekend was nu zo goed als opgedroogd. Desondanks zagen we op 21 mei nog een Visarend boven de Vijver van Jochems. Dit was alweer onze 6e dit voorjaar op Texel. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 6 Visarenden op Texel. Diezelfde dag vloog een Vale Gier het eiland op. Dezelfde vogel  werd een dag eerder nog gezien boven IJmuiden en werd op 21 mei ook opgepikt op meerdere plekken in de Kop van Noord-Holland, voordat hij Texel bereikte. Boven het eiland daalde de gier en na een paar korte stops van enkele minuten landde de vogel vlakbij Ecomare in een den om de rest van de dag door te brengen. Hier was hij fantastisch te zien en kon ook worden vastgesteld dat hij geringd was. De code op de ring verraadt dat dit dezelfde vogel is die vorig jaar ook al door Nederland rondzwierf en hierbij ook Texel aan deed en die Frank en ik zelfs boven onze tuin in Woerden kon oppikken. Ook de volgende dagen werd de vogel dagelijks gezien in de Staatsbossen. In de middag van 28 mei verliet de Vale Gier weer het eiland en zat hij enkele dagen in Den Helder.

Vale Gier – Griffon Vulture

Vale Gier – Griffon Vulture (photo: Peter van der Meer)

De steltlopers deden het erg goed. Zo zat een paartje Steltkluten in Dijkmanshuizen. Ze waren wel vaak erg lastig te vinden, doordat ze vaak achter een randje met hoog gras zaten. Ergens op het strand deed een paartje Strandplevieren een broedpoging. Baltsende Houtsnippen vlogen boven de Staatsbossen. Hier zat ’s avonds ook een exemplaar langs de weg, die in de koplampen erg leuk te zien was.

vrouw Strandplevier – female Kentish Plover

Bontbekplevier (pullus) – Common Ringed Plover (nestling; photo: Peter van der Meer)

Een geweldige vondst van Diederik Kok was een adult zomerkleed Grote Kanoet op de Volharding op 13 mei. Ook de volgende dagen was de vogel hier aanwezig. De vogel was vaak lastig te zien (zat veel achter andere steltlopers, op afstand, aanwezigheid afhankelijk van het getijde), maar bijna alle vogelaars slaagden erin om de vogel te zien. Dit was pas het tweede geval voor Nederland (na eentje in 1991). Een andere goede ontdekking van Diederik was een Breedbekstrandloper in de Mokbaai op 30 mei. De strandloper bevond zich op afstand tussen Bontbekplevieren en andere strandlopers. Mijn tweede op Texel (na een vogel vorig jaar) en vijfde in Nederland. Kleine Strandlopers liepen in Dijkmanshuizen (max. 5 exemplaren), op het wad bij De Schorren (2) en in de Mokbaai (2). Maximaal 5 (op 21 mei) Temmincks Strandlopers liepen in Dijkmanshuizen, een klassieke locatie voor deze soort op Texel. Een andere leuke strandloper zat op de Eierlandse Dam: twee Paarse Strandlopers in vol zomerkleed liepen hier op 16 mei samen met enkele Steenlopers naar voedsel te zoeken. De laatste leuke steltlopersoort was een een vrouwtje Grauwe Franjepoot in adult zomerkleed dat op 16 en 17 mei in Dijkmanshuizen zat.

ad zomer Grote Kanoet – ad summer Great Knot, 2nd for the Netherlands!

Paarse Strandloper – Purple Sandpiper

Opmerkelijk was een groepje van 5 Drieteenmeeuwen bij de Vuurtoren. De meeuwen zaten even op zee en vlogen daarna weg richting zuid. Andere leuke meeuwen waren 1 adulte Zwartkopmeeuw die over de Roggesloot vloog (Zwartkopmeeuwen zijn nog steeds behoorlijk schaars op Texel) en 2 jonge Dwergmeeuwen (op Dijkmanshuizen en de Volharding). Broedende Dwergsterns zaten op de Volharding (zeker 16 ex.) en foeragerende vogels waren ook te zien bij op zee bij de Vuurtoren. Noordse Sterns zaten in Dijkmanshuizen, Ottersaat en De Petten.

