Tagarchieven: Wielewaal

Geweldig voorjaar op Texel

Vrijdag 27 april t/m zondag 10 juni 2018

Vanwege mijn stage bij Imares (Den Helder) woon ik van koningsdag t/m eind augustus op het prachtige Waddeneiland Texel. De eerste tweeënhalve week stonden in het teken van fanatiek vogelen, daarna begon de stage en werd het vogelen beperkt tot de avonduurtjes en weekenden.

Het was een geweldige eerste anderhalve maand, met talloze krenten in de pap. De periode leverde mij 5 nieuwe Texelsoorten (#294-298) op: Krooneend, Zee- en Bastaardarend, Kleine Klapekster en Grauwe Gors. Buiten deze 5 soorten waren er genoeg hoogtepunten, zie het uitgebreide verhaal hieronder.

—–

Op 5 en 6 mei zat een (ongeringd) paartje Casarca’s in het ganzenreservaat Zeeburg; weliswaar een discutabele soort maar wel behoorlijk schaars op Texel. Een man Krooneend dat op 7 mei op het Grote Vlak zwom, vormde een zeer welkome nieuwe Texelsoort. Door de afstand konden we de poten niet checken op ringen. Een man Koningseider bevond zich op 19 mei in een grote groep Eiders op de Waddenzee t.h.v. het Wagejot; het is onduidelijk of het om het exemplaar betrof dat eerder langs de Texelse Noordzeekust zat, of wellicht de Vlielandse vogel (of een derde exemplaar). De man Topper op de Robbenjagerplas bleef daar tot 1 mei. Net als de afgelopen jaren bivakkeerde eind mei een zomerkleed Roodhalsfuut op de Horsmeertjes.

Topper – Greater Scaup (photo: Frank van der Meer)

Roofvogels waren goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met vooral in de tweede helft van mei hoge aantallen. We zagen in totaal 5 Visarenden (5, 8, 21 & 25 mei en 9 juni, waaronder eentje over de tuin!) en 4 Wespendieven (25 & 26 mei en 9 juni, waaronder eentje fraai tp in een meidoorn in de Vijver van Jochems). Een van de blikvangers van dit voorjaar was onze 2e Bastaardarend in Nederland. De vogel zat op 26 mei een uurtje aan de grond in polder Eierland en verkoos vervolgens het luchtruim. Ook de volgende dag werd de vogel gezien (maar niet door ons). Het lukte Frank en mij om op 11 mei een Zeearend boven de tuin op te pikken; een nieuwe Texelsoort voor ons. Naast de nodige Bruine en Blauwe Kiekendieven zagen we ook een trekkende Grauwe (21 mei over de Krimweg) en Steppekiekendief (8 mei, vuurtoren). Tijdens de Big Day vlogen beide wouwen over de noordpunt; de Rode en Zwarte Wouw waren soms zelfs samen in één beeld te zien! De volgende dag vloog bovendien een Rode Wouw laag over de Big Day-teams bij het maken van de groepsfoto. Op 25 mei liet mijn eerste Roodpootvalk (2kj man) in 5 jaar tijd zich, zowel in vlucht als in zit, fraai bekijken bij de Vijver van Jochems.

Bastaardarend – Greater Spotted Eagle (photo: Peter van der Meer)

Steppekiekendief – Pallid Harrier (photo: Peter van der Meer)

Grauwe Kiekendief – Montagu’s Harrier (photo: Peter van der Meer)

Een Kwartel zong op 6 juni onregelmatig in de Prins Hendrikpolder. Vanaf half mei was, net als 2 jaar geleden, het geluid van een Porseleinhoen vaak en luid te horen uit de Roggesloot, zelfs vanaf ons huisje op de Krim. Boven datzelfde huis vlogen op 2 mei 2 Kraanvogels, een erg leuke tuinsoort. Het luchtruim boven het Krimbos was op 21 mei goed voor mijn 4e Texelse Zwarte Ooievaar.

Kraanvogel – Common Crane (photo: Peter van der Meer)

Naast groepjes Morinelplevieren in Polder Eierland zat op 2 mei een vrouwtje in een groepje Goudplevieren langs de Vuurtorenweg (t.h.v. het Krimbos). Net als in april zat een Gestreepte Strandloper enkele dagen in Waalenburg (misschien wel hetzelfde exemplaar?). De nieuw ingerichte Hanenplas was dit voorjaar een goede plek voor strandlopers: Temmincks Strandlopers foerageerden hier regelmatig, terwijl we hier ook eenmaal een Kleine en Krombekstrandloper zagen. Het kan haast niet anders of dit plasje gaat dit jaar nog een leuke soort opleveren… Ook elders op het eiland kwamen we deze soorten zo af en toe tegen. De leukste steltloper zat in Dijkmanshuizen: op 8 mei vond Klaas de Jong hier een Kleine Geelpootruiter, de 6e voor het eiland en de 2e voor dit gebied.

Morinelplevier – Dotterel (photo: Peter van der Meer)

Gestreepte Strandloper – Pectoral Sandpiper (photo: Peter van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/0/16713440.jpg

Kleine Geelpootruiter – Lesser Yellowlegs

Een late, adulte Drieteenmeeuw vloog op 10 mei langs Paal 20 (De Koog). Op de Big Day vloog tweemaal een Kleine Jager over het strand bij de vuurtoren. Een verzwakte Zeekoet zat op 19 mei op het strand bij de vuurtoren. We moesten er even op wachten, maar vanaf 7 mei zongen er weer Zomertortels in ons vakantiepark. Een ander (broedverdacht) paartje bevond zich bij de Sluftervallei. Naast een doortrekkende Velduil op de Big Day zag ik in de periode eind mei / begin juni 3 exemplaren in potentieel broedbiotoop. Op 5 en 12 mei vlogen solitaire Bijeneters over de Tuintjes. De vogel op de laatstgenoemde datum zat bovendien enige tijd aan de grond.

Zomertortel – European Turtle Dove

Velduil – Short-eared Owl

Naast de roofvogels waren, tot onze vreugde, ook de klauwieren goed vertegenwoordigd dit voorjaar. Het begon met 2 Grauwe Klauwieren; op 6 mei een man in Dorpzicht en op 12 mei een vrouw in de Tuintjes. Er zat echter nog meer in het vat, want op 10 mei zat een fraaie man Roodkopklauwier in de Nederlanden. Het was alweer 4 jaar geleden dat deze voor het laatst op dit Waddeneiland gezien was. Het hoogtepunt was echter een schitterende man Kleine Klapekster die op 26 mei over de noordkop zwierf. Het kostte mijn vader en mij wel wat bloed, zweet en tranen om de vogel terug te vinden (was een uur uit beeld), maar het resultaat mocht er zijn… Ook leuk waren twee Wielewalen. Het eerste exemplaar liet zich bij tijd en wijle fraai bekijken in het Krimbos (en niet horen!), het tweede exemplaar vloog op 3 juni over Polder Wassenaar richting de Cocksdorp.

Roodkopklauwier – Woodchat Shrike (photo: Frank van der Meer)

https://waarneming.nl/fotonew/4/16936234.jpg

Kleine Klapekster – Lesser Grey Shrike

Op 5 mei vond Diederik Kok een Iberische Tjiftjaf in de Staatsbossen bij de Koog. Naast de volgende dag zagen en hoorden we de phylloscopus ook nog op 9 juni; een echte longstayer dus. In het Krimbos zaten in begin mei 2 Fluiters; helaas bleken ze net voor de Big Day te zijn vertrokken. In hetzelfde bos zong op 2 mei ook een Vuurgoudhaan, toch pas mijn eerste zingende op het eiland. Ook Texel deelde mee in de grote influx van Roze Spreeuwen in NW-Europa: mijn eerste adulte vogel zat op 3 juni een minuutje in de top van een meidoorntje bij het Reddingboothuisje.

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Iberische Tjiftjaf – Iberian Chiffchaff

Op 28 april en 4 mei bevonden zich 5 resp. 1 Beflijster in de Eierlandse Duinen; een andere erg schaarse lijstersoort (op Texel althans), de Grote Lijster, foerageerde langs de Pelikaanweg. Een fraaie noordelijke man Bonte Vliegenvanger liet zich op 4 mei fraai zien in het Krimbos. Paapjes waren schaars met slechts 2 exemplaren: op 4 mei in de Eierlandse Duinen (foto) en 20 mei bij het Reddingboothuisje.

Bonte Vliegenvanger – Pied Flycatcher (photo: Peter van der Meer)

Paapje – Whinchat

Op de dag voor de Big Day liep op een prima afstand een volwassen Roodkeelpieper op het Renvogelveld; pas mijn tweede op het eiland en eerste aan de grond. In de periode 28 april – 3 mei zaten maximaal 3 Kleine Barmsijzen en 1 fraaie Keep in zomerkleed in onze tuin; het kan slechter. De enige Appelvink buiten de Big Day was een roepende vogel op een boerenerf bij ’t Horntje (24 mei). Hier vlakbij, over de Mokbaai, vloog een dag eerder een Europese Kanarie over. Last but not least, op 5 mei zat een hele goede Texelsoort bij de Robbenjager: een Grauwe Gors vloog de hele dag rond het Renvogelveld. Hij was erg lastig, uiteindelijk heb ik de vogel helaas maar een tel door de scoop gezien. Niet echt een mooie waarneming, maar wel een erg zeldzame soort op de Wadden en nieuw voor ons op Texel!

Keep – Bramling (photo: Peter van der Meer)

Op vogelgebied was er genoeg te beleven (understatement), maar een van de (zo niet hét) hoogtepunten was een vlinder. Op 3 mei liepen we aan het eind van de ochtend Dorpzicht in. Qua vogels viel het wat tegen. Langs het pad stuitten Frank en mijn vader op een grote oranje vlinder. De eerste gedachte was een Gehakkelde Aurelia, maar het een en ander klopte niet voor deze soort. Toen de vlinder naar de voet van een populier vloog (en ik hem eindelijk ook zag) bleek het inderdaad te zijn wat we stiekem al dachten: een Grote Vos!

Enigszins verbouwereerd meldde ik het nieuws toch maar in de BAT (weliswaar geen vogel, maar er was gelukkig genoeg animo voor) en in het volgende uur liet de vlinder zich aan circa 10 medewaarnemers fraai zien en fotograferen. Het bleek een voorbode voor meer waarnemingen; de volgende dagen werden in de omgeving van het Krimbos nog meer exemplaren gevonden, waaronder een exemplaar op 5 mei waar Frank en ik tegenaan blunderden. Dit zijn op Waarneming.nl de allereerste waarnemingen van deze soort op het eiland, om maar even aan te geven hoe zeldzaam de soort hier is. Voor ons betrof het bovendien een nieuwe soort, erg leuk om er dan zelf tegenaan te lopen!

https://waarneming.nl/fotonew/8/16626368.jpg

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Grote Vos – Large Tortoiseshell

Advertenties

De afgelopen weken

Zondag 9 & 16 juli 2017

Het is al een tijdje geleden dat ik hier iets geplaatst heb. Het is niet dat we niets gedaan hebben, maar het ontbrak me aan tijd (en soms ook zin) om wat te schrijven. Zo zat ik voor mijn studie eind juni anderhalve week op Terschelling. Echt fanatiek vogelen zat er natuurlijk niet in, al heb ik toch wel leuke soortjes meegepikt. O.a. de langverblijvende Zwarte Zeekoet in de veerhaven, maar ook een zingende Grote Karekiet, Kleine Barmsijs, enkele Duinparelmoervlinders en vanuit bed kon je jonge Ransuilen horen roepen. Op 2 juli zagen (en vooral hoorde) mijn vader en ik bij Hilversum vervolgens mijn eerste Graszanger in bijna zes jaar.

Vorige week stond in het teken van libellen. Zaterdag mislukte de zoektocht naar de Rivierrombout jammerlijk genoeg, maar de volgende dag was het wel raak. In de Plateaux (in het zuidelijkste puntje van Noord-Brabant) fladderden enkele Weide- en Bosbeekjuffers boven het beekje en langs een kanaaltje zagen we een nieuwe soort: de Beekoeverlibel. De gewenste Gewone Bronlibel werkte helaas niet mee, net als de Zwarte Ooievaars van De Banen (Nederweert).

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Bosbeekjuffer – Beautiful Demoiselle

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Beekoeverlibel – Keeled Skimmer

Tot slot staat vandaag ons inmiddels jaarlijkse tochtje naar de Weerribben op de planning. Het weer valt behoorlijk tegen: het is de hele dag zwaar bewolkt met in de middag zelfs enkele miezerbuien. Ondanks het niet bepaald ideale insectenweer is het een uiterst succesvolle dag. We bezoeken twee locaties in het gebied: een veenmosrietveld langs de Hogeweg en het Woldlakebos. Op de eerste locatie vinden we tijdens een kort wandeltochtje bijna 10 Zilveren Manen, een parelmoervlinder waarvan het aantal vlieglocaties in Nederland op twee handen te tellen is. Langs de kattenstaart langs de sloten vinden we onze tweede doelsoort: de Grote Vuurvlinder. Niet een exemplaar, niet twee; nee, maar liefst 4 exemplaren van deze zeer zeldzame dagvlindersoort laten zich fraai bekijken op een traject van zo’n 200 meter. Het gaat om drie vrouwtjes en een niet te determineren exemplaar (alleen met gesloten vleugels gezien).

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Grote Vuurvlinder – Large Copper

Grote Vuurvlinder – Large Copper

De tweede locatie, het Woldlakebos, is opnieuw goed voor een Grote Vuurvlinder. Hier zien we ook de tweede nieuwe libellensoort in een week tijd: in de miezerregen vinden we zeker twee verschillende Kempense Heidelibellen. Ook qua vogels is het goed toeven in de Weerribben. Een Wielewaal laat geregeld van zich horen en Roerdomp vliegt tweemaal langs.

Kempense Heidelibel – Spotted Darter

Kempense Heidelibel – Spotted Darter (photo: Peter van der Meer)

Roerdomp – Eurasian Bittern (photo: Peter van der Meer)

Volgend weekend gaan we voor het eerst naar insecten kijken in het buitenland (en natuurlijk ook wel naar vogels) en wel in de Eifel (Mechernich). Ik zal proberen een verslagje te schrijven als we terug zijn. 😉

Texel in het voorjaar

Vrijdag 14 april t/m zondag 14 mei 2017

Terwijl ik dit weblog schrijf, zit een man Beflijster op 15 meter van het raam te foerageren 🙂

Ook dit voorjaar was Texel de plek waar we het grootste deel van het voorjaar doorbrengen. Een weekendje halverwege april en vanaf 27 april twee volle weekjes hebben we vele uren buiten gevogeld, op zoek naar leuke en zeldzame soorten. Een echte klapper bleef helaas uit (die vielen wel direct ten noordwesten en zuiden van ons), al mag je met 2-3 Roodstuitzwaluwen, 2 Steppekiekendieven en twee nieuwe Texelsoorten (Roek en Ortolaan, nu in totaal 284 soorten op het eiland) natuurlijk niet klagen. Uiteraard geef ik de voorkeur aan vogelen, ook in de avonduren, in plaats van elke dag een weblog te schrijven. Vandaar nu een overzicht van de leukste waarnemingen in deze periode.

man IJseend tussen Eiders – drake Long-tailed Duck in flock Common Eiders

Groepen rotganzen blijven tegenwoordig tot eind mei hangen. In deze groepen zijn vaak ook een enkele Witbuik- en Zwarte Rotgans te vinden. De omgeving van Dijkmanshuizen en Dorpzicht zijn goede plekken om deze zeldzamere rotganzen te vinden. Opmerkelijk was de Wilde Zwaan die op 16 april tussen enkele Knobbelzwanen langs de Kadijksweg zat, ongetwijfeld dezelfde vogel die afgelopen winter in de omgeving van Oudeschild werd gezien. Zomertalingen zijn erg schaars op Texel en mogen dus niet ontbreken in dit overzicht. Een paartje bevond zich op 15 april in het Grote Vlak en een man zwom op 4 en 9 mei in Dijkmanshuizen. Leuk was de zomerkleed man IJseend die op 28 april vlakbij de Vuurtoren zwom. Een Grote Zilverreiger (nog steeds behoorlijk schaars op Texel) stond op 10 mei in het Grote Vlak. Adulten Jan-van-Genten vlogen over de Noordzee bij de Vuurtoren en bij Paal 9 (Hoornderslag).

Zwarte Rotgans (midden) – Black Brant (center; photo: Peter van der Meer)

Wilde Zwaan – Whooper Swan (photo: Peter van der Meer)

Op zondag 30 april was er in heel Nederland beukende roofvogeltrek. Ook Texel kon een graantje hiervan meepikken. Uiteindelijk pikten wij die dag op de noordpunt 2 Visarenden (waarvan eentje over de tuin!), 1 Zwarte Wouw, 1 Grauwe of Steppekiek (foto’s) en 4 Smellekens op.
Gelukkig vlogen ook op andere dagen leuke rovers rond op Texel. Zo joeg op 6 mei een Visarend boven de Vijver van Jochems. Naast de ongedetermineerde ringtail zagen we ook twee zekere Steppekiekendieven. Op 4 mei zagen we samen met Han Zevenhuizen een jonge vogel in de Eierlandse Duinen en de volgende dag zat een exemplaar te rusten op een duintje in de Bollekamer. Een Boomvalk trok op 3 mei over de Krimweg. Naast de vier Smellekens op 30 april, zagen we deze periode nog 4 andere exemplaren.

Fijn was de adulte Kraanvogel die op 14 mei in de Muy liep. Drie Steltkluten liepen op 29 april in de Westerkolk. Een typische voorjaarsgast op Texel is de Morinelplevier. Elk voorjaar doet een kleine groep van deze fraaie plevieren dit Waddeneiland aan. Dit jaar waren de akkers langs de Muyweg de uitverkoren locatie. Vanaf 29 april liepen daar maximaal 8 exemplaren. Paarse Strandlopers waren te zien in Ottersaat, in de veerhaven van Den Helder en op de Eierlandse Dam. Net als in andere voorjaren was Dijkmanshuizen een goede locatie voor steltlopers, getuige de vele strandlopers hier te vinden waren. Hiertussen zaten ook ten minste 2 Kleine en 3 Temmincks Strandlopers en zelfs een ad zomerkleed Grauwe Franjepoot.

Kraanvogel – Common Crane

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

De omgeploegde akkers trekken vaak grote groepen meeuwen aan. Hieronder bevonden zich zeker 4 Zwartkopmeeuwen (2 1e zomers, 1 2e zomer, 1 ad zomer), een soort die nog steeds behoorlijk schaars is op Texel. Een andere 2e zomer, in Dijkmanshuizen, was gekleurringd, maar helaas zat deze te ver om af te lezen. Tot slot zaten twee adulten en een jong beest op het wad bij de Cocksdorp. Een andere leuke meeuwensoort is de Dwergmeeuw, waarvan op 5 mei twee kleine groepjes ver over de Noordzee ter hoogte van de Vuurtoren vlogen. Dwerg- en Noordse Sterns zijn beide schaarse tot zeldzame broedvogels op Texel, die vooral aan de oostkust tot broeden komen. Voor Dwergsterns zijn de Volharding en het strand bij de Vuurtoren en Paal 9 goede locaties, terwijl we onze enige 2 Noordse Sterns van dit voorjaar op Ottersaat (op 16 april) zagen.

ad zomer Zwartkopmeeuw – ad summer Mediterranean Gull

1e zomer Zwartkopmeeuw – 1st summer Mediterranean Gull (photo: Peter van der Meer)

Zomertortels lijken met het jaar zeldzamer op Texel te worden. Een van de beste plekken op het eiland is de ruime omgeving van de Krimweg (vakantieparken de Krim & Sluftervallei en het Krimbos). Hier waren op meerdere dagen maximaal 2 exemplaren aanwezig. Met dank aan Tim Schipper zagen we op 28 april een Draaihals. Deze zeldzame spechtensoort foerageerde in een klein duinvalleitje net ten zuiden van de Vuurtoren op mieren en liet zich erg fraai bekijken.

Zomertortel – European Turtle Dove (photo: Peter van der Meer)

Draaihals – Wryneck (photo: Peter van der Meer)

Op 14 mei liet een Wielewaal in het Krimbos enkele malen van zich horen. De eerste nieuwe Texelsoort (#283) van dit jaar zagen we op 16 april. Aan het eind van de Oorsprongweg zaten 3 Roeken, een soort die niet broedt op Texel en hier dus erg schaars is. Een van de hoogtepunten van deze periode Texel was de Roodstuitzwaluw. In de hele periode vlogen 2-3 exemplaren rond op het eiland: naast het unieke geval van de Roggesloot (die er een week zat), slaagden Frank en ik erin om op 6 mei tweemaal een exemplaar bij de Vuurtoren op te pikken. De vraag is of het tweemaal hetzelfde individu was of dat het gaat om twee beesten gaat. Fluiters waren opmerkelijk goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met minstens drie exemplaren op alleen al de noordpunt: 30 april in de Tuintjes en 2 in het Krimbos op 4 mei. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 3 Fluiters op het eiland. Leuk was de Vuurgoudhaan die zich op 30 april in de Tuintjes bevond. In dit gebied zat op 6 mei een prachtige zwart-witte man Bonte Vliegenvanger; een noordelijke vogel dus.

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow (photo: Peter van der Meer)

Vuurgoudhaan – Firecrest (photo: Peter van der Meer)

In vergelijking met andere jaren leken Beflijsters in hogere aantallen aanwezig. Op vele dagen waren exemplaren aanwezig in de duingebieden. Een prachtige man zat zeker 5 dagen achtereenvolgend in de tuin van onze bungalow. Een late Kramsvogel liep op 6 mei op het Renvogelveld. Paapjes waren opmerkelijk schaars met drie exemplaren: 2 in de Tuintjes en in de Mokbaai. Op het Renvogelveld liep een mannetje Rouwkwikstaart (14 april) en op dezelfde plek liepen in mei 3 Noordse en Engelse Kwikstaarten. Laatstgenoemde was ook te zien in Dijkmanshuizen (4 mei) en De Nederlanden (6 mei). Een Appelvink vloog op 12 mei roepend rond boven het Krimbos. Tot slot betekende een man Ortolaan op 7 en 8 mei een nieuwe Texelsoort (#284). De gors foerageerde in de wegberm van de Redoute op paardenbloemzaden en liet zich op korte afstand fraai zien.

Beflijster in de tuin – Ring Ouzel in garden (photo: Peter van der Meer)

man Rouwkwikstaart – male Pied Wagtail ssp. yarrellii (photo: Peter van der Meer)

Noordse Kwikstaart – Grey-headed Wagtail ssp. thunbergi

Ortolaan – Ortolan Bunting

Weekendje vlinders kijken in Drenthe

Vrijdag 10 t/m zondag 12 juli 2015

De afgelopen weken verschenen meerdere berichten over de drie ‘veenvlinders’ die Nederland rijk is. Alle drie de soorten (Veenbesblauwtje, -parelmoervlinder en Veenhooibeestje) zijn erg zeldzaam in ons land en komen slechts op enkele veentjes in Drenthe en aangrenzende gebieden voor. Voor ons reden genoeg om het gehele weekendje in Drenthe te verblijven om op zoek te gaan naar deze vlinders en tegelijk uit te kijken naar enkele leuke vogelsoorten. Onze uitvalbasis is Bed & Breakfast ‘Westerend’ in het dorpje Wittelte.

Vrijdag rijden we vanaf Woerden in een ruk door naar het Fochteloërveen op de grens van Drenthe en Friesland. We beginnen met de wanderoute langs het fietspad. De eerste veenvlinder is snel binnen: de Veenhooibeestjes werken aardig mee, al zijn ze erg vliegerig en als ze al gaan zitten, is dat vaak op afstand. In totaal zien we zeker 5 exemplaren. Een ander hoogtepunt is de Slangenarend die boven het gebied jaagt op slangen. Helaas blijft deze imposante rover op afstand, maar toch zijn we erg blij met deze waarneming. Andere noemenswaardige soorten zijn een Paapje, Boomvalk, Koekoek, enkele Oranje Zandoogjes en enkele Koraaljuffers. Het is Frank die op de valreep bovendien 2 overvliegende Kraanvogels vindt. Ondanks de afstand zijn de vogels goed te volgen. Onze laatste stop voor vandaag ligt in een ander deel van dit veengebied. Hier kunnen we een fraaie man Grauwe Klauwier bekijken. Ook hier vliegen Kraanvogels over, deze keer 4 exemplaren. Langs de weg maken we nog even een stop, want 2 grote vogels blijken twee cirkelende Raven te zijn.

Robert

Robert in actie (met Veenhooibeestje als foto-object; foto: Frank van der Meer)

Veenhooibeestje – Large Heath

Veenhooibeestje – Large Heath (photo: Frank van der Meer)

Grauwe Klauwier – Red-backed Shrike

Zaterdagochtend beginnen we bij de volgende veenvlinder (het Veenbesblauwtje). Samen met de boswachter van het gebied, die de vlinderkijkers op de paden moet houden, zoeken we naar deze zeldzame vlinder. Na een kleine twee uur hebben we echter nog steeds geen Veenbesblauwtje (deze soort staat in ons land op het punt uit te sterven) gezien. Waarschijnlijk zijn we net te laat (de vliegtijd is al bijna over), al zien we door de bewolking sowieso weinig vlinders. Aangezien we nog meer plannen hebben, besluiten we naar de volgende bestemming te gaan. Dit is een veentje waar een van de laatste populaties van de Veenbesparelmoervlinder voorkomt. Op deze locatie hebben we meer succes, met veel moeite vinden we uiteindelijk één Veenbesparelmoervlinder. De vlinder zit kort op de dopheide en laat hier zowel de boven- als onderzijde zien. Door de telescoop is de vlinder prima te zien, maar voor een foto is de afstand veel te groot en is de waarneming te kortstondig. Andere leuke soorten zijn maar liefst 16 thermiekende Ooievaars en meerdere roepende Sijsjes.

Na een pauze van een uurtje stoppen we ’s middags langs de Wapserveense Aa. Langs dit riviertje vliegen opmerkelijk veel libellen. Vooral de Vroege Glazenmakers stelen de show: meerdere exemplaren rusten geregeld op rietstengels langs de oever en zijn fraai te fotograferen. Leuk is de Oranje Luzernevlinder die hard langs vliegt, dat is pas onze eerste van dit jaar. De rest van de middag brengen we door op het Holtingerveld. Het valt hier qua soorten een beetje tegen (waarschijnlijk is het veel te warme weer hier debet aan), al mogen een overvliegende Zwarte Specht, roepende Sijsjes en een kort zingende Bonte Vliegenvanger niet ongenoemd blijven. Op het wandelpad zitten bovendien twee Heideblauwtjes.

Vroege Glazenmaker – Norfolk Hawker

Vroege Glazenmaker – Norfolk Hawker

Vroege Glazenmaker – Norfolk Hawker (photo: Peter van der Meer)

Grote Roodoogjuffer – Large Redeye

Heideblauwtje – Silver-studded Blue

Zondag is alweer de laatste dag. Na het ontbijt en het inpakken van onze spullen rijden we naar het Aekingerzand (in het Drents-Friese Wold). Een wandeling door dit stuifzandgebied levert vele leuke vogelwaarnemingen op: zo zien we twee Boomleeuweriken, vliegen een roepende Appelvink en Bosruiter over, zwemmen er 15 Geoorde Futen met jongen rond, zien we kort een Kleine Bonte Specht en horen en zien we meerdere Grote Lijsters. Het hoogtepunt vormen zeker drie zingende Wielewalen, wat een prachtige geluid maken deze vogels toch! Zoals het de soort betaamd, laten de vogels zich echter niet zien, maar niemand die daar om maalt. De Heivlinders mogen ook niet ongenoemd blijven.

volwassen Geoorde Fuut met jong op rug – ad Black-necked Grebe with nestling on back (photo: Frank van der Meer)

Na een korte tussenstop op het Doldersummerveld (2 Koekoeken) verlaten we het Drents-Friese Wold en rijden we naar het laatste gebied voor deze vakantie: het Holtveen in het Dwingelderveld. Bij de parkeerplaats zingt wederom een Wielewaal en laat een juveniele Bonte Vliegenvanger zich langere tijd zien. Boven het Holtveen zelf (een groot ven) vliegen honderden zwaluwen: hoofdzakelijk Oeverzwaluwen, maar ook Huis-, Boeren- en Gierzwaluwen zijn van de partij. De grote aantallen zwaluwen is ook een Boomvalk opgevallen. De leukste soorten vliegen echter niet boven, maar zwemmen op het ven. Naast de gebruikelijke eenden zien we namelijk een man Witoogeend en zelfs een vrouw(type) Nonnetje, een soort die normaal gesproken alleen ’s winters in Nederland te zien is. Beide eenden zijn echter lastig, want ze laten zich maar korte tijd zien voordat ze achter de pollen pitrus verdwijnen. Een Koraaljuffer werkt wat dat betreft beter mee. Net op het moment dat we klaar zijn met deze plas afkijken en door willen lopen, begint het te regenen. Er zit niets anders op dan om te keren en terug te lopen naar de auto. Een treurig einde van een mooi weekend, waarin de hoogtepunten talrijk waren.

Koraaljuffer

Man Witoogeend – Male Ferruginous Duck

Oeverzwaluwen – Sand Martins (photo: Frank van der Meer)

Weerribben

Zondag 20 juli 2014

Afgelopen woensdag hoorden Frank en ik bij de Oostelijke Vossen meerdere verhalen over prachtig te fotograferen Grote Vuurvlinders en Zilveren Manen in de Weerribben. Deze bedreigde en zeldzame dagvlinders zijn geen nieuwe soort voor me, maar het zijn wel prachtig gekleurde vlinders en zeker van de Grote Vuurvlinder heb ik in het verleden nog geen goede foto’s kunnen maken. Daarom reizen Marianne Wustenhoff, Maria van Antwerpen, mijn vader, mijn broer en ondergetekende vandaag af naar dit grote laagveengebied in de Kop van Overijssel.

Onze eerste stop ligt langs de Hoogeweg. Hier zouden beide soorten moeten vliegen. Het duurt inderdaad niet lang voordat we de eerste Zilveren Manen zien vliegen. Ze drinken (samen met o.a. Kleine Vossen en Bruin Zandoogjes) nectar uit de aanwezige distels (Kale jonker) en zijn erg goed te zien en te fotograferen. Een voorzichtige schatting komt uit op zeker 10 exemplaren. De Zilveren Maan is niet de enige leuke soort op dit stukje. Zo vliegen onder meer een Wespendief en Ooievaar over en komen we vele Bruine Glazenmakers en een Blauwe Breedscheenjuffer tegen. Een veel te snel voorbijvliegende vlinder zou goed een Grote Vuurvlinder geweest kunnen zijn, maar helaas vinden we hem niet meer terug.

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Blauwe Breedscheenjuffer – Blue Featherleg

Ik kies ervoor om niet met de auto naar de volgende plek (het Woldlakebos) te rijden, maar om een flink stuk langs de Hoogeweg te lopen. Deze weg loopt namelijk dwars door de Weerribben heen en is waarschijnlijk de beste plek voor de Grote Vuurvlinder in Nederland. Op de vele kruiden langs de weg stikt het van de vlinders: zo tel ik vele Kleine Vossen, Dagpauwogen en witjes, enkele Groot Dikkopjes en 2 Landkaartjes. Van onze doel ontbreekt voorlopig echter nog elk spoor. Uiteindelijk vindt mijn vader twee Grote Vuurvlinders die samen foerageren op Kattenstaart. Ze zitten helaas voor mij net te ver voor foto’s, dus hieronder staan enkele foto’s van mijn vader. Ook leuk zijn de Wielewalen die op de achtergrond zingen. Eenmaal zien Marianne en ik een mannetje uit een boom opvliegen en een stukje vliegen boven de boomtoppen. Iets verderop landt de vogel weer in een berk en dan doen zijn schutkleuren gelijk weer zijn werk. 😦

man Grote Vuurvlinder – male Large Copper (photo: Peter van der Meer)

man Grote Vuurvlinder – male Large Copper (photo: Peter van der Meer)

Na een kleine 2 kilometer lopen langs de weg (wat nog wel een zingende Snor en een mannetje Groene Glazenmaker oplevert) vind ik het wel genoeg en rijden we door naar het Woldlakebos. We verblijven hier niet al te lang, maar een vrouwtje Groene Glazenmaker is natuurlijk wel het noemen waard. De leukste waarneming hier betreft die van een Gevlekte Glanslibel. Deze zeer zeldzame libel vliegt boven een met krabbenscheer dichtgegroeide sloot en verjaagt alles wat hier rondvliegt (waaronder ook een Groene en Bruine Glazenmaker, die groter zijn dan de glanslibel!).

Op de terugweg rijden we nog langs de inmiddels beroemde camping De Boomgaard in Bunnik, waar al dagenlang een Oostelijke Vos zit. Voor Marianne, Maria en mijn vader is dit nog een nieuwe soort en Frank en ik hebben er natuurlijk ook geen moeite mee. Als we richting het speeltuintje lopen, krijgen we te horen dat de vos al enkele uren niet meer gezien is. Toch lopen we door. Vanaf een krakkemikkige rood bankje (waar al veel vlinderaars hebben gezeten 😉 ) hebben we een mooi uitzicht op de ‘bloedende’ berk waar de vlinder vaak op zit, maar in een krap uur tijd zien we enkel Atalanta’s van het sap van de boom drinken.