Tagarchieven: Zomertortel

Texel in het voorjaar

Vrijdag 14 april t/m zondag 14 mei 2017

Terwijl ik dit weblog schrijf, zit een man Beflijster op 15 meter van het raam te foerageren 🙂

Ook dit voorjaar was Texel de plek waar we het grootste deel van het voorjaar doorbrengen. Een weekendje halverwege april en vanaf 27 april twee volle weekjes hebben we vele uren buiten gevogeld, op zoek naar leuke en zeldzame soorten. Een echte klapper bleef helaas uit (die vielen wel direct ten noordwesten en zuiden van ons), al mag je met 2-3 Roodstuitzwaluwen, 2 Steppekiekendieven en twee nieuwe Texelsoorten (Roek en Ortolaan, nu in totaal 284 soorten op het eiland) natuurlijk niet klagen. Uiteraard geef ik de voorkeur aan vogelen, ook in de avonduren, in plaats van elke dag een weblog te schrijven. Vandaar nu een overzicht van de leukste waarnemingen in deze periode.

man IJseend tussen Eiders – drake Long-tailed Duck in flock Common Eiders

Groepen rotganzen blijven tegenwoordig tot eind mei hangen. In deze groepen zijn vaak ook een enkele Witbuik- en Zwarte Rotgans te vinden. De omgeving van Dijkmanshuizen en Dorpzicht zijn goede plekken om deze zeldzamere rotganzen te vinden. Opmerkelijk was de Wilde Zwaan die op 16 april tussen enkele Knobbelzwanen langs de Kadijksweg zat, ongetwijfeld dezelfde vogel die afgelopen winter in de omgeving van Oudeschild werd gezien. Zomertalingen zijn erg schaars op Texel en mogen dus niet ontbreken in dit overzicht. Een paartje bevond zich op 15 april in het Grote Vlak en een man zwom op 4 en 9 mei in Dijkmanshuizen. Leuk was de zomerkleed man IJseend die op 28 april vlakbij de Vuurtoren zwom. Een Grote Zilverreiger (nog steeds behoorlijk schaars op Texel) stond op 10 mei in het Grote Vlak. Adulten Jan-van-Genten vlogen over de Noordzee bij de Vuurtoren en bij Paal 9 (Hoornderslag).

Zwarte Rotgans (midden) – Black Brant (center; photo: Peter van der Meer)

Wilde Zwaan – Whooper Swan (photo: Peter van der Meer)

Op zondag 30 april was er in heel Nederland beukende roofvogeltrek. Ook Texel kon een graantje hiervan meepikken. Uiteindelijk pikten wij die dag op de noordpunt 2 Visarenden (waarvan eentje over de tuin!), 1 Zwarte Wouw, 1 Grauwe of Steppekiek (foto’s) en 4 Smellekens op.
Gelukkig vlogen ook op andere dagen leuke rovers rond op Texel. Zo joeg op 6 mei een Visarend boven de Vijver van Jochems. Naast de ongedetermineerde ringtail zagen we ook twee zekere Steppekiekendieven. Op 4 mei zagen we samen met Han Zevenhuizen een jonge vogel in de Eierlandse Duinen en de volgende dag zat een exemplaar te rusten op een duintje in de Bollekamer. Een Boomvalk trok op 3 mei over de Krimweg. Naast de vier Smellekens op 30 april, zagen we deze periode nog 4 andere exemplaren.

Fijn was de adulte Kraanvogel die op 14 mei in de Muy liep. Drie Steltkluten liepen op 29 april in de Westerkolk. Een typische voorjaarsgast op Texel is de Morinelplevier. Elk voorjaar doet een kleine groep van deze fraaie plevieren dit Waddeneiland aan. Dit jaar waren de akkers langs de Muyweg de uitverkoren locatie. Vanaf 29 april liepen daar maximaal 8 exemplaren. Paarse Strandlopers waren te zien in Ottersaat, in de veerhaven van Den Helder en op de Eierlandse Dam. Net als in andere voorjaren was Dijkmanshuizen een goede locatie voor steltlopers, getuige de vele strandlopers hier te vinden waren. Hiertussen zaten ook ten minste 2 Kleine en 3 Temmincks Strandlopers en zelfs een ad zomerkleed Grauwe Franjepoot.

Kraanvogel – Common Crane

Regenwulp – Whimbrel (photo: Peter van der Meer)

De omgeploegde akkers trekken vaak grote groepen meeuwen aan. Hieronder bevonden zich zeker 4 Zwartkopmeeuwen (2 1e zomers, 1 2e zomer, 1 ad zomer), een soort die nog steeds behoorlijk schaars is op Texel. Een andere 2e zomer, in Dijkmanshuizen, was gekleurringd, maar helaas zat deze te ver om af te lezen. Tot slot zaten twee adulten en een jong beest op het wad bij de Cocksdorp. Een andere leuke meeuwensoort is de Dwergmeeuw, waarvan op 5 mei twee kleine groepjes ver over de Noordzee ter hoogte van de Vuurtoren vlogen. Dwerg- en Noordse Sterns zijn beide schaarse tot zeldzame broedvogels op Texel, die vooral aan de oostkust tot broeden komen. Voor Dwergsterns zijn de Volharding en het strand bij de Vuurtoren en Paal 9 goede locaties, terwijl we onze enige 2 Noordse Sterns van dit voorjaar op Ottersaat (op 16 april) zagen.

ad zomer Zwartkopmeeuw – ad summer Mediterranean Gull

1e zomer Zwartkopmeeuw – 1st summer Mediterranean Gull (photo: Peter van der Meer)

Zomertortels lijken met het jaar zeldzamer op Texel te worden. Een van de beste plekken op het eiland is de ruime omgeving van de Krimweg (vakantieparken de Krim & Sluftervallei en het Krimbos). Hier waren op meerdere dagen maximaal 2 exemplaren aanwezig. Met dank aan Tim Schipper zagen we op 28 april een Draaihals. Deze zeldzame spechtensoort foerageerde in een klein duinvalleitje net ten zuiden van de Vuurtoren op mieren en liet zich erg fraai bekijken.

Zomertortel – European Turtle Dove (photo: Peter van der Meer)

Draaihals – Wryneck (photo: Peter van der Meer)

Op 14 mei liet een Wielewaal in het Krimbos enkele malen van zich horen. De eerste nieuwe Texelsoort (#283) van dit jaar zagen we op 16 april. Aan het eind van de Oorsprongweg zaten 3 Roeken, een soort die niet broedt op Texel en hier dus erg schaars is. Een van de hoogtepunten van deze periode Texel was de Roodstuitzwaluw. In de hele periode vlogen 2-3 exemplaren rond op het eiland: naast het unieke geval van de Roggesloot (die er een week zat), slaagden Frank en ik erin om op 6 mei tweemaal een exemplaar bij de Vuurtoren op te pikken. De vraag is of het tweemaal hetzelfde individu was of dat het gaat om twee beesten gaat. Fluiters waren opmerkelijk goed vertegenwoordigd dit voorjaar, met minstens drie exemplaren op alleen al de noordpunt: 30 april in de Tuintjes en 2 in het Krimbos op 4 mei. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 3 Fluiters op het eiland. Leuk was de Vuurgoudhaan die zich op 30 april in de Tuintjes bevond. In dit gebied zat op 6 mei een prachtige zwart-witte man Bonte Vliegenvanger; een noordelijke vogel dus.

Roodstuitzwaluw – Red-rumped Swallow (photo: Peter van der Meer)

Vuurgoudhaan – Firecrest (photo: Peter van der Meer)

In vergelijking met andere jaren leken Beflijsters in hogere aantallen aanwezig. Op vele dagen waren exemplaren aanwezig in de duingebieden. Een prachtige man zat zeker 5 dagen achtereenvolgend in de tuin van onze bungalow. Een late Kramsvogel liep op 6 mei op het Renvogelveld. Paapjes waren opmerkelijk schaars met drie exemplaren: 2 in de Tuintjes en in de Mokbaai. Op het Renvogelveld liep een mannetje Rouwkwikstaart (14 april) en op dezelfde plek liepen in mei 3 Noordse en Engelse Kwikstaarten. Laatstgenoemde was ook te zien in Dijkmanshuizen (4 mei) en De Nederlanden (6 mei). Een Appelvink vloog op 12 mei roepend rond boven het Krimbos. Tot slot betekende een man Ortolaan op 7 en 8 mei een nieuwe Texelsoort (#284). De gors foerageerde in de wegberm van de Redoute op paardenbloemzaden en liet zich op korte afstand fraai zien.

Beflijster in de tuin – Ring Ouzel in garden (photo: Peter van der Meer)

man Rouwkwikstaart – male Pied Wagtail ssp. yarrellii (photo: Peter van der Meer)

Noordse Kwikstaart – Grey-headed Wagtail ssp. thunbergi

Ortolaan – Ortolan Bunting

Boem is ho, tuut tuut. Met z’n allen missen we de ontdekking van Ruud.

Vrijdag 9 t/m zondag 11 september 2016

Voor de eerste keer dit najaar staat een weekend Texel voor de deur. Na de aankomst op het eiland vrijdagmiddag rijden we linea recta door naar de Tuintjes, waar Diederik Kok ’s ochtends een Ortolaan aan de grond had. Tegen beter weten in proberen we de vogel terug te vinden, maar helaas slagen we hier niet in.

Zaterdagochtend maken Frank en ik een rondje door de Eierlandse Duinen, zonder al te veel te zien. Door de bosjes schieten enkele Braamsluipers, Zwartkoppen en 1 Tuinfluiter en vliegt een roepende Boompieper over ons heen. Dankzij een tip van Eric Menkveld zien een Zomertaling in het kleine plasje in het Krimbos (onze eerste op de Noordpunt), bovendien zie ik hier zeer kort een Zomertortel in de top van een kale boom.

Zomertaling

Met z’n drieën bezoeken we vervolgens aan het eind van de ochtend de Muy, waar een Paapje en een rondvliegende Boomvalk de hoogtepunten vormen. Niet veel later zien we nog een exemplaar van laatstgenoemde soort, deze keer boven onze eigen tuin.

De middag besteden we aan het zoeken van de gemelde Morinelplevier. Bij het dorpje Oost kunnen we deze zeldzame plevier niet vinden en ook op andere plekken langs de oostkant lijkt de soort niet te zitten. Groot is dan ook de verbazing als blijkt dat de vogel even later toch gewoon weer op de oude locatie gemeld wordt. Gauw rijden we terug en nu hebben we de Morinelplevier snel in beeld. De vogel, een juveniel exemplaar, foerageert wat afstandig van de grote groep Goudplevieren (die bij ons eerdere bezoek niet aanwezig waren, dat verklaart wat) en laat zich ondanks de afstand toch leuk zien. Extra leuk is dat we hier te horen krijgen dat Pieter van Veelen, Thijs Fijen en Rutger Wilschut bij Waalenburg een Gestreepte Strandloper hebben gevonden. Wanneer wij arriveren in Waalenburg is de strandloper net opgevlogen, maar binnen enkele minuten vinden we de strandloper terug.

robert

Robert digiscoopt Gestreepte Strandloper (foto: Frank van der Meer)

De zeldzame strandloper, onze tweede in een week tijd, foerageert op een prettige afstand in het kleine plasje langs de weg. In tegenstelling tot het exemplaar van vorige week is dit een adulte vogel. Mijn 17e Gestreepte Strandloper in Nederland en 2e op Texel, na een exemplaar op 11 mei 2013 op de Robbenjager. ’s Avonds bezoeken we de jaarlijkse Texelse-vogelaars-barbecue in de tuin van Marc Plomp. Een gezellige en smakelijke avond.

ad Gestreepte Strandloper – ad Pectoral Sandpiper

De volgende ochtend beginnen we bij de Hanenplas en lopen we daarna weer een rondje door de Eierlandse Duinen. Net als gisteren zien we niet bijster veel. Het rondje door de Hanenplas wordt gekenmerkt door aardig wat Sylvia’s (1 Braamsluiper en minstens 6 Zwartkoppen) en een Paapje, terwijl het enige noemenswaardige in de Eierlandse Duinen 2 Gekraagde Roodstaarten en een jagende man Blauwe Kiekendief is. De Zomertaling die we gisteren in het plasje in het Krimbos zagen, lijkt vertrokken. Het hoogtepunt van de hele ochtend is een fraaie Zomertortel, die in de boomtop langs het plasje zit. Gisteren zag ik de vogel al heel even, maar nu laat de vogel zich veel langer en beter zien.

Zomertortel – European Turtle Dove

De rest van de ochtend besteden aan het zoeken naar de Bairds Strandloper aan de Waddenkant van het eiland. Ruud van Beusekom vond deze zeer zeldzame Amerikaanse strandloper (slechts 10 eerdere gevallen in Nederland, waarvan 1 op Texel) op een akker bij Oost, maar helaas raakte Ruud de vogel snel kwijt. Zodoende wordt de hele ochtend alle nattere gebieden op het eiland afgezocht, maar het leidt helaas niet tot de herontdekking van deze extreme dwaalgast. De Morinelplevier van gisteren is nog wel aanwezig.

Om half 3 verlaten we het eiland en bezoeken we een Roodpootvalk in Wieringen. In de anderhalf uur tijd die we hier besteden, zien we geen Roodpootvalk. Erg leuk is de Zeearend, die aanvankelijk op grote afstand, maar later opeens wat dichterbij cirkelt. Een leuke troostprijs en bovendien een nieuwe Noord-Hollandsoort.

Zeearend – White-tailed Eagle

Veel krenten maar weinig pap tijdens lange periode Texel

Zaterdag 14 mei tot dinsdag 31 mei 2016

Het begint voor mij bijna een traditie te worden: de tweede helft van mei doorbrengen op Texel. Voor het derde jaar op rij zat ik namelijk in deze periode voor een langere tijd op dit Waddeneiland, deze keer tussen 14 en 31 mei in totaal drie weekenden en enkele doordeweekse dagen. Kort samengevat was het hard werken, maar in ruil hiervoor kregen we een paar hele leuke soorten ervoor terug. De grootste klappers waren de tweede Grote Kanoet voor Nederland, een geweldige Vale Gier en mijn 5e Breedbekstrandloper. In totaal zagen wij vier nieuwe Texelsoorten (naast de eerstgenoemde twee soorten ook Strandplevier en IJseend, die de Texellijst uitbreide naar 271 soorten). Meer over deze en alle andere hoogtepunten wordt hieronder toegelicht.

Zomertalingen zijn (door een gebrek aan zoetwaterplassen) behoorlijk schaarse broedvogels op Texel. Een van de beste locaties is Dijkmanshuizen, waar op 21 en 30 mei meerdere vogels aanwezig waren. Een andere leuke eendensoort was een mannetje IJseend in zomerkleed, dat op 28 mei op het Westelijke Horsmeertje zwom. Niet alleen fenologisch interessant, maar voor ons ook nog een nieuwe Texelsoort. Op 16 mei zwommen hier ook minstens 5 Geoorde Futen, ook een behoorlijk schaarse soort op Texel, zeker zo laat in het voorjaar. Het duingebied De Nederlanden was dit voorjaar een goede locatie voor Kleine Zilverreigers. Een korte kijk over zee bij de Vuurtoren leverde op 21 mei meerdere Jan-van-Genten op, pas mijn eerste Jannen in het eerste halfjaar ooit.

De spectaculaire roofvogelstroom tijdens het Dutch Birding-weekend was nu zo goed als opgedroogd. Desondanks zagen we op 21 mei nog een Visarend boven de Vijver van Jochems. Dit was alweer onze 6e dit voorjaar op Texel. Ter vergelijking, tot dit jaar had ik in totaal 6 Visarenden op Texel. Diezelfde dag vloog een Vale Gier het eiland op. Dezelfde vogel  werd een dag eerder nog gezien boven IJmuiden en werd op 21 mei ook opgepikt op meerdere plekken in de Kop van Noord-Holland, voordat hij Texel bereikte. Boven het eiland daalde de gier en na een paar korte stops van enkele minuten landde de vogel vlakbij Ecomare in een den om de rest van de dag door te brengen. Hier was hij fantastisch te zien en kon ook worden vastgesteld dat hij geringd was. De code op de ring verraadt dat dit dezelfde vogel is die vorig jaar ook al door Nederland rondzwierf en hierbij ook Texel aan deed en die Frank en ik zelfs boven onze tuin in Woerden kon oppikken. Ook de volgende dagen werd de vogel dagelijks gezien in de Staatsbossen. In de middag van 28 mei verliet de Vale Gier weer het eiland en zat hij enkele dagen in Den Helder.

Vale Gier – Griffon Vulture

Vale Gier – Griffon Vulture (photo: Peter van der Meer)

De steltlopers deden het erg goed. Zo zat een paartje Steltkluten in Dijkmanshuizen. Ze waren wel vaak erg lastig te vinden, doordat ze vaak achter een randje met hoog gras zaten. Ergens op het strand deed een paartje Strandplevieren een broedpoging. Baltsende Houtsnippen vlogen boven de Staatsbossen. Hier zat ’s avonds ook een exemplaar langs de weg, die in de koplampen erg leuk te zien was.

vrouw Strandplevier – female Kentish Plover

Bontbekplevier (pullus) – Common Ringed Plover (nestling; photo: Peter van der Meer)

Een geweldige vondst van Diederik Kok was een adult zomerkleed Grote Kanoet op de Volharding op 13 mei. Ook de volgende dagen was de vogel hier aanwezig. De vogel was vaak lastig te zien (zat veel achter andere steltlopers, op afstand, aanwezigheid afhankelijk van het getijde), maar bijna alle vogelaars slaagden erin om de vogel te zien. Dit was pas het tweede geval voor Nederland (na eentje in 1991). Een andere goede ontdekking van Diederik was een Breedbekstrandloper in de Mokbaai op 30 mei. De strandloper bevond zich op afstand tussen Bontbekplevieren en andere strandlopers. Mijn tweede op Texel (na een vogel vorig jaar) en vijfde in Nederland. Kleine Strandlopers liepen in Dijkmanshuizen (max. 5 exemplaren), op het wad bij De Schorren (2) en in de Mokbaai (2). Maximaal 5 (op 21 mei) Temmincks Strandlopers liepen in Dijkmanshuizen, een klassieke locatie voor deze soort op Texel. Een andere leuke strandloper zat op de Eierlandse Dam: twee Paarse Strandlopers in vol zomerkleed liepen hier op 16 mei samen met enkele Steenlopers naar voedsel te zoeken. De laatste leuke steltlopersoort was een een vrouwtje Grauwe Franjepoot in adult zomerkleed dat op 16 en 17 mei in Dijkmanshuizen zat.

ad zomer Grote Kanoet – ad summer Great Knot, 2nd for the Netherlands!

Paarse Strandloper – Purple Sandpiper

Opmerkelijk was een groepje van 5 Drieteenmeeuwen bij de Vuurtoren. De meeuwen zaten even op zee en vlogen daarna weg richting zuid. Andere leuke meeuwen waren 1 adulte Zwartkopmeeuw die over de Roggesloot vloog (Zwartkopmeeuwen zijn nog steeds behoorlijk schaars op Texel) en 2 jonge Dwergmeeuwen (op Dijkmanshuizen en de Volharding). Broedende Dwergsterns zaten op de Volharding (zeker 16 ex.) en foeragerende vogels waren ook te zien bij op zee bij de Vuurtoren. Noordse Sterns zaten in Dijkmanshuizen, Ottersaat en De Petten.

Dwergmeeuw – Little Gull

Zomertortels werden uitsluitend waargenomen op vakantiepark De Krim (2) en bij de Horsmeertjes. Net als de voorgaande jaren zong minstens 1 Nachtzwaluw ergens in de duinen. Fraai en fijn was een mannetje Grauwe Klauwier in De Nederlanden. De vogel liet zich fraai zien en zat af en toe zelfs te zingen; een territorium? Grote Lijsters zijn erg schaars op Texel en dus mag een overvliegende vogel over de Ploegelanden (in de Staatsbossen) niet ongenoemd blijven.

Zomertortel – European Turtle Dove

Grauwe Klauwer – Red-backed Shrike (photo: Frank van der Meer)

Het Renvogelveldje was ook deze periode weer goed voor zowel Noordse als Engelse Kwikstaarten, op 15 mei lieten 6 resp. 3 exemplaren zich hier bewonderen. Een dag later zong een Kleine Barmsijs uit het struweel langs het Westelijk Horsmeertje, de vogel liet zich ook even zien (aan Frank dan). In tegenstelling tot 2015 zagen wij dit jaar wel weer een Roodmus op Texel: op 21 mei liet in Dorpzicht een adulte man veel van zich horen en was met enig geduld ook leuk te zien. Net als vorig jaar was ook dit jaar weer een Appelvink aanwezig in het Krimbos, het bleef helaas bij een eenmalige waarneming. Een leuke waarneming, want Appelvinken zijn erg schaars op dit eiland (broeden er niet, voor zover ik weet).

Roodmus – Common Rosefinch (photo: Frank van der Meer)

Texel in mei maakt iedere vogelaar blij

Zaterdag 2 mei tot zondag 31 mei 2015

Tussen 2 en 31 mei verbleef ik in totaal 19 dagen (5 weekenden en nog wat doordeweekse dagen) op Texel. Vanwege drukte met mijn studie heb ik niet dagelijks (zoals gebruikelijk) mijn weblog bijgehouden, maar heb ik besloten om aan het eind van de vakantie een samenvattend verhaal te schrijven. Zeker de laatste twee weken maakte het weer het zeer lastig om lekker te vogelen, met op veel dagen een harde (westen)wind en geregeld regen. Hierdoor vielen de laatste twee weken nogal tegen qua aantallen en leuke soorten. Desondanks zagen we in totaal 151 vogelsoorten deze periode, waarvan 150 op Texel (de Iberische Tjiftjaf was in Den Helder). Een prachtig aantal, zeker aangezien we nog wel enkele relatief makkelijke soorten gemist hebben. Hieronder een overzicht van de hoogtepunten, op taxonomische volgorde:

Een algemene gast op Texel: de Slobeend – Male Shoveler, a common visitor on Texel

De al weken aanwezige Roodhalsfuut in zomerkleed op het Westelijke Horsmeertje was op 17 mei aardig te zien. Een juveniele Kuifaalscholver zat regelmatig op een groene meetpaal ten zuiden van de NIOZ en was zelfs vanaf de veerboot zichtbaar. Een fenologisch hoogtepuntje was een Toendrarietgans met een kapotte vleugel op 16 mei vlakbij Dijkmanshuizen. Zwarte Rotganzen zaten in Wagejot en de omgeving van het ganzenreservaat Zeeburg. Op de laatstgenoemde locatie was ook nog minstens 1 Witbuikrotgans aanwezig. In Dijkmanshuizen zwom op 8 mei een mannetje Zomertaling, wat een erg lastige soort op Texel is.

Zwarte Rotgans tussen gewone Rotganzen – Black Brent among Brent Geese (photo: Frank vd Meer)

Een vrouwtype Grauwe of Steppekiekendief vloog op 24 mei over camping de Robbenjager richting zuid. De vogel vloog helaas te hoog en de waarneming was te kort om tot een sluitende determinatie te komen. Frappant is dat enkele uren later hoogstwaarschijnlijk dezelfde vogel is opgepikt in het zuiden van het eiland en hier is gedetermineerd als Grauwe Kiekendief. Erg fraai waren de drie solitaire Smellekens die op 8 mei in iets meer dan 2 uur tijd langs de Vuurtoren vlogen. Een ander exemplaar vloog op 10 mei over de Eierlandse Duinen. Op 23 t/m 25 mei liep een paartje Steltkluut in de Bunkervallei (eind Krimweg). Er vond zelfs paring plaats. Texel blijkt ook dit jaar weer een erg goede plek voor Morinelplevieren. De eerste zat op 3 mei in een groep Kemphanen en Goudplevieren in Polder Waalenburg. Later in de maand liepen op een andere locatie (hoek Hoofdweg-Stengweg) 4-7 exemplaren, helaas vaak wel op flinke afstand en met veel luchttrilling. Op deze plek zat in de laatste week van mei ook een exemplaar in winterkleed, een kleed dat ik nog nooit eerder gezien had. Een van de hoogtepunten was een Breedbekstrandloper. Deze zeldzaamheid werd op 14 mei door Pieter Duin gevonden in Ottersaat. De vogel liep samen met twee Kleine Strandlopers en een Steenloper op circa 100 meter langs de rand van een van de vele eilandjes. Het betreft hier pas de 8e voor Texel (en mijn eerste op dit eiland).

Ad zomer man Morinelplevier – adult summer male Dotterel

Morinelplevier in winterkleed – winter plumage Dotterel

Breedbekstrandloper (met op achtergrond 2 Kleine Strandlopers en 1 Steenloper) – Broad-billed Sandpiper (with 2 Little Stints and 1 Turnstone)

Laat was de Paarse Strandloper die op 14 mei in de NIOZ-haven de Steenlopers gezelschap hield. Naast de twee die de Breedbekstrandloper vergezelde, zagen we slechts één Kleine Strandloper en wel op 9 mei vanuit de kijkhut in Dijkmanshuizen. Nee, dan waren Temmincks Strandlopers beter vertegenwoordigd, met exemplaren in Dijkmanshuizen, de Robbenjager, Westerkolk (2) en Waalenburg (2). Houtsnippen baltsten in de avond van 24 mei boven de Bleekersvallei. Diezelfde avond zat er eentje midden op de weg Westerslag die zich een minuut lang erg fraai liet bekijken! Een andere fraaie waarneming was die van een volwassen vrouw Grauwe Franjepoot in Dijkmanshuizen op 9 mei.

adult zomerkleed vrouwtje Grauwe Franjepoot – adult summer female Red-necked Phalarope

Hoewel ze in zuidelijk en Midden-Nederland inmiddels niet meer weg te denken zijn, is de Zwartkopmeeuw op Texel nog steeds een zeldzame gast. Op 2 mei liep een adult exemplaar in de meeuwenkolonie in De Petten en op 8 mei vlogen twee duo’s boven Utopia en Dijkmanshuizen. Een jonge Dwergmeeuw zat op 4 mei in de Slufter en drie exemplaren vlogen op 8 mei over de Waddenzee t.h.v. de Bol. Mooie aantallen Noordse Sterns (max. 17) waren te bewonderen in Ottersaat. Ook in Dijkmanshuizen was een broedpaartje aanwezig. In beide gebieden waren ook Dwergsterns te bewonderen, net als in de Volharding en de Slufter. Helaas is ook op Texel een sterke afname in het aantal Zomertortels waar te nemen: alleen in de omgeving van de Krim / Sluftervallei is de soort nog relatief makkelijk te vinden. Deze fraaie duif is op Texel in 15 jaar met maar liefst 90 procent afgenomen: van circa 200 naar 20 paar. Een rondvliegende Kerkuil ergens in het zuiden van het eiland was voor ondergetekende nog een nieuwe Texelsoort. Op een niet nader te noemen locatie in de duinen zong minstens één Nachtzwaluw.

Parende Zomertortels (meer foto’s van de paring staan hier) – Mating Turtle Doves (click here for more photos; photo Peter vd Meer)

In de Bleekersvallei vlogen op 5 mei twee Boomleeuweriken (zeldzame broedvogel op Texel) vlak voor mijn voeten op. Een van de klappers van dit voorjaar Texel was een Roodstuitzwaluw op 10 mei. Deze vogel vloog eerst boven de Robbenjager, zat daarna korte tijd op een draadje naast de vuurtoren en uiteindelijk verdween de vogel richting zuid, waar we de vogel kwijtraakten boven de Witte Hoek. Een tweede vogel op 17 mei was helaas een klein half uur te snel weg. Engelse Kwikstaarten piekten in de eerste week van mei en waren te zien op de Robbenjager (max. 5), de omgeving van de vuurtoren en op meerdere plaatsen langs de Waddendijk. Noordse Kwikstaarten waren daarentegen erg schaars met slechts een groepje van 6 op 8 mei in het duinvalleitje ten zuiden van de vuurtoren. Hét hoogtepunt van de maand was een door Michel Veldt gevonden Citroenkwikstaart. De vogel (een jong mannetje) zat op 10 mei de hele dag op de Robbenjager en trok vele 10-tallen vogelaars.

1e zomer man Citroenkwikstaart – 1s male Citrine Wagtail

Engelse Kwikstaart – Yellow-crowned Wagtail

De randzone van de Staatsbossen was goed voor meerdere Gekraagde Roodstaarten, waaronder onderstaand vrouwtje. Paapjes waren erg schaars dit voorjaar met slechts eentje in de Bleekersvallei (5 mei) en een (fotogeniek) vrouwtje langs het fietspad door de Eierlandse Duinen (8 & 11 mei). Een erg late Koperwiek zat op 4 mei in de tuin van onze bungalow in De Krim, mooie meisoort! Fraai was een fanatiek zingende Fluiter vlak langs de Grensweg, aan de rand van de Staatsbossen. Een zingende Iberische Tjiftjaf in de Donkere Duinen in Den Helder kon natuurlijk niet overgeslagen worden. Mijn tweede in Nederland en eerste sinds 2010. Een zelfgemaakte opname van de vogel is hier te vinden.

vrouwtje Gekraagde Roodstaart op nestplaats – female Common Redstart at nesting location

Paapje – Whinchat

Het Krimbos bleek een goede locatie voor vliegenvangers, getuige de Bonte Vliegenvanger op 8 mei en een zingende Grauwe Vliegenvanger op 23 mei. De laatstgenoemde soort was ook aanwezig in Dorpzicht en vakantiepark Sluftervallei. De Mokbaai was weer goed voor roepende / rondvliegende Baardmannetjes. Onverwachts was een Bonte Kraai die op 14 mei op een akker op de hoek Hoofdweg-Stengweg liep. Tot slot vlogen twee Appelvinken op 11 mei rond door het Krimbos. Een spannende waarneming, maar helaas kwamen er geen vervolgwaarnemingen.

Bonte Kraai – Hooded Crow (photo: Peter vd Meer)

Insecten zijn de bom

Zondag 8 en maandag 9 juni 2014

Zondag
Gezien de goede weersvoorspellingen die voor vandaag afgegeven worden, hebben we met Marianne Wüstenhoff, Maria van Antwerpen en Anne Hueber afgesproken om naar libellen te gaan kijken in de Weerribben. We stoppen eerst bij een nieuwe uitkijktoren aan de westkant van het Woldlakebos. Deze toren kijkt uit over een nieuw natuurontwikkelingsgebied. Hier zien we een adult zomer Roodhalsfuut, 2 Zomertalingen en een bewoonde broedwand voor Oeverzwaluwen.

In het Woldlakebos (onze volgende stop) blijkt het aanvankelijk nogal tegen te zitten, met geregeld fikse buien en enorme aantallen muggen die het massaal op ons voorzien lijken te hebben. We laten ons echter niet uit het veld slaan door deze tegenvallers en dat is goed ook, want na regen komt zonneschijn (in dit geval letterlijk). Rond 14.00 uur klaart het gelukkig op en direct neemt het aantal libellen in dit bos explosief toe: overal vliegen Viervlekken en Bruine Korenbouten en met iets meer moeite vinden we enkele Smaragdlibellen, Vroege Glazenmakers, Grote Keizerlibellen, Gevlekte Witsnuitlibellen, een Glassnijder en wat Grote Roodoogjuffers. Een vriendelijke libellenman wijst ons op het hoogtepunt van hier, namelijk op een mannetje Sierlijke Witsnuitlibel. Deze zeer zeldzame libel, die in Nederland alleen in de Weerribben te vinden is, zit op redelijke afstand op een plompeblad (zeer typisch voor deze soort), maar m.b.v digiscopen lukt het me nog om leuke plaatjes te maken.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Nogmaals de Sierlijke Witsnuit. Waar zou de naam ‘Witsnuitlibel’ nou vandaan komen…? – Lilypad Whiteface

Gevlekte Witsnuitlibel – Yellow-spotted Whiteface

Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Laatste van de Gevlekte Witsnuit – Yellow-spotted Whiteface

Glassnijder – Hairy Hawker

man Bruine Korenbout – male Blue Chaser

Bruine Korenbout – Blue Chaser

Ook qua vogels is het zeer goed vertoeven in het Woldlakebos, met een Roerdomp die zo vriendelijk is een rondje te vliegen, een Wespendief, vele Purperreigers, roepende Zwartkopmeeuwen, zingende Geelgors, Koekoek etc. Leuk is een jagende Boomvalk, die geregeld achter libellen aanjaagt. Op verschillende plekken in het bos ligt de grond bezaaid met libellenvleugeltjes (en eenmaal vinden we zelfs ogen). Eigenlijk laten alleen de Zilveren Manen (een zeldzame dagvlinder) het afweten.

Na deze mooie excursie rijden we nog even een paar kilometer verder naar een recent geopende libellenvlonder, speciaal gemaakt om waarnemers een kans te bieden om Sierlijke Witsnuitlibellen in Nederland te bewonderen. Het duurt niet lang voordat we ze in beeld hebben, in totaal zien we zeker 4 mannen. Verder zien we hoofdzakelijk dezelfde soorten als eerder in het Woldlakebos, al kunnen nog wel de Blauwe Breedscheenjuffer aan de daglijst toevoegen. Zelfs tijdens het avondeten in een nabijgelegen dorpje worden we van ons eten afgehouden door een fanatiek zingende Spotvogel en een libel die na enige discussie toch een Glassnijder blijkt te zijn.

mannetje Sierlijke Witsnuitlibel – male Lilypad Whiteface

Blauwe Breedscheenjuffer – Blue Featherleg

Maandag
Aangezien de Zilveren Manen gisteren niet wilden meewerken, kiezen Frank, mijn vader en ik er vandaag voor om naar een bekende plek voor deze soort in Gelderland te rijden. Bij aankomst in het gebied stuiten we al gauw op enkele Weidebeekjuffers. Als we naar de plek toelopen waar de zeldzame dagvlinder zou moeten vliegen, begint het weer opeens om te slaan en even later schuilen we onder de bomen voor een flinke (onweers)bui. Dit was niet voorspeld! Gelukkig breekt na een klein uurtje de zon weer door en lopen we weer vrolijk over een paadje door de moerasachtige velden. Het is mijn vader die de eerste Zilveren Maan ziet vliegen. Het blijken nogal zenuwachtige, kleine beestjes die maar niet willen gaan zitten (langs het pad althans). Gelukkig werkt een exemplaar wat beter mee, zie de foto hieronder. Leuk is een zingende Zomertortel, die langs de bosrand zit te koeren. We krijgen hem ook even te zien. Op de terugweg komt nog een Vuurjuffer op mijn t-shirt zitten en laat een vrouwtje Weidebeekjuffer zich aardig fotograferen

Zilveren Maan – Small Pearl-bordered Fritillary

Vuurjuffer op mijn schouder! – Large Red Damsel on my shoulder!

Weidebeekjuffer – Banded Demoiselle

Het was een mooi weekend met voor mijn vader en broer drie nieuwe soorten, verdeeld over 3 verschillende soortgroepen (Vale Gier, Sierlijke Witsnuitlibel en Zilveren Maan; de laatste had ik al enkele jaren geleden in de Weerribben gezien).