Dwergmeeuw – Little Gull

Zomertortels werden uitsluitend waargenomen op vakantiepark De Krim (2) en bij de Horsmeertjes. Net als de voorgaande jaren zong minstens 1 Nachtzwaluw ergens in de duinen. Fraai en fijn was een mannetje Grauwe Klauwier in De Nederlanden. De vogel liet zich fraai zien en zat af en toe zelfs te zingen; een territorium? Grote Lijsters zijn erg schaars op Texel en dus mag een overvliegende vogel over de Ploegelanden (in de Staatsbossen) niet ongenoemd blijven.

Zomertortel – European Turtle Dove

Grauwe Klauwer – Red-backed Shrike (photo: Frank van der Meer)

Het Renvogelveldje was ook deze periode weer goed voor zowel Noordse als Engelse Kwikstaarten, op 15 mei lieten 6 resp. 3 exemplaren zich hier bewonderen. Een dag later zong een Kleine Barmsijs uit het struweel langs het Westelijk Horsmeertje, de vogel liet zich ook even zien (aan Frank dan). In tegenstelling tot 2015 zagen wij dit jaar wel weer een Roodmus op Texel: op 21 mei liet in Dorpzicht een adulte man veel van zich horen en was met enig geduld ook leuk te zien. Net als vorig jaar was ook dit jaar weer een Appelvink aanwezig in het Krimbos, het bleef helaas bij een eenmalige waarneming. Een leuke waarneming, want Appelvinken zijn erg schaars op dit eiland (broeden er niet, voor zover ik weet).

Roodmus – Common Rosefinch (photo: Frank van der Meer)

Rovers kleuren de lucht tijdens het Dutch Birding-voorjaarsweekend

Donderdag 5 tot en met zondag 8 mei 2016

Afgelopen weekend vond het Dutch Birding-voorjaarsweekend op Texel plaats. Tijdens dit weekend vogelden 100-en vogelaars het hele eiland af, op zoek naar schaarse en zeldzame soorten. Leuke soorten werden vervolgens via Waarneming.nl en een Texelse Whatsappgroep verspreid (en echte zeldzaamheden ook via Dutch Bird Alerts). Doordat wij ook donderdag (bevrijdingsdag) en vrijdag vrij waren, maakten we er een lang weekend van. Het gehele weekend heerste er een wind uit zuidoostelijke richting, met temperaturen van ruim boven de 20 graden. Dit leidde tot overweldigende roofvogeltrek en ook andere vogels van zuidoostelijke herkomst (Bijeneters, Roodkeelpiepers, e.d.) werden vaker gemeld dan normaal. Hieronder volgt een verslag van deze succesvolle dagen, met maar liefst 4 nieuwe Texelsoorten voor mij.

Aan het eind van de avond van zaterdag 7 mei zat een Witbuikrotgans tussen plusminus 500 rotganzen aan het einde van de Hoofdweg, net ten zuiden van Dorpzicht. Een zoektocht naar de Balkankwikstaart in de Nederlanden op donderdag 5 mei leverde alleen een fraai foeragerende Kleine Zilverreiger op. Een van de hoogtepunten van het weekend was een overvliegende Zwarte Ooievaar op 7 mei. Doordat de vogel goed gevolgd en actief doorgegeven werd, lukte het Frank en mij om de ooievaar al vroeg boven de Slufter op te pikken. Uiteindelijk hebben we het beest vanaf een duintje naast bungalowpark de Sluftervallei ruim een kwartier kunnen volgen, tot ver boven de Vijver van Jochems. Op 4 mei pikten we vanaf de grote parkeerplaats in De Koog een Ooievaar op, een soort die qua zeldzaamheid niet veel onderdoet voor de Zwarte Ooievaar.

Zwarte Ooievaar – Black Stork

Ruigpootbuizerd – Rough-legged Buzzard

Dit lange weekend regende het leuke roofvogels. Vooral de Visarenden waren erg goed vertegenwoordigd met in totaal tientallen exemplaren. Voor ons eindigde de teller op 5 exemplaren: 1 op 6 mei (etend op een akker langs de Vuurtorenweg), 2 op 7 mei (langs de Robbenjager) en 2 op 8 mei (over De Tuintjes). Een van de absolute hoogtepunten was de waarneming van twee Zwarte Wouwen op 8 mei. Dankzij een whatsappje dat iemand er eentje vanaf het uitkijkpunt in de Tuintjes in beeld had, vonden wij diezelfde vogel vanuit de Tuintjes terug boven De Cocksdorp. Vanaf hier kwam de vogel steeds dichterbij, landde hier in de duinen en liet zich aan de grond fantastisch zien. Met die vogel in beeld werd een andere Zwarte Wouw gevonden boven de Vijver van Jochems. Toen de eerste vogel die tweede door had, vloog ook die op, schroefden ze samen omhoog en vlogen ze samen het eiland af richting Vlieland. Een fantastische waarneming van een soort die wij veel te weinig zien (pas mijn 5e en 6e exemplaar in 7 jaar tijd).

Zwarte Wouw – Black Kite

Zwarte Wouwen – Black Kites (photo: Peter van der Meer)

Een ander hoogtepunt was het mannetje Grauwe Kiekendief die we bij de Vuurtoren konden oppikken. De kiekendief vloog erg laag en op erg korte afstand, dus een erg fijne waarneming. Met dank aan Vincent van der Spek en co, die ons wezen op deze roofvogel. Erg laat was een Ruigpootbuizerd die wij op vrijdag 6 mei vanuit de auto oppikten. De vogel vloog vlak naast ons op de Stuifweg, waarna de vogel al cirkelend richting Dorpzicht vloog en hier nog door een andere vogelaar werd teruggevonden. Dit was pas mijn tweede Ruigpootbuizerd in mei. Een Smelleken vloog op 7 mei over de Vuurtoren, terwijl later die dag twee exemplaren op een akker zaten aan het eind van de Hollandseweg (plek Morinellen, die overigens schitterden door afwezigheid). Een andere schaarse valkensoort is de Boomvalk, waarvan wij ook twee waarnemingen deden dit weekend (ook beide op 7 mei): jagend boven de grote parkeerplaats in De Koog en overvliegend boven de tuin in vakantiepark De Krim.

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een zeer luid en fanatiek zingend Porseleinhoen langs de Roggesloot (De Cocksdorp) betekende een zeer fijne toevoeging aan mijn Texellijst. Een zelfgemaakte geluidsopname is hier te beluisteren. Een groepje van 4 Temmincks Strandlopers zat zaterdagavond (7 mei) op het Renvogelveldje, bij de Robbenjager. Hier zat een dag eerder ook een 2kj Dwergmeeuw. Diezelfde dag zong bij vakantiepark de Sluftervallei een Zomertortel vanuit de top van een boom. Net ten noorden van De Tuintjes vloog ook op 6 mei een Velduil ver over zee richting Vlieland. “Loeigaaf” (om Frank te citeren) was een, op 7 mei, door ons gevonden Draaihals bij de Hanenplas. De vogel zong zelfs (!) en vloog al snel de golfbaan over richting het vakantiepark De Krim. Hier konden we deze zeldzame spechtensoort helaas niet meer lokaliseren. Ook leuk was een Bonte Kraai die regelmatig op een nietszeggend gazonnetje midden in De Koog aan het foerageren was. Erg leuk om deze steeds zeldzamer wordende kraaiensoort eens van zo dichtbij te kunnen bekijken.

Bonte Kraai – Hooded Crow (photo: Peter van der Meer)

De noordkop zaten weer vol met zingende Nachtegalen, Braamsluipers en, in mindere mate, Sprinkhaanzangers. Mijn eerste Texelse Iberische Tjiftjaf (en 3e ooit) zong op 8 mei in de Vijver van Jochems (geluidsopname). Met enige moeite was de vogel prima te horen vanaf het fietspad tussen de Sluftervallei en de Robbenjager. Een fijne terugvondst van de vogel die wij op donderdag misten langs de Vuurtorenweg. Dit weekend leverde twee Paapjes op: eentje langs de Hanenplas en eentje net ten zuiden van De Tuintjes. Dit gebied was op 8 mei erg goed voor kleine zangers: in de struikencomplexen zaten minstens 2 Bonte Vliegenvangers, 1 Grauwe Vliegenvanger, 1 vrouw Gekraagde Roodstaart en zelfs een (1e zomer?) Kleine Vliegenvanger. Deze laatste was vaak lastig te zien, maar met enig geduld ging de vogel vrij zitten in een meidoorn en was dan prima te zien. De kale duintjes tussen de Robbenjager en de Vuurtoren waren op 7 mei goed voor vele Engelse en Noordse Kwikstaarten.

Tussen de buien door

Woensdag 27 april 2016

Na enige twijfel (i.v.m. de regen) gaan we aan het einde van de ochtend richting de Brabantse Biesbosch. Voordat we de Biesbosch bereiken, stoppen we aan de zuidkant van Werkendam even vlakbij Fort Bakkerskil. Hier was namelijk vanochtend en gisteren een Draaihals gezien, altijd een leuke soort. Eerst even een buitje afwachten en dan stappen we de auto uit en zoeken we samen met o.a. John en Marie-José van Gestel naar deze zeldzame spechtensoort. Het is even zoeken en de Grasmussen, Tapuiten, Roodborsttapuiten en Gele Kwikstaarten houden ons scherp. Na een half uurtje vinden de Draaihals terug. De vogel foerageert op een betonnen paadje boven op de dijk tegen de muur (oude waterkering) aan, maar is ook vaak te vinden in een van de wilgjes en op een van de vele paaltjes langs de dijk. Bij tijd en wijle (en tussen de buien door) laat de specht zich fraai bekijken. Het is Marie-José die bovendien (op afstand weliswaar) twee Patrijzen vindt, volgens een andere vogelaar waarschijnlijk het laatste paartje in de Biesbosch en omgeving.

Draaihals – Wryneck

Ondanks het vooruitzicht van nog meer buien geven we niet op en rijden we door naar de Biesbosch. Boven de Muggenwaard foerageert een gigantische groep zwaluwen (vooral Oever-, maar ook veel Gier- en enkele Boeren- en Huiszwaluwen). In Polder Hardenhoek foerageert een fraaie Dwergmeeuw tussen de Kokmeeuwen en Visdieven en even later staan we samen aan de andere kant van deze polder met opnieuw John en Marie-José te zoeken naar een Steenloper. Dit levert voor ons geen Steenloper op (die zit waarschijnlijk net achter wat pitrus), maar wel zien we drie slapende Regenwulpen en een onvolwassen Zeearend die hoog boven het gebied vliegt. Eindelijk onze eerste Zeearend in de Biesbosch (bij de derde poging). Op het paardenveldje lopen enkele Gele en vele Witte Kwikstaarten, waaronder 1 of 2 Rouwkwikstaart-achtige vogels (die echter te licht lijken voor zuivere Rouwkwikken). Met Albert de Jong en Jorrit Vlot staan we vervolgens bij het nest van de Visarenden, met ook de ouders in de buurt. Ze zijn zelfs even aan het paren.

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Boerenzwaluw – Barn Swallow

Bij Polder Maltha zit, net als de vorige keer, een vrouwtje Nonnetje en foerageren er opnieuw 100-en Oeverzwaluwen met daartussen enkele Boeren– en Huiszwaluwen. Eenmaal vliegen alle zwaluwen hoog op door een (Boom?)valk. Tot slot zien we iets verderop onze eerste 2 Bosruiters en Oeverloper van het jaar.

Nonnetje – Smew (photo: Peter van der Meer)

Bosruiter – Wood Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

 

Nu wel naar de Biesbosch

Zaterdag 2 april 2016

Op 12 maart was ons plan om naar de Biesbosch te gaan, om de daar aanwezige Kleine Geelpootruiter en Amerikaanse Wintertaling te zien. Door de melding van de Amerikaanse Tafeleend ging dat plan echter niet door. De afgelopen weken bleef dit moerasgebied in trek bij bijzondere vogelsoorten (o.a. Buidelmezen, een 2e Kleine Geelpootruiter en 2e Amerikaanse Wintertaling) en dus gaan we vandaag wél die kant op.

We beginnen in de Hardenhoek, waar we direct worden verwelkomd door de enkele net uit Afrika teruggekeerde zomervogels. Zo zingen vanuit het struweel o.a. meerdere Fitissen, een Blauwborst en een Rietzanger. Ook horen we enkele korte strofes van een Snor en brengen minstens 3 Cetti’s Zangers hun explosieve zang voort. Samen met veel andere vogelaars speuren we vervolgens de slikplaten in dit stuk nieuwe natuur af en dat levert flinke groepen Wintertalingen, 2 Zwartkopmeeuwen en de eerste Zomertalingen (2 man, 2 vrouw) van het jaar op.

Vervolgens bezoeken we andere gebieden in de nieuw ingerichte Noordwaard. Dit voormalige agrarische gebied is de afgelopen jaren behoorlijk op de schop gegaan om, in tijden van een hoog waterpeil, genoeg water op te kunnen slaan om de omringende steden droog te houden. Om dit te bewerkstelligen, is een heel geulencomplex gegraven en zijn delen onder water gezet. Zie hier voor meer informatie. De nieuwe indeling heeft nu al zijn uitwerking op vogels en dat zal de komende weken alleen nog maar leuker worden. Nu leveren de verschillende gebieden al bijna 20 Waterpiepers (waarvan enkele exemplaren al volledig in zomerkleed), nog meer Cetti’s Zangers en Zwartkopmeeuwen, de eerste Kleine Plevieren, een viertal Gele Kwikstaarten, vrouwtje Nonnetje, een Slechtvalk, Pontische Meeuw, drie groepjes Reeën en vele soorten eenden en steltlopers op. Een van de hoogtepunten is een fraaie Visarend die vanuit de top van een dode boom rustig haar omgeving verkend en zich hierbij fraai laat bekijken.

Waterpieper – Water Pipit

Visarend – Osprey

Gele Kwikstaart – Blue-headed Wagtail

Het hoogtepunt van de dag zien we rond drieën, als een van de twee Amerikaanse Wintertalingen wordt teruggevonden in de Polder Muggenwaard. Het is even zoeken, maar na een tijdje vinden we deze zeldzaamheid terug. De vogel slaapt op grote afstand op een eilandje, half achter de begroeiing en is hierdoor lastig te zien. Twee uur later zien we de vogel opnieuw, nu wel wakker maar nog steeds (te) ver (voor een foto). De Kleine Geelpootruiter komt helaas niet meer in beeld, ondanks meldingen aan het eind van de middag.

Rond half zes zetten we een punt achter deze vogeldag en zetten we tevreden koers richting huis, met o.a. een Amerikaanse Wintertaling, Visarend, vele Cetti’s Zangers en nog vele andere leuke soorten in de pocket. Als we zien hoe interessant dit deel van de Biesbosch er nu bij ligt, zal het vast niet lang duren voordat we dit mooie gebied weer bezoeken.

Dutch Birding-weekend: dag 4

Dinsdag 14 oktober 2014

’s Ochtends beginnen Frank en ik de dag met een wandeling rond de Robbenjager. We zijn nog maar net begonnen of we horen het Bladkoninkje van het Reddingboothuisje enkele malen roepen. Een goed begin! Tijdens het rondje stuiten we op m.i. een van de mooiste vogelsoorten van het land, namelijk een foeragerend Vuurgoudhaantje. Verder worden de hoogtepunten gevormd door een late Tuinfluiter, een foeragerende Oeverpieper en prachtige Spreeuwentrek, met groepen van soms wel 1000+ vogels. Helaas lukt het ons niet om tussen de Spreeuwen die in het gebied landen een Roze Spreeuw te vinden.

Rond half 10 wordt in een tuin langs de Vuurtorenweg (op circa 500 meter van onze bungalow) een Kleine Vliegenvanger gevonden. We besluiten rustig die kant op te vogelen. Onderweg zien we nog twee Zwarte Roodstaarten bij het restaurant de Robbenjager. Eenmaal aangekomen bij de Kleine Vliegenvanger zien we de vogel gelijk op de grond zitten. In de daaropvolgende anderhalf uur is de vogel behoorlijk mobiel, maar laat deze eerste winter zich bij tijd en wijlen mooi zien. Met zeker 20 andere vogelaars lukt het bovendien om een vanaf de Robbenjager aangekondigde Visarend op te pikken en vliegen er, tussen de vele Koperwieken, 3 Beflijsters en een Grote Lijster over.

Kleine Vliegenvanger – Red-breasted Flycatcher

Rond het middaguur lopen we weer naar huisje in verband met naderende buien. Hier wacht ons een leuke verrassing: in de tuin vinden we namelijk een Bladkoning! Het boszangertje foerageert rustig in de bomen aan de rand van de tuin en laat zich hierbij mooi zien. Inmiddels wordt in de tuin waar de Kleine Vliegenvanger zit ook een Pallas Boszanger ontdekt. Rond drieën, als het eindelijk wat droger wordt, lopen we dan ook weer terug naar de tuin aan de Vuurtorenweg. De Kleine Vliegenvanger is gelijk weer in beeld, maar voor de Pallas Boszanger moeten we iets meer geduld hebben. Na ongeveer een halfuurtje wachten, wordt de boszanger weer teruggevonden. Het duurt dan nog even voordat ik de vogel in beeld heb, maar uiteindelijk lukt het ook mij om hem aardig te kunnen bekijken. Op enige afstand is het beste kenmerk, de gele stuit, goed te zien, zowel in zit als in vlucht. Na ongeveer een kwartiertje waarin de vogel onregelmatig in beeld is, vliegt hij weg om de rest van de dag niet meer in beeld te komen. De vliegenvanger daarentegen laat zich wel weer leuk zien en nu lukt het me zelfs om hem te digiscopen (zie hierboven). Na anderhalf uur dreigen wederom buien en zetten we een punt achter deze mooie vogeldag.

Najaarsweekend Texel I

Vrijdag 12 tot zondag 14 september 2014

Terwijl half vogelend Nederland zich (in het kader van de Deception Tours-weekenden) op Vlieland bevindt, staat voor ons een weekendje Texel op het programma. Vrijdag rijden we bij aankomst op dit prachtige Waddeneiland eerst langs de NIOZ-haven, waar we al gauw de langer verblijvende Koningseider in beeld krijgen. De geringde Kuifaalscholver die ook in dit haventje zou moeten zitten, kunnen we helaas niet vinden. Via de plasjes Ottersaat, Dijkmanshuizen en Wagejot (waar we mooie aantallen Goudplevieren, Kanoeten, Kleine en Krombekstrandlopers zien) rijden we naar ons bungalowtje in vakantiepark De Krim. Na een korte pauze kijken we aan het eind van de middag nog even bij de Robbenjager, hier zien we het eerste Paapje, Roodborsttapuit en Gekraagde Roodstaart van het weekend. Het zullen zeker niet de laatste zijn… De door anderen waargenomen Draaihals wordt helaas niet meer teruggevonden.

Krombekstrandloper – Curlew Sandpiper

De volgende dag lopen we vroeg richting de Hanenplas en vanaf daar via de Eierlandse Duinen naar camping de Robbenjager. De hoogtepunten worden gevormd door de eerste Kramsvogels van het najaar, 1 Gekraagde Roodstaart, 2 Grauwe Vliegenvangers, 2 overvliegende Boompiepers en opvallend hoge aantallen Paapjes en Roodborsttapuiten. Helaas werkt ook vandaag de Draaihals niet mee. Net op het moment dat we ergens anders willen gaan vogelen, slaat Frank toe met een Sperwergrasmus aan de ZO-kant van de Robbenjager. Het duurt zeker een half uur voordat mijn vader (die inmiddels ook is gearriveerd) en ik deze zeer verborgen levende soort in beeld krijgen: slechts eenmaal zien we de vogel tussen struikjes vliegen. Al gauw arriveert versterking in de vorm van circa 5 andere vogelaars, maar helaas laat de vogel zich daarna niet meer zien. Als alle meeuwen en spreeuwen het luchtruim kiezen, is het Ruud van Beusekom die de oorzaak vindt: op enige hoogte vliegt een Visarend over. De arend vliegt een tijdje boven de Vijver van Jochems en besluit daarna richting het zuiden uit beeld te verdwijnen. ’s Middags bezoeken we nogmaals de NIOZ-haven op de zuidpunt van het eiland en wederom zien we hier de Koningseider (op 10-20 meter afstand en ditmaal met mooi licht). Nu vinden we gelukkig wel de gewenste Kuifaalscholver, al gaat dat wel met de nodige moeite. De in Frankrijk geringde vogel, zie hier voor de levensgeschiedenis van de vogel, zit op een strekdam aan de overkant van de haven; later zien we de vogel ook zwemmend. Het betreft voor ons nog een nieuwe Texelsoort, alweer soortje #249. Tegen de avond doen we nog een (vergeefse) poging om de Sperwergrasmus wat beter te zien; wel laat een Bonte Vliegenvanger zich fenomenaal bekijken, foeragerend op het pad.

Visarend – Osprey (photo: Peter van der Meer)

vrouw Koningseider – female King Eider

Juveniele Kuifaalscholver – juvenile European Shag

Ook de zondag begint met een tochtje richting de Robbenjager. De bosjes zijn aanzienlijk voller dan gisteren, met meerdere Zwartkoppen, Braamsluipers en Grasmussen, een Tuinfluiter, Kleine Karekiet, Gekraagde Roodstaart en meerdere Paapjes. Bij het uitkijkpunt over de Robbenjagerplas laat een Gekraagde Roodstaart zich echt fenomenaal zien, rustig foeragerend op 5-10 meter. Wat een prachtige vogel! We besluiten door te lopen richting de Sperwergrasmus die Frank gisteren vond, maar ondanks dat we 1,5 uur wachten, krijgen we hem niet te zien. In hetzelfde bosjescomplex zien we wel wederom een Gekraagde Roodstaart, een Bonte Vliegenvanger en we horen een Vuurgoudhaantje. Ook leuk zijn de 4 naar noord trekkende Gaaien (waarvan eentje met een eikeltje in z’n snavel). Bij de vuurtoren besluiten ze dat ze de oversteek naar Vlieland niet aandurven en dat ze weer terugvliegen richting zuid. Op het Renvogelveldje lopen ook nog twee Oeverpiepers. Na de lunch rijden we naar de Muy, waar we zowaar op een jonge Grauwe Klauwier stuiten. Hier zien we ook 2 Braamsluipers, 2 Gekraagde Roodstaart en een roepende Boompieper. Nadat we al onze spullen hebben ingepakt, rijden we nog langs De Petten, maar hier zien we niets noemenswaardigs. Om iets voor vijven sluiten wij aan in de rij auto’s voor de veerboot en zetten we een punt achter een leuk en geslaagd weekendje Texel.

Gekraagde Roodstaart – Common Redstart

Gekraagde Roodstaart – Common Redstart

Bonte Vliegenvanger – European Pied Flycatcher

Juveniele Grauwe Klauwier – juvenile Red-backed Shrike

Juveniele Grauwe Klauwier – juvenile Red-backed Shrike

Koningsdag

Zaterdag 26 april 2014

Rond 9.45 uur word ik gewekt door mijn moeder: “Robert, word wakker, er vliegt iets boven de tuin.”. Al snel gevolgd door “Het is een VISAREND…!” Binnen no-time ben ik uit mijn bed en even later sta ik in de tuin te kijken naar een roofvogel. Ondanks de grote afstand waarop de vogel zich intussen bevindt, kan ik er met enige moeite een Visarend in herkennen. Veel te snel verdwijnt de vogel achter een huis en zijn mijn broer en ik hem (voorgoed) kwijt. Een mooi begin van de dag!

Omdat het redelijk warm is en wij verwachten dat er genoeg thermiek voor leuke roofvogels is, besluiten we naar telpost De Horde te rijden. Op De Horde blijken de andere tellers Arjan (Boele) en Ronald (Jansen) net naar huis te gaan, dus staan we er alleen voor. In het uurtje dat we de telpost bevolken, zien we een tiental Buizerds, een Slechtvalk en twee Ooievaars overtrekken. Een Koekoek laat enkele malen van zich horen en enkele Oeverzwaluwen hebben de steile wanden in dit gebied uitgekozen om zich voort te planten.

Na een tip van Ronald rijden we naar Everdingen, waar al enkele dagen een Reuzenstern rondhangt. Onderweg zien we mooie foeragerende Purperreiger en twee baltsende Bruine Kiekendieven. Boven de nevengeul in de Everdinger Waarden foerageren enkele Zwarte Sterns, samen met enkele Visdiefjes. Een IJsvogel schiet snel over het water en onze eerste Kleine Karekiet van 2014 zingt in het riet. Ook hier roept een Koekoek. Iets verderop zien we al gauw de Reuzenstern in een flinke groep Regenwulpen (70 exemplaren, achteraf blijkt dit zelfs mijn grootste groep van deze vogelsoort ooit te zijn!). De schaarse stern staat vooral te slapen, maar laat zo nu en dan zijn imposante snavel zien.

Reuzenstern met 3 Regenwulpen – Caspian Tern with 3 Whimbrels

Reuzenstern met 3 Regenwulpen – Caspian Tern with 3 Whimbrels

Reuzenstern met 3 Regenwulpen – Caspian Tern with 3 Whimbrels

Na dit geslaagde tripje rijden we richting de Zouweboezem, waar we een zingende Sprinkhaanzanger aan de jaarlijst kunnen toevoegen. Over dit gebied (dat bekend staat om de grootste Purperreigerkolonie – 128 paar in 2012 –  van Nederland) vliegen enkele Purperreigers en een roepende Groenpootruiter. Van achter het scherm zien we een Bosruiter, enkele mannen Zomertalingen, een Kleine Plevier en een Watersnip. Bij de auto laat een Snor haar kenmerkende snorrende zang horen.

Als laatste rijden we in Woerden nog een braakliggend terreintje op waar Frank afgelopen week een Oranjetipje zag. Deze komen we helaas niet tegen, maar wel kom ik een juffertje tegen. Thuis denk ik hem a.d.h.v. de gemaakte foto’s als een vrouwtje Variabele Waterjuffer te determineren. Volgens Anne Hueber (een van de admins van Waarneming.nl) is het echter toch Grote Roodoogjuffer, ook leuk. Toch weer een leuk dagje met maar liefst 5 nieuwe jaarsoorten (Visarend, Purperreiger, Kleine Karekiet, Reuzenstern en Sprinkhaanzanger).

Grote Roodoogjuffer (en dus geen Variabele Waterjuffer…) – Large Redeye (so not a Variable Bluet like I thought